maandag 18 januari 2016

Hudson's Bay Company overname kandidaat Vroom & Dreesmann ?





Koninklijke oprichtingsakte 1670













Door een mogelijke overname van de winkelketen Vroom & Dreesmann door de Canadese Hudson's Bay Company werd mijn aandacht getrokken naar dit Canadese bedrijf.

"The Govenor and company of adventurers of England trading into Hudson's Bay", is het oudste bedrijf van Canada en het op een na oudste van Noord-Amerika.
Het bedrijf domineerde vanuit zijn York factory aan de Hudson baai  de pelshandel waarbij het net als de Nederlandse V.O.C. en W.I.C. als overheid optrad.
Het was op enig moment de grootste landeigenaar van de wereld (15% van de landoppervlakte van Noord Amerika).
De Hudson's Bay Company onderhield banden met de indianen en had een netwerk van handelsposten in West Canada en ook in de Verenigde Staten.
Aan het einde van de 19e eeuw werd het land overgedragen aan het Dominion of Canada, het gebied dat later in Canada bekend zou worden als de North-West Territories.
De Fransen bezaten in de 17e eeuw het monopolie op de bonthandel in Canada, het waren twee Fransen Radisson en Groseilliers die de fundatie legden voor de Hudson's Bay Company.
Voor hun expedities ging men op zoek naar financiers, via Boston kwam men in Londen terecht en kregen daar de hulp van de neef van koning Charles II prins Rupert, er werd een expeditie uitgerust men trok naar James Bay waar in 1668 het eerste fort werd gevestigd.
Men verkreeg een gebied dat alle rivieren en stromen die op de Hudson Bay uitkwamen bevatte,
het gebied werd Ruperts land genoemd, tijdens de oorlog met Frankrijk tussen 1668 en 1713 probeerde Frankrijk aanspraak te maken op het gebied, waar het bij het verdrag van Utrecht vanaf zag.  De Hudson's Bay Company heeft in haar bestaan een eigen wapen en vlag gehad, het gaf eigen geld uit en heeft tot op vandaag de dag een gouverneur aan het hoofd.
Pas in 1970 werd de hoofdzetel van Londen naar Toronto verplaatst.
Na de verkoop van de gronden ging de Hudson's Bay Company zich toe leggen op de exploitatie van warenhuizen en de winning van olie en gas.
In de tweede helft van de 20ste eeuw werden meer winkelketens toegevoegd aan de Hudson's Bay Company, huidige eigenaar is het investeringsbedrijf NRDC Equity Partners.
Laatste aankopen zijn het Duitse Kaufhof en het Belgische Metro, wellicht dat Vroom & Dreesmann hier aan kan worden toegevoegd?






vrijdag 15 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (17) Ameland.

