zaterdag 24 november 2018

Demerara, Essequibo en Berbice.

Afbeeldingsresultaat voor fort zeelandia guyana
Restanten van het fort Zeelandia


Demerara, Essequibo en Berbice zeggen ons eigenlijk niet zo veel meer, maar de gebieden behoorden toch geruime tijd tot de Nederlandse koloniën in de West en lagen westelijk van Suriname.
Essequibo was de oorspronkelijke Zeeuwse kolonie "Pomeroon", in 1616 bouwde de WIC er een fort "Zeelandia". Oorlogen met Spanjaarden, Fransen en Engelsen teisterden het gebied dat voornamelijk uit suikerrietplantages bestond. Demerara was een onderdeel van Essequibo waar veel Britse planters naar toe waren getrokken. Berbice was in 1627 door een Zeeuw gesticht, er ontstonden tabak en koffie plantages, op de plantages waren veel slaven werkzaam. Het gebied had veel last van kapers, in 1763 kwamen de slaven in opstand, 90% van de inwoners was slaaf, bij herovering van het gebied kwamen 1.800 slaven om.
Tijdens de Franse bezetting van de Nederlanden gaf de prins van Oranje die was uitgeweken naar Engeland de bestuurders van de koloniën opdracht zich onder Engels bestuur te stellen, wat lang niet alle bestuurders van plan waren. Wat volgde waren veroveringen door de Engelsen. De Kaap, gebieden in India en Ceylon werden door de Engelsen veroverd en ingenomen later volgden bezittingen in de West zoals Suriname en de Antillen en ook Demerara, Essequibo en Berbice.
Tijdens de Vrede van Amiens tussen Frankrijk en Engeland werden de bezittingen teruggeven althans de meeste , toen er opnieuw oorlog tussen Frankrijk en Engeland uitbrak veroverden de Engelsen na 1803 al de gebieden opnieuw. Nadat Napoleon definitief verslagen was wilden de Engelsen een sterke bondgenoot ten noorden van Frankrijk  en kreeg Nederland een aantal koloniën terug behalve de Kaapkolonie, Ceylon, Barbice, Demerara en Essequibo. Engeland betaalde Nederland 2 miljoen als compensatie.
In 1831 werden de drie gebieden samengevoegd tot Brits Guyana het  buurland van Suriname, in 1966 werd het als Guyana een onafhankelijk staat.

De grote markt in de hoofdstad Georgetown heet Stabroek naar de voormalige hoofdstad van Essequibo. Fort Zeelandia vormt het best bewaard gebleven Nederlandse fort van Guyana. 

vrijdag 9 november 2018

Van jutters en strandvonders.

Van jutters en strandvonders.

Een jutter komt er in de Nederlandse taal niet zo goed vanaf: iemand die gestrand goed steelt, stranddief, strandrover, of iets vriendelijker: iemand die langs het strand voor zijn beroep of uit liefhebberij naar aangespoelde spullen zoekt.
Een strandvonder is een door de overheid aangesteld persoon die het zelfde doet als een jutter, maar de goederen die hij vindt houd hij in bewaring tot de rechtmatige eigenaar ze op eist, gebeurt dit niet binnen een bepaalde termijn dan mag hij tot verkoop van de goederen over gaan. En zo gebeurde het vaak ..... je had eerlijke jutters en oneerlijke strandvonders.
De strijd tussen de jutter en de strandvonder komt in het boek "Sil de strandjutter" goed tot zijn recht.
Aangespoelde goederen behoorden vanouds toe aan de landsheer of zijn vertegenwoordiger de strandvoogd, de vinder kon aanspraak maken op een deel van het vindersloon. De overheid verpachte vaak het recht op aangespoelde goederen aan de meest biedende.
Bewoners van de waddeneilanden beriepen zich op het recht om in vrijheid gebruik te maken van duinen en stranden, op Terschelling heet dit recht Oerol. Jutten vindt zijn bestaan in de armoede die er heerste, veel dat aanspoelde, denk b.v. aan wrakhout kon worden (her)gebruikt. Pas in 1931 (wet op de strandvonderij) en 1934 (wrakken wet) werd e.e.a. wettelijk geregeld. Voorwerpen die op het strand worden gevonden dienen naar de politie of de strandvonder te worden gebracht. Hoofd strandvonder is meestal de burgemeester, Vlieland heeft als enige gemeente nog een strandvonder in dienst.
Op verschillende plaatsen langs de kust herinneren musea aan het jutter verleden waarbij de ene verzameling nog indrukwekkender is dan de andere, wij waren te gast bij het Schipbreuk en Jutter museum Flora op Texel. Het is verbazingwekkend wat er al zo aanspoelt op het strand! Veiligheidshelmen, medicijnen, kleding, borden, TV's, radio's de lijst is eindeloos. Maar ook de persoonlijke bezittingen van omgekomen schipbreukelingen spoelen soms aan. En zo kan het dus gebeuren dat nabestaanden worden gevonden en worden uitgenodigd de spullen van hun dierbaren in ontvangst te komen nemen, voor velen een troost, de andere kant van het strandjutten!



vrijdag 26 oktober 2018

Van Haarlemmermeer tot City Airport: ruim 100 jaar Schiphol.

Afbeeldingsresultaat voor schiphol klm
Schiphol City Airport.


In de eeuwen voor het begin van de"droogmakerij" was het Haarlemmermeer een grote watervlakte.
Het Haarlemmermeer was ontstaan uit drie meren: het Spieringmeer in het Noorden, het oude Haarlemmermeer in het midden, en het Leidsemeer in het zuiden.
Door vervening en slechte of ontbrekende bedijking zorgde de natuur er voor dat de drie meren zich op den duur aaneensloten tot een meer met een oppervlakte 17 duizend hectare. Van Haarlem naar Amsterdam was er nog maar een route de Spaarnedammerdijk, met veel moeite kon de afscheiding tussen het IJ en het Haarlemmermeer worden behouden. Bij storm ging veel land verloren, zelfs dorpen zoals Nieuwerkerk en Rijk verdwenen in de golven, veel landverbindingen werden weggespoeld. In 1573 was het meer het toneel van een zeeslag tussen de Spaanse vloot en een Hollandse vloot tijdens het beleg van Haarlem. Leeghwater was de eerste die in de 17e eeuw plannen maakte tot drooglegging. Het duurde echter tot 1836, het Haarlemmermeer bedreigde toen zowel Amsterdam als Leiden, dat men besloot daadwerkelijk tot drooglegging over te gaan. Besloten werd geen gebruik te maken van windmolens maar van stoomgemalen. In 1848 werd het gemaal Leeghwater in werking gesteld, in 1849 volgde de gemalen de Croquius en de Lynden. In juli 1852 viel het Haarlemmermeer droog, daarna werd begonnen met de ontginning, tot op heden wordt nog gebruik gemaakt van (nieuwe) gemalen, in 1991 de Bolstra in 2001 de koning Willem I. De Haarlemmermeer nu een gemeente werd een glastuinbouwgemeente en later werd de luchthaven Schiphol ontwikkeld.De luchthaven Schiphol ligt op de plek waar ooit het dorp Rijk lag (verzwolgen door het water), Sciphol wordt in 1447 al in documenten genoemd.
Van oorsprong was Schiphol eigendom van het ministerie van oorlog en werd vanaf 1916 gebruikt als militair vliegveld, gedurende de Eerste Wereldoorlog werd het terrein uitgebreid tot