Posts tonen met het label Urk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Urk. Alle posts tonen

woensdag 20 april 2016

Schokland van eiland naar polder.

drooggevallen haven Oud Emmeloord
Schokland museum












Emmeloord viel onder het gewest Holland, tussen 1614 en 1660 was de heerlijkheid Urk en Emmeloord in het bezit van het geslacht van de Werve, in 1660 kwam Emmeloord onder het bestuur van Amsterdam te liggen en werd door verschillenden Amsterdamse regenten bestuurd.
Ens was de naam van het zuidelijke deel van het eiland met twee woonterpen de Zuidert en Middelbuurt, Ens viel onder Overijssel.
In 1855 waren de bewoners van de Zuidert al naar Middelbuurt verhuisd en hadden hun woningen af moeten breken, dit vanwege het toenemende hoge water en landafslag.
In de Franse tijd in 1806 werden beide delen een bestuurlijk geheel onder de naam Schokland.
Beide delen hadden een eigen dialect, het noordelijke leek veel opdat van Urk dat van het zuidelijke of Ensers leek op het dialect van Huizen.
Het toen al straatarme Schokland werd op last van koning Willem III ontruimd, de visserij leverde toen al weinig meer op en er was geen landbouw, alles moest vanaf het vaste land worden aangevoerd, de terugkerende overstromingen gaven de genade slag voor het eiland en zijn nog toen nog 650 bewoners,  binnen 4 maanden moest het eiland worden ontruimd.
Het merendeel van de bewoners verhuisde naar Vollenhove en Brunnepe bij Kampen waar de Schokkerbuurt werd gebouwd.
De R.K.kerk van Emmeloord werd steen voor steen afgebroken en exact weer opgebouwd in Ommen. Op 10 juli 1859 was de gemeente Schokland opgehouden te bestaan de grond werd bij de gemeente Kampen gevoegd.
Na 1859 werd het eiland nauwelijks kleiner en namen de overstromingen t.g.v. stormen af.
De haven van (oud)Emmeloord bleef bestaan  er werd in 1915 zelfs een visafslag gebouwd ( tot de afsluiting van de Zuiderzee) in de zomer kwamen er dijkwerkers en rietsnijders naar het eiland.
Tot 1932 bleef Schokland een eiland in de Zuiderzee na de afdichting van de Afsluitdijk werd dit nu het IJsselmeer.
Na het droog vallen werd het nu voormalige eiland omringt door land , door het verlagen van de grondwaterspiegel is het eiland sinds de drooglegging 1,5 meter gezakt.
In de jaren 80 van de vorige eeuw verschenen er bij de inmiddels gerestaureerde kerk op de terp
bij Middelbuurt een aantal houten huizen in de zgn "Zuiderzee" stijl, hier werd het Schokland museum in gevestigd.
In 1995 werd Schokland aan de Unesco Werelderfgoedlijst toegevoegd.



woensdag 13 april 2016

Schokland van moeras naar eiland.

voetafdrukken ca. 2500 v.chr.
Schokland kerk  Middelbuurt











In het gebied dat na drooglegging in 1942 Noord-Oost polder is gaan heetten zijn door opgravingen sporen van menselijk aanwezigheid in de bodem teruggevonden.
Het bekendst zijn de voetafdrukken van de prehistorische mens die in 1984 werden gevonden en een van de oudste van Europa zijn (museum Schokland).
In de prehistorische tijd was dit gebied moerassig, de mens leefde op hoger gelegen zandruggen bij opgravingen werden botten gevonden van o.a. de Mammoet.
De oudste bewonerssporen gaan terug tot ca. 8.000 voor christus, het eiland Schokland geldt als een heel bijzondere archeologische vindplaats.Tussen 4.500 en 1.800 v.Chr. was deze plek zelfs vrijwel permanent bewoond en is onderverdeeld in een aantal fase's zgn. culturen:
4.500-3.400 v.Chr. Swifterbantcultuur
3.400-2.650 v.Chr. Trechterbekercultuur beter bekend als de hunnebed bouwers.
3.200-2.450 v.Chr. Enkelgrafcultuur individuele begravingen in grafheuvels.
2.500-2.000 v.Chr. Klokbekercultuur uit deze periode stammen de voetafdrukken.
2.000-1.800 v.Chr. Wikkkeldraadcultuur genoemd naar het aardewerk uit deze periode.

Door zeespiegelstijging werd het gebied steeds natter en gingen grote stukken land verloren, wat overbleef waren enkele eilanden die in de Romeinse tijd nog boven het water uitstaken.
Namelijk Urk en Schokland, beide eilanden maken nu deel uit van de Noord-Oost polder.
Al in de Romeinse tijd zijn er vermeldingen van zowel Urk als Schokland.
Schokland heeft als ondergrond veen, Urk kleileem.
Schokland was in de middeleeuwen veel groter, door zware stormen en zandafslag werd het eiland steeds kleiner.
Tot aan het begin van de 19e eeuw werd er gesproken van de eilanden Emmeloord en Ens waarmee het zelfde eiland werd bedoeld.
Emmeloord was het noordelijke deel dat onder Holland viel en Ens het zuidelijke deel viel onder Overijssel, de tweedeling zorgde ook voor religieuze verschillen Emmeloord bleef R.K. terwijl Ens protestant was geworden.
(wordt vervolgt)

maandag 22 februari 2016

Urker visserij.


