woensdag 6 april 2016

Het einde van de Koninklijke Nederlandse Munt?

Koninklijke Nederlandse Munt Utrecht.

Er komen moeilijke tijden aan voor de Koninklijke Nederlandse Munt, zal het bedrijf in 2017 door kunnen gaan of verdwijnt het uit Utrecht of misschien wel uit Nederland? Worden de Nederlandse munten straks in het buitenland geproduceerd? Terugblikkend is er in de stad Utrecht op het gebied van het slaan van munten meer dan 1.000 jaar activiteit geweest.
De eerste Utrechtse munten werden in Dorestad het huidige Wijk bij Duurstede geslagen en wel in de eerste helft van de 7e eeuw, het waren zgn. gouden tremissis, later werden er zilveren penningen op naam van Karel de Grote en Lodewijk de vrome geproduceerd.
In 937 werd door Keizer Otto I aan het bisdom Utrecht ten tijde van bisschop Balderik het recht verleend om geld te slaan, de Utrechtse bisschoppelijke geldstukken werden ook in Deventer en Hasselt geslagen.
Na 1528 kwam het muntrecht in handen van keizer Karel V de nieuwe heer van Utrecht.
In 1567 kwam er weer een munthuis in Utrecht dat op verschillende locaties werd gevestigd, de Muntstraat herinnert nog aan een vroegere locatie van het munthuis, in 1579 werd de zgn. landsheerlijke munt omgezet in een provinciale munt.
Veel grote handelssteden hadden hun eigen munthuis zoals: Amsterdam, Breda, Deventer, Enkhuizen, Nijmegen, Leiden Kampen, Zwolle en Zutphen ook deze gingen over naar de provinciale munt. Het munthuis van Utrecht was destijds het best uitgeruste munthuis van de Nederlanden en werd daarom als vestigingsplaats aangewezen.
Na de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden in 1814 werd het bedrijf omgedoopt tot 's Rijksmunt, in 1902 kwam het bedrijf onder toezicht van het ministerie van financiën en werd in 1912 een staatsbedrijf.
Begin 20ste eeuw was het munthuis gevestigd aan de Oudegracht later in 1911 werd aan de Leidseweg een bouwwerk in neorenaissance stijl betrokken.
In 1994 werd het bedrijf verzelfstandigd met de staat als enige aandeelhouder de Nederlandse Munt N.V. op 15 oktober 1999 als Koninklijke Nederlandse Munt.
Naast reguliere euromunten worden ook herdenkingsmunten uitgegeven in afwijkende nominale waarden, deze munten zijn alleen wettig betaalmiddel in het land van uitgifte.
Tevens worden er bij de munt de koninklijke onderscheidingen gefabriceerd.
Het Nederlandse Muntmuseum dat tot 2004 deel uit maakte van de munt ging na de fusie met het Koninklijk Penning kabinet als Geldmuseum verder, in oktober 2013 werd dit wegens stopzetting van subsidie door het Rijk gesloten.
Behalve munten voor Nederland worden deze ook geslagen voor Luxemburg, Malta, Aruba en de Nederlandse Antillen(St. Maarten en Curaçao).
Een grote order voor Chili heeft de Koninklijke Nederlandse Munt in de rode cijfers gebracht waarbij niet moet worden uitgesloten dat dit begin 2017 tot een faillissement zal leiden.
Financiën probeert nu de Munt te verkopen, waarbij ook wordt aangedragen dat er door de Munt steeds minder muntgeld wordt aangemaakt omdat men tegenwoordig op andere manieren betaald,
wel vreemd als je bedenkt dat het grootste deel van het muntgeld in de portemonnee uit het buitenland komt. Spannende tijden voor de Koninklijke Nederlandse Munt.

goud gulden Frederik van Blankenheim 1393-1423












maandag 4 april 2016

Nederlandse lichtschepen.


