Posts tonen met het label Eindhoven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Eindhoven. Alle posts tonen

vrijdag 5 april 2019

DAF hofleverancier van leger voertuigen.

DAF M.39 pantserwagen 1939.

Van Doorne Aanhangwagen Fabriek later Automobiel Fabriek werd in 1932 in Eindhoven  opgericht door Hub van Doorn. Bekend werd DAF door het pientere pookje en de DAF personenauto's. In 1949 werd met de productie van de eerste vrachtwagens begonnen later gevolgd door autobussen.
Al voor het begin van de Tweede Wereldoorlog ging DAF zich bezig houden met de productie voor het Nederlandse leger in 1937 werden de eerste ontwerpen gemaakt voor een pantservoertuig wat resulteerde in de M.39 waar er in mei 1940 vier van gereed waren gekomen.
Na de Tweede Wereldoorlog reed het Nederlandse leger in tweedehands materiaal afkomstig uit voertuigen dumps van de geallieerden. Op 20 december 1951 ontving DAF een eerste order van defensie voor 175 miljoen, het betrof de bouw van 3.600 voertuigen waaronder 500 ambulances, het werd de DAF YA-126 de productie vond tussen 1954 en 1959 plaats. Al gauw kwamen er nieuwe orders: de YA-328/YC 328 bekend als "dikke DAF", de voorserie YF-318 bestond uit 300 voertuigen 90 brandstofwagens en 210 artillerie trekkers.  De hoofd serie betrof de YA-328 waarvan er 4.510 exemplaren werden gebouwd: 1.080 als artillerie trekker, 699 als vrachtauto met lier, en 2.731 vrachtauto's zonder lier en 18 crash tenders.
De type aanduidingen waren als volgt: Y=militair voertuig, A=algemeen, C=crash tender,                3= laadvermogen in tonnen, 1 of 2= 1e of 2e serie, 8= het aantal draaiende wielen.
Het ontbrak in alle voertuigen aan stuurbekrachtiging er kon alleen worden geschakeld en teruggeschakeld d.m.v. "double clutching" in combinatie met tussengas.
Op 24 mei 1955 kwamen er weer orders binnen van defensie de YA-314/324 werd besteld er werden er uiteindelijk 4.406 gebouwd versies voor: algemene dienst met huif, mobiele werkplaats, bureauwagen, verbindingsdienstwagen, tankauto en kiepauto. Later volgde een versie met meer trekkracht de YA-616 en YB-616: 1.270 stuks uitgerust als artillerie trekker, trekker voor oplegger, tankauto, kipper en bergingsvoertuig.
Ruim 25 jaar na de M.39 kwam DAF opnieuw op de markt nu met de YP-408 een pantserauto die tussen 1964 en 1989 in verschillende uitvoeringen dienst deed zoals voor gewondenvervoer, transport van manschappen en bewapende manschappen, de YP-408 werd zelfs uitgezonden naar Libanon. Eind jaren 70 werden series nieuwe voertuigen besteld zoals de YA-4440: 7.255 stuks, de YA-4442 4 tonner: 5.125 stuks, ook meer gespecialiseerde voertuigen verschenen ten tonele zoals de YB2-3300 takelauto, YAC-2300 voor container vervoer, 650KN-400 KN trekker oplegger combinaties en de YBB 95-480 takelauto.
In 1975 werd de personenauto tak van DAF verkocht aan Volvo, de DAF vrachtautodivisie nam in 1987 British Leyland over. DAF trucks werd in 1996 wegens faillissement  door Paccar overgenomen, de bestelwagendivisie werd zelfstandig voortgezet als LDV (Leyland-DAF Vehicles). DAF fabrieken zijn er in Eindhoven, Westerlo, Leyland en Ponta Grossa in Brazilië.

De DAF YA-328 "dikke DAF".

woensdag 13 januari 2016

Gevlogen boven Nederland de Canadair NF-5.

Canadair NF-5A 

De Canadair NF-5A is een lichte jachtbommenwerper ontworpen en in eerste instantie gebouwd door Northrop in de Verenigde Staten en werd door het Canadese Canadair in licentie gebouwd.
De F-5A was ontwikkeld als een goedkoop export vliegtuig dat weinig onderhoud nodig had, wendbaar was en over goede vliegeigenschappen beschikte.
De eerste vlucht vond plaats op 30 juli 1959. Een tweezits versie werd ontwikkeld als opvolger van de T-33 T-bird. De toestellen die bij Canadair werden gebouwd hadden t.o.v. de Amerikaanse toestellen verbeterde motoren en meer vermogen.

Nederland kocht ter vervanging van de resterende Thunderstreaks (de eerste Thunderstreaks waren door de Starfighter vervangen) 75 NF-5A's en 30 NF-5B's trainers bij Canadair.
De toestellen werden met behulp van operatie "Highflight" vanuit Canada via Groenland , IJsland en Schotland per 4 of 6 stuks overgevlogen (afstand 5.500 km). De eerste toestellen landden op 9 november 1969 op de vliegbasis Twente.
De toestellen werden ingedeeld bij het 313 & 315 squadron op Twente het 314 squadron op Eindhoven en 316 squadron op Gilze-Rijen.
De toestellen waren eerst gecamoufleerd en in een later stadium grijs gespoten.
Een aantal toestellen is tijdelijk uitgerust geweest met sidewinders als onderscheppingsjager.
De laatste Canadair NF-5A's werden in 1991 uitgefaseerd.  
De meeste toestellen werden aan Turkije verkocht, enkele aan Griekenland en Venezuela.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg beschikt van iedere versie over een exemplaar in haar collectie.

donderdag 3 december 2015

Gevlogen boven Nederland: Republic F-84F Thunderstreak

Republic Thunderstreak 314 sqdrn        (Scramble)


De Republic F-84F Thunderstreak was de opvolger van de F-84G Thunderjet, het toestel verschilde enorm het had een pijlvleugel en geen tiptanks meer, brandstoftanks werden onder de vleugel meegenomen, het prototype van de Thunderstreak vloog op 3 juni 1950.
Er werden in totaal 3.428 Thunderstreaks gebouwd waarvan men er 1.300 in bruikleen aan NAVO landen verstrekte.
Nederland kreeg onder het MDAP programma 167 Thunderstreaks in bruikleen.
De meeste Thunderstreaks arriveerden in de haven van Rotterdam, een deel moest in Kopenhagen worden opgehaald, bij Avio Diepen op Ypenburg werden de toestellen bedrijfsklaar gemaakt.
De eerste Streaks arriveerden op Volkel in december 1953.
Op 1 juli 1960 werden het 311 en 312 squadron z.g.n. "Strike" squadrons, dit hield in dat men een nucleaire taak kreeg toegewezen.
Op Volkel werden op de z.g.n. "Yankee Orange Area" atoombommen van het type B28 opgeslagen door de V.S., de bommen werden door USAF personeel beheerd en bewaakt.
Dagelijks stonden 4 Thunderstreaks op 15 minuten standby met een in plaats van twee 450 gallon tanks daarvoor in de plaats hing daar een niet op scherp gestelde B28 bom, tijdens het hoogte punt van de Cuba crisis stonden 12 Thunderstreaks op standby met op scherp afgestelde bommen.
Het 314 squadron op de vliegbasis Eindhoven maakte deel uit van het Allied Command Europe Mobile Forces en ging ieder jaar op oefening naar Noorwegen op de NAVO noordflank, waar het ten tijde van crisis heen zou worden gestuurd.
De Thunderstreak werd bij het 311 en 312 squadron in 1965 vervangen door de F-104G Starfighter
en bij het 314, 315 en 316 squadron door de NF-5A.
Op 7 januari 1971 ging de laatste Thunderstreak uit dienst.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Thunderstreak in haar collectie.





donderdag 26 november 2015

Gevlogen boven Nederland: Republic F-84E/G Thunderjet

Republic F-84E/G Thunderjet



De Thunderjet werd ontworpen door de hoofdontwerper van Republic Aviation, Alexander Kartveli, het moest de opvolger van de P-47 Thunderbolt worden.
De Thunderjet vloog voor het eerst in februari  1946 en had vanaf het begin allerlei problemen.
De F-84E maakte zijn eerste vlucht in mei 1949 de G versie kwam in 1951 in de lucht.
Nederland kreeg in het kader van het MDAP programma in 1951 de beschikking over 21 F-84E's en vanaf 1952 nog eens 166 F-84G Thunderjets.
De eerste Thunderjets werden op de vliegbasis Ypenburg officieel overgedragen aan de Koninklijke Luchtmacht, onder het toeziend oog van Generaal Eisenhouwer.
De F-84E Thunderjets kwamen in kratten in Rotterdam aan en moesten in elkaar worden gezet alvorens zij bij de squadrons 311 en 312 op de vliegbasis Volkel werden ingedeeld.
Vanaf 1952 werd de E versie omgeruild voor de G versie en werd ook het 313 squadron op Volkel en de squadrons 314, 315, 316 op de vliegbasis Eindhoven er mee uitgerust, het 306 squadron bleef met beide versies vliegen.
Vooral in het begin was er een gebrek aan alles: personeel, onderdelen, accu's en crash tenders.
Tijdens de periode dat de Thunderjet in dienst was van de Koninklijke Luchtmacht, gebeurden er tal van ernstige ongevallen, vaak met dodelijke afloop.
Op 5 juni 1952 vond tijdens een oefening op de Noordzee, een aanval van Thunderjets op een aantal schepen plaats waaronder Britse mijnenleggers, bij de derde schijnaanval boorde de DU-3 zich in een mijnenlegger waarbij de vlieger en alle 15 bemanningsleden van de mijnenlegger het leven lieten.
De Thunderjet had een kruissnelheid van 770 km per uur, de maximum snelheid was 960 km per uur,
het maximum vliegbereik was 3.200 km.
De toestellen vlogen in metallic met squadron kleur en een squadron code op de neus:
306 sqdrn rood TP, 311 sqdrn rood PP, 312 sqdrn blauw DU, 313 sqdrn TA/TR, 314 sqdrn rood 8T,
315 sqdrn blauw TB, en 316 sqdrn oranje TC.
Vanaf 1955 werden de Thunderjets ingeruild voor de Thunderstreak en wat betreft 306 squadron de Thunderflash.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Thunderjet in haar collectie.