Posts tonen met het label Texel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Texel. Alle posts tonen

vrijdag 9 november 2018

Van jutters en strandvonders.

Van jutters en strandvonders.

Een jutter komt er in de Nederlandse taal niet zo goed vanaf: iemand die gestrand goed steelt, stranddief, strandrover, of iets vriendelijker: iemand die langs het strand voor zijn beroep of uit liefhebberij naar aangespoelde spullen zoekt.
Een strandvonder is een door de overheid aangesteld persoon die het zelfde doet als een jutter, maar de goederen die hij vindt houd hij in bewaring tot de rechtmatige eigenaar ze op eist, gebeurt dit niet binnen een bepaalde termijn dan mag hij tot verkoop van de goederen over gaan. En zo gebeurde het vaak ..... je had eerlijke jutters en oneerlijke strandvonders.
De strijd tussen de jutter en de strandvonder komt in het boek "Sil de strandjutter" goed tot zijn recht.
Aangespoelde goederen behoorden vanouds toe aan de landsheer of zijn vertegenwoordiger de strandvoogd, de vinder kon aanspraak maken op een deel van het vindersloon. De overheid verpachte vaak het recht op aangespoelde goederen aan de meest biedende.
Bewoners van de waddeneilanden beriepen zich op het recht om in vrijheid gebruik te maken van duinen en stranden, op Terschelling heet dit recht Oerol. Jutten vindt zijn bestaan in de armoede die er heerste, veel dat aanspoelde, denk b.v. aan wrakhout kon worden (her)gebruikt. Pas in 1931 (wet op de strandvonderij) en 1934 (wrakken wet) werd e.e.a. wettelijk geregeld. Voorwerpen die op het strand worden gevonden dienen naar de politie of de strandvonder te worden gebracht. Hoofd strandvonder is meestal de burgemeester, Vlieland heeft als enige gemeente nog een strandvonder in dienst.
Op verschillende plaatsen langs de kust herinneren musea aan het jutter verleden waarbij de ene verzameling nog indrukwekkender is dan de andere, wij waren te gast bij het Schipbreuk en Jutter museum Flora op Texel. Het is verbazingwekkend wat er al zo aanspoelt op het strand! Veiligheidshelmen, medicijnen, kleding, borden, TV's, radio's de lijst is eindeloos. Maar ook de persoonlijke bezittingen van omgekomen schipbreukelingen spoelen soms aan. En zo kan het dus gebeuren dat nabestaanden worden gevonden en worden uitgenodigd de spullen van hun dierbaren in ontvangst te komen nemen, voor velen een troost, de andere kant van het strandjutten!



vrijdag 15 juni 2018

Jac. P. Thijsse grondlegger van de Nederlandse natuurbescherming.