vuurtoren Ameland



Ameland was in de late middeleeuwen groter dan dat het nu is.
De Middelzee bestond nog, Leeuwarden was een kustplaats met een zeehaven.
Op West Ameland aan de monding van de Middelzee bevond zich het dorp Sier dat in die tijd een vuurbaken had (Sier verdween later onder het duinzand).
In de 13e eeuw verzandde de Middelzee, de monding hiervan is bekend als het Borndiep.
Eeuwenlang bestond de bebakening uit kapen, de eerste dateert uit omstreeks 1300.
Ameland was heel lang een "vrijheerschap" tot 1681 werd Ameland door de familie Cammingha bestuurd in 1704 kocht J.W. Friso erfstadhouder van Friesland het eiland, in 1801 werd een eind gemaakt aan de status "vrijheerlijkheid", de titel echter wordt nog steeds door de Oranjes gebruikt.
Tot 1828 diende de Cammingha state in de omgeving van Ballum als baken voor de scheepvaart, het slot werd in 1828 afgebroken in plaats hiervan verscheen op deze plaats een houten kaap.  
Het Borndiep ten westen van Ameland is verraderlijk water, in 1876 werd ten noord westen een klein vuur geplaatst, 11/2 km ten zuiden van dit vuur werd t.b.v. de vissers een achtkantig lichthuis op een ijzeren geraamte geplaatst, het licht bleek te zwak.
In opdracht van Koning Willem III werd in 1880-1881 een gietijzeren toren geplaatst door de architect Q. Harder.
De fundering bestond uit granieten platen en kleine metselstenen.
De toren waarvan het licht op 55 meter hoog staat heeft 14 verdiepingen en telt 236 treden, naast de toren verschenen drie lichtwachters woningen.
Op 10 mei 1881 werd het licht voor het eerst ontstoken.
In 1923 werd de toren geëlektrificeerd en voorzie van een 80 watt Brandarislamp.
In 1940 werd de optiek op last van de Marine vernietigd, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de toren door de Duitsers als uitkijkpost gebruikt.
Na de oorlog kreeg de toren tot 1952 een hulplicht na 1952 vervangen door de optiek van de betonnen vuurtoren van Ouddorp die op het eind van de oorlog door de Duitsers was opgeblazen.
In 1982 werd de vuurtoren Rijksmonument.
Op 1 januari 2005 werd de laatste vuurtorenwachter vervangen door een infraroodcamera.
Rijkswaterstaat verkocht in 2004 de toren aan de gemeente Ameland die het beheer in handen gaf van de Stichting Amelander Musea.
De rood witte toren ook wel de vuurtoren Bornrif genaamd is op woensdag, zaterdag en zondag middag opengesteld voor het publiek. 

woensdag 13 januari 2016

Gevlogen boven Nederland de Canadair NF-5.

Canadair NF-5A 

De Canadair NF-5A is een lichte jachtbommenwerper ontworpen en in eerste instantie gebouwd door Northrop in de Verenigde Staten en werd door het Canadese Canadair in licentie gebouwd.
De F-5A was ontwikkeld als een goedkoop export vliegtuig dat weinig onderhoud nodig had, wendbaar was en over goede vliegeigenschappen beschikte.
De eerste vlucht vond plaats op 30 juli 1959. Een tweezits versie werd ontwikkeld als opvolger van de T-33 T-bird. De toestellen die bij Canadair werden gebouwd hadden t.o.v. de Amerikaanse toestellen verbeterde motoren en meer vermogen.

Nederland kocht ter vervanging van de resterende Thunderstreaks (de eerste Thunderstreaks waren door de Starfighter vervangen) 75 NF-5A's en 30 NF-5B's trainers bij Canadair.
De toestellen werden met behulp van operatie "Highflight" vanuit Canada via Groenland , IJsland en Schotland per 4 of 6 stuks overgevlogen (afstand 5.500 km). De eerste toestellen landden op 9 november 1969 op de vliegbasis Twente.
De toestellen werden ingedeeld bij het 313 & 315 squadron op Twente het 314 squadron op Eindhoven en 316 squadron op Gilze-Rijen.
De toestellen waren eerst gecamoufleerd en in een later stadium grijs gespoten.
Een aantal toestellen is tijdelijk uitgerust geweest met sidewinders als onderscheppingsjager.
De laatste Canadair NF-5A's werden in 1991 uitgefaseerd.  
De meeste toestellen werden aan Turkije verkocht, enkele aan Griekenland en Venezuela.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg beschikt van iedere versie over een exemplaar in haar collectie.

maandag 11 januari 2016

de Holland America Lijn in Rotterdam.

S.S. Rotterdam Holland Amerika Lijn


De Holland-America Lijn is een van oorsprong Nederlandse maatschappij die een scheepvaart verbinding onderhield tussen Rotterdam en de Verenigde Staten.
In 1989 werd het bedrijf overgenomen door Carnival Corporation plc. de grootste cruisevaart onderneming ter wereld, met het kapitaal dat vrij kwam, 1,2 miljard gulden, werd op Curaçao een beleggingsmaatschappij opgericht HAL Investments.

