maandag 25 januari 2016

Het Loodswezen.

loodsbotter Texelstroom 1906.


Loodswerk werd in het verre verleden verricht door ter plaatse zeer goed bekende lokale vissers, die zich bij de zeeschepen aanboden om de kapitein te assisteren bij het binnenvaren van havens en moeilijk begaanbare (binnen)wateren.
Zij hadden hiervoor een snel schip nodig waar de vissersboot uitstekend aan voldeed op deze manier verdiende de visser er wat aan geld bij.
In de Franse Tijd kwam de verantwoordelijkheid voor het loodswezen geheel bij het departement van Marine te liggen.
Loodswezen en vaarwegmarkering vielen onder een bestuur opgesplitst in een Noordelijk en Zuidelijk departement in 1830 samengevoegd tot een afdeling onder een Inspecteur Generaal, wat overigens in Groot Brittannië al sinds Hendrik VIII (1514) met de oprichting van Trinity House was bereikt.
In de eerste helft van de 19 eeuw waren er in Nederland voor het loodsen van zeeschepen twee soorten loodsen: staatsloodsen en loodsen die lid waren van particuliere loodsen verenigingen, in de praktijk een onwerkbare situatie.
Alleen op de binnenwateren waren particuliere loodsen werkzaam, veelal oud schippers die bekend waren met het plaatselijke vaarwater.
In 1859 werd de Loodsenwet van kracht en ontstond een nieuwe organisatievorm een Rijksloodswezen waarin Staats en particuliere loodsen werden samengevoegd, het kwam te resulteren onder het ministerie van Marine later Defensie en werd op den duur een sluitpost van de begroting wat weer resulteerde in zuinigheid en gebrek aan inzicht.
In 1958 gingen de loodsen zich organiseren, in 1982 werd een rapport uitgebracht waarin werd voorgesteld dat privatiseren een goede optie zou zijn en wat in 1988 dan ook geschiedde.



vrijdag 22 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (18) Brandaris Terschelling.

Vuurtoren Brandaris Terschelling


Wie op weg is naar Terschelling of Vlieland ziet vanaf de verte de Brandaris op doemen als een 55,5 meter hoge reus toornt hij boven West Terschelling uit.
De Brandaris is de bekendste en ook nog oudste brandende vuurtoren van Nederland.
De geschiedenis van de huidige Brandaris gaat terug naar de 14e eeuw en heeft twee voorgangers gekend.
Terschelling ligt strategisch gelegen aan de monding van het Vlie heel lang een van de belangrijkste waterwegen in Nederland.
Een goede bebakening was voor de Hansestad Kampen van groot belang gezien de positie van de stad in het scheepvaart verkeer naar de Oostzeelanden.
Kampen en Terschelling sloten in 1323 een overeenkomst over het oprichten van een baken op het west einde van het eiland.
Het baken was opgetrokken uit kloostermoppen en hout op het baken werden vuren gestookt.
Het nabijgelegen dorp Sinte Brandasius (het huidige West Terschelling) gaf zijn naam aan de toren.
De eerste Brandaris was een eind landinwaarts gebouwd maar door kustafslag kwam de zee steeds dichterbij, in maart 1593 verdween de toren in de golven.
Men was toen al gevorderd met de bouw van een nieuwe toren maar door constructiefouten en haast stortte de tweede Brandaris in hierbij kwamen zes mensen om.
In 1594 werd met de bouw van de huidige Brandaris begonnen, er werd gebruik gemaakt van de fundering van de vorige vuurtoren aannemer werd Pieter Albertsz. Clock uit Medemblik.
De toren die werd opgeleverd zo blijkt na 400 jaar is van goede kwaliteit.
De lantaarn op de toren bleek niet genoeg lichtsterkte te hebben, er werd toen voorgesteld op de toren een vuur te branden wat niet gebeurde, in de de nabij gelegen duinen ("Kooltjesduin") werd rond 1620 een vuurboet aangelegd enige tijd later wat verderop nog een.
Pas in 1835 werden beide afgebroken toen de Brandaris een beter licht kreeg,op de bovenste verdieping werden tevens lichtwachters en officiersverblijven gebouwd (met ijzeren vloeren).
In 1835 werd een lantaarn en lichttoestel geplaatst, het draailicht werd in september van dat jaar ontstoken, het draailicht was nieuw in Nederland en gaf veel problemen.
In 1864 werd een nieuw lichthuis geplaatst, het oude verhuisde naar de toren van Texel.
In 1906 werd de Brandaris van elektriciteit voorzien door generatoren die in een machinehuis aan de Noordzijde van de toren werden geplaatst.
De eerste door Philips ontworpen gloeilamp voor vuurtorens werd op 13 juli 1920 in gebruik genomen. De Brandaris werd in 1965 Rijksmonument. In 1979 werd de vuurtoren grondig gerestaureerd op de top van de toren werd een groter uitkijk lokaal gebouwd ook werd er een elektrische personeelslift geplaatst en kwam er een radar installatie.
Het huidige licht heeft een reikwijdte van 54 kilometer. De Brandaris is 24 uur per dag bemand, 
en is sinds 1989 door het ministerie van Verkeer en Waterstaat benoemd tot "meldpunt Waddenzee".
De eerste verdieping, bereikbaar via een stenen wenteltrap, is aangegeven als locatie voor het voltrekken van huwelijken.

woensdag 20 januari 2016

18 januari 1677, sterfdag Jan van Riebeeck.