Afbeeldingsresultaat voor jac p thijsse
Jac. P. Thijsse

Jacobus Pierre Thijsse werd op 25 juli 1865 in Maastricht geboren, zijn vader was beroepsmilitair en dat zorgde er voor dat het gezin vaak verhuisde van Maastricht ging het naar Grave en van daar naar Woerden waar Ko voor het eerst naar school gaat. Zowel in Grave als in Woerden trok Ko er op uit de natuur in, dat zorgde ervoor dat hij nog wel eens spijbelde, de natuur was belangrijker. In Amsterdam ging hij naar de Kweekschool waar veel buitenschoolse activiteiten in de natuur werden georganiseerd, hij raakte gepassioneerd van de natuur. In 1883 kreeg hij zijn eerste aanstelling als derde onderwijzer waarna na het behalen van de hoofdakte en enkele taalakten hij bevorderd werd tot tweede onderwijzer. Eind 1889 werd hij schoolhoofd op de Franse school op den Burg Texel, wat genoot hij daar van de omgeving, de natuur op zijn best, hij trouwde er in 1891. Vanwege heimwee van zijn echtgenote vertrokken zij in 1892 naar Amsterdam waar hij hoofd van de Openbare school werd. In 1905 stond Jac. Thijsse aan de wieg van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en was er tot zijn dood secretaris. Aanleiding was het voorstel van B&W van Amsterdam om het Naardermeer te dempen met stadsafval, verzet van Thijsse leidde tot oprichting van Natuurmonumenten met het doel: het aankopen en in eigen beheer nemen van Natuurmonumenten.
Zo werd het Naardermeer in september 1906 het eerste natuurreservaat in Nederland.Thijsse was ook medeoprichter van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, ook bij de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en de Nederlandse Ornithologische Vereniging was Thijsse betrokken.
Samen het Heimans schreef Thijsse al vanaf 1894 natuurboekjes voor de jeugd, samen richten zij de tijdschriften: "de levende natuur" en "tijdschrift voor de Natuursport op". Het Vogeljaar beleefde 7 herdrukken, bekend zijn de serie: Nederlandse landschappen en niet te vergeten de beroemde Verkade albums die vanaf 1904 verschenen zoals o.a.de titels: Lente,Zomer, Herfst, Winter, het Naardermeer, Friesland, Langs de Zuiderzee en Texel. In 1965 verscheen postuum het laatste album in de reeks Verkade albums: "Vogelzang".
In totaal schreef Thijsse 45 boeken en meer dan 2000 artikelen.
In 1906 werd Thijsse gekozen tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letteren, in 1922 kreeg hij een ere-doctoraat aan de universiteit van Amsterdam. In 1925 werd hij benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau en in 1935 werd hij ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
Op zijn 60ste verjaardag kreeg Thijsse twee hectare grond in Bloemendaal aangeboden, Thijsse's hof zoals het ging heten wordt nog steeds door verschillende schoolklassen gebruikt voor het geven van biologie lessen.
Jac. P. Thijsse overleed in 1945 aan een hartaanval en is in Bloemendaal begraven.

vrijdag 27 april 2018

Jacob Binckes, vergeten zeeheld.

Afbeeldingsresultaat voor jacob binckes
Jacob Binckes.
Bijna iedere wat grotere plaats in Nederland heeft wel een zeehelden buurt. Een straatnaam die je bijna tevergeefs zult zoeken is die van Jacob Binckes. Ondanks dat hij slechts Commandeur was werd hij drie maal uitgezonden als leider van belangrijke missies, zijn belangrijkste wapenfeit: de herovering van Nieuw-Nederland in 1673. Binckes werd in 1637 in Koudum geboren uit een gezin van grotendeels schippers op de koopvaardij. Zijn eerste reis maakte Jacob Binckes in 1656 naar het Russische Archangelsk. Binckes ging van de koopvaardij over naar de Admiraliteit van Amsterdam  waar hij onder Michael de Ruijter diende tijdens onder meer in de Tweede Engels-Nederlandse oorlog tijdens de Tweedaagse zeeslag in 1666. Daarna werd hij schipper op de "Essen" waarmee hij in 1667 de Medway op voer tijdens de tocht naar Chatham. Tijdens de Derde Engels-Nederlandse oorlog was hij kapitein op de "Woerden" tijdens de slag bij Solebay in 1672. Jacob Binckes werd in 1672, hij was inmiddels opgeklommen tot Commandeur, aan het hoofd gesteld van een eskader dat door de Admiraliteit van Amsterdam naar Cadiz werd gezonden. In mei 1673 voegde hij zich bij de vloot van Cornelis Evertsen de Jongste. St. Eustatius werd door Binckes heroverd op de Engelsen waarna men naar de Amerikaanse Oostkust voer waar een Engelse tabaksvloot werd buitgemaakt. Daarna verscheen de vloot voor New York dat door de Engelsen op de Nederlanders was veroverd. De schepen gingen bij Manhatten voor anker waarna men de overgave van New York eiste toen dit uitbleef werd het fort St. James gebombardeerd waarna de stad zich overgaf. Verder landinwaarts werd het fort Albany op 29 juli 1673 veroverd waarna de kolonie Nieuw Nederland weer een feit was, New York werd omgedoopt tot Nieuw Oranje. Binckes verliet als een van de laatste Nieuw Nederland toen in 1674 bij de Vrede van Westminster Nieuw Nederland terug in Engelse handen viel. In de jaren erna was Binckes in de Middenlandse zee en Oostzee te vinden waar achtereen  zeerovers en Zweden werden bestreden. Binckes verliet op 16 maart 1676 voor het laatst keer de haven van Texel, hij kreeg de opdracht mee de Fransen in West-Indië aan te vallen. Op 6 mei 1676 veroverde hij Cayenne in Frans Guyana en op 20 juni St. Maarten. Op 16 juli veroverde hij Haïti. Binckes hielp daarna de toen Nederlandse kolonie Tobago te versterken tegen mogelijke Franse aanvallen. Op 3 maart 1677 vond de eerste slag bij Tobago plaats die door Binckes werd gewonnen. Op 12 december 1677 vond de Tweede slag bij Tobago plaats, Jacob Binckes sneuvelde tijdens de Franse aanval op zijn vlaggenschip "de Beschermer".

