Posts tonen met het label Zuiderzee. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zuiderzee. Alle posts tonen

vrijdag 7 juli 2017

Het eiland Wieringen.

Wieringer Aak in de haven van den Oever.


Wieringen was tot het midden van de jaren ' 20 van de vorige eeuw een klein eiland in het noord-westen van de Zuiderzee. Rond het jaar 1000 maakte het deel uit van het vaste land, in de 12e eeuw had de zee, storm en springvloeden hun werk gedaan en was het gebied een eiland in de Zuiderzee geworden. Wieringen is altijd bewoond geweest, opgravingen uit de late steentijd tonen dit aan.
De (Deense)Vikingen toonden belangstelling voor het eiland en gebruikten het eiland zelfs enkele jaren als uitvalsbasis. In de middeleeuwen kreeg het eiland stadsrechten en ontstonden er dorpen zoals Hippolytushoef en den Oever, Grote handelsschepen van de V.O.C. konden het Wieringer Vlaak een ondiep water ten zuidoosten van Wieringen niet passeren, de bewoners verdienden hieraan door hun diensten aan te bieden d.m.v. de zgn. "lichterschepen". Een gedeelte van de lading van de V.O.C. schepen werd overgeladen op deze schepen waardoor men minder diep kwam te liggen en men verder de Zuiderzeee op kon varen. De visserij ontwikkelde zich in de 19e eeuw, schelpdieren, anjovis, wier en paling werden gevangen
De naam Wieringen is afgeleid van het Oudfries "wir" dat "hoogte" of "heuvel" betekend.
Na de stormramp van 1916 waarbij vele Zuiderzeedijken het hadden begeven stond men voor een keuze: het opnieuw verzwaren van de Zuiderzeedijken of de Zuiderzee afsluiten, men koos voor de afsluiting d.m.v. de Afsluitdijk en de Amstelmeerdijk.  Beide dijken zorgden er ervoor dat Wieringen niet langer een eiland was maar onderdeel ging uitmaken van het vaste land.
De stroomgeulen van het Ulkediep en Amsteldiep werden afgesloten, het Wieringenmeer werd droog gemalen door de gemalen "Lely" en "Leemans". De drooglegging maakte deel uit van de Zuiderzeewerken. Op 21 augustus 1930 was de polder drooggevallen, vanaf 1934 werd begonnen met de landbouw.  De ontstane polder werd in 1941 een zelfstandige gemeente waarin 4 dorpen werden gesticht: Slootdorp, Middenmeer, Wieringerwerf en Kreileroord. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de polder door de Duitsers onder water gezet eind 1945 was de polder weer droog. In het begin van de 20e eeuw had men een vissersvloot van 230 schepen, zelfs vandaag de dag bestaat de Wieringervloot uit zo'n 70 schepen die den Oever als thuisbasis hebben.





De haven van den Oever nu.


vrijdag 26 mei 2017

Hindeloopen en de KNRM.

Boothuis KNRM 1911 (de zgn. Blauwe Loods).


