vrijdag 24 maart 2017

Gevlogen in Nederland: Fokker S-11 Instructor.

Fokker S-11 Instructor "Fokker Four"

De Fokker S-11 Instructor is het tweede ontwerp van Fokker na de Tweede Wereldoorlog.
Het prototype van dit eenmotorig lesvliegtuig werd op 18 december 1947 door Fokker testpiloot Gerben Sonderman ingevlogen.
Kenmerkend voor deze laagdekker is de grote cockpit, waarin de instructeur en leerling naast elkaar zitten, als mede de geknikte poten van het landingsgestel.
Achter bovengenoemde zitplaatsen is ruimte voor een derde stoel, bagage of een extra brandstoftank.
De S-11 werd aan de luchtmachten van Nederland, Israël, Brazilië, Paraguay en Bolivia verkocht.
In Italie werden er 180 toestellen in licentie gebouwd als Macchi M.416 en in Brazilië 100 toestellen als T.21. De Fokker fabrieken produceerden er 100 stuks.

In Nederland werd de Fokker S-11 Instructor aangeschaft als opvolger van de Tiger Moth en wel voor de Elementaire Vlieg Opleiding van de Koninklijke Luchtmacht op de vliegbasis Woensdrecht  en
later op Gilze-Rijen.
In 1950 werden de eerste toestellen van de in totaal 39 stuks afgenomen.
De toestellen waren voorzien van de registraties E-1 t/m E-39 en waren in gele kleur met oranje day glow gespoten. De Marine Luchtvaart Dienst leende in eerste instantie negen S-11's.
Later werden deze toestellen definitief overgenomen  en voorzien van een M.L.D. nummering 174 t/m 179 en 197 t/m 199 de toestellen werden gestationeerd bij het VSQ 9 op het marine vliegkamp de Kooy. Op 3 september 1973 werden de laatste twaalf Luchtmacht toestellen uit dienst gesteld.
Sinds 1982 bestaat er in Nederland de Stichting "Fokker Four" dat met vier S-11 Instructors is uitgerust en demonstraties verzorgt in binnen en buitenland.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft  2 S-11's in haar collectie nl. de E-22 en E-24.



vrijdag 17 maart 2017

De schepper van de Kronkels: Simon Carmiggelt.

Simon Carmiggelt

Wie kent niet de "Kronkels" in het Parool, het voorlezen uit eigen werk voor de radio en later de televisie, droog met lichte humor en milde ironie. Simon Carmiggelt wiens werk op menige buitenlandse universiteit waar Nederlands wordt gedoceerd, gebruikt wordt.
Simon Carmiggelt werd op 7 november 1913 in den Haag geboren, op de lagere school viel hij al op door de opstellen die hij maakte, in 1926 werd hij naar de Handelsschool gestuurd in de 2e klas werd hij redacteur van het twee wekelijkse schoolblad, door dit schoolblad kwam hij niet aan zijn huiswerk toe, hij bleef zitten en werd van school gehaald, Simon wil vanaf dat moment journalist worden iets wat hij zijn verdere leven in bemerkte mate altijd een beetje is gebleven.
Hij begint als onbezoldigd medewerker bij "het vaderland", van daar naar assistent redacteur van de Verenigde Persbureaux, eind 1931 solliciteert hij bij de Haagse editie van het Volk,  de "Vooruit" en wordt aangenomen. Tussen 1935 en 1939 werkt hij als anti-Duits journalist op 9 maart 1936 verschijnt de eerste voorloper van de Kronkel het cursiefje "Kleinigheden". Tussen 1937 en 1938 onderneemt Simon Carmiggelt enkele reizen naar onder meer Belgrado, München en Praag en ondervind onderweg het Nationaal Socialisme.
Vlak voor de oorlog worden zijn "Kleinigheden" gebundeld en verschijnt zijn eerste boek:"50 Dwaasheden". In 1942 verschijnt een detective roman van zijn hand "Johan Justus Jacob" eind 1942 raakt hij betrokken bij het Parool een illegaal blad, in 1943 verhuist de familie Carmiggelt naar Amsterdam. Na de oorlog krijgt Simon Carmiggelt de leiding over de kunst rubriek, zijn eerste "Kronkel" verschijnt op 24 oktober 1946 er zullen er ruim 10.000 volgen!
De wat langere verhalen verschijnen in Vrij Nederland "Nutteloze notities" genaamd.
Tussen 1948 en 1956 verschijnen er drie verzenbundels onder de naam: "Karel Brallepoot".
De kroegenverhalen van Carmiggelt worden hem bijna noodlottig als hij in 1972 een drank probleem heeft.
Samen met Annie M.G. Schmidt verzorgt Carmiggelt jarenlang lezingen door Nederland, ook schrijft hij teksten voor documentaires van Bert Haanstra en teksten voor de cabaretiers Kan en Zonneveld.
Simon Carmiggelt leest wekelijks voor uit eigen werk voor de VARA radio en doet dit maandelijks voor de VARA televisie, de herkenningsmelodie "in a sentimental mood" blijft voor altijd met Carmiggelt verbonden.
Typering van mensen, dagelijkse werkelijkheid en zijn vermogen om met een enkele zin de atmosfeer van de omgeving te schetsen, beeldend woord gebruik (echt een journalist). met het voorlezen uit eigen werk komt de milde ironie en de mate van droogheid meer nog tot zijn recht.
Een aantal schrijvers zijn van invloed op de schrijfstijl van Carmiggelt geweest: Elsschot en Heijermans, Carmiggelt zag de gebeurtenissen van alledag met het oog van een journalist.
Als een Kronkel klaar was deponeerde hij het in een speciaal aangebracht busje onder de deurbel , waar de koerier van het Parool het kon ophalen.
Carmiggelt leed aan ouderdomsdiabetes en toen zijn vrouw alle aandacht vroeg vanwege haar toenemende blindheid verwaarloosde hij zijn diabetes wat hem noodlottig werd, hij stierf in Amsterdam op 30 november 1987.