Er zijn slechts 4 straten naar Jacob Binckes vernoemd: in Amersfoort, Koudum, Leeuwarden en Willemstad op Curaçao.

vrijdag 26 januari 2018

Het Texeler schapenras.

Het Texeler schapenras: de Texelaar.

Een schapenras dat onlosmakelijk verbonden is met het eiland Texel is het Texeler schaap of Texelaar. Uit documenten blijkt dat er in 1477 al schapen rond liepen op Texel de zg. pijlstaart. Na 1860 werd dit ras gekruist met het Engelse Leicester ras en later met het Lincolnshire ras, het eindproduct had meer vlees en een betere kwaliteit wol.Na het oprichten van het Texels Schapenstamboek in 1909 werden de ras kenmerken vastgesteld en het kruisen met andere rassen gestopt, het fokken ging door, het huidige ras mag er zijn en geniet wereldfaam. Kenmerken t.o.v. de andere schaap rassen: een wat gedrongen schaap met een brede kop met een groot aanpassingsvermogen en zelfs aaibaar. Het ras heeft zich geleidelijk over de provincies verspreidt en wordt zelfs naar het buitenland geëxporteerd. Op Texel verblijven jaarlijks net zoveel schapen als inwoners zo rond de 14.000, in het vroege voorjaar komen daar zo'n 11.000 lammeren bij.
Op Texel vindt je nog de karakteristieke schapenboeten, een klein schuurtje met een zadeldak dat aan een kant is afgeschuind, waar het voer en hooi (ver van de boerderij maar dichtbij het gras gebied van het schaap) werd opgeslagen. Schapen stonden niet in de schapenboet! Een aantal zijn gered en inmiddels gerestaureerd en nu gemeentelijk monument.
Omdat Texel als eiland niet al te groot is kan gemakkelijk worden vastgesteld wat een schaap gedurende het leven oplevert: dekbedden, wol, wollen truien, sokken, dassen, dekens, wanten en stuurhoezen, hoofdkussens, onderdekens en pantoffels. Schapenvlees, lamsbout, schapenmelk en schapenkaas. Verzorgingsproducten zoals wolvet, lanoline, crèmes, balsems en zalf voor dieren.



zaterdag 11 maart 2017

Molen 't Noorden op Texel.

Molen "het Noorden" Texel.