Hindeloopen ligt aan het IJsselmeer in het zuidwesten van Friesland, het inwonertal ligt rond de 900 inwoners. Hindeloopen kreeg in 1225 stadsrechten, het stadje bezat een ankerplaats voor de kust in de Zuiderzee (een zgn. rede).
Vanuit Hindeloopen werd lange tijd handel gedreven met landen rond de Oostzee waarbij jenever en wollen stoffen werden geëxporteerd en men hout mee terug nam. Tussen 1650 en 1800 bezat het kleine Hindeloopen een  vloot van meer dan 80 schepen voor het merendeel fluitschepen. In de Franse tijd kwam hier een einde aan en ging men over op de veel minder lucratieve visserij.
Tot 1984 was Hindeloopen zelfstandig daarna werd er tot twee maal toe gefuseerd, Hindeloopen maakt thans deel uit van de gemeente Sudwest-Fryslan. Het stadje is mede door de vele bezienswaardigheden zoals de vele kapiteinshuizen, toren, stadhuis, kerk, havengebouw en de oude vissershaven een bezoek waard.
Ook de oude vissershaven waar het boothuis,van de KNRM (de vroegere NZHRM), ook wel de Blauwe Loods genaamd, in 1911 boven op de dijk werd neergezet is een bezoek waard.
Al in 1869 kreeg Hindeloopen een reddingboot toegewezen maar door de bijkomende kosten bedankte men daarvoor, 5 jaar later wou men wel, maar toen viel de keuze, er waren meerdere gegadigden, op Moddergat in Noord- West Friesland.
Door de vele strandingen op de Makkumerwaard werd er weer een poging ondernomen, nu won Hindeloopen het van Workum en Makkum, omdat er in Hindeloopen veel animo was om de boot te bemannen. In 1911 werd op de dijk een boothuis gebouwd met een helling voor de roeireddingboot, pas 8 jaar na de oprichting vond de eerste redding plaats daarna bleef het erg rustig.
In 1941 werd de roeireddingboot vervangen door een motor reddingboot de "Johan de Witt" die het zelfde jaar in actie kwam en twee mensenlevens redde.
Na een jaar werd de boot vervangen door de "C.A. den Tex", later werden de Noordzee reddingboten
"Zeemanshoop" en "Arthur" tijdelijk op Hindeloopen gestationeerd.
In 1975 kwam het reddingsvlet "Knokkels" naar Hindeloopen, in de periode na 1975 ontwikkelde Hindeloopen zich als watersportgebied aan het IJsselmeer, een gebied dat jaarlijks door duizenden pleziervaartuigen wordt bevaren.
Hindeloopen groeide uit tot een van de drukste reddingsstations van de KNRM, naast het reddingsvlet kreeg men de beschikking over een snelle rubberboot de "Stut".
Sedert 2013 werd de "Stut" bijgestaan door een reddingboot van het Atlantic 75 type de "Ineke van Dun- de Meester"(aanschaf € 200.000). De "Stut" is inmiddels vervangen door een reddingboot van het type Valentijn de "Alida" (aanschaf: € 750.000).

Alida KNRM Hindeloopen

zondag 30 oktober 2016

de Slag op de Zuiderzee 11 oktober 1573.

Slag op de Zuiderzee 11 oktober 1573.

Dat erop de voormalige Zuiderzee nu het IJsselmeer op 11 oktober 1573 een heuse zeeslag plaats vond, zal menigeen verbazen.
Gedurende de Tachtigjarige oorlog waren de krijgskansen zich aan het keren, de (water) geuzen hadden al verschillende plaatsen veroverd op de Spanjaarden zoals den Briel en Vlissingen.
De vloot van de Watergeuzen hield zich in de wateren van West-Friesland schuil.
Alva liet in 1572 op Amsterdamse werven 18 schepen bouwen om zijn vloot te versterken en om daar de bolwerken van de Watergeuzen in vnl. West-Friesland vanuit zee en land aan te vallen.
De Geuzenvloot zorgde al geruime tijd voor problemen door de haven van Amsterdam te blokkeren.
Alva besloot in september 1573 tot een aanval op de Watergeuzen die zich bij Schellingwoude schuil hielden echter toen Alva de aanval opende was de Geuzenvloot vertrokken.
Toen besloot Alva de Watergeuzenvloot uit de gehele Zuiderzee te verdrijven, op 13 oktober vond er een treffen plaats bij Marken waarop op 5 oktober de eerste beschietingen plaatsvonden. De Watergeuzen hadden de beschikking over 25 schepen onder leiding van de burgemeester van Monnickendam Cornelis Dirksz, bijgenaamd Poppedamme, er vonden echter weinig beschietingen plaats, de Geuzen enterden liever omdat men over niet te veel munitie beschikte.  
Op 11 oktober toen de wind in het voordeel van de Watergeuzen was gedraaid zette de vloot koers naar de Spanjaarden waarna er zwaar werd gevochten, men slaagde er in de admiraalsvlag buit te maken en later de mast van het vlaggenschip om te hakken. Toen de Spanjaarden dit zagen, de helft van hun vloot was inmiddels tot zinken gebracht, vluchtten zij naar Amsterdam.
De Spaanse bevelhebber van Bossu gaf zich over, de zege was beslissend voor de Hollandse vrijheidsstrijd, vanaf toen waren en bleven de Watergeuzen heer en meester in de Zuiderzee.
De poging van Alfa om Noord Holland te veroveren was hiermee mislukt, zelf vluchtte hij naar Spanje. De Bossu werd na zijn gevangenneming in vele pamfletten en gedichten bespot.

