Posts tonen met het label Friesland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Friesland. Alle posts tonen

vrijdag 26 mei 2017

Hindeloopen en de KNRM.

Boothuis KNRM 1911 (de zgn. Blauwe Loods).


Hindeloopen ligt aan het IJsselmeer in het zuidwesten van Friesland, het inwonertal ligt rond de 900 inwoners. Hindeloopen kreeg in 1225 stadsrechten, het stadje bezat een ankerplaats voor de kust in de Zuiderzee (een zgn. rede).
Vanuit Hindeloopen werd lange tijd handel gedreven met landen rond de Oostzee waarbij jenever en wollen stoffen werden geëxporteerd en men hout mee terug nam. Tussen 1650 en 1800 bezat het kleine Hindeloopen een  vloot van meer dan 80 schepen voor het merendeel fluitschepen. In de Franse tijd kwam hier een einde aan en ging men over op de veel minder lucratieve visserij.
Tot 1984 was Hindeloopen zelfstandig daarna werd er tot twee maal toe gefuseerd, Hindeloopen maakt thans deel uit van de gemeente Sudwest-Fryslan. Het stadje is mede door de vele bezienswaardigheden zoals de vele kapiteinshuizen, toren, stadhuis, kerk, havengebouw en de oude vissershaven een bezoek waard.
Ook de oude vissershaven waar het boothuis,van de KNRM (de vroegere NZHRM), ook wel de Blauwe Loods genaamd, in 1911 boven op de dijk werd neergezet is een bezoek waard.
Al in 1869 kreeg Hindeloopen een reddingboot toegewezen maar door de bijkomende kosten bedankte men daarvoor, 5 jaar later wou men wel, maar toen viel de keuze, er waren meerdere gegadigden, op Moddergat in Noord- West Friesland.
Door de vele strandingen op de Makkumerwaard werd er weer een poging ondernomen, nu won Hindeloopen het van Workum en Makkum, omdat er in Hindeloopen veel animo was om de boot te bemannen. In 1911 werd op de dijk een boothuis gebouwd met een helling voor de roeireddingboot, pas 8 jaar na de oprichting vond de eerste redding plaats daarna bleef het erg rustig.
In 1941 werd de roeireddingboot vervangen door een motor reddingboot de "Johan de Witt" die het zelfde jaar in actie kwam en twee mensenlevens redde.
Na een jaar werd de boot vervangen door de "C.A. den Tex", later werden de Noordzee reddingboten
"Zeemanshoop" en "Arthur" tijdelijk op Hindeloopen gestationeerd.
In 1975 kwam het reddingsvlet "Knokkels" naar Hindeloopen, in de periode na 1975 ontwikkelde Hindeloopen zich als watersportgebied aan het IJsselmeer, een gebied dat jaarlijks door duizenden pleziervaartuigen wordt bevaren.
Hindeloopen groeide uit tot een van de drukste reddingsstations van de KNRM, naast het reddingsvlet kreeg men de beschikking over een snelle rubberboot de "Stut".
Sedert 2013 werd de "Stut" bijgestaan door een reddingboot van het Atlantic 75 type de "Ineke van Dun- de Meester"(aanschaf € 200.000). De "Stut" is inmiddels vervangen door een reddingboot van het type Valentijn de "Alida" (aanschaf: € 750.000).

Alida KNRM Hindeloopen

vrijdag 8 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (16) Schiermonnikoog.