 

Lichtschip Noord-Hinder

Het lichtschip werd op zee gebruikt op plaatsen waar de bouw van een vuurtoren niet mogelijk was en waar gevaar voor de scheepvaart was vanwege de ondieptes ter plaatse.
Het eerste lichtschip ooit de "Nore"werd in 1732 uitgelegd in de monding van de Thames, in Nederland werd in 1814 het eerste lichtschip uitgelegd (de Schuytezand)  bij het Vlie.
Nederlandse lichtschepen werden op acht posities in de Noordzee uitgezet van Noord naar Zuid waren dit: Doggersbank-Noord,Doggersbank-Zuid, Terschellingerbank, Haaks/Texel, Maas, Goeree, Schouwenbank en Noord-Hinder.Het eerste lichtschip dat speciaal als lichtschip werd gebouwd was de Noord-Hinder uitgelegd op de Noordhinderbank in 1858, in 1881 volgde de Terschellingerbank en Schouwenbank in 1890 en 1891 gevolgd door Haaks en Maas.
Al de lichtschepen die vanaf 1880 in dienst kwamen werden genummerd en konden van positie en naam worden veranderd.
1 werd in 1881 op de Rijkswerf Amsterdam gebouwd en was van hout het werd in 1935 gesloopt.
2 werd in 1881 op de Rijkswerf Amsterdam gebouwd en was van hout het werd in 1935 gesloopt.
3 werd in 1883 gebouwd op de Rijkswerf Amsterdam en in 1935 opgelegd.
4 werd in 1891 gebouwd op de Rijkswerf Amsterdam.
5 werd in 1892 gebouwd op de werf de Nachtegaal Amsterdam diende als  reserve schip, vanaf 1930: Schouwenbank na de Tweede Wereldoorlog uit Duitsland teruggekeerd.
6 werd in 1901 gebouwd werf Ceuvel staal met houten  en zinkbekleding in 1941 naar Kiel gesleept.
7 werd in 1909 gebouwd bij Wilton Feijenoord Rotterdam, was het eerste stalen schip, deed van 1910 tot 1965 dienst was in de oorlog walschip in Kiel.
8 werd in 1922  gebouwd bij Schuyt Papendrecht was het enige schip dat op eigen kracht kon varen.
9 werd in 1933  gebouwd bij Rijkswerf Willemsoord als Terschellingerbank door de Duitsers als luchtafweerplatform gebruikt en door Engelse vliegtuigen tot zinken gebracht.
Na de Tweede Wereldoorlog werden er nog drie schepen gebouwd de no' s 10, 11 en 12.
10 en 11 beiden gebouwd op de Rijkswerf Willemsoord, werden in 1952 resp. 1953 uitgelegd.
12 werd in 1962 bij de Waal in Zaltbommel gebouwd en was in 1963 klaar.
De bemanning (11 man) bestond uit: gezagvoerder, stuurman, hoofdmachinist, drie machinisten, 3 matrozen/ lichtwachters, kok, en scheepsjongen. Tot de taken behoorden: continue uitkijk, waarnemingen t.b.v. het KNMI. De bemanning werd 1 maal per maand afgelost later werd dit 1 maal per twee weken, tijdens de aflossing door meestal een betonningsvaartuig werden de  voorraden aangevuld.
Goeree werd in 1971 binnengehaald omdat het lichtplatform Goeree in gebruik genomen werd, in 1975 onderging Terschellingerbank het zelfde lot.
De schepen 10, 11 en 12 werden tussen 1976 en 1983 geautomatiseerd en werden afwisselend op de positie Noord-Hinder en Texel uitgelegd. De Texel no.11 sloeg tijdens de storm van 1991 los en strandde bij Petten en werd gesloopt, het schip werd vervangen door no.10, in 1992 werd dit schip binnengehaald en vervangen door een grote boei, op 21 maart 1994 werd het laatste lichtschip no.12 op positie Noord-Hinder binnengehaald en vervangen door een boei.
Twee lichtschepen zijn bewaard gebleven als museumschip de "Texel" in den Helder, en de "Noord-Hinder" in Hellevoetsluis.




vrijdag 1 april 2016

Gevlogen boven Nederland: de Hawker Hunter.

Hawker Hunter F mk.6  325 squadron Soesterberg


De Hawker Hunter werd in de tweede helft van de veertiger jaren ontworpen door het team van Sir Sydney Camm (ontwerper van de Hawker Hurricane).
Het toestel had een pijlvleugel met een hoek van 35 graden en een straalmotor met luchtinlaten in de vleugelwortels. De eerste vlucht van het prototype P. 1067 vond plaats op 20 juli 1951.
Op 7 september 1953 verbrak een aangepast prototype met Neville Duke als testvlieger het wereldsnelheidsrecord.
Beroemd was het RAF demonstratieteam "the Black Arrows" met 22 Hawker Hunters in formatie en meer van recenter datum de "de Patrouille de Suisse". In totaal werden er 1.972 Hunters gebouwd.