Wie vanaf Oosterend de weg langs de Waddenzeedijk volgt richting de Cocksdorp komt langs de dijk een molen tegen (een zgn. achtkantige bovenkruier). De molen "het Noorden" werd in 1878 gebouwd en bemaalde een polder van de zelfde naam groot 791 ha. De molen staat op de plek waar vroeger een inham was tussen de polder Eijerland en het aan de oostkant gelegen oude land van Texel ( met daarop de vuurtoren en het dorp de Cocksdorp).De inham werd toen afgesloten met een zeedijk met daarin een afwateringssluis die vandaag de dag nog zichtbaar is. De zeedijk kwam in 1876 gereed, het droog gelegen gebied was veel te vochtig, besloten werd tot bemaling. In het zuidwestelijk gedeelte van de nieuwe polder "het Noorden" werden twee kleine houten molentjes geplaatst, dit bleek volstrekt onvoldoende, er werd toen tot de bouw van de huidige molen besloten, waarvan op 12 augustus 1878 de eerste steen werd gelegd (kosten Hfl. 31.090). In 1913 werd naast de molen een hulpgemaal geplaatst dat werd aangedreven door een oliemotor. Het hulpgemaal nam de jaren daarna de taken van de molen over. De molen werd vanwege allerlei storingen in 1923 stilgezet. In 1928 werd besloten tot herstel en in december van dat jaar werd de molen weer in gebruik genomen. In 1949 raakte de molen weer defect en werd besloten het hulpgemaal van een sterkere motor te voorzien, de molen was niet meer nodig. Door tussenkomst van de vereniging "De Hollandsche Molen" werd de molen hersteld en kwam eind 1950 weer in gebruik. In 1965 kwam er definitief een einde aan het gebruik als bemalingsmolen. De spuisluis in de dijk moest vanwege het op Delta-hoogte brengen van de Waddenzeedijk worden afgesloten. In 1970 werd de molen overgedragen aan de vereniging "De Hollandsche Molen" in zowel 1974 als in 1991 vonden er renovatie werkzaamheden plaats. Er is nu een rond maal circuit aangelegd, de molen pompt het water uit de polder dat vervolgens wordt geloosd in de molenkolk en via een sluis onder het voormalig hulpgemaal naar het polderkanaal teruggevoerd.
Vermeldenswaardig is dat het grondwater onder het eiland brak is, toen er nog niet overal een waterleiding was op het eiland, ving de molen het zoete regenwater op dat vervolgens in een put onder de molen terecht kwam. De inwoners konden daar hun drinkwater uit betrekken.
Af en toe draait de molen, belangstellenden zijn dan welkom, ook is hij op afspraak van binnen te bezichtigen. adres: Stuifweg 4, Oosterend.


maandag 4 april 2016

Nederlandse lichtschepen.


 