De in 1871 opgerichte NV Plate, Reuchlin & Co, oprichters: Antoine Plate en Otto Reuchlin, werd in 1873 omgezet in de Nederlands-Amerikaansche Stoomvaartmaatschappij, in 1896 werd "Holland-America Lijn" aan de naam van de NV toegevoegd in 1973 ingekort tot Holland Amerika Lijn NV.
De belangrijkste activiteit was de trans-Atlantisch verbinding tussen Rotterdam en New York, tussen de jaren 1873 en 1978 werden veelal immigranten naar New York vervoert, terwijl de lijn ook werd gebruikt door zakenmensen, reizigers op familiebezoek en toeristen.
De maatschappij beheerde ook vrachtlijnen maar die waren minder belangrijk.
De luchtvaart met steeds grotere, snellere en goedkopere vliegtuigen zorgden ervoor dat de lijndienst steeds minder passagiers ging vervoeren en men zich met de cruisevaart ging bezig houden.
Meer dan 100 schepen hebben voor de HAL gevaren, de meeste scheepsnamen eindigden met dam of dijk.  Een aantal HAL schepen werden in de Tweede Wereldoorlog ingezet als troepentransportschip en na de oorlog weer omgebouwd zoals de SS Nieuw Amsterdam, Noordam en Zaandam ( in 1942 getorpedeerd).
Net na de tweede Wereldoorlog waren de Groote Beer en de Waterman door de Rijksoverheid aangekocht en in beheer van de HAL gegeven, de schepen dienden als troepen transportschip van en naar Nederlands Indië en Nederlands Nieuw Guinea.

Op 8 november 1971 verliet de Nieuw Amsterdam Rotterdam voor de allerlaatste oversteek naar New York. Het passagiersbedrijf was dat jaar al van Rotterdam overgeplaatst naar New York, in 1975 werden de vrachtschepen verkocht.
Na de overname verhuisde het bedrijf van New York naar Stamford en vandaar naar Seattle en daarna na Miami.
Vandaag de dag vaart men nog steeds met overwegend Nederlandse officieren, varen de schepen onder Nederlandse vlag en staat in Rotterdam het vlootkantoor, in 2007 werd na 37 jaar van afwezigheid ook het Europese hoofdkantoor in Rotterdam gevestigd. ook het logo van de HAL is nog steeds als vroeger, de huidige vloot bestaat 15 schepen met allemaal Nederlandse namen eindigend op dam.

De Rotterdam V gebouwd op de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij is met 35.000 brt. het grootste en laatste in Nederland gebouwde en voor een Nederlandse maatschappij (HAL) varend passagiersschip. De eerste 10 jaar voer het op de lijn Rotterdam - New York daarna voer het op de cruisevaart en ligt nu aan het Derde Katendrechtse Hoofd aan de Maashaven in Rotterdam.
De Stichting Woonbron liet van het schip een drijvend multifunctioneel centrum maken  en leed hierbij zo veel verlies dat het schip moest worden verkocht, de nieuwe eigenaar is WestCord Hotels.





vrijdag 8 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (16) Schiermonnikoog.