In 1663 werd door de raad van de zeven belangrijkste steden van West-Friesland opdracht gegeven tot het vervaardigen van een schilderij dat de slag op de Zuiderzee moest uitbeelden. Het schilderij is in het Statenlogement van Hoorn te bewonderen.
De nakomelingen van Cornelis J. Dirkszn. namen als patroniem de naam Admiraal aan.

woensdag 20 april 2016

Schokland van eiland naar polder.

drooggevallen haven Oud Emmeloord
Schokland museum












Emmeloord viel onder het gewest Holland, tussen 1614 en 1660 was de heerlijkheid Urk en Emmeloord in het bezit van het geslacht van de Werve, in 1660 kwam Emmeloord onder het bestuur van Amsterdam te liggen en werd door verschillenden Amsterdamse regenten bestuurd.
Ens was de naam van het zuidelijke deel van het eiland met twee woonterpen de Zuidert en Middelbuurt, Ens viel onder Overijssel.
In 1855 waren de bewoners van de Zuidert al naar Middelbuurt verhuisd en hadden hun woningen af moeten breken, dit vanwege het toenemende hoge water en landafslag.
In de Franse tijd in 1806 werden beide delen een bestuurlijk geheel onder de naam Schokland.
Beide delen hadden een eigen dialect, het noordelijke leek veel opdat van Urk dat van het zuidelijke of Ensers leek op het dialect van Huizen.
Het toen al straatarme Schokland werd op last van koning Willem III ontruimd, de visserij leverde toen al weinig meer op en er was geen landbouw, alles moest vanaf het vaste land worden aangevoerd, de terugkerende overstromingen gaven de genade slag voor het eiland en zijn nog toen nog 650 bewoners,  binnen 4 maanden moest het eiland worden ontruimd.
Het merendeel van de bewoners verhuisde naar Vollenhove en Brunnepe bij Kampen waar de Schokkerbuurt werd gebouwd.
De R.K.kerk van Emmeloord werd steen voor steen afgebroken en exact weer opgebouwd in Ommen. Op 10 juli 1859 was de gemeente Schokland opgehouden te bestaan de grond werd bij de gemeente Kampen gevoegd.
Na 1859 werd het eiland nauwelijks kleiner en namen de overstromingen t.g.v. stormen af.
De haven van (oud)Emmeloord bleef bestaan  er werd in 1915 zelfs een visafslag gebouwd ( tot de afsluiting van de Zuiderzee) in de zomer kwamen er dijkwerkers en rietsnijders naar het eiland.
Tot 1932 bleef Schokland een eiland in de Zuiderzee na de afdichting van de Afsluitdijk werd dit nu het IJsselmeer.
Na het droog vallen werd het nu voormalige eiland omringt door land , door het verlagen van de grondwaterspiegel is het eiland sinds de drooglegging 1,5 meter gezakt.
In de jaren 80 van de vorige eeuw verschenen er bij de inmiddels gerestaureerde kerk op de terp
bij Middelbuurt een aantal houten huizen in de zgn "Zuiderzee" stijl, hier werd het Schokland museum in gevestigd.
In 1995 werd Schokland aan de Unesco Werelderfgoedlijst toegevoegd.



maandag 22 februari 2016

Urker visserij.