Lichtschip Noord-Hinder

Het lichtschip werd op zee gebruikt op plaatsen waar de bouw van een vuurtoren niet mogelijk was en waar gevaar voor de scheepvaart was vanwege de ondieptes ter plaatse.
Het eerste lichtschip ooit de "Nore"werd in 1732 uitgelegd in de monding van de Thames, in Nederland werd in 1814 het eerste lichtschip uitgelegd (de Schuytezand)  bij het Vlie.
Nederlandse lichtschepen werden op acht posities in de Noordzee uitgezet van Noord naar Zuid waren dit: Doggersbank-Noord,Doggersbank-Zuid, Terschellingerbank, Haaks/Texel, Maas, Goeree, Schouwenbank en Noord-Hinder.Het eerste lichtschip dat speciaal als lichtschip werd gebouwd was de Noord-Hinder uitgelegd op de Noordhinderbank in 1858, in 1881 volgde de Terschellingerbank en Schouwenbank in 1890 en 1891 gevolgd door Haaks en Maas.
Al de lichtschepen die vanaf 1880 in dienst kwamen werden genummerd en konden van positie en naam worden veranderd.
1 werd in 1881 op de Rijkswerf Amsterdam gebouwd en was van hout het werd in 1935 gesloopt.
2 werd in 1881 op de Rijkswerf Amsterdam gebouwd en was van hout het werd in 1935 gesloopt.
3 werd in 1883 gebouwd op de Rijkswerf Amsterdam en in 1935 opgelegd.
4 werd in 1891 gebouwd op de Rijkswerf Amsterdam.
5 werd in 1892 gebouwd op de werf de Nachtegaal Amsterdam diende als  reserve schip, vanaf 1930: Schouwenbank na de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland teruggekeerd.
6 werd in 1901 gebouwd werf Ceuvel staal met houten  en zinkbekleding in 1941 naar Kiel gesleept.
7 werd in 1909 gebouwd bij Wilton Feijenoord Rotterdam, was het eerste stalen schip, deed van 1910 tot 1965 dienst was in de oorlog walschip in Kiel.
8 werd in 1922  gebouwd bij Schuyt Papendrecht was het enige schip dat op eigen kracht kon varen.
9 werd in 1933  gebouwd bij Rijkswerf Willemsoord als Terschellingerbank door de Duitsers als luchtafweerplatform gebruikt en door Engelse vliegtuigen tot zinken gebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog werden er nog drie schepen gebouwd de no' s 10, 11 en 12.
10 en 11 beiden gebouwd op de Rijkswerf Willemsoord, werden in 1952 resp. 1953 uitgelegd.
12 werd in 1962 bij de Waal in Zaltbommel gebouwd en was in 1963 klaar.
De bemanning (11 man) bestond uit: gezagvoerder, stuurman, hoofdmachinist, drie machinisten, 3 matrozen/ lichtwachters, kok, en scheepsjongen. Tot de taken behoorden: continue uitkijk, waarnemingen t.b.v. het KNMI. De bemanning werd 1 maal per maand afgelost later werd dit 1 maal per twee weken, tijdens de aflossing door meestal een betonningsvaartuig werden de  voorraden aangevuld.
Goeree werd in 1971 binnengehaald omdat het lichtplatform Goeree in gebruik genomen werd, in 1975 onderging Terschellingerbank het zelfde lot.
De schepen 10, 11 en 12 werden tussen 1976 en 1983 geautomatiseerd en werden afwisselend op de positie Noord-Hinder en Texel uitgelegd. De Texel no.11 sloeg tijdens de storm van 1991 los en strandde bij Petten en werd gesloopt, het schip werd vervangen door no.10, in 1992 werd dit schip binnengehaald en vervangen door een grote boei, op 21 maart 1994 werd het laatste lichtschip no.12 op positie Noord-Hinder binnengehaald en vervangen door een boei.
Twee lichtschepen zijn bewaard gebleven als museumschip de "Texel" in den Helder, en de "Noord-Hinder" in Hellevoetsluis.




vrijdag 19 februari 2016

Vuurtorens in Nederland 20 Texel.

Vuurtoren Texel in de avond.



