Posts tonen met het label Blaricum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Blaricum. Alle posts tonen

vrijdag 27 mei 2016

Spyker "Voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar".

Spyker C4

Spijker V2














Het in 1903 bedachte motto voor Spyker: Nulla Tenaci invia est via (voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar) weerspiegeld de geschiedenis van het merk Spyker.
Spijker werd in 1880 opgericht door de Hilversumse smeden Hendrik Jan en Jacobus Spijker, men hield zich bezig met de bouw van koetsen en men vertrok wegens succes in 1886 naar Amsterdam.
In de jaren 1886/1887 werd door Spijker de Gouden Koets gebouwd.
In 1898 kocht Spijker een Duitse Benz die men in licentie ging bouwen de Spijker Benz, een nieuwe fabriek werd gebouwd op het terrein van de voormalige hofstede Trompenburg (genoemd naar de vroegere bewoner Cornelis Tromp admiraal),het bedrijf kreeg de naam Trompenburg.
In 1903 werd de naam Spijker veranderd in Spyker, in dat zelfde jaar werd door Spyker een auto gebouwd die zowel de eerste zes cylinder als de eerste met permanente voorwielaan gedreven auto ter wereld was (te zien in het Louwman museum). In 1907 deed Spyker mee aan de rally Peking en Parijs en werd tweede. H.J. Spijker kwam om bij een scheepsramp en J. Spijker trok zich terug , de Firma Trompenburg ging failliet in 1908 en maakte een doorstart. De inzakkende autoverkoop door het begin van de eerste wereld oorlog zorgde er voor dat Trompenburg de weg naar vliegtuigproductie in sloeg, directeur werd Henry Wijnmalen die het bedrijf tot 1922 zou leiden.
Trompenburg fuseerde met de NV Nederlandse Vliegtuigfabriek uit Soesterberg, de eerste opdracht was de bouw van 15 Farman HF-22's waarvan Wijnmalen de licentie rechten had verkregen, later werd een Nieuport nagebouwd waarna een productie van 12 stuks volgde.
Spijker begon in 1916 op verzoek van het ministerie van Oorlog aan de ontwikkeling van een eigen jachtvliegtuig de Spyker V1, door de gebrekkige motor bleef het bij een exemplaar, Voor de L.V.A. en de M.L.D. werd in 1917 een lesvliegtuig ontwikkeld de Spyker V2, er werden 56 exemplaren van geproduceerd. De komst van Fokker in Nederland en het einde van de Eerste Wereldoorlog zorgde er voor dat de vliegtuigbouw door Spyker in 1919 werd beëindigd.
In 1922 ging Trompenburg failliet en maakte weer een doorstart, de Spyker C4 werd ontwikkeld, de C4 werd de Rolls Royce van het continent genoemd en er werd een 24 uurs snelheidsrecord mee gevestigd van 119 km per uur.  In 1925 stopte de productie er waren 1.500 auto's geproduceerd.

De merknaam Spyker werd in 1999 geregistreerd door Victor Muller en Maarten de Bruyn, Spyker Cars werd een fabrikant van exclusieve sportwagens en had in 2004 een notering aan de beurs, in 2009 werd de Spyker C8 onthuld de productie ging van Zeewolde naar Coventry, in 2010 werd Saab overgenomen. Spyker Cars en werd aan een Amerikaanse investeringsmaatschappij verkocht.
In december 2011 ging Saab failliet en in 2013 verdwijnt het aandeel Spyker van de beurs.
In december 2014 ging Spyker failliet en maakte in 2015 wederom een doorstart.
Spyker is nu gevestigd in Blaricum en werkt samen met Volta Volare aan de ontwikkeling van elektrische auto's en vliegtuigen.












Het logo van Spyker symboliseert zowel de vliegtuigbouwperiode dmv de vliegtuigpropellor als de autoproductie periode dmv het spaakwiel.


zondag 20 maart 2016

Marten Toonder vader van de nu 75 jarige Tom Poes.





