Posts tonen met het label Kampen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kampen. Alle posts tonen

vrijdag 2 december 2016

De IJssellinie, een van de geheimen uit de Koude Oorlog.


Afbeeldingsresultaat voor ijssellinie
Onder water gelopen gebieden van de IJssellinie.

De IJssellinie is meerdere malen ingezet voor de verdediging van ons land: o.a. tijdens het "rampjaar"
1672 en tijdens de mobilisatie in 1939-1940.
De naoorlogse IJssellinie is misschien wel het best bewaarde geheim van de Koude Oorlog voor de Nederlanders althans, tijdens de uitzendingen van radio Moskou werd er herhaaldelijk melding van gemaakt, Russische agenten hadden het gebied al uitvoerig gefotografeerd en in kaart gebracht!
Het Duitsland van vlak na de Tweede Wereldoorlog was bezet door de geallieerden die ieder een gedeelte bezet hielden het oosten van Duitsland was door de Russen bezet wat tot de val van de muur zo zou blijven. Het Westen vaan Duitsland was nog geen NAVO lid en moest nog beginnen aan de opbouw van een leger. De angst dat de Sovjet Unie zou proberen haar territorium uit de breiden was dan ook zeer groot. Men zette toen in op vertraging van een mogelijke opmars van de Sovjet Unie om zo de U.S.A. en het Verenigd Koninkrijk de kans te bieden via de westerse havens van Europa troepen en materieel aan te voeren. De Nederlandse havens en die van België waren dan ook van groot belang zo ontstond het ontwerp van de IJssellinie. De bedoeling was de Neder Rijn en de Waal af te dammen waarbij het water de IJssel in zou worden gestuwd. In de Neder Rijn ter hoogte van Arnhem in de Waal bij Bemmel en in de IJssel bij Olst werden stuwen aangelegd.
Een stuw bestond uit 2 pijlerdammen in de uiterwaarden afgesloten door een landhoofd en een caisson dat bij dreiging tussen beide landhoofden zou worden gebracht en zou worden afgezonken.
Op diverse plekken in de IJsselse dijken werden inlaat werken gebouwd (sluizen in de dijk), ook waren er voorzieningen getroffen om dijken op te blazen. Een gebied van Nijmegen tot voorbij Kampen zou op deze manier onder water worden gezet (1,2m hoogte), met een breedte van 3 tot 15 kilometer,120 kilometer lang. In de jaren vijftig van de vorige eeuw zouden naar schatting meer dan 200.000 mensen moeten worden geëvacueerd. Tijdens de Cuba crisis werd alarmfase I ingesteld en werden de sluizen in de Afsluitdijk afgesloten. Nadat de verdedigingslinie naar het oosten werd verlegd ,West-Duitsland werd lid van de NAVO,verloor de IJssellinie langzamerhand zijn functie.
In 1968 werd begonnen met het opruimen van diverse bouwwerken. Er zijn nog verschillende overblijfselen te vinden: In de omgeving van Olst, kazematten, commando bunker en noodhospitaal bunker, luchtdoelterp bij de schutsluizen van Olst, bij Arnhem Meinerswijk pijlerdam en kazematten, Ooijpolder bunkers met ingegraven Sherman tank koepels. Een aantal objecten zijn ondergebracht in een Stichting en zijn door het publiek te bezichtigen, als herinnering aan de Koude Oorlog.

Afbeeldingsresultaat voor ijssellinie
Ingegraven Sherman tank koepel nabij Olst.



woensdag 20 april 2016

Schokland van eiland naar polder.