Kaag














Dat Urk altijd van de visserij heeft bestaan is maar gedeeltelijk waar, het huidige Urk was in de middeleeuwen groter dan dat het in de jaren dertig van de vorige eeuw was.
Men leefde toen van de landbouw geleidelijk ging steeds meer land verloren door vloed en storm,
de zeespiegel steeg en steeds meer Urkers stapten van de landbouw over op de visserij.
In de 17e en 18e eeuw was landbouw geen hoofdmiddel meer van bestaan, men voorzag in het levensonderhoud door te vissen, wat toen geen vetpot was.
Tussen 1760 en 1770 beschikte men over rond de 45 schepen, de vis die werd gevangen werd in Amsterdam afgezet.
Rond 1800 heeft men al de beschikking over zo'n 60 grotere schepen waarmee voor de Noordzeekust wordt gevist, alleen in december en januari bleef men binnengaats, de winters waren streng, er kwamen jaren voor dat de gehele Zuiderzee was dicht gevroren en men niet eerder dan maart/april
weer kon gaan vissen.
Schepen waar de Urker vissers mee de zee opgingen:
Ever: vaartuig met een mast en een steile steven werd in Noord Duitsland gebouwd, werd vanwege zijn snelheid op de Noord en Oostzee ingezet, werd ermee gevist dan werd het zeil gestreken en werden de roeispanen gebruikt.
Kaag: Zeilschip met een mast dat vooral op de binnenvaart werd ingezet, uit dit vaartuig wat op een Tjalk lijkt zou zich de Urker schuit ontwikkelen.
Tjalk: zeilvaartuig met een platte bodem ronde boeg en zijzwaarden hieruit ontstond mede de schuit.
Voor 1870 gaven de Urkers mede de voorkeur aan de schuit daarna ging men over op de botter.
De visserij eiste vele levens, een storm kon er voor zorgen dat tientallen vissersschepen niet meer terug keerden.
Op de Noordzee werd veelal in de kustwateren, schelvis tarbot en kabeljauw gevangen, in het voorjaar en in de zomer werd in de Zuiderzee haring ansjovis en paling gevangen, later ging men ook in de Duitse bocht vissen.
Na 1915 vond de motorisering van de vissersvloot plaats, in 1940 beschikte men nog over ongeveer 70 schepen voor de Noordzee visserij, vele schepen werden door de Duitsers gevorderd.
Na de oorlog verdwenen de botters en werden er kotters aangeschaft die steeds groter van afmeting werden. Om vangst beperkingen te omzeilen werden een aantal schepen omgevlagd.

Daar de Urker visserij zich voornamelijk had toegelegd op visserij in de Noordzee bleef Urk na de afsluiting van de Zuiderzee als vissershaven overeind. (vele vissersplaatsen gingen over op andere middelen van bestaan).
Bij het ontstaan van de Noord-Oostpolder werd Urk aangesloten op het wegennet en verkreeg men via de weg toegang tot de zeehavens en kon de vis gevangen door de Urker vissers gemakkelijk worden aangevoerd.
De Urker visafslag die in de zestiger jaren van de 20ste eeuw werd geopend is de grootste van Nederland, ook is er een vis verwerkende industrie ontstaan.
De viskotters zijn te groot om de thuishaven te kunnen aandoen, vrachtwagens brengen de vis vanuit IJmuiden, Harlingen en Louwersoog direct naar de afslag.
In 1993 had de visafslag de grootste omzet van Europa en breidde zich steeds verder uit, ook de visverwerking, heden ten dage heeft Urk 55 vis veredeling bedrijven.

Tjalk
Boomkor kotter








vrijdag 19 februari 2016

Vuurtorens in Nederland 20 Texel.

Vuurtoren Texel in de avond.



Het meest opvallende baken van Texel is de rode vuurtoren van Eierland op de noordkant van het eiland.
Texel heeft een rijke maritieme historie, de rede van Texel, een ondiep gedeelte van de Waddenzee langs de zuid-oost kust van Eierland, schepen die vanaf de Zuiderzeeplaatsen en Amsterdam vertrokken gingen voor de rede van Texel voor anker om bij gunstige wind uit te  varen.
Vanuit Texel werden de schepen bevoorraad met proviand en water tevens werden er bemanningen ingescheept. Ook lag de rede met V.O.C. en W.I.C. schepen, walvisvaarders en oorlogsschepen, loodsen voeren af en aan.
Bij Oudeschild verscheen in 1574 het fort de Schans met het doel de vaarroute door het Marsdiep te beschermen tegen de Spanjaarden.
Vanuit den Hoorn kon men vanaf de duinen speuren naar schepen die waarschijnlijk een loods nodig hadden waarna een strijd tussen de loodsen ontbrandde, wie het eerst bij het schip was had de klandizie. Door de teloorgang van de V.O.C. en de W.I.C. en de Walvisvaart en de aanleg van het Noordzeekanaal daalde de welvaart op Texel drastisch pas de opkomst van het toerisme zou daar verandering in brengen.
De locatie van de vuurtoren is op het voormalige Eierland, een klein eilandje dat zijn naam te danken heeft aan de vele meeuweneieren die hier werden gevonden, in 1630 werd Eierland met een dijk aan Texel verbonden waarna het 1835 in werd ingepolderd.
Pas in 1852 werd gesproken over de bouw van een vuurtoren, de afstand tussen de torens van Vlieland en den Helder was te groot, ondanks de tegenstand van de Texelse jutters (tussen 1848-1860
waren 72 schepen vergaan) kwam de vuurtoren er.
Quirinus Harder maakte het ontwerp en legde op 25 juli 1863 de eerste steen, op 1 november van dat jaar werd het licht ontstoken. De lamp brandde op petroleum, tussen 1911 en 1927 Pharoline, daarna kwam er elektrisch licht.
In 1953 was bijna het hele duingebied ten Noorden van de vuurtoren verdwenen, besloten werd rondom de toren een asfalt laag aan te brengen.
Op het eind van de Tweede Wereldoorlog kreeg de toren het zwaar te verduren. Door beschietingen tussen opstandige Georgiërs en de Duitsers werd de toren zwaar gehavend.
In 1948 werd de toren hersteld en werd een mantel om de oude toren gemetseld, de bovenbouw (hoogte toren: 53,2 meter inclusief 20 meter duin) werd van een nieuw lichthuis (lamp heeft een zicht van 53 kilometer) voorzien, tussen beide wanden is een open ruimte waar je kunt lopen. Per 1 januari 2006 is de toren geheel geautomatiseerd, in 2009 werd de toren aan een Stichting overgedragen die de toren openstelt voor het publiek.