Het meest opvallende baken van Texel is de rode vuurtoren van Eierland op de noordkant van het eiland.
Texel heeft een rijke maritieme historie, de rede van Texel, een ondiep gedeelte van de Waddenzee langs de zuid-oost kust van Eierland, schepen die vanaf de Zuiderzeeplaatsen en Amsterdam vertrokken gingen voor de rede van Texel voor anker om bij gunstige wind uit te  varen.
Vanuit Texel werden de schepen bevoorraad met proviand en water tevens werden er bemanningen ingescheept. Ook lag de rede met V.O.C. en W.I.C. schepen, walvisvaarders en oorlogsschepen, loodsen voeren af en aan.
Bij Oudeschild verscheen in 1574 het fort de Schans met het doel de vaarroute door het Marsdiep te beschermen tegen de Spanjaarden.
Vanuit den Hoorn kon men vanaf de duinen speuren naar schepen die waarschijnlijk een loods nodig hadden waarna een strijd tussen de loodsen ontbrandde, wie het eerst bij het schip was had de klandizie. Door de teloorgang van de V.O.C. en de W.I.C. en de Walvisvaart en de aanleg van het Noordzeekanaal daalde de welvaart op Texel drastisch pas de opkomst van het toerisme zou daar verandering in brengen.
De locatie van de vuurtoren is op het voormalige Eierland, een klein eilandje dat zijn naam te danken heeft aan de vele meeuweneieren die hier werden gevonden, in 1630 werd Eierland met een dijk aan Texel verbonden waarna het 1835 in werd ingepolderd.
Pas in 1852 werd gesproken over de bouw van een vuurtoren, de afstand tussen de torens van Vlieland en den Helder was te groot, ondanks de tegenstand van de Texelse jutters (tussen 1848-1860
waren 72 schepen vergaan) kwam de vuurtoren er.
Quirinus Harder maakte het ontwerp en legde op 25 juli 1863 de eerste steen, op 1 november van dat jaar werd het licht ontstoken. De lamp brandde op petroleum, tussen 1911 en 1927 Pharoline, daarna kwam er elektrisch licht.
In 1953 was bijna het hele duingebied ten Noorden van de vuurtoren verdwenen, besloten werd rondom de toren een asfalt laag aan te brengen.
Op het eind van de Tweede Wereldoorlog kreeg de toren het zwaar te verduren. Door beschietingen tussen opstandige Georgiërs en de Duitsers werd de toren zwaar gehavend.
In 1948 werd de toren hersteld en werd een mantel om de oude toren gemetseld, de bovenbouw (hoogte toren: 53,2 meter inclusief 20 meter duin) werd van een nieuw lichthuis (lamp heeft een zicht van 53 kilometer) voorzien, tussen beide wanden is een open ruimte waar je kunt lopen. Per 1 januari 2006 is de toren geheel geautomatiseerd, in 2009 werd de toren aan een Stichting overgedragen die de toren openstelt voor het publiek.




maandag 2 november 2015

Walvisvaart in Nederland.

't Walvisvaarders huisje den Hoorn

Op Texel werd enkele jaren geleden een klein museum geopend:'t Walvisvaarders huisje in den Hoorn, Klaas Daalder kocht deze woning in 1729 aan en woonde er met zijn vrouw en kinderen, het interieur is tot en met vandaag de dag vrijwel onveranderd gebleven.
Klaas Daalder was Commandeur op de walvisvaart en had al sinds zijn 10e jaar als matroos gevaren, in het begin bij de V.O.C. 
In die tijd leefden heel wat families op de Waddeneilanden en ook in Zeeland van de walvisvaart,
het jagen op walvissen zou je in die tijd booming business kunnen noemen.
Het waren de Nederlanders op zoek naar een alternatieve noordelijke route die berichtten over de walvissen die ze er zagen.
Omdat de bevolking in die tijd explosief groeide was er een tekort aan plantaardige producten, men wist intussen dat walvissen een dikke speklaag hadden dit spek was de oplossing voor het tekort.
In Nederland werd de Noordsche Compagnie opgericht die tussen 1614 en 1642 het alleen recht kreeg op het jagen van walvissen.
Bij Spitsbergen bij het eiland Amsterdam en Jan Mayen werd een nederzetting Smeerenburg gevestigd waar Groenlandse walvissen tot traan werden verwerkt.
Na 1642 gingen anderen meedoen en werd de Groenlandse walvis bijna uitgemoord, men ging uitwijken naar andere gebieden zoals tussen Canada en Groenland wat commercieel geen succes bleek na 1873 hield men in Nederland de walvisvaart voor gezien.
De schaarste in oliën en vetten kort na de Tweede Wereldoorlog zorgde er voor dat de Nederlandse
Maatschappij voor de Walvisvaart werd opgericht.
Er werd een walvisfabriek schip (Willem Barentsz)en enkele vangschepen aangekocht en men trok naar de wateren rond Antarctica waar  tijdens de walvisjacht de verwerking van de walvissen op het fabrieksschip plaats vond.
Op deze manier werden tussen 1946 en 1964, 18 expedities in de wateren rond Antarctica uitgevoerd.
De landen die meededen aan de walvisvaart hadden in 1946 de Internationale Walvisvaart Commissie opgericht en werd afgesproken hoeveel walvissen er per land gevangen mochten worden.
Op het moment dat Nederland de nieuwe Willem Bartensz II in gebruik nam besloot het I.W.C.
dat Nederland de vangst moest beperken, Nederland verliet boos het I.W.C.
In 1964 werd de nieuwe Willem Barentsz II aan Japan verkocht, het definitieve einde van de Nederlandse walvisvaart.
En zo kon het gebeuren dat dertig jaar later actievoerende schepen van Greenpeace zoals de Sirius
vanuit Nederland opereerden om bij Antarctica actie te gaan voeren tegen de Walvisvaart. 