Noordertoren Schiermonnikoog


Tijdens de watersnood van 1287 werd Schiermonnikoog van het land gescheiden, in de middeleeuwen was het eiland van het Cisterciënzer klooster Claercamp dat vlak bij Dokkum lag.
De monniken droegen "schiere" ofwel grijze pijen, vandaar de naam Schiermonnikoog.
In 1580 werd het klooster geannexeerd en werd het eiland eigendom van de staten van Friesland, dat het eiland na enige tijd verkocht wegens geldgebrek.
Tussen 1638 en 1945 is het eiland particulier bezit geweest, generaties Stachouwer, Banck en als laatste de Duitse graaf Bernstorff, na de Tweede Wereldoorlog werd het eiland staatseigendom.
Op het eiland zijn vanaf de middeleeuwen houten kapen gebouwd.
In 1731 werd er een bakenzetter aangesteld om deze in totaal 20 stuks te onderhouden.
Lange tijd hebben er twee kapen gestaan aan de westkant van het eiland de Grote en de kleine Kaap ook wel de Noorder of Friese Kaap en de Zuider of Groninger Kaap, deze kapen waren van belang voor de scheepvaart tussen de Noordzee en de Lauwerszee.
De minister van marine adviseerde de koning in 1853 om twee vuurtorens op te richten op enige afstand van elkaar zodat deze als lichtlijn kon dienen voor het in varen van het Friese zeegat,
twee identieke torens ieder met een dubbele lichtwachterswoning.
De bouw begon in het zelfde jaar, de duingrond werd afgegraven waarna er een hardstenen plaat werd gelegd met daarop een fundering van Waalse moppen, de torens zelf werden opgetrokken uit gele Friese stenen. In september 1854 werden de lichten ontstoken vier vuurtorenwachters en een opzichter zorgden voor het functioneren van de twee vuurtorens.
Door verandering van de vaargeulen en afname van de scheepvaart werd de Zuidertoren overbodig, het licht werd in 1909 gedoofd, pas in 1950 werd de Zuidertoren omgebouwd tot watertoren  voor de huur van Hfl.10 en onderhoud van de toren dit bleef zo tot 1992, in 1998 kocht de KPN de toren voor een gulden en zorgde voor het onderhoud, de KPN gebruikt de toren voor de bevestiging van telecommunicatie apparatuur. Dit jaar is er een Stichting opgericht om de toren schoon te maken en te renoveren, de KPN nl. doet weinig aan onderhoud waardoor de toren groen uitslaat.
De Noordertoren kreeg in 1910 een grote lantaarn met een krachtiger licht.
In 1910 verscheen op ongeveer 100 meter van de Noordertoren een uitkijk lokaal van de Kustwacht, het deed tot 1951 dienst daarna werd het uitkijk lokaal in de Noordertoren gebouwd direct onder het platform waarop de lantaarn staat, het uitkijk lokaal bestaat uit twaalf gelijkvormige ramen.
De sinds 1998 rood geschilderde Noordertoren is 44 meter hoog en kan tot op 51 kilometer worden waar genomen, de toren is sinds 1980 Rijksmonument.

Zuidertoren KPN

woensdag 6 januari 2016

Stoomgemaal Ir. D.F. Wouda.

Woudagemaal en bezoekerscentrum












Vanuit de verte krijg je met die grote schoorsteen van wel 60 meter het gevoel een fabriek te naderen in plaats van een stoomgemaal.
Het Wouda stoomgemaal bij Lemmer ook wel een stoomkathedraal genoemd is het grootste ooit gebouwde stoomgemaal ter wereld. Het gemaal heeft een capaciteit om 4.000 m3 water per minuut dat is 6 miljoen m3 water, uit de polder te malen.
Het gemaal is vernoemd naar Ir. D.F. Wouda, hij ontwierp het in 1917-1918 gebouwde pand, gebouwd in de stijl van de Amsterdamse school en de ideeën van architect Berlage, Wouda werd hierin bijgestaan door Ir. J.S. Dijxhoorn, de machinekamer heeft een oppervlakte van 62 x 15 meter en het ketelhuis heeft een oppervlakte van 32 x 15 meter.
Het machinepark, dat in de jaren 1919-1920 werd geplaatst bestaat uit vier tandem-compound machines met daaraan gekoppeld vier machtige vliegwielen en acht centrifugaalpompen, werd door Ph. Dijkshoorn ontworpen en gebouwd door de machinefabriek Jaffa uit Utrecht.
Het gemaal werd op 7 oktober 1920 door Koningin Wilhelmina geopend.
In 1955 werden de kolen gestookte stoomketels vervangen door ketels gestookt op oliestook.
Tot 1966 werd het gemaal ingezet om het boezempeil van Friesland te verlagen. Sinds de in gebruik neming van het J.L. Hoogland gemaal is dit nog slechts enkele dagen per jaar.
Het gemaal wordt nu bij langdurige en hevige regenval ingezet.
Bijna dagelijks is het gemaal geopend voor bezoekers, als het gemaal in werking is zijn er zelfs wachttijden.
Het Waterschap Friesland zet het gemaal twee maal per jaar onder stoom om de machines en pompen te testen en ook om het bedienende personeel een praktijk opleiding te geven.
Er is een ploeg van elf mensen nodig, na zes uur opstarten en opwarmen kan het gemaal aan het werk.
Bij het gemaal is een bezoekerscentrum verschenen, hier wordt de werking van het gemaal en het waterbeheer in Friesland belicht.
Voor belangstellenden worden er door vrijwilligers rondleidingen in het gemaal gegeven.               Het gemaal dat Rijksmonument is staat sinds 1998 op de Unesco Werelderfgoedlijst.
Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan zal er in 2020 een 5 Euro munt worden geslagen.