dinsdag 17 november 2015

Afsluitdijk op weg naar de toekomst.

Ir. Lely afsluitdijk 2015


De historie van de Afsluitdijk begint al in 1886, toen onderzocht werd of drooglegging van de Zuiderzee haalbaar was, hiertoe werd de Zuiderzeevereniging opgericht.
Ir. Cornelus Lely werd later voorzitter en ontwierp in 1891 de eerste plannen tot drooglegging.
Ir. Lely werd minister van Waterstaat en de inpoldering werd in het regeringsprogramma opgenomen. De watersnood van 1916 waarbij grote gebieden rond de Zuiderzee werden overstroomd, met doden
en veel dood vee tot gevolg, zorgde ervoor dat het Parlement akkoord ging met de regeringsvoorstellen.
Voor dat men met de uitvoering begon werd alles op schaal nagebouwd.
Op 28 mei 1932 werd het werk voltooid en werd de noordzijde van de Afsluitdijk Waddenzee en de zuidzijde IJsselmeer.
De 32 kilometer lange dijk verbind den Oever in Noord Holland met Kornwerd in Friesland.
De aanleg had grote consequenties: de visserij op de voormalige Zuiderzee moest worden beëindigd,
nieuwe polders en veiligheid werden als positief ervaren.
De Noord-Oost polder en de Flevopolder ontstonden, het Markermeer ontkwam later aan inpoldering.
Nu in 2015 krijgt de Afsluitdijk een grote opknapbeurt, naast energie projecten komt er een gat in de Afsluitdijk hier zal een 6 kilometer lange rivier de trek van vissen van het zoete IJsselmeer naar de zoute Waddenzee  en vice versa verbeteren, tot nu gebeurde dat in kleine aantallen via de sluizen van de Afsluitdijk, met de nieuwe rivier zullen dat miljoenen vissen worden zoals zalm en zeeforel, jonge paling en spiering, de aanleg gaat naar verwachting 55 miljoen euro kosten.
De Afsluitdijk moet in de toekomst een energiedijk worden en duurzame energie gaan opwekken, op de dijk moeten er zonnecellen komen. Tevens gaat er "blue energy" worden opgewekt: via speciale membranen komt het zoute water in aanraking met het zoete water waarbij energie vrijkomt.
Bij Kornwerderzand komt een turbinecentrale die uit getijde werking energie opwekt, ook wordt de dijk aantrekkelijker gemaakt voor de toeristen met de aanleg van wandel en fietsroutes.
Rijkswaterstaat gaat de de Afsluitdijk verder versterken en vergroot de water afvoer, de gehele operatie zal om en nabij de 1 miljard euro gaan kosten en zal de dijk een ander aanzien gaan geven.





donderdag 29 oktober 2015

Grutte Pier

Grutte Pier

In maart j,l, was het Fries museum in Leeuwarden in het nieuws, een nazaat van Pier Gerlofs Donia beter bekend als Grutte Pier woonachtend in de Verenigde Staten, meende aanspraak te kunnen maken op een enorm groot zwaard afkomstig van Grutte Pier dat in het fries Museum  wordt tentoongesteld (2,13 meter 6,6 kilo, zijn helm wordt overigens in het stadhuis van Sneek bewaard).
Wie was Pier Gerlofs Donia? Voor de Friezen onder ons is dit misschien een makkelijke vraag, voor vele niet Friezen echter niet.
Grutte Pier zou een ware reus zijn geweest (moet ook wel gezien gezien de grote van zijn zwaard) donker van gelaat met een zwarte baard. Rond zijn persoon zijn tal van saga ontstaan waarvan nog moeilijk te achterhalen is wat het werkelijke waarheidsgehalte is.