Jan van Riebeeck.



Johan Anthonisz van Riebeeck werd op 21 april 1619 in Culemborg als zoon van een chirurgijn geboren. Als leerling chirurgijn is hij in dienst van de W.I.C. en de Noordsche Compagnie en is in Brazilië en Groenland geweest.
Op 20 jarige leeftijd treedt hij als onder chirurgijn in dienst van de V.O.C. die hem uitzend naar Batavia het huidige Jakarta.
Vanuit Batavia wordt hij uitgezonden naar onder  meer Atjeh, Taiwan, Japan en Vietnam, in Vietnam maakt hij zich schuldig aan het voeren van "privé handel".
In 1648 is hij terug in Amsterdam en is er werkzaam als koopman, op 24 december 1651 vertrekt hij vanaf Texel samen met zijn vrouw en zoon naar Zuid Afrika.
De V.O.C. heeft hem naar Kaap de Goede Hoop gezonden om daar een verversingsstation in te richten( al eerder waren in 1488 de Portugezen onder Bartolomeus Diaz daar geweest).
Op 6 april 1652 land van Riebeeck aan boord van de Dromedaris in de Tafelbaai, dezelfde baai waar Robbeneiland ligt (drie eeuwen later zit Nelson Mandela hier 27 jaren gevangen).
van Riebeeck sticht het Fort Duijnhoop, de eerste Nederlandse nederzetting aan de Kaap de Goede Hoop.  De compagnie tuinen worden aangelegd om er fruit en groente te verbouwen.
In het jaar van van Riebeeck's aankomst verrijst het fort Goede Hoop als woning-voorziening voor de V.O.C.-ers. Het "kasteel Goede Hoop" vervangt het fort in latere jaren ( nu museum).
Tot 1662 blijft van Riebeeck leider van de Kaapse kolonie, hij ontwikkeld banden met de "Hottentotten" de Khoi Khoi bevolking, er vindt ruilhandel plaats, deze handelsbetrekkingen blijven eeuwen lang bestaan.
van Riebeeck verlaat Kaapstad om gouverneur van Malakka te worden later keert hij in oktober 1665 terug naar Batavia waar hij secretaris van de Hoge regering van Indië (raad van Indië)wordt tot aan zijn dood, hij sterft op 18 januari 1677 in Batavia.
Lokale Afrikaners beschouwen van Riebeeck als de oprichter van hun land, Kaapstad bleef tot 1795 Nederlands waarna het tot 1803 Brits werd, tussen 1803 en 1806 werd het opnieuw Nederlands waarna het gedaan was met de Nederlandse aanwezigheid rond Kaapstad.
In Culemborg is het museum Jan van Riebeeck huis gevestigd.

Abraham van Riebeeck werd in Kaap de Goede Hoop geboren als zoon van Jan van Riebeeck, in 1709 wordt hij Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië.






maandag 18 januari 2016

Hudson's Bay Company overname kandidaat Vroom & Dreesmann ?





Koninklijke oprichtingsakte 1670













Door een mogelijke overname van de winkelketen Vroom & Dreesmann door de Canadese Hudson's Bay Company werd mijn aandacht getrokken naar dit Canadese bedrijf.