donderdag 29 oktober 2015

Grutte Pier

Grutte Pier

In maart j,l, was het Fries museum in Leeuwarden in het nieuws, een nazaat van Pier Gerlofs Donia beter bekend als Grutte Pier woonachtend in de Verenigde Staten, meende aanspraak te kunnen maken op een enorm groot zwaard afkomstig van Grutte Pier dat in het fries Museum  wordt tentoongesteld (2,13 meter 6,6 kilo, zijn helm wordt overigens in het stadhuis van Sneek bewaard).
Wie was Pier Gerlofs Donia? Voor de Friezen onder ons is dit misschien een makkelijke vraag, voor vele niet Friezen echter niet.
Grutte Pier zou een ware reus zijn geweest (moet ook wel gezien gezien de grote van zijn zwaard) donker van gelaat met een zwarte baard. Rond zijn persoon zijn tal van saga ontstaan waarvan nog moeilijk te achterhalen is wat het werkelijke waarheidsgehalte is.

Pier Gerlofs Donia werd circa 1480 in Kinswerd geboren, zijn vader was een telg uit een boerengeslacht zijn moeder was afkomstig uit de landadel.
Pier werd boer in Kinswerd trouwde en had een zoon en dochter.
In 1515 werd de boerderij door Franekers, aanhangers van Georg van Saksen in brand gestoken, de vrouw van Pier kwam hierbij om evenals vele dorpsgenoten en familie.
De leider van de Habsburgers Georg van Saksen en later de graven van Holland probeerden rechten op Friesland te laten gelden, daarvoor werden er huurlingen richting Friesland gestuurd om dit gebied te veroveren.
Pier was zijn vrouw verloren en zijn bezit kwijt geraakt en ontpopte zich door al deze gebeurtenissen als een soort rebellenleider.
In Arum richtte hij een leger op dat bestond uit arme boeren, verarmde struikrovers en bandieten dit leger kreeg al gauw de bijnaam "de Arumer Zwarte Hoop", Pier kreeg ook hulp van de Hertog van Gelre. Behalve te land opereerde hij ook met een kapervloot op de Zuiderzee waarmee hij Hollandse steden en schepen plunderde, volgens de overleveringen wist Pier tijdens een zeeslag 28 Hollandse schepen te kapen en de bemanningsleden liet hij overboord gooien.
Volgens de zelfde overleveringen had Grutte Pier een zin bedacht die alleen Friezen konden uitspreken: Bûter, brae en griene tsis, wa't dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries, wie deze zin niet kon uitspreken moest voor zijn leven vrezen.
Toen bleek dat Karel de Hertog van Gelre in plaats van de Friezen te steunen nu zelf probeerde zijn macht in Friesland uit te breiden staakte Grutte Pier in 1518 de strijd.
Hij overleed op 28 oktober 1520 in Sneek.

vrijdag 9 oktober 2015

Koninkrijk Friesland?

