Posts tonen met het label Gloster Meteor. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gloster Meteor. Alle posts tonen

vrijdag 6 mei 2016

Gevlogen boven Nederland: Hawker Sea Hawk FGA 50.

Hawker Sea Hawk aan boord van vliegkampschip HM Karel Doorman



De Hawker Sea Hawk werd ontwikkeld uit de Hawker Sea Fury, in de Sea Fury werd een Rolls Royce Nene straalmotor geplaatst en de cockpit werd zover mogelijk naar voren geplaatst.
De RAF toonde geen interesse omdat de Sea Hawk minder presteerde dan de Gloster Meteor en Vampire. De Sea Hawk werd door Sydney Camm ontworpen (ontwerper van Hawker Hurricane).
De aangepaste marine versie vloog vanaf 31 augustus 1948, de versie beschikte over vleugels die aan boord van een vliegkampschip konden worden opgevouwen. Nog het zelfde jaar vonden er testvluchten plaatst vanaf het vliegkampschip HMS Illustrious.
Het eerste productie exemplaar vloog op 14 november 1951, in totaal werden er 542 exemplaren geproduceerd.
In 1956 schafte Defensie 22 exemplaren aan voor de Marine Luchtvaart Dienst, het type Hawker Sea Hawk FGA 50 moest vanaf het vliegkampschip Karel Doorman gaan  vliegen.
De straaljagers werden ingedeeld bij het VSQ 8 en 860. De squadrons rouleerden tussen het vliegkamp Valkenburg en het vliegkampschip Karel Doorman.
In 1959 werden de Sea Hawk's uitgerust met sidewinder raketten.
Er is ook een demonstratie team van de MLD geweest, dat uitgerust was met de Sea Hawk de "Sea Lords".
Na het vroegtijdig uit dienst stellen van de Karel Doorman in 1964, werden de Sea Hawks uitgefaseerd. De Sea Hawk was de enige straaljager die de MLD in dienst heeft gehad, op enkele van de Luchtmacht geleende Gloster Meteors voor trainingsdoeleinden na.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Hawker Sea Hawk in haar collectie.


vrijdag 22 april 2016

Gevlogen boven Nederland: de Gloster Meteor.

Gloster Meteor 322 sqdrn Soesterberg (foto: A.v.Wijk)

De Gloster Meteor was de eerste straaljager die na de Tweede Wereldoorlog in Nederland zou gaan vliegen bij de Koninklijke Luchtmacht.
In 1942 waren de straalmotoren (ontwerp Frank Whittle) voor de Gloster Meteor getest en kwam ook de romp van het toestel gereed. Het prototype vloog in 1943.
De eerste operationele exemplaren werden op 27 juli 1944 ingezet tegen de V-1.
Wegens het hoge brandstofgebruik werden de Meteors alleen als onderscheppingsjager ingezet.       De eerste versies vlogen nog zonder schietstoel, de mk.VIII werd met de Martin Baker schietstoel uitgerust. Tussen 1942 en 1954 werden 3.947 Gloster Meteors gebouwd.

Op 17 maart 1948 vindt de ondertekening van het verdrag van Brussel plaats waarin de westerse ondertekenaars voor een gemeenschappelijke luchtverdediging kiezen. De ondertekenaars besluiten tot het vormen van een Westerse Defensie unie, de voorloper van de NAVO die op 4 april 1949 wordt opgericht.
Nederland besluit tot de aanschaf van de Gloster Meteor om bij te dragen aan de gemeenschappelijke verdediging van West Europa, in 1948 worden er er 61 Gloster Meteor F mk.IV en 45 Gloster Meteor T mk. VII besteld. Op 27 juni 1948 arriveren de eerste drie Gloster Meteor F mk.IV straaljagers op de vliegbasis Twenthe bij de Jachtvliegschool.
De toestellen worden in het Verenigd Koninkrijk gebouwd en erna door Nederlandse vliegers aan een testvlucht onderworpen alvorens de toestellen naar Nederland worden overgevlogen.
Al snel besluit men tot de aanschaf van een verbeterde versie de mk.VIII, deze worden echter in Nederland gebouwd, Fokker krijgt het contract voor de licentiebouw en groot onderhoud van 160 stuks.Na de bouw werd iedere Gloster Meteor door testvliegers van Fokker ingevlogen alvorens het toestel op de betreffende vliegbasis werd afgeleverd, waarna alle toestellen van een squadron code en bijbehorende kleur worden voorzien:
322 squadron  code: 3W     kleur: blauw   vliegbasis Soesterberg
323 squadron  code: Y9      kleur: blauw   vliegbasis Leeuwarden
324 squadron  code: 3P      kleur: oranje   vliegbasis Leeuwarden
325 squadron  code: 4R      kleur: geel      vliegbasis Leeuwarden
326 squadron  code: 9I       kleur: rood      vliegbasis Leeuwarden, Twenthe, Woensdrecht
327 squadron  code: 7E      kleur: rood      vliegbasis Volkel, Gilze Rijen, Soesterberg
328 squadron  code: 8S      kleur: oranje    vliegbasis Volkel, Soesterberg

In augustus 1949 vestigd majoor Flinterman in de Y9-7 het Nederlandse hoogterecord van 14.821 meter en later een record van een gemiddelde snelheid van 953,1 km per uur.
Tussen 1952 en 1955 trad het met vier Gloster Meteors uitgeruste demonstratie team "Ruiten Vier" op, afkomstig van het 327 squadron op Soesterberg.
Gedurende de periode dat de Gloster Meteor inzetbaar was vonden er talloze ongelukken plaats veelal met dodelijke afloop. Vanaf 1955 werd de Gloster Meteor geleidelijk uit dienst gesteld en vervangen door de Hawker Hunter.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Gloster Meteor F mk. IV en een T mk.VII in haar collectie.





vrijdag 1 april 2016

Gevlogen boven Nederland: de Hawker Hunter.

Hawker Hunter F mk.6  325 squadron Soesterberg


De Hawker Hunter werd in de tweede helft van de veertiger jaren ontworpen door het team van Sir Sydney Camm (ontwerper van de Hawker Hurricane).
Het toestel had een pijlvleugel met een hoek van 35 graden en een straalmotor met luchtinlaten in de vleugelwortels. De eerste vlucht van het prototype P. 1067 vond plaats op 20 juli 1951.
Op 7 september 1953 verbrak een aangepast prototype met Neville Duke als testvlieger het wereldsnelheidsrecord.
Beroemd was het RAF demonstratieteam "the Black Arrows" met 22 Hawker Hunters in formatie en meer van recenter datum de "de Patrouille de Suisse". In totaal werden er 1.972 Hunters gebouwd.

De luchtmachten van België en Nederland zochten een opvolger voor de Gloster Meteor, in 1953 werd de Hawker Hunter door 4 ervaren vliegers aan de tand gevoeld, met goed resultaat.
Er werd een consortium opgericht waarin Fokker, SABCA en Avions Fairey gingen samenwerken en in licentie de Hawker Hunter gingen bouwen.
De Koninklijke Luchtmacht kreeg de beschikking over 96 mk.4 Hawker Hunters met een Rolls Royce Avon mk.120 motor met 3.630kg stuwkracht.
De eerste 6 Hunters werden in het Verenigd Koninkrijk gebouwd de overige door Fokker die tussen februari 1956 en november 1957 werden afgeleverd.
In 1957 werd de productie gestart van de eerste van in totaal 93 Hawker Hunters mk.6, de aflevering werd in 1959 afgerond. Om aan de zwaardere eisen voor onderscheppingsjagers te kunnen voldoen
werden onder de vleugels van de Mk.6 ophangpunten gemaakt om de Sidewinder te kunnen meevoeren.
De trainingsversie van de Hunter de T Mk.7 werd in het verenigd Koninkrijk gebouwd en in de jaren 1958, 1959 afgeleverd, 20 stuks in totaal.
De Hunters van het 322 squadron zijn van 1960 t/m 1962 gestationeerd geweest op Biak in het voormalig Nederlands Nieuw Guinea, de toestellen werden er heen getransporteerd door het vliegkampschip de Karel Doorman.
In eerste instantie waren ook de Hunters van een squadron code voorzien:
322 squadron   code 3W      donkerblauw              Soesterberg, Biak
323 squadron   code Y9       lichtblauw                  Leeuwarden
324 squadron   code 3P        oranje                         Leeuwarden, Twenthe, Leeuwarden
325 squadron   code 4R       geel                            Leeuwarden, Soesterberg
326 squadron   code 9I         rood                           Woensdrecht, Soesterberg
327 squadron   code 7E        rood                           Soesterberg

Op 27 augustus 1968 vertrokken de laatste vier Hunters vanaf de vliegbasis Soesterberg naar Dunsfold in het Verenigd Koninkrijk.
De squadrons 322 & 323 gingen over op de F-104G Starfighter, het 3325 squadron werd gedeactiveerd, de squadrons 324, 326 en 327 werden Geleide Wapen squadrons en in West Duitsland gestationeerd.
De N-122 en N-144 maken deel uit van de collectie van het Nationaal militair Museum in Soesterberg.
Sinds 2005 vliegt de Dutch Hawker Flight vanaf de vliegbasis Leeuwarden met twee ex RAF Hunters een Mk.6 en een Mk.8c.