Het is deze week 75 jaar geleden dat Tom Poes voor het eerste in de Telegraaf verscheen.
Marten Toonder is waarschijnlijk de grootste striptekenaar die Nederland ooit gekend heeft, maar dat is niet alles. Door Toonders toedoen is de Nederlandse taal een aantal kleurrijke gezegdes rijker geworden, veel van de zegswijzen uit zijn verhalen zijn deel geworden van de Nederlandse taal denk maar aan: zielknijper, bovenbaas, minkukel, denkraam en denktank.
Hij werd niet voor niets in 1954 benoemd tot lid van de maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

Marten Toonder werd op 2 mei 1912 geboren als zoon van Marten Toonder Sr., gezagvoerder bij de koopvaardij en Trijntje Huizinga.
Zijn vader was eigenlijke de inspirator voor de passie die zijn zoon had voor het striptekenen, als kapitein op de grote vaart bracht hij de eerste Amerikaanse tekenstripmagazines mee naar huis.
Als 18 jarige ging Marten met zijn vader mee naar Zuid America waar hij in Buenos Aires de vroege animator van Walt Disney ontmoette, Dante Quiterno, van hem leerde hij de techniek van het stripverhaal en de tekenfilm. Terug in Nederland kreeg hij van zijn vader 1 jaar de tijd om te bewijzen dat hij in het vak de kost kon verdienen.
In 1933 volgde Marten tekenlessen en begon zijn loopbaan bij uitgeverij Nederlandse Rotogravure Mij N.V. In 1935 trouwde hij met zijn buurmeisje Phiny Dick (ook zij maakte tekeningen schreef kinderboeken en strips).In 1938 werkt Toonder voor uitgeverij Diana en bedenkt Dom Sombrero en Tom Poes, de 1e verschijnt in Zweden de laatste 2 in Argentinië en Tsjecho-Slowakije.                       In 1939 begon hij voor zich zelf, de oorlog zorgde ervoor dat de strip van Mickey Mouse uit de Telegraaf verdween, Toonder kreeg de kans Tom Poes er voor in de plaats te laten verschijnen. Toonder staat in de oorlog aan de wieg van de Toonder studio's, de Toonder studio's hebben veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de stripproductie van eigen bodem, in de Tweede Wereldoorlog leveren de studio's werk voor het verzet, Toonder ontvangt hiervoor het Verzetsherdenkingskruis.     In 1946 verschijnt Tom Poes als strip in zo'n 50 kranten.
In 1965 verruild Toonder Blaricum voor Greystones in Ierland waar hij verder aan zijn strips werkt.
Tom Poes mag het levenswerk van Toonder worden genoemd, hij maakte meer dan 600 verhalen van deze strip waarvan er 160 als dagstrip in diverse kranten verschenen.
In 1967 begon uitgeverij de Bezige Bij met een uitgave van 43 reuzepockets met Bommel verhalen.
In 1982 schreef Toonder het Boekenweek geschenk, Op zijn 70ste verjaardag werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje Nassau. In 1983 volgt de première van "Als je begrijpt wat ik bedoel".
Het laatste Bommel verhaal verschijnt in 1986, Op 1 april 1998 verschijnt het laatste Bommel feuilleton in NRC: "Heer Bommel en het einde van eindeloos".
Na 1986 wijd Toonder zich aan zijn autobiografie die tussen 1992 en 1998 in vier delen verschijnt.
In 1992 ontving Toonder als 80 jarige de Tollensprijs voor zijn hele oeuvre, op 2 mei 2002 werd in Rotterdam het standbeeld "Ode aan Marten Toonder" onthuld.
Zijn laatste levensdagen bracht Marten Toonder door in  het rustoord voor bejaarde kunstenaars het Rosa Spier huis in Laren waar hij op 27 juli 2005 op 93 jarige leeftijd overlijd.