De luchtmachten van België en Nederland zochten een opvolger voor de Gloster Meteor, in 1953 werd de Hawker Hunter door 4 ervaren vliegers aan de tand gevoeld, met goed resultaat.
Er werd een consortium opgericht waarin Fokker, SABCA en Avions Fairey gingen samenwerken en in licentie de Hawker Hunter gingen bouwen.
De Koninklijke Luchtmacht kreeg de beschikking over 96 mk.4 Hawker Hunters met een Rolls Royce Avon mk.120 motor met 3.630kg stuwkracht.
De eerste 6 Hunters werden in het Verenigd Koninkrijk gebouwd de overige door Fokker die tussen februari 1956 en november 1957 werden afgeleverd.
In 1957 werd de productie gestart van de eerste van in totaal 93 Hawker Hunters mk.6, de aflevering werd in 1959 afgerond. Om aan de zwaardere eisen voor onderscheppingsjagers te kunnen voldoen
werden onder de vleugels van de Mk.6 ophangpunten gemaakt om de Sidewinder te kunnen meevoeren.
De trainingsversie van de Hunter de T Mk.7 werd in het verenigd Koninkrijk gebouwd en in de jaren 1958, 1959 afgeleverd, 20 stuks in totaal.
De Hunters van het 322 squadron zijn van 1960 t/m 1962 gestationeerd geweest op Biak in het voormalig Nederlands Nieuw Guinea, de toestellen werden er heen getransporteerd door het vliegkampschip de Karel Doorman.
In eerste instantie waren ook de Hunters van een squadron code voorzien:
322 squadron   code 3W      donkerblauw              Soesterberg, Biak
323 squadron   code Y9       lichtblauw                  Leeuwarden
324 squadron   code 3P        oranje                         Leeuwarden, Twenthe, Leeuwarden
325 squadron   code 4R       geel                            Leeuwarden, Soesterberg
326 squadron   code 9I         rood                           Woensdrecht, Soesterberg
327 squadron   code 7E        rood                           Soesterberg

Op 27 augustus 1968 vertrokken de laatste vier Hunters vanaf de vliegbasis Soesterberg naar Dunsfold in het Verenigd Koninkrijk.
De squadrons 322 & 323 gingen over op de F-104G Starfighter, het 3325 squadron werd gedeactiveerd, de squadrons 324, 326 en 327 werden Geleide Wapen squadrons en in West Duitsland gestationeerd.
De N-122 en N-144 maken deel uit van de collectie van het Nationaal militair Museum in Soesterberg.
Sinds 2005 vliegt de Dutch Hawker Flight vanaf de vliegbasis Leeuwarden met twee ex RAF Hunters een Mk.6 en een Mk.8c.

woensdag 23 maart 2016

Slag bij Livorno 14 maart 1653, dood van Johan van Galen 23 maart 1653.

Johan van Galen

Slag bij Livorno 14 maart 1653















In de eerste Engels-Nederlandse oorlog verloor de Republiek door verwaarlozing van de vloot 1.000 tot 1.700 schepen, de Engelsen echter 250 tot 500 schepen.
De overwinning van Van Galen tijdens de slag bij Livorno was dan ook een enorme opsteker in de Republiek.

Johan van Galen werd rond 1604 in Essen (Rijnland) geboren, zijn vader stierf jong. Johan was genoodzaakt om elders voor de kost te zorgen de zee trok hem zodoende kwam hij in de Republiek terecht.  Hij moet over de benodigde capaciteiten op zeevaartgebied en leidinggeven hebben beschikt want op 26 jarige leeftijd was hij al commandeur op een klein schip. Hij was in dienst getreden bij de "directie kamer van Amsterdam" Om kapers te bestrijden werd een semi officiële "directie voor vaart op het Oosten en Noorwegen" gesticht door een aantal zakenlieden, men verzorgde verschillende taken zoals konvooieren van schepen en bestrijding van kapers, taken die later door de marine van de Republiek zouden worden uitgevoerd. Van 1631 tot 1638 voerde hij op konvooidienst in ket Kanaal en op de Oostzee. Hij maakte al snel naam bij het veroveren van twee schepen van Duinkerker kapers waarvoor hij een gouden ereteken kreeg uitgereikt. Zijn eerste echte succes behaalde hij tijdens de slag bij Duins tegen een Spaans Portugese vloot in 1639. In 1645 voer hij op de Gouden Maen als Schout-bij-nacht waarbij hij een konvooi naar de Oostzee begeleide om een Deense blokkade van de Sont te doorbreken. Tussen 1648 en 1650 streed hij tegen de Barbarijse zeerovers nog steeds in dienst van de "directie". In 1652 kreeg van Galen het verzoek van de Staten Generaal zich aan het hoofd van een flottielje te stellen als commandeur. De eerste Engels Nederlandse oorlog was inmiddels uitgebroken. Op 3 augustus vertrok hij voor reis over land via de Alpen naar Livorno om de commandeur aldaar te vervangen.
Op 7 september tijdens de slag bij Elba veroverde hij de Phoenix en joeg hij de rest van het Engelse smaldeel onder Appleton de havens van Porto Longone en Livorno in.
Appleton rekende op de komst van Richard Badiley met een vloot van 8 schepen en ging te vroeg de slag met van Galen aan, drie van zijn schepen werden veroverd en twee vernietigd, alleen het schip dat sneller kon zeilen dan de schepen van Van Galen ontsnapte en voegde zich bij Badiley.
Toen Badiley de Hollanders in het vizier kreeg, ging hij er van door de vloot van de Hollanders was te groot.