drooggevallen haven Oud Emmeloord
Schokland museum












Emmeloord viel onder het gewest Holland, tussen 1614 en 1660 was de heerlijkheid Urk en Emmeloord in het bezit van het geslacht van de Werve, in 1660 kwam Emmeloord onder het bestuur van Amsterdam te liggen en werd door verschillenden Amsterdamse regenten bestuurd.
Ens was de naam van het zuidelijke deel van het eiland met twee woonterpen de Zuidert en Middelbuurt, Ens viel onder Overijssel.
In 1855 waren de bewoners van de Zuidert al naar Middelbuurt verhuisd en hadden hun woningen af moeten breken, dit vanwege het toenemende hoge water en landafslag.
In de Franse tijd in 1806 werden beide delen een bestuurlijk geheel onder de naam Schokland.
Beide delen hadden een eigen dialect, het noordelijke leek veel opdat van Urk dat van het zuidelijke of Ensers leek op het dialect van Huizen.
Het toen al straatarme Schokland werd op last van koning Willem III ontruimd, de visserij leverde toen al weinig meer op en er was geen landbouw, alles moest vanaf het vaste land worden aangevoerd, de terugkerende overstromingen gaven de genade slag voor het eiland en zijn nog toen nog 650 bewoners,  binnen 4 maanden moest het eiland worden ontruimd.
Het merendeel van de bewoners verhuisde naar Vollenhove en Brunnepe bij Kampen waar de Schokkerbuurt werd gebouwd.
De R.K.kerk van Emmeloord werd steen voor steen afgebroken en exact weer opgebouwd in Ommen. Op 10 juli 1859 was de gemeente Schokland opgehouden te bestaan de grond werd bij de gemeente Kampen gevoegd.
Na 1859 werd het eiland nauwelijks kleiner en namen de overstromingen t.g.v. stormen af.
De haven van (oud)Emmeloord bleef bestaan  er werd in 1915 zelfs een visafslag gebouwd ( tot de afsluiting van de Zuiderzee) in de zomer kwamen er dijkwerkers en rietsnijders naar het eiland.
Tot 1932 bleef Schokland een eiland in de Zuiderzee na de afdichting van de Afsluitdijk werd dit nu het IJsselmeer.
Na het droog vallen werd het nu voormalige eiland omringt door land , door het verlagen van de grondwaterspiegel is het eiland sinds de drooglegging 1,5 meter gezakt.
In de jaren 80 van de vorige eeuw verschenen er bij de inmiddels gerestaureerde kerk op de terp
bij Middelbuurt een aantal houten huizen in de zgn "Zuiderzee" stijl, hier werd het Schokland museum in gevestigd.
In 1995 werd Schokland aan de Unesco Werelderfgoedlijst toegevoegd.



vrijdag 22 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (18) Brandaris Terschelling.

Vuurtoren Brandaris Terschelling


Wie op weg is naar Terschelling of Vlieland ziet vanaf de verte de Brandaris op doemen als een 55,5 meter hoge reus toornt hij boven West Terschelling uit.
De Brandaris is de bekendste en ook nog oudste brandende vuurtoren van Nederland.
De geschiedenis van de huidige Brandaris gaat terug naar de 14e eeuw en heeft twee voorgangers gekend.
Terschelling ligt strategisch gelegen aan de monding van het Vlie heel lang een van de belangrijkste waterwegen in Nederland.
Een goede bebakening was voor de Hansestad Kampen van groot belang gezien de positie van de stad in het scheepvaart verkeer naar de Oostzeelanden.
Kampen en Terschelling sloten in 1323 een overeenkomst over het oprichten van een baken op het west einde van het eiland.
Het baken was opgetrokken uit kloostermoppen en hout op het baken werden vuren gestookt.
Het nabijgelegen dorp Sinte Brandasius (het huidige West Terschelling) gaf zijn naam aan de toren.
De eerste Brandaris was een eind landinwaarts gebouwd maar door kustafslag kwam de zee steeds dichterbij, in maart 1593 verdween de toren in de golven.
Men was toen al gevorderd met de bouw van een nieuwe toren maar door constructiefouten en haast stortte de tweede Brandaris in hierbij kwamen zes mensen om.
In 1594 werd met de bouw van de huidige Brandaris begonnen, er werd gebruik gemaakt van de fundering van de vorige vuurtoren aannemer werd Pieter Albertsz. Clock uit Medemblik.
De toren die werd opgeleverd zo blijkt na 400 jaar is van goede kwaliteit.
De lantaarn op de toren bleek niet genoeg lichtsterkte te hebben, er werd toen voorgesteld op de toren een vuur te branden wat niet gebeurde, in de de nabij gelegen duinen ("Kooltjesduin") werd rond 1620 een vuurboet aangelegd enige tijd later wat verderop nog een.
Pas in 1835 werden beide afgebroken toen de Brandaris een beter licht kreeg,op de bovenste verdieping werden tevens lichtwachters en officiersverblijven gebouwd (met ijzeren vloeren).
In 1835 werd een lantaarn en lichttoestel geplaatst, het draailicht werd in september van dat jaar ontstoken, het draailicht was nieuw in Nederland en gaf veel problemen.
In 1864 werd een nieuw lichthuis geplaatst, het oude verhuisde naar de toren van Texel.
In 1906 werd de Brandaris van elektriciteit voorzien door generatoren die in een machinehuis aan de Noordzijde van de toren werden geplaatst.
De eerste door Philips ontworpen gloeilamp voor vuurtorens werd op 13 juli 1920 in gebruik genomen. De Brandaris werd in 1965 Rijksmonument. In 1979 werd de vuurtoren grondig gerestaureerd op de top van de toren werd een groter uitkijk lokaal gebouwd ook werd er een elektrische personeelslift geplaatst en kwam er een radar installatie.
Het huidige licht heeft een reikwijdte van 54 kilometer. De Brandaris is 24 uur per dag bemand, 
en is sinds 1989 door het ministerie van Verkeer en Waterstaat benoemd tot "meldpunt Waddenzee".
De eerste verdieping, bereikbaar via een stenen wenteltrap, is aangegeven als locatie voor het voltrekken van huwelijken.

vrijdag 18 december 2015

vuurtorens in Nederland: zuidelijk Noord-Oostpolder.