Op 5 februari 2007 ging de hoorspelenserie Bommel van start, er werden 440 afleveringen van ieder 15 minuten uitgezonden. In 2012 werd zijn geboortejaar herdacht met het Toonderjaar.
In Zoeterwoude bevindt zich het Marten Toonder museum "Museum de Bommelzolder".
Er bestaat een Marten Toonder Verzamelaarsclub met eigen blad en website.



Marten Toonder




maandag 5 oktober 2015

Jan Zoetelief Tromp vergeten schilder (slot).

V36D
periode Katwijk aan Zee


In 1896 werd hij lid van het kunstenaars genootschap Pulchri Studio een bolwerk van schilders van de Haagse School. Gedurende de periode 1893-1900 staat het menselijk figuur centraal in de aquarellen en schilderijen die Zoetelief dan produceert.                        
Een van die bekende schilders waar hij regelmatig op bezoek kwam was Bernard Blommers, daar leerde hij de dochter van Blommers, Marie leren kennen, zij trouwden in 1899, getuige was Hendrik Mesdag.
Hij werd steeds bekender en verkocht meer schilderijen.
Na enkele jaren laat het echtpaar een huis in Blaricum bouwen waar zij tussen vele andere kunstenaars van die tijd gingen wonen, zomers verbleef het echtpaar in Katwijk aan Zee waar Jan veel inspiratie opdeed.
In Blaricum worden vele boeren taferelen geschilderd en zijn zijn eigen kinderen figurant, tijdens deze periode neigt Zoetelief Tromp richting Larense School.
Ook krijgt hij in deze periode opdrachten voor de geïllustreerde weekbladen.
De banden met de Haagse school worden steeds nauwer, kunsthandelaren presenteerden het werk van Zoetelief Tromp steeds vaker met dat van de Haase School.                                                             In 1907 is hij vertegenwoordigd op de Biennale in Venetië.
Er volgt internationale erkenning: in 1904 de bronzen medaille van de Wereldtentoonstelling in St.Louis  en in 1915 de bronzen medaille op de International Panama Pacific Exposition.
Veel van zijn werk wordt in het buitenland verkocht en onder andere naar kunsthandelaren in London, New York en Montreal.
Tijdens de periode 1914-1918 gaat het bergafwaarts, de kunsthandel zakt ineen, het huis in Blaricum moet worden verkocht, in 1919 heeft men zich permanent in Katwijk aan Zee dan een kunstenaars bolwerk gevestigd, dat zelfde jaar ontving hij de ere medaille van de stad Amsterdam.
In Katwijk maakt hij het ontwerp voor het gebrandschilderd raam "de Klijnhaalder" voor de oude kerk in Katwijk aan Zee.
Hier schildert hij de bekende strandtaferelen, de visserij en met name de schelpenkarren.
Het wordt er in de wereld allemaal niet beter op na de beurskrach volgt er een diepe depressie, zaken waar de kunstenaars mede het slachtoffer van worden.
Het echtpaar Zoetelief Tromp vertrekt naar Frankrijk en wel naar een kippenboerderij "le Tournesol"
bij het plaatsje Breteuil sur Iton circa 100 kilometer ten westen van Parijs hun oudste zoon was hun al voorgegaan.
Vooral in het begin is het leven er vrij primitief.
Hier ging Jan ander werk schilderen: familie en kinderportretjes en bloemenstillevens, maar zowel de kunsthandel in Amsterdam als de salon in Parijs hadden liever het werk dat hij in Blaricum en Katwijk aan Zee had geproduceerd.
Zijn schilderij "Dans le Dunes" hing in 1930 in de salon Des Independants in Parijs , werd bewonderd maar.... niet verkocht.
De tweede wereldoorlog volgde al zijn kinderen op de jongste na waren elders, het waren moeilijke tijden voor het gezin, zijn vrouw Marie stierf in 1946.
Jan Zoetelief Tromp sterft op 28 september 1947, vergeten, hij wordt op het kerkhof bij Saint-Denis du Behelan begraven.

T19D
Oost Indische kers (Franse periode).