Kaag














Dat Urk altijd van de visserij heeft bestaan is maar gedeeltelijk waar, het huidige Urk was in de middeleeuwen groter dan dat het in de jaren dertig van de vorige eeuw was.
Men leefde toen van de landbouw geleidelijk ging steeds meer land verloren door vloed en storm,
de zeespiegel steeg en steeds meer Urkers stapten van de landbouw over op de visserij.
In de 17e en 18e eeuw was landbouw geen hoofdmiddel meer van bestaan, men voorzag in het levensonderhoud door te vissen, wat toen geen vetpot was.
Tussen 1760 en 1770 beschikte men over rond de 45 schepen, de vis die werd gevangen werd in Amsterdam afgezet.
Rond 1800 heeft men al de beschikking over zo'n 60 grotere schepen waarmee voor de Noordzeekust wordt gevist, alleen in december en januari bleef men binnengaats, de winters waren streng, er kwamen jaren voor dat de gehele Zuiderzee was dicht gevroren en men niet eerder dan maart/april
weer kon gaan vissen.
Schepen waar de Urker vissers mee de zee opgingen:
Ever: vaartuig met een mast en een steile steven werd in Noord Duitsland gebouwd, werd vanwege zijn snelheid op de Noord en Oostzee ingezet, werd ermee gevist dan werd het zeil gestreken en werden de roeispanen gebruikt.
Kaag: Zeilschip met een mast dat vooral op de binnenvaart werd ingezet, uit dit vaartuig wat op een Tjalk lijkt zou zich de Urker schuit ontwikkelen.
Tjalk: zeilvaartuig met een platte bodem ronde boeg en zijzwaarden hieruit ontstond mede de schuit.
Voor 1870 gaven de Urkers mede de voorkeur aan de schuit daarna ging men over op de botter.
De visserij eiste vele levens, een storm kon er voor zorgen dat tientallen vissersschepen niet meer terug keerden.
Op de Noordzee werd veelal in de kustwateren, schelvis tarbot en kabeljauw gevangen, in het voorjaar en in de zomer werd in de Zuiderzee haring ansjovis en paling gevangen, later ging men ook in de Duitse bocht vissen.
Na 1915 vond de motorisering van de vissersvloot plaats, in 1940 beschikte men nog over ongeveer 70 schepen voor de Noordzee visserij, vele schepen werden door de Duitsers gevorderd.
Na de oorlog verdwenen de botters en werden er kotters aangeschaft die steeds groter van afmeting werden. Om vangst beperkingen te omzeilen werden een aantal schepen omgevlagd.

Daar de Urker visserij zich voornamelijk had toegelegd op visserij in de Noordzee bleef Urk na de afsluiting van de Zuiderzee als vissershaven overeind. (vele vissersplaatsen gingen over op andere middelen van bestaan).
Bij het ontstaan van de Noord-Oostpolder werd Urk aangesloten op het wegennet en verkreeg men via de weg toegang tot de zeehavens en kon de vis gevangen door de Urker vissers gemakkelijk worden aangevoerd.
De Urker visafslag die in de zestiger jaren van de 20ste eeuw werd geopend is de grootste van Nederland, ook is er een vis verwerkende industrie ontstaan.
De viskotters zijn te groot om de thuishaven te kunnen aandoen, vrachtwagens brengen de vis vanuit IJmuiden, Harlingen en Louwersoog direct naar de afslag.
In 1993 had de visafslag de grootste omzet van Europa en breidde zich steeds verder uit, ook de visverwerking, heden ten dage heeft Urk 55 vis veredeling bedrijven.

Tjalk
Boomkor kotter








woensdag 2 september 2015

Vuurtorens in Nederland (3) Urk.

Vuurtoren Urk 2015 (27 meter)


Urk was lang van groot belang voor de scheepvaart op de Zuiderzee nu het IJsselmeer.
Vanaf Amsterdam koersten de handelsschepen eerst aan op Urk, om vlak voor Urk naar het noorden af te slaan.
Overdag werd de kerktoren van Urk gebruikt als baken, s' nachts werd,althans als er Urker vissers op zee waren, er een vuur brandend gehouden.
De burgemeester van Amsterdam liet daarop in 1617 een vuurbaak bouwen (vierkant met een kolenvuur), het onderhoud kwam voor rekening van het college van Pilotage, waar ook de bakens van Marken en Enkhuizen onder resulteerden.
Het kolenvuur werd in 1809 vervangen door een lantaarn met olielamp, door afkalving moest in 1837
landinwaarts een nieuwe vierkante houten baak met lantaarn worden gebouwd.
De huidige vuurtoren werd in 1844 gebouwd, in 1899 werd de toren met vijf meter verhoogd, in 1918 werd een misthoorn aangebracht die tot 2001 dienst deed.
De toren werd vanaf  1972 geheel gerestaureerd en werd in 1980 Rijksmonument.                                 De toren werd in 1988 geautomatiseerd, de lichtwachter  ging met pensioen.
Ondanks zijn pensionering doet hij nog onderhoud aan de toren en de optiek.
s' Zomers verzorgt hij nog af en toe rondleidingen, op de beneden verdieping is een kleine expositie.
Wandelend over de Staverskade, die gedeeltelijk langs de vuurtoren loopt en kijkend naar het westen, heb je nog een beetje het eiland gevoel dat eigenlijk bij Urk past en sinds 1939 tot het verleden behoort.