Kaart van het Friese Rijk toen het op zijn grootst was (650-734)
het koninkrijk Friesland

De opmerking dat Friesland ooit een koninkrijk is geweest zal bij menigeen verbazing, schouder ophalen, of een lachbui teweeg hebben gebracht.
Het koninkrijk Friesland heeft een paar honderd jaar bestaan.
Op het hoogtepunt aan het begin van de 8e eeuw na christus bestond het uit een brede strook langs de Noordzee kust van Duinkerken tot aan Bremen.
De Friezen woonden in kleine nederzettingen gebouwd op terpen, men leefde van de veeteelt, visserij en handel.
De koning zelf had weinig in te brengen, alleen als er oorlog uitbrak dan had de koning macht.
De eerste Friese koning van wie wij iets weten was Finn Folcwada, hij voorde oorlog tegen de Denen en wordt o.a. vermeld in het Engelse middeleeuwse gedicht Beowolf, hij leefde rond de 5e eeuw na Christus, of er voor hem nog andere koningen waren verteld de geschiedenis niet.
De tweede koning Aldgist leefde tussen 650 en 680 en had zijn hof in Dorestad.
In die tijd floreerde de handel met Noord-West Europa en Oost Europa en Friesland kende rijkdom,
Friese zeelui waren tot in de Middellandse zee te vinden.
Aldgist werd opgevolgd door Redbad een eerzuchtig persoon.
Spoedig was er oorlog met de Franken, een oorlog die zeven jaar duurde, Redbad verloor het van de Frankische leider Pippijn.
Toen er na de dood van Pippijn een machtsstrijd uitbrak twijfelde Radbad geen moment en trok naar het zuiden om de voormalige Friese gebieden te heroveren en trok zelfs verder tot in Keulen.               Toen de opvolger van Pippijn, Karel Martel zijn handen vrij had na de overwinning bij de slag bij Portiers in 732, besloot hij een eind te maken aan de Friese dreiging en trok noordwaarts.
Redbad was inmiddels overleden en opgevolgd door koning Poppo, die was onervaren en niet opgewassen tegen de Franken en leed de een na de andere nederlaag.
Het koninkrijk Friesland werd steeds kleiner en in 734 volgde de slag aan de Boorne, (gebied tussen Aldeboarn en Jirnsum)de Franken hadden een leger dat twee maal zo groot was (5.000) als dat van de Friezen (2.500).
Koning Poppo was een van de eerste die sneuvelde op het slagveld zijn dood maakte een eind aan het koninkrijk Friesland.


Een zilveren munt uit de tijd van koninkrijk Friesland is de Sceatta (oud woord voor rijkdom komt ook het woord schat vandaan)deze munt was tussen 650 en 755 in gebruik.

woensdag 30 september 2015

Het skûtsje.

Skûtsjes

Het skûtsje is een Fries zeilschip of eigenlijk vrachtschip, het skûtsje vervoerde bulkgoederen, mest, aardappelen e.d.
Skûtsjes zijn vanaf de 18e eeuw tot circa 1930 gebouwd, de lengte varieert van 12 tot 20 meter,
de breedte van 3 tot 4 meter.
Al in de 20er en 30er jaren zijn er skûtsjes met hulpmotoren, pas na 1945 werden zeilen vervangen
door motoren of waren skûtsjes met beide uitgerust.
Met de komst van het binnenvaartschip verdween het skûtsje van het vrachttoneel.

Kenmerken skûtsje:
moet in Friesland gebouwd zijn
niet langer dan 20 meter zijn.
gebouwd zijn voor zeilend vrachtverkeer op het water.
mag slechts een mast hebben.
het schip moet twee zgn. zwaarden hebben.
de helmstok van het roer is vaak versierd met een opgezet stuk beschilderd hout.

De meeste skûtsjes zijn ondergebracht in twee stamboeken van het IFKS* 75 stuks, en het SKS**
14 stuks.
Jaarlijks worden er enkele voor Friesland belangrijke en voor de toeristen niet minder belangrijke
races gehouden een lust om te zien.
Het bekendst is het skûtsjesilen en de strontrace (als herinnering aan het mest vervoer over de Zuiderzee).
Dergelijke races werden al in de 19e eeuw georganiseerd, in de races van vandaag de dag komt een skûtsje uit voor een dorp of stad.
Naast races worden de schepen gebruikt voor rondvaarten en tochten op de Friese meren.


 * IFKS: de Iepen Fryske Kampioenskippen Skûtsjesilen.
** SKS: Sintrale Kommisje Skûtsjesilen.