Tijdens de slag bij Livorno toen zijn vlaggeschip werd beschoten werd van Galen geraakt zijn onderbeen werd verbrijzeld. Tijdens de hitte van de strijd probeerde van Galen zich overeind te houden maar zakte ineen, hij werd benedendeks gebracht waar zijn been tot aan de knie werd geamputeerd, daarna werd van Galen  weer naar het dek gebracht waar hij de slag verder leidde.
Na de strijd ging de vloot de haven van Livorno binnen waar Johan van Galen naar het huis van de Hollandse Gezant werd gebracht, daar werd hij verder verpleegt, door bloedvergiftiging ging zijn toestand verder achteruit, hij riep zijn kapiteins bij zich om afscheid te kunnen nemen en stierf 9 dagen na de zeeslag op 23 maart 1653.

Johan van Galen ligt begraven in de Nieuwe Kerk van Amsterdam, waar in 1656 een praalgraf ter ere van hem werd opgericht.

zondag 20 maart 2016

Marten Toonder vader van de nu 75 jarige Tom Poes.





Het is deze week 75 jaar geleden dat Tom Poes voor het eerste in de Telegraaf verscheen.
Marten Toonder is waarschijnlijk de grootste striptekenaar die Nederland ooit gekend heeft, maar dat is niet alles. Door Toonders toedoen is de Nederlandse taal een aantal kleurrijke gezegdes rijker geworden, veel van de zegswijzen uit zijn verhalen zijn deel geworden van de Nederlandse taal denk maar aan: zielknijper, bovenbaas, minkukel, denkraam en denktank.
Hij werd niet voor niets in 1954 benoemd tot lid van de maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

Marten Toonder werd op 2 mei 1912 geboren als zoon van Marten Toonder Sr., gezagvoerder bij de koopvaardij en Trijntje Huizinga.
Zijn vader was eigenlijke de inspirator voor de passie die zijn zoon had voor het striptekenen, als kapitein op de grote vaart bracht hij de eerste Amerikaanse tekenstripmagazines mee naar huis.
Als 18 jarige ging Marten met zijn vader mee naar Zuid America waar hij in Buenos Aires de vroege animator van Walt Disney ontmoette, Dante Quiterno, van hem leerde hij de techniek van het stripverhaal en de tekenfilm. Terug in Nederland kreeg hij van zijn vader 1 jaar de tijd om te bewijzen dat hij in het vak de kost kon verdienen.
In 1933 volgde Marten tekenlessen en begon zijn loopbaan bij uitgeverij Nederlandse Rotogravure Mij N.V. In 1935 trouwde hij met zijn buurmeisje Phiny Dick (ook zij maakte tekeningen schreef kinderboeken en strips).In 1938 werkt Toonder voor uitgeverij Diana en bedenkt Dom Sombrero en Tom Poes, de 1e verschijnt in Zweden de laatste 2 in Argentinië en Tsjecho-Slowakije.                       In 1939 begon hij voor zich zelf, de oorlog zorgde ervoor dat de strip van Mickey Mouse uit de Telegraaf verdween, Toonder kreeg de kans Tom Poes er voor in de plaats te laten verschijnen. Toonder staat in de oorlog aan de wieg van de Toonder studio's, de Toonder studio's hebben veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de stripproductie van eigen bodem, in de Tweede Wereldoorlog leveren de studio's werk voor het verzet, Toonder ontvangt hiervoor het Verzetsherdenkingskruis.     In 1946 verschijnt Tom Poes als strip in zo'n 50 kranten.
In 1965 verruild Toonder Blaricum voor Greystones in Ierland waar hij verder aan zijn strips werkt.
Tom Poes mag het levenswerk van Toonder worden genoemd, hij maakte meer dan 600 verhalen van deze strip waarvan er 160 als dagstrip in diverse kranten verschenen.
In 1967 begon uitgeverij de Bezige Bij met een uitgave van 43 reuzepockets met Bommel verhalen.
In 1982 schreef Toonder het Boekenweek geschenk, Op zijn 70ste verjaardag werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau. In 1983 volgt de première van "Als je begrijpt wat ik bedoel".
Het laatste Bommel verhaal verschijnt in 1986, Op 1 april 1998 verschijnt het laatste Bommel feuilleton in NRC: "Heer Bommel en het einde van eindeloos".
Na 1986 wijd Toonder zich aan zijn autobiografie die tussen 1992 en 1998 in vier delen verschijnt.
In 1992 ontving Toonder als 80 jarige de Tollensprijs voor zijn hele oeuvre, op 2 mei 2002 werd in Rotterdam het standbeeld "Ode aan Marten Toonder" onthuld.
Zijn laatste levensdagen bracht Marten Toonder door in  het rustoord voor bejaarde kunstenaars het Rosa Spier huis in Laren waar hij op 27 juli 2005 op 93 jarige leeftijd overlijd.