"The Govenor and company of adventurers of England trading into Hudson's Bay", is het oudste bedrijf van Canada en het op een na oudste van Noord-Amerika.
Het bedrijf domineerde vanuit zijn York factory aan de Hudson baai  de pelshandel waarbij het net als de Nederlandse V.O.C. en W.I.C. als overheid optrad.
Het was op enig moment de grootste landeigenaar van de wereld (15% van de landoppervlakte van Noord Amerika).
De Hudson's Bay Company onderhield banden met de indianen en had een netwerk van handelsposten in West Canada en ook in de Verenigde Staten.
Aan het einde van de 19e eeuw werd het land overgedragen aan het Dominion of Canada, het gebied dat later in Canada bekend zou worden als de North-West Territories.
De Fransen bezaten in de 17e eeuw het monopolie op de bonthandel in Canada, het waren twee Fransen Radisson en Groseilliers die de fundatie legden voor de Hudson's Bay Company.
Voor hun expedities ging men op zoek naar financiers, via Boston kwam men in Londen terecht en kregen daar de hulp van de neef van koning Charles II prins Rupert, er werd een expeditie uitgerust men trok naar James Bay waar in 1668 het eerste fort werd gevestigd.
Men verkreeg een gebied dat alle rivieren en stromen die op de Hudson Bay uitkwamen bevatte,
het gebied werd Ruperts land genoemd, tijdens de oorlog met Frankrijk tussen 1668 en 1713 probeerde Frankrijk aanspraak te maken op het gebied, waar het bij het verdrag van Utrecht vanaf zag.  De Hudson's Bay Company heeft in haar bestaan een eigen wapen en vlag gehad, het gaf eigen geld uit en heeft tot op vandaag de dag een gouverneur aan het hoofd.
Pas in 1970 werd de hoofdzetel van Londen naar Toronto verplaatst.
Na de verkoop van de gronden ging de Hudson's Bay Company zich toe leggen op de exploitatie van warenhuizen en de winning van olie en gas.
In de tweede helft van de 20ste eeuw werden meer winkelketens toegevoegd aan de Hudson's Bay Company, huidige eigenaar is het investeringsbedrijf NRDC Equity Partners.
Laatste aankopen zijn het Duitse Kaufhof en het Belgische Metro, wellicht dat Vroom & Dreesmann hier aan kan worden toegevoegd?






vrijdag 15 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (17) Ameland.

vuurtoren Ameland



Ameland was in de late middeleeuwen groter dan dat het nu is.
De Middelzee bestond nog, Leeuwarden was een kustplaats met een zeehaven.
Op West Ameland aan de monding van de Middelzee bevond zich het dorp Sier dat in die tijd een vuurbaken had (Sier verdween later onder het duinzand).
In de 13e eeuw verzandde de Middelzee, de monding hiervan is bekend als het Borndiep.
Eeuwenlang bestond de bebakening uit kapen, de eerste dateert uit omstreeks 1300.
Ameland was heel lang een "vrijheerschap" tot 1681 werd Ameland door de familie Cammingha bestuurd in 1704 kocht J.W. Friso erfstadhouder van Friesland het eiland, in 1801 werd een eind gemaakt aan de status "vrijheerlijkheid", de titel echter wordt nog steeds door de Oranjes gebruikt.
Tot 1828 diende de Cammingha state in de omgeving van Ballum als baken voor de scheepvaart, het slot werd in 1828 afgebroken in plaats hiervan verscheen op deze plaats een houten kaap.  
Het Borndiep ten westen van Ameland is verraderlijk water, in 1876 werd ten noord westen een klein vuur geplaatst, 11/2 km ten zuiden van dit vuur werd t.b.v. de vissers een achtkantig lichthuis op een ijzeren geraamte geplaatst, het licht bleek te zwak.
In opdracht van Koning Willem III werd in 1880-1881 een gietijzeren toren geplaatst door de architect Q. Harder.
De fundering bestond uit granieten platen en kleine metselstenen.
De toren waarvan het licht op 55 meter hoog staat heeft 14 verdiepingen en telt 236 treden, naast de toren verschenen drie lichtwachters woningen.
Op 10 mei 1881 werd het licht voor het eerst ontstoken.
In 1923 werd de toren geëlektrificeerd en voorzie van een 80 watt Brandarislamp.
In 1940 werd de optiek op last van de Marine vernietigd, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren door de Duitsers als uitkijkpost gebruikt.
Na de oorlog kreeg de toren tot 1952 een hulplicht na 1952 vervangen door de optiek van de betonnen vuurtoren van Ouddorp die op het eind van de oorlog door de Duitsers was opgeblazen.
In 1982 werd de vuurtoren Rijksmonument.
Op 1 januari 2005 werd de laatste vuurtorenwachter vervangen door een infraroodcamera.
Rijkswaterstaat verkocht in 2004 de toren aan de gemeente Ameland die het beheer in handen gaf van de Stichting Amelander Musea.
De rood witte toren ook wel de vuurtoren Bornrif genaamd is op woensdag, zaterdag en zondag middag opengesteld voor het publiek. 

woensdag 13 januari 2016

Gevlogen boven Nederland de Canadair NF-5.

Canadair NF-5A 

De Canadair NF-5A is een lichte jachtbommenwerper ontworpen en in eerste instantie gebouwd door Northrop in de Verenigde Staten en werd door het Canadese Canadair in licentie gebouwd.
De F-5A was ontwikkeld als een goedkoop export vliegtuig dat weinig onderhoud nodig had, wendbaar was en over goede vliegeigenschappen beschikte.
De eerste vlucht vond plaats op 30 juli 1959. Een tweezits versie werd ontwikkeld als opvolger van de T-33 T-bird. De toestellen die bij Canadair werden gebouwd hadden t.o.v. de Amerikaanse toestellen verbeterde motoren en meer vermogen.

Nederland kocht ter vervanging van de resterende Thunderstreaks (de eerste Thunderstreaks waren door de Starfighter vervangen) 75 NF-5A's en 30 NF-5B's trainers bij Canadair.
De toestellen werden met behulp van operatie "Highflight" vanuit Canada via Groenland , IJsland en Schotland per 4 of 6 stuks overgevlogen (afstand 5.500 km). De eerste toestellen landden op 9 november 1969 op de vliegbasis Twente.
De toestellen werden ingedeeld bij het 313 & 315 squadron op Twente het 314 squadron op Eindhoven en 316 squadron op Gilze-Rijen.
De toestellen waren eerst gecamoufleerd en in een later stadium grijs gespoten.
Een aantal toestellen is tijdelijk uitgerust geweest met sidewinders als onderscheppingsjager.
De laatste Canadair NF-5A's werden in 1991 uitgefaseerd.  
De meeste toestellen werden aan Turkije verkocht, enkele aan Griekenland en Venezuela.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg beschikt van iedere versie over een exemplaar in haar collectie.

maandag 11 januari 2016

de Holland America Lijn in Rotterdam.

S.S. Rotterdam Holland Amerika Lijn


De Holland-America Lijn is een van oorsprong Nederlandse maatschappij die een scheepvaart verbinding onderhield tussen Rotterdam en de Verenigde Staten.
In 1989 werd het bedrijf overgenomen door Carnival Corporation plc. de grootste cruisevaart onderneming ter wereld, met het kapitaal dat vrij kwam, 1,2 miljard gulden, werd op Curaçao een beleggingsmaatschappij opgericht HAL Investments.

De in 1871 opgerichte NV Plate, Reuchlin & Co, oprichters: Antoine Plate en Otto Reuchlin, werd in 1873 omgezet in de Nederlands-Amerikaansche Stoomvaartmaatschappij, in 1896 werd "Holland-America Lijn" aan de naam van de NV toegevoegd in 1973 ingekort tot Holland Amerika Lijn NV.
De belangrijkste activiteit was de trans-Atlantisch verbinding tussen Rotterdam en New York, tussen de jaren 1873 en 1978 werden veelal immigranten naar New York vervoert, terwijl de lijn ook werd gebruikt door zakenmensen, reizigers op familiebezoek en toeristen.
De maatschappij beheerde ook vrachtlijnen maar die waren minder belangrijk.
De luchtvaart met steeds grotere, snellere en goedkopere vliegtuigen zorgden ervoor dat de lijndienst steeds minder passagiers ging vervoeren en men zich met de cruisevaart ging bezig houden.
Meer dan 100 schepen hebben voor de HAL gevaren, de meeste scheepsnamen eindigden met dam of dijk.  Een aantal HAL schepen werden in de Tweede Wereldoorlog ingezet als troepentransportschip en na de oorlog weer omgebouwd zoals de SS Nieuw Amsterdam, Noordam en Zaandam ( in 1942 getorpedeerd).
Net na de tweede Wereldoorlog waren de Groote Beer en de Waterman door de Rijksoverheid aangekocht en in beheer van de HAL gegeven, de schepen dienden als troepen transportschip van en naar Nederlands Indië en Nederlands Nieuw Guinea.

Op 8 november 1971 verliet de Nieuw Amsterdam Rotterdam voor de allerlaatste oversteek naar New York. Het passagiersbedrijf was dat jaar al van Rotterdam overgeplaatst naar New York, in 1975 werden de vrachtschepen verkocht.
Na de overname verhuisde het bedrijf van New York naar Stamford en vandaar naar Seattle en daarna na Miami.
Vandaag de dag vaart men nog steeds met overwegend Nederlandse officieren, varen de schepen onder Nederlandse vlag en staat in Rotterdam het vlootkantoor, in 2007 werd na 37 jaar van afwezigheid ook het Europese hoofdkantoor in Rotterdam gevestigd. ook het logo van de HAL is nog steeds als vroeger, de huidige vloot bestaat 15 schepen met allemaal Nederlandse namen eindigend op dam.

De Rotterdam V gebouwd op de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is met 35.000 brt. het grootste en laatste in Nederland gebouwde en voor een Nederlandse maatschappij (HAL) varend passagiersschip. De eerste 10 jaar voer het op de lijn Rotterdam - New York daarna voer het op de cruisevaart en ligt nu aan het Derde Katendrechtse Hoofd aan de Maashaven in Rotterdam.
De Stichting Woonbron liet van het schip een drijvend multifunctioneel centrum maken  en leed hierbij zo veel verlies dat het schip moest worden verkocht, de nieuwe eigenaar is WestCord Hotels.