Vuurtoren Ens

restanten vuurtoren Ens.











Van oudsher was Schokland een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart in de Zuiderzee.
Het lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute richting Zwolle en Kampen. Lange tijd heeft Schokland geen haven gehad, de schepen werden op de rede van Ens voor anker gelegd. In 1816 kreeg Emmeloord een vissershaven.
Al voor de eerste vuurtoren die in 1825 werd geplaatst brandde er een vissersvuur, sinds 1618 was er al een vierkante toren, op het platform werd een kolenvuur gestookt voor het onderhoud werd bakengeld geheven wat werd geïnd in Zwolle, Kampen , Blokzijl en andere plaatselijke havens.
In 1825 werd een ronde stenen toren gebouwd nadat de vorige door storm was verwoest, pas in 1845 kreeg de toren i.p.v. kolen een petroleum lamp, in 1856 werd de toren afgebroken, al wat rest is het fundament. Daarna is er nog een ijzeren toren op een terp naast een lichtwachterswoning geweest beiden zijn in 1944 afgebroken.
Oud Emmeloord woning met lichtopstand
De haven van Oud Emmeloord kreeg in 1908 een zgn. lichtopstand. De haven oorspronkelijk vissershaven werd steeds vaker als schuilplaats voor schepen die de stormen ontvluchtten gebruikt. 
In 1940 werd het licht gedoofd en afgebroken, in 2007 verscheen een replica naast de oorspronkelijke dienstwoning.

Oud Kraggenburg lichtwachterswoning met licht

Kraggenburg ontleed zijn naam aan de zinkstukken "kraggen" waarmee twee leidammen in het Zwolse Diep werden aangelegd, de leidammen liepen vanaf Genemuiden door het Zwarte Water zes kilometer de Zuiderzee in om verzanding van de vaargeul en de monding van het Zwarte Water tegen te gaan. In 1848 verscheen er op het eind van de zuidelijke leidam op een kunstmatig eiland een lichtwachterswoning.
De lichtwachter zorgde behalve voor de lichten ook voor het innen van de tol, de oude woning deed dienst tot 1877, de verwaarloosde dammen en de woning werden door Rijkswaterstaat overgenomen en er werd een nieuwe lichtwachterswoning gebouwd op een verhoogde terp van 4,5 meter boven NAP, boven op de woning verscheen een unieke acht hoekige houten torentje met lantaarn, vanaf 1920 had de woning geen vaste bewoner meer en werd het licht geautomatiseerd in 1940 werd het licht voor goed gedoofd.
In 1969 werd de voormalige lichtwachterswoning Rijksmonument en het geheel werd in 2002 gerestaureerd waarbij ook de mistbel in ere werd hersteld.


maandag 9 november 2015

Het koggeschip het werkschip van de Hanze.

Koggeschip




Het koggeschip de kustvaarder van de late middeleeuwen maakte de handelsbetrekkingen tussen de Hanse steden mogelijk. De Hanze was een machtig en invloedrijk verbond van handelssteden in Noordelijk Europa: Duitsland, de Baltische staten Scandinavië en Polen.
Het koggeschip werd rond 1200 ontwikkeld uit een type Vikingschip de knarr dat als zeegaand vrachtschip door de Vikingen werd gebruikt.
Het was gebouwd op rechte kiel en stevens en had of een geheel of gedeeltelijk dek.
De kogge had een mast met een dwarsgetuigd zeil, de mast stond meestal midscheeps en later iets meer naar voren geplaatst. Het roer van de kogge was te vinden aan de achtersteven van het schip en werd stevenroer genoemd. De lengte van de kogge was tussen de 15 en 30 meter er kon tussen de 200 en 250 ton vracht worden vervoerd zoals: zout,graan, hout, haring, bier, wijn, laken en pelzen.
De kogge werd veel gebruikt voor de handel tussen de Hanze steden en was dus veel op de Noord en Oostzee te vinden.

In Nederland zijn verschillende koggen opgegraven en geconserveerd vnl. bij het droogvallen van de Flevopolders.
In Kampen (een voormalige Hanzestad) is de enige in ons land nagebouwde koggeschip te vinden en is een reconstructie van een koggeschip die in de Flevopolder is gevonden ter hoogte van Nijkerk.
Het schip heeft een ligplaats aan de Koggewerf in Kampen.
Het koggeschip van Kampen lag tijdens Sail Amsterdam 2015 afgemeerd in de Amsterdamse haven.