Op 5 februari 2007 ging de hoorspelenserie Bommel van start, er werden 440 afleveringen van ieder 15 minuten uitgezonden. In 2012 werd zijn geboortejaar herdacht met het Toonderjaar.
In Zoeterwoude bevindt zich het Marten Toonder museum "Museum de Bommelzolder".
Er bestaat een Marten Toonder Verzamelaarsclub met eigen blad en website.



Marten Toonder




donderdag 17 maart 2016

van Oord wereldleider in baggeren.

valpijpschip Stornes van Oord wordt geladen met stenen

Afgelopen week was ik op de TV getuige van de werking van een valpijpschip, een schip dat in staat is met grote precisie stenen op de zeebodem te storten (op 1.500 meter diepte), dit ter bescherming en stabilisatie van offshore constructies zoals pijpleidingen, kabels en offshore platformen.
Het schip had in Noorwegen 26.000 ton stenen aan boord genomen en ging dit in het midden van de Noordzee op plekken stortten om daarover kabels op de zeebodem te kunnen leggen.
Op beeldschermen werd precies aangegeven waar de stenen gestort moesten worden.
Het schip was in de kleuren van Van Oord: blauw en oranje.

Van Oord werd in 1868 als familiebedrijf opgericht door Govert van Oord, vele bekende bedrijven gingen mettertijd deel uit maken van Van Oord: Adriaan Volker, van Hattum en Blankevoort, H.A.M., A.B.M. en de Aannemers Combinatie Zinkwerken.
De aanleg van de Nieuwe Waterweg in 1878, de haven van La Plata in Argentinië in 1884, projecten in Surabaya in 1911, de Afsluitdijk in 1926, het Deltaplan, de haven van Jubail in Saoedi Arabië in 1975, het vliegveld Chek Lap Kok in Hong Kong in 1990, de aanleg van het kunstmatige eiland in de vorm van een palmboom in Dubai in 2001 en de aanleg van grote windmolenparken in volle zee zijn slechts enkele projecten die (mede) dankzij Van Oord werden gerealiseerd.
In maart j.l. werd bekend dat Van Oord zal gaan participeren in het Fehmarnbelt project een verbindingstunnel tussen Duitsland en Denemarken.
Na de aanleg van de tweede Maasvlakte voert Van Oord diverse projecten uit in de Kaspische Zee.
De werkzaamheden van Van Oord zijn terug te brengen naar drie hoofdactiviteiten:
Baggeren: aanleggen en onderhoud van havens, waterwegen, landaanwinning en kustverdediging.
Offshore olie en gas: het leggen van olie en gas leidingen, maar ook glasvezel en telecom leidingen op de bodem van de zee.
Offshore wind: het realiseren van complete windparken zoals het Belwindpark en Luchterduinen.
De blauw oranje schepen van Van Oord zijn uitgevoerd als sleephopperzuigers met een capaciteit tot 39.467m3, cutterzuigers, valpijpschepen, schepen speciaal gebouwd voor windparken op zee aan te leggen, steenstorters, waterinjectie vaartuigen, splijthoppers en pijpenleggers. 
Baggeren tot op 1.000 meter diepte is met de huidige apparatuur mogelijk.
In 2015 behaalde Van Oord een omzet van 2.580 miljoen euro en een netto resultaat van 169 miljoen euro, er werken ongeveer 5.000 werknemers (in FTE's).
De portefeuille is goed gevuld en de bezettingsgraad van de schepen is goed, concurrentie heeft men slechts van andere Nederlandse bedrijven op dit gebied. Nederland is het enige land ter wereld dat over zoveel kennis en kunde op dit gebied beschikt.