Pier Gerlofs Donia werd circa 1480 in Kinswerd geboren, zijn vader was een telg uit een boerengeslacht zijn moeder was afkomstig uit de landadel.
Pier werd boer in Kinswerd trouwde en had een zoon en dochter.
In 1515 werd de boerderij door Franekers, aanhangers van Georg van Saksen in brand gestoken, de vrouw van Pier kwam hierbij om evenals vele dorpsgenoten en familie.
De leider van de Habsburgers Georg van Saksen en later de graven van Holland probeerden rechten op Friesland te laten gelden, daarvoor werden er huurlingen richting Friesland gestuurd om dit gebied te veroveren.
Pier was zijn vrouw verloren en zijn bezit kwijt geraakt en ontpopte zich door al deze gebeurtenissen als een soort rebellenleider.
In Arum richtte hij een leger op dat bestond uit arme boeren, verarmde struikrovers en bandieten dit leger kreeg al gauw de bijnaam "de Arumer Zwarte Hoop", Pier kreeg ook hulp van de Hertog van Gelre. Behalve te land opereerde hij ook met een kapervloot op de Zuiderzee waarmee hij Hollandse steden en schepen plunderde, volgens de overleveringen wist Pier tijdens een zeeslag 28 Hollandse schepen te kapen en de bemanningsleden liet hij overboord gooien.
Volgens de zelfde overleveringen had Grutte Pier een zin bedacht die alleen Friezen konden uitspreken: Bûter, brae en griene tsis, wa't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries, wie deze zin niet kon uitspreken moest voor zijn leven vrezen.
Toen bleek dat Karel de Hertog van Gelre in plaats van de Friezen te steunen nu zelf probeerde zijn macht in Friesland uit te breiden staakte Grutte Pier in 1518 de strijd.
Hij overleed op 28 oktober 1520 in Sneek.

woensdag 23 september 2015

de botter historisch vissers vaartuig.

botters varend op de randmeren



Wie zich wel eens op of langs de randmeren bevindt kan er bijna niet omheen, houten schepen met typische bruine zeilen.
De botter is een oud Nederlands type vissersvaartuig ontstaan in de 18e eeuw, botters visten vnl. op de voormalige Zuiderzee, maar ook aan de Noordzee kust.
De romp bestaat meestal uit eiken, de plecht uit grenen het rondhout en de blokken meestal uit essenhout, de zeilen waren meestal van katoen of van vlas.

Afhankelijk van de visserij methode bestond de bemanning uit twee tot vier personen.
De botter heeft een hoge kop waarmee de zee wordt gekeerd in het vooronder is er leef en opslagruimte.
In het achterschip bevind zich de "bun" drie met water gevulde ruimten die onder water aan de zijkant worden afgedekt door "Kaarplaten".
In de "bun" kon de nog levende vangst enkele dagen worden bewaard.
Botters waren er in verschillende typen:
Botters van de Zuidwal (zuidkust Zuiderzee) Huizen, Spakenburg  circa 20 ton.
Botters van de Oostwal (oostkust Zuiderzee) Kampen, Elburg lichter dan 20 ton.
Kwakken afkomstig uit Volendam circa 30 ton.
Koop botters: een snel type botter dat op volle zee vis overnam om deze snel aan de wal te verkopen.
Schelde botters: Zeeland voor het vervoer van paling op de Schelde
Noordzee botters: moderne ijzeren variant afkomstig uit Urk.

In Nederland zijn er nog circa 50 botters de eigenaren zijn veelal verenigd in de Vereniging Botterbehoud.
De grootste vloot van historische botters is te vinden in de museum haven van Spakenburg waar er zo'n 20 liggen afgemeerd.
Spakenburg biedt tevens de beste gelegenheid om een pleziertocht op een botter op de randmeren
te maken.