Noordertoren Schiermonnikoog


Tijdens de watersnood van 1287 werd Schiermonnikoog van het land gescheiden, in de middeleeuwen was het eiland van het Cisterciënzer klooster Claercamp dat vlak bij Dokkum lag.
De monniken droegen "schiere" ofwel grijze pijen, vandaar de naam Schiermonnikoog.
In 1580 werd het klooster geannexeerd en werd het eiland eigendom van de staten van Friesland, dat het eiland na enige tijd verkocht wegens geldgebrek.
Tussen 1638 en 1945 is het eiland particulier bezit geweest, generaties Stachouwer, Banck en als laatste de Duitse graaf Bernstorff, na de Tweede Wereldoorlog werd het eiland staatseigendom.
Op het eiland zijn vanaf de middeleeuwen houten kapen gebouwd.
In 1731 werd er een bakenzetter aangesteld om deze in totaal 20 stuks te onderhouden.
Lange tijd hebben er twee kapen gestaan aan de westkant van het eiland de Grote en de kleine Kaap ook wel de Noorder of Friese Kaap en de Zuider of Groninger Kaap, deze kapen waren van belang voor de scheepvaart tussen de Noordzee en de Lauwerszee.
De minister van marine adviseerde de koning in 1853 om twee vuurtorens op te richten op enige afstand van elkaar zodat deze als lichtlijn kon dienen voor het in varen van het Friese zeegat,
twee identieke torens ieder met een dubbele lichtwachterswoning.
De bouw begon in het zelfde jaar, de duingrond werd afgegraven waarna er een hardstenen plaat werd gelegd met daarop een fundering van Waalse moppen, de torens zelf werden opgetrokken uit gele Friese stenen. In september 1854 werden de lichten ontstoken vier vuurtorenwachters en een opzichter zorgden voor het functioneren van de twee vuurtorens.
Door verandering van de vaargeulen en afname van de scheepvaart werd de Zuidertoren overbodig, het licht werd in 1909 gedoofd, pas in 1950 werd de Zuidertoren omgebouwd tot watertoren  voor de huur van Hfl.10 en onderhoud van de toren dit bleef zo tot 1992, in 1998 kocht de KPN de toren voor een gulden en zorgde voor het onderhoud, de KPN gebruikt de toren voor de bevestiging van telecommunicatie apparatuur. Dit jaar is er een Stichting opgericht om de toren schoon te maken en te renoveren, de KPN nl. doet weinig aan onderhoud waardoor de toren groen uitslaat.
De Noordertoren kreeg in 1910 een grote lantaarn met een krachtiger licht.
In 1910 verscheen op ongeveer 100 meter van de Noordertoren een uitkijk lokaal van de Kustwacht, het deed tot 1951 dienst daarna werd het uitkijk lokaal in de Noordertoren gebouwd direct onder het platform waarop de lantaarn staat, het uitkijk lokaal bestaat uit twaalf gelijkvormige ramen.
De sinds 1998 rood geschilderde Noordertoren is 44 meter hoog en kan tot op 51 kilometer worden waar genomen, de toren is sinds 1980 Rijksmonument.

Zuidertoren KPN

woensdag 6 januari 2016

Stoomgemaal Ir. D.F. Wouda.

Woudagemaal en bezoekerscentrum












Vanuit de verte krijg je met die grote schoorsteen van wel 60 meter het gevoel een fabriek te naderen in plaats van een stoomgemaal.
Het Wouda stoomgemaal bij Lemmer ook wel een stoomkathedraal genoemd is het grootste ooit gebouwde stoomgemaal ter wereld. Het gemaal heeft een capaciteit om 4.000 m3 water per minuut dat is 6 miljoen m3 water, uit de polder te malen.
Het gemaal is vernoemd naar Ir. D.F. Wouda, hij ontwierp het in 1917-1918 gebouwde pand, gebouwd in de stijl van de Amsterdamse school en de ideeën van architect Berlage, Wouda werd hierin bijgestaan door Ir. J.S. Dijxhoorn, de machinekamer heeft een oppervlakte van 62 x 15 meter en het ketelhuis heeft een oppervlakte van 32 x 15 meter.
Het machinepark, dat in de jaren 1919-1920 werd geplaatst bestaat uit vier tandem-compound machines met daaraan gekoppeld vier machtige vliegwielen en acht centrifugaalpompen, werd door Ph. Dijkshoorn ontworpen en gebouwd door de machinefabriek Jaffa uit Utrecht.
Het gemaal werd op 7 oktober 1920 door Koningin Wilhelmina geopend.
In 1955 werden de kolen gestookte stoomketels vervangen door ketels gestookt op oliestook.
Tot 1966 werd het gemaal ingezet om het boezempeil van Friesland te verlagen. Sinds de in gebruik neming van het J.L. Hoogland gemaal is dit nog slechts enkele dagen per jaar.
Het gemaal wordt nu bij langdurige en hevige regenval ingezet.
Bijna dagelijks is het gemaal geopend voor bezoekers, als het gemaal in werking is zijn er zelfs wachttijden.
Het Waterschap Friesland zet het gemaal twee maal per jaar onder stoom om de machines en pompen te testen en ook om het bedienende personeel een praktijk opleiding te geven.
Er is een ploeg van elf mensen nodig, na zes uur opstarten en opwarmen kan het gemaal aan het werk.
Bij het gemaal is een bezoekerscentrum verschenen, hier wordt de werking van het gemaal en het waterbeheer in Friesland belicht.
Voor belangstellenden worden er door vrijwilligers rondleidingen in het gemaal gegeven.               Het gemaal dat Rijksmonument is staat sinds 1998 op de Unesco Werelderfgoedlijst.
Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan zal er in 2020 een 5 Euro munt worden geslagen.