Palm island Dubai





maandag 14 maart 2016

Korps Commando Troepen: "Nu of nooit".


commando monument Achnacarry Schotland
Op 15 maart krijgt het Korps Commando Troepen voor hun inzet in Afghanistan 2002-2010
de Militaire Willems Orde uitgereikt.                                                                                           Commando's werden in 1940 door Winston Churchill als legereenheid opgericht in, commando's werden geacht verder te gaan waar anderen ophielden, een soort super soldaten dus.De geboorte dag van het Korps Commando Troepen is vrij recent nl. 22 maart 1942, de dag dat de -eerste Nederlanders hun opleiding tot commando in het Schotse Achnacarry startten.
De eerste 25 cursisten kregen na hun training het commando brevet en de fel begeerde groene baret uitgereikt. Zij gingen als de no. 2 Dutch Troop deel uitmaken van een geallieerde speciale eenheid het no. 10 Interallied Commando.
In India werd eveneens een groep van 40 man opgeleid tot commando, hun eenheid kreeg de naam Korps Insulinde. De Nederlandse commando's namen deel aan inlichtingen operaties op de door de Japanners bezette Nederlands Indische eiland Sumatra. In 1944 maakte men deel uit van gevechts patrouilles achter vijandelijke linies zoals bij Arakan in Birma.
In Europa werden zij toegevoegd aan Engelse en Amerikaanse luchtlandingstroepen rond de bevrijding van Nederland. Ook waren Nederlandse commando's betrokken bij de landingen bij Vlissingen en West-Kapelle.
Tegelijkertijd werden verzetsgroepen in de noordelijke Nederlanden door Nederlandse commando's
d.m.v instructie aan verzetsgroepen en sabotage acties.
Tijdens de onafhankelijkheid strijd van Indonesië tussen 1946 en 1950, de zgn. politionele acties voerden commando's een contra guerrillastrijd.
In Nederland werd de Stormschool Bloemendaal, opgericht deze eenheid werd in 1950 omgevormd tot het Korps Commando Troepen, waarna men begon met het opleiden van dienstplichtige commando's. In 1959-1960 voerde men speciale opdrachten uit in Nederlands Nieuw Guinea.
In de Koude oorlog werden bij toerbeurt commando compagnieën op de legerplaats Hohne in Noord Duitsland gelegerd. Na het einde van de Koude oorlog in 1989 werd de commando's omgevormd voor specialistisch expeditionair optreden, veelal in het kader van crises beheersing overal ter wereld, onder de hoede van de VN of NAVO.
De commando's van na 1989 zijn "special forces" die vnl. worden ingezet bij contra terrorisme operaties. De eerste inzet in het buitenland vond plaats in Noord-Irak in 1991, Bosnië 1992-1995,
Macedonië 2001-2002 daarna volgde Afghanistan in 2002-2003, Irak 2003-2005, waarna opnieuw Afghanistan 2005-2007 en 2009-2010. In 2013 werd het Korps Commando Tropen uitgezonden naar het Afrikaanse Mali in het kader van de VN missie: MINUSMA, en waar het tot op heden per toerbeurt verblijft.
Ploegspecialisaties: optreden waterrijk gebied, optreden bergachtig gebied, parachute springen op grote hoogte, en counterterrorism. Individuele specialisaties: communicatie, demolitie, gewondenverzorger, waarnemer-schutter. De inzet varieert enorm: per helikopter, vaartuig, parachute, kano en te voet.
Nadat eerder de Militaire Willems Orde aan M.Kroon(2009) en G. Tuinman (2014) werd uitgereikt valt nu de eer te beurt aan het gehele Korps Commando Troepen de onderscheiding zal d.m.v. een cravatte aan het vaandel worden gehecht.


inzet in Afghanistan