Willem Barentsz


vrijdag 23 oktober 2015

Texel 600 jaar stad.

de Slufter Texel


Het eiland Texel is behalve Waddeneiland ook een stad, het kreeg op 26 maart 1415 stadsrechten verleend door graaf Willem IV van Holland.
De eerste menselijke sporen op Texel dateren uit 8.000-4.500 v.Chr.
Texel werd in in de 13e eeuw onderworpen door graaf Floris V van Holland.
Texel heeft altijd een vijand gehad, de zee, de zee die Texel  eigenlijk ook beschermde tegen invloeden van buitenaf, Texel een stad met de zee als stadsmuren.

Tot 1170 was Texel met het vasteland verbonden, de Allerheiligenvloed in dat jaar maakte hier een eind aan Texel werd eiland.
Texel zoals wij het nu kennen bestond uit twee eilanden Texel en Eyerlandt, in 1630 werd een zanddijk aangelegd tussen de twee eilanden, pas in 1836 werd het tussengebied verder ingepolderd.
Werkgelegenheid is er altijd voldoende geweest, loodsen voor het scheepvaart verkeer, de VOC en de admiraliteiten van Amsterdam en het Noorder Kwartier gebruikten de rede van Texel om hun schepen van proviand te voorzien, ook de walvisvaart voorzag in veel werkgelegenheid.
Tegenwoordig zorgen landbouw, visserij en toerisme voor de werkgelegenheid.
De grootste bron van inkomsten is het toerisme, dankzij natuurgebieden zoals o.a. de Slufter, de Schorren en het Nationaal Park de Duinen van Texel, het Noordzee strand en de Waddenzee en niet te vergeten de watersport.
Ook trekt het eiland veel vogelliefhebbers, er broeden in het voorjaar ongeveer 80 verschillende soorten vogels, in totaal zijn zo'n 300 soorten op Texel waargenomen.
Een van de zwartste pagina's uit de geschiedenis van Texel zijn de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en dan met name de opstand van een Georgisch bataljon op 5 april 1945, tijdens de gevechten die volgden zijn 565 Georgiërs, 120 Texelaars en ongeveer 800 Duitsers omgekomen.

Het Texel van nu heeft een land oppervlakte van 170 km², de gemiddelde lengte is 20 kilometer en de gemiddelde breedte is 8 kilometer, de oppervlakte inclusief binnen en buiten wateren is
585,96 km², daarmee is Texel de grootste stad van Nederland.
Texel heeft als doelstelling om in 2020 een energie neutraal eiland te zijn.





maandag 19 oktober 2015

TESO Texels eigen.




dokter Wagemaker



Als men naar Texel gaat en men komt van den Helder moet men de veerboot nemen.                       De veerdienst van en naar Texel onderscheidt zich van andere veerdiensten elders.
De Koninklijke N.V. TESO Texels eigen Stoomboot Onderneming, dat "eigen" zegt eigenlijk veel.
De TESO is in 1907 ontstaan uit een vereniging die werd opgericht uit ontevredenheid over de toen bestaande oeververbinding nl. de Vereniging Nieuwe Texelsche Stoombootdienst.
De Alkmaarse rederij Alkmaar Packet onderhield in die tijd de verbinding maar over de kwaliteit en de prijs waren de eilanders niet te spreken.
In 1908 werd de vereniging omgezet in de N.V. TESO en dit alles op initiatief van een huisarts uit Texel, A. Wagemaker.
Twee weken later maakte de door de TESO gehuurde boot de "baron Rengers" de eerste oversteek.
Het startkapitaal bedroeg Hfl. 75.000 en werd door de eilandbewoners bijeen gebracht, de 3.650 aandelen zijn eigendom van zo'n 3.100 Texelaren.
Sinds de oprichting zijn er nooit nieuwe aandelen uitgegeven, dit om de aandelen in Texel te houden, er wordt geen dividend uitgekeerd, de aandeelhouders kunnen een aantal gratis overtochten per jaar maken.
De TESO onderhield tussen 1950-1960 kortstondig de veerdienst tussen Vlieland en Harlingen, ook het busvervoer op Texel is in handen van de TESO geweest.
Vroeger was Oudeschild de veerhaven op Texel, in 1962 werd 't Horntje als nieuwe veerhaven op   Texel geopend.
Het massatoerisme zorgde er voor dat het wegennet op Texel werd aangepast aan de toename van
auto's vanaf het vasteland.
In de tachtiger jaren werd de eerste dubbeldeks veerboten aangeschaft.
Sinds de aanschaf van de SS Dageraad de eerste door de TESO aangeschafte veerboot, werden er tot nu nog eens 15 veerboten aangeschaft als laatste de Texelstroom die op dit moment in Spanje wordt afgebouwd en vanaf 2016 de veerdienst zal gaan verzorgen.
Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan werd de TESO in 2007 het predicaat Koninklijk verleend.
Momenteel verricht de gemeente den Helder een studie om de aanlanding te verplaatsen naar elders, dit om vooral in de zomer file's door de stad naar de veerhaven te verleggen.



maandag 28 september 2015

TESO: de Texelstroom komt eraan!

TESO "Texelstroom"

De Koninklijke N.V. Texels Eigen Stoomboot Onderneming TESO onderhoud sinds 1907 de veerdienst tussen den Helder en Texel.
TESO vaart momenteel met twee dubbeldek schepen de Schulpengat en de dokter Wagemaker,
de Texelstroom zal de Schulpengat gaan vervangen
De Texelstroom die in 2016 in de vaart zal gaan komen is het tweede schip met die naam, de eerste Texelstroom onderhield tussen 1966 en 1991 de veerdienst.
Op 31 juli j.l. werd de nieuwe Texelstroom op de werf  La Naval in Bilbao Spanje te water gelaten.
De Texelstroom zal naar verwachting tot 2030 in dienst blijven waarna het nog 10 jaar als reserve boot zal blijven functioneren.
Het ontwerp van de nieuwe veerboot is een samenwerking tussen ingenieurs bureau V-Job Naval architects en Vripack.

De veerboot wordt gebouwd om gedurende de komende 25 jaar aan de vervoerscapaciteit te voldoen,
de vergroting van het schip zal voor minder wachttijd zorgen.
De veerboot kan 1.750 passagiers en 350 voertuigen vervoeren.
Naast capaciteit vergroting is verduurzaming een hot item, mede gezien het streven om Texel rond 2020 geheel Co 2 neutraal te maken.
Brandstofbesparing, duurzaam opwekken van energie aan boord en vermindering van uitlaatgassen
passen binnen dit streven.
De Texelstroom gaat naast diesel olie gedeeltelijk op Compressed Natural Gas (aardgas onder druk)) varen, de pieken in de energie vraag worden opgevangen door een batterijen pakket waartoe op het bovenste dek zonnepanelen zullen worden geïnstalleerd, ook zal er warmte uit het koelwater worden teruggewonnen.
Ook zal er op water worden bespaart door hergebruik van drinkwater voor het spoelen van toiletten.
Bij het samenstellen van kleuren en vormgeving heeft men zich laten inspireren door de natuur op het eiland Texel.
De passagiersruimten zijn door het vele gebruik van glas heel transparant geworden.

De lengte van de veerboot bedraagt 135 meter en breedte 28 meter.