maandag 4 januari 2016

Koninklijke Boskalis-Westminster.


 Ursa cutter suction dredger.



De oorsprong van Koninklijke Boskalis ligt in Sliedrecht waar een aantal families in 1910 besloten tot het oprichten van een baggeronderneming.
Bos & Kalis beschikte al meteen over een behoorlijke uitrusting zoals: Baggermolens, win en profiel zuigers, onderlossers en kustboten.
Na de Eerste Wereldoorlog is Boskalis een van de baggerbedrijven die mee doet met de aanleg van de Zuiderzeewerken.
In de dertiger jaren is de groei gestaag, in 1933 wordt in Groot-Brittannië een dochteronderneming Westminster opgericht.
Door deze onderneming lukt het Boskalis met haar Engelse dochteronderneming vele grote projecten in het Britse Gemenebest binnen te halen in Australië, Canada, Afrikaanse kolonies en het Midden Oosten.
Na de watersnood van 1953 speelt Boskalis een belangrijke rol bij de aanleg van de stormvloedkering in de Oosterschelde en ontwikkeld nieuwe technieken en weet deze nieuwe technieken elders in de wereld toe te passen, in 1953 wordt tevens de eerste sleephopperzuiger in Europa in gebruik genomen.
In 1978 wordt het bedrijf Koninklijk. Het eerste kunstmatige eiland in de Beaufortzee in Canada wordt aangelegd vele andere van dit soort eilanden zullen er nog volgen in de wereld.
In de tachtiger jaren wordt de onderneming versterkt door de overname van andere baggerbedrijven zoals: Breegenbout en Zanen Verstoep.
In de jaren negentig worden een reeks van bedrijven in Finland, Duitsland, Portugal, Zweden en Mexico overgenomen en raakt men betrokken bij grote landaanwinningsprojecten in Singapore en Hong Kong. In 2003 versterkt Boskalis de markt positie op het gebied van grondverbetering, Cofra, Wasa en Blankevoort worden overgenomen, in 2010 vindt de fusie met Smit Internationale plaats.
In 2015 werd een groot baggerproject in het Suez kanaal afgerond en wordt er begonnen met een nieuw project: de wadden bij Marken. In 2016 wordt de haven van Portsmouth uitgebaggerd om de komst van nieuwe vliegkampschepen mogelijk te maken.
Boskalis bezit nu een van de grootste en meest geavanceerde vloten ter wereld deze bestaat uit ruim 1.100 eenheden o.a.: Dredgers, offshore vessels, drijvende bokken, pontons, sleepboten en materieel op maat gemaakt t.b.v. bepaalde projecten.
De belangrijkste activiteiten: landaanwinning, bescherming kusten en oevers, aanleg en onderhoud van havens, het leggen van kabels en windmolenparken, aanleg van auto- en spoorwegen, rioleringen, bruggen, dammen, tunnels, sleepdiensten en berging.
Boskalis bezit nu bijna 99% van Dockwise (zwaar zeetransport) en heeft een aandeel in Fugro.
Er werken bij Kon. Boskalis Westminster meer dan 14.000 mensen wereldwijd.