Simon Carmiggelt ontving tal van literaire prijzen tijdens zijn leven: in 1953 een prijs van de Jan Campert Stichting, in 1961 de Constantijn Huygens prijs, in 1967 de 5 jaarlijkse prijs van de Amsterdamse Boekverkoper Vereniging en in 1974 de P.C. Hooft prijs gevolgd in 1975 door de Edo Bergsma ANWB prijs en de J.P. van Praag prijs.

In de Steeg staat een prachtig monument ter ere van deze schrijver Simon en zijn vrouw Tiny zittend op een bankje. In het Wetering plantsoen is een borstbeeld van de schrijver te vinden.








zaterdag 11 maart 2017

Molen 't Noorden op Texel.

Molen "het Noorden" Texel.


Wie vanaf Oosterend de weg langs de Waddenzeedijk volgt richting de Cocksdorp komt langs de dijk een molen tegen (een zgn. achtkantige bovenkruier). De molen "het Noorden" werd in 1878 gebouwd en bemaalde een polder van de zelfde naam groot 791 ha. De molen staat op de plek waar vroeger een inham was tussen de polder Eijerland en het aan de oostkant gelegen oude land van Texel ( met daarop de vuurtoren en het dorp de Cocksdorp).De inham werd toen afgesloten met een zeedijk met daarin een afwateringssluis die vandaag de dag nog zichtbaar is. De zeedijk kwam in 1876 gereed, het droog gelegen gebied was veel te vochtig, besloten werd tot bemaling. In het zuidwestelijk gedeelte van de nieuwe polder "het Noorden" werden twee kleine houten molentjes geplaatst, dit bleek volstrekt onvoldoende, er werd toen tot de bouw van de huidige molen besloten, waarvan op 12 augustus 1878 de eerste steen werd gelegd (kosten Hfl. 31.090). In 1913 werd naast de molen een hulpgemaal geplaatst dat werd aangedreven door een oliemotor. Het hulpgemaal nam de jaren daarna de taken van de molen over. De molen werd vanwege allerlei storingen in 1923 stilgezet. In 1928 werd besloten tot herstel en in december van dat jaar werd de molen weer in gebruik genomen. In 1949 raakte de molen weer defect en werd besloten het hulpgemaal van een sterkere motor te voorzien, de molen was niet meer nodig. Door tussenkomst van de vereniging "De Hollandsche Molen" werd de molen hersteld en kwam eind 1950 weer in gebruik. In 1965 kwam er definitief een einde aan het gebruik als bemalingsmolen. De spuisluis in de dijk moest vanwege het op Delta-hoogte brengen van de Waddenzeedijk worden afgesloten. In 1970 werd de molen overgedragen aan de vereniging "De Hollandsche Molen" in zowel 1974 als in 1991 vonden er renovatie werkzaamheden plaats. Er is nu een rond maal circuit aangelegd, de molen pompt het water uit de polder dat vervolgens wordt geloosd in de molenkolk en via een sluis onder het voormalig hulpgemaal naar het polderkanaal teruggevoerd.
Vermeldenswaardig is dat het grondwater onder het eiland brak is, toen er nog niet overal een waterleiding was op het eiland, ving de molen het zoete regenwater op dat vervolgens in een put onder de molen terecht kwam. De inwoners konden daar hun drinkwater uit betrekken.
Af en toe draait de molen, belangstellenden zijn dan welkom, ook is hij op afspraak van binnen te bezichtigen. adres: Stuifweg 4, Oosterend.


donderdag 2 maart 2017

Albert Gillis von Baumhauer bouwer van de eerste Nederlandse helikopter.

Albert Gillis von Baumhauer luchtvaartpionier 1891-1939


Albert Gillis von Baumhauer werd op 10 oktober in Herenveen geboren(het jaar dat Otto Lilienthal zijn eerste zweefvlucht maakte van 25 meter). Albert studeerde aan de TH-Delft waarna hij in Gottingen enige tijd Aerodynamica studeerde daarna vervolgde hij zijn studie aan de TH van Zurich, waar hij de professoren Theodor van Karman en Ludwig Prandtl ontmoette beide experts op wiskunde en luchtvaart gebied. In 1910 ging von Baumhauer voor de Nederlandse Automobiel en vliegtuigfabriek Spyker werken, in 1919 werd hij hoofd ingenieur bij van Berkel's patent en was daar verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het van Berkel W-B watervliegtuig bestemd voor de Marine Luchtvaart Dienst. Nadat de afdeling luchtvaart bij van Berkel werd gesloten ging hij voor de Rijksstudiedienst voor de Luchtvaart werken waar hij enige jaren adjunct directeur werd, in deze periode beproefde hij een aantal vliegtuigen en deed onderzoek naar vliegveiligheid. In de jaren 1924-1930 experimenteerde hij met een zelf ontworpen helikopter op Soesterberg de eerste testvlucht vond plaats in september 1925, testvlieger was luitenant F.H. van Heijst aanleiding was een prijsvraag uitgeschreven door het Britse ministerie van Luchtvaart voor de bouw van een helikopter die in een gesloten circuit moest kunnen vliegen met een snelheid van 100 kilometer per uur. Op 10 februari 1926 lukte het van Heijst de helikopter 5 minuten in de lucht te houden. Later in 1926 worden de experimenten naar Schiphol verplaatst waar von Baumhauer tot in 1930 verder experimenteert. In 1930 lukt het hem zelf een half uur met de helikopter te vliegen, de volgende dag stort de helikopter neer en is er geen geld meer om verder te gaan, von Baumhauer's ontwerp beïnvloed daarna wel de verdere ontwikkeling van de helikopter.
In 1937 werd hij werkzaam bij het de luchtvaartdienst van het ministerie van Waterstaat, hier kreeg hij als ingenieur de taak nieuwe vliegtuigtypes te inspecteren en te testen wat hem later noodlottig wordt. Op 18 maart 1939 (het jaar dat de eerste straaljager het luchtruim kiest) verongelukt hij in de V.S. tijdens een testvlucht van een Boeing Stratoliner dat hij samen met KLM onderdirecteur Guilonard (de KLM had interesse in de Stratoliner) en mensen van Boeing inspecteerde, tijdens de testvlucht komen alle inzittenden om het leven. Albert Gillis von Baumhauer werd slechts 47 jaar en mocht niet meer mee maken dat hij tot professor aan de TU Delft zou worden benoemd.

Zij oudste zoon Eduard komt in 1941 om bij een poging naar Engeland te vluchten.

werkzaamheden aan de helikopter van von Baumhauer


vrijdag 17 februari 2017

André Kuipers, Nederlands laatste astronaut?

Afbeeldingsresultaat voor andre kuipers
André Kuipers


Aangezien Nederland geen prioriteit geeft aan de Europese Ruimtevaart en alleen via een verdeel sleutel een relatieve bijdrage (van 2,2%) aan het totale Europese ruimtevaartprogramma budget bijdraagt, is Andrè Kuipers waarschijnlijk de laatste ruimtevaarder van ons land.
Formeel is iedereen gelijk voor de ESA maar in de praktijk maken Fransen en Duitsers meer kans om geselecteerd te worden omdat deze landen vele malen (10-13x) meer investeren in de ruimtevaart
dan Nederland. De eerste van geboorte Nederlander is Lodewijk van den Berg gevolgd door Wubbo Ockels en Andrè Kuipers sluit voor alsnog de rij.
Andrè Kuipers was als kind al gefascineerd van het heelal, na zijn Atheneum-B behaalde hij in 1987 aan de Universiteit van Amsterdam zijn artsen examen, al tijdens zijn opleiding tot arts nam Kuipers aan onderzoek op de vestibulaire afdeling van het AMC in Amsterdam.
Tussen 1987 en 1990 werkte hij eerste bij de afdeling luchtvaart geneeskunde van de Koninklijke Luchtmacht, later was hij werkzaam bij het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartgeneeskundig Centrum in Soesterberg, waarbij hij betrokken was bij onderzoek naar ruimteziekte en evenwichtsfuncties, daarna was hij keuringsarts voor vliegers.
Vanaf 1991 is Andrè Kuipers werkzaam bij ESA en is van het begin betrokken bij voorbereiden en coördineren en uitvoeren van fysiologische experimenten die ESA voor de ruimtevaart ontwikkeld, zoals de D-2 Space-lab missie in 1993, de ontwikkeling van de spierkracht meter aan boord van de LMS Space-lab missie in 1996.
In 1992 solliciteerde hij voor astronaut en kwam hij in een langdurige selectie procedure terecht waarna hij werd afgewezen waarschijnlijk om politieke redenen (Duitsland en Frankrijk hadden voorrang). In 1998 besloot de ESA het astronauten korps uit te breiden waarin ook kleinere landen (5) konden deelnemen, zo kwam Andrè Kuipers als nog bij het astronautenkorps van de ESA.
De lobby groep, die zorgde dat Kuipers bij de opleiding (Keulen,Houston en Sterrenstad bij Moskou) kwam, kwam in 2002 weer in actie nu om Andrè de ruimte in te krijgen. Nederland betaalde 15 miljoen euro voor een "taxivlucht" in de Russische Sojoez naar het ISS , de "Delta" missie, op 19 april 2004 vertrok de Soyoez TMA-04 naar het ruimte station.
In 2009 kreeg Kuipers zijn lange missie,ISS expeditie 30+31 samen met Oleg Kononenko en Don Petit werd hij op 21 december 2011 gelanceerd, Andre's missie werd bekend als PromISSe, hij voerde meer dan 50 experimenten uit in 4 categorieën, was verantwoordelijk voor het aankoppelen van de ATV en de Dragon (SpaceX) en het project Ruimteschip Aarde waarbij hij zich ten doel stelde zo veel mogelijk Nederlanders te vertellen over zijn missie. Op 1 juli 2012 land hij in Kazachstan en is op dat moment recordhouder van de langste enkelvoudige Europese ruimtevlucht: 193 dagen.
Andrè Kuipers is nog steeds werkzaam ESA en is een bron van inspiratie voor jong en oud.

Momenteel geeft Andrè Kuipers een aantal theatercolleges in het land.
Tijdens zijn verblijf in de ruimte schreef Andrè Kuipers het kinderboek: Andrè het astronautje, het eerste boek ooit geschreven in de ruimte, nu als musical op tournee in Nederland.

vrijdag 10 februari 2017

Het Friese paard.


Afbeeldingsresultaat voor het friese paard op ijs
Het Friese paard in actie.


Het was mijn echtgenote die mij de liefde voor het Friese paard bij bracht. Menigmaal gingen wij in januari naar de hengstenkeuring in Leeuwarden waar wij genoten van het optreden van de git zwarte
paarden. Begonnen wordt met de keuring van de al voor de dekdienst goedgekeurde Friese hengsten, daarna volgt de groep hengsten die de afstammelingen proef al hebben doorstaan waarna de uiteindelijke kampioenkeuring plaats vind.
In het begin van de jaartelling was er al sprake Friese paarden die toen in gebruik waren bij Friese huurtroepen.

In 1879 werd de Vereniging het Friesche Paarden Stamboek per KB van 23 augustus opgericht in 1954 kreeg de vereniging het predicaat "koninklijk".
De vereniging heeft tot doel: het behouden, verbeteren en bevorderen van het welzijn en promoten van het Friese paard met zijn karakteristieke rustieke exterieur, gangen en karakter.
De vereniging registreert sinds haar oprichting Friese paarden in haar stamboek.
Friese hengsten worden als zij worden goedgekeurd in het Friese stamboekhengst register opgenomen een exclusieve elite groep binnen deze groep zijn de zgn. preferent verklaarde Friese hengsten een eregalerij sinds  1879 deze galerij bestaat uit 20 preferente hengsten.
Het Friese stamboek is het oudste stamboek in Nederland, rond de jaren zestig stonden nog slechts zo'n 500 paarden ingeschreven in de registers van het Stamboek in Leeuwarden en was het ras met uitsterven bedreigd. Door de wedstrijd mensport de toenemende welvaart en de vrije tijd kwam het Friese paard opnieuw in beeld.
Liepen de Friezen alleen nog maar in Friesland rond, in de jaren zeventig werd Europa, Noord-America, Australië en zelfs Zuid-Afrika bereikt.
In 2015 stonden er al weer rond de 60.000 Friese paarden ingeschreven.

Friese paarden zijn tijdens talrijke concoursen voor zowel rij,men en tuigpaarden te aanschouwen, wat meteen opvalt is de specifieke draf.
Menig stadje organiseert wel een ringsteek concours waar vanuit een sjees geprobeerd wordt een ring te steken. Met Prinsjesdag gebeurt het regelmatig dat de Gouden Koets wordt bespannen met acht Friese paarden een lust voor het oog. In het ijsstadion van Heerenveen is het de traditie winnaars van internationale schaatswedstrijden in een arrenslee met Friese paarden ervoor over het parcours rond te rijden.

vrijdag 3 februari 2017

George Remi de vader van Kuifje.

Kuifje en Bobbie


Misschien dat wel iedere fan van Kuifje nog weet wanneer en welk Kuifje album hij als eerste kreeg, ik was 12 jaar toen ik met Sinterklaas de Zaak Zonnebloem kreeg. Dit was het begin van een lange reeks albums, zelfs mijn vader was er in geïnteresseerd. En niet te vergeten het blad Kuifje dat bij de kapper lag, het was altijd een hele klus het blad lang genoeg in handen te hebben voordat ik aan de beurt was bij de kapper.

George Remi werd op 22 mei in 1907 in Etterbeek geboren, in 1920 begint hij aan zijn studie aan het St. Bonifatiuscollege in Brussel en verveelt zich er enorm. In 1921 sluit George zich aan bij de padvinderij zijn eerste illustraties verschijnen in de tijdschriften van de Belgische scouting. 
In 1924 ondertekent George Remi zijn illustraties met Hergè (de Franse uitspraak van Remy George).
De eerste stripheld van de hand van Hergè verschijnt "Totor". Na zijn dienstplicht wordt hij in 1928 hoofdredacteur van Le Petit Vingtieme de jeugdbijlage van Le Vingtieme Siecle, de meest beroemde striphelden Tintin et Milou, Kuifje en Bobbie zien op 10 januari 1929 het levenslicht in dit tijdschrift.
In 1930 creëert Herge Quick en Flipke twee Brusselse straatjongens, in het zelfde jaar verschijn: "Kuifje en de Sovjets".
In 1932 trouwde Hergè met Germaine Kieckens de secretaresse van de directeur van Le Vingtieme Siecle. Casterman wordt de uitgever van de avonturen van Kuifje en zal dat blijven doen ( 64 bladzijden in kleur per album). Herge gaat zich steeds meer van veel documentatie voorzien en beseft het belang van een stevig scenario. In 1935 zien Jo, Suus en Jokko het licht (5 albums).
Rond de publicatie van de "Blauwe Lotus" wordt Hergè uitgenodigd door de echtgenote van Tsang Kai-Shek voor een bezoek aan China de Tweede Wereldoorlog gooit echter roet in het eten.
Vlak na de oorlog verschijnt het maandblad "Kuifje" dat ook in Nederland zijn weg vindt.
In 1950 worden de Studios Hergè opgericht de strips vergen nl. steeds meer technische middelen en research, zeker voor de "Mannen op de Maan". In 1958 verschijnt "Kuifje in Tibet" dit ondanks een diepe crises in zijn persoonlijke leven. Kuifje wordt een filmheld in 1960 verschijnt de speelfilm: "Kuifje en het geheim van het Gulden Vlies" in 1964 gevolgd door:" Kuifje en de blauwe Sinaasappels".
Hergè bezoekt in 1973 Taiwan, in 1976 wordt in Brussel een standbeeld voor Kuifje en Bobbie onthuld, in 1979 wordt de 50ste verjaardag van de stripheld gevierd. Op de 65ste verjaardag van Herge wordt er een planeet naar hem vernoemd. Georges Remi overlijd op 3 mei 1983.  

Hergè kreeg een standbeeld en een museum in Louvain-La-Neuve, Hergè is niet alleen Kuifje, maar ook illustrator, letterontwerper, publicist, karikaturist en verteller.
Kuifje blijft alom reuze populair, voor de eerste oplages van zijn strips worden astronomische bedragen neergeteld, wereldwijd zijn er diverse fanclubs. 

Er verschenen in totaal 24 Kuifje albums, waarvan Kuifje en de Alfa Kunst onvoltooid is, met als hoofdpersonen: Kapitein Haddock, Jansen en Janssen en professor Zonnebloem.


Hergè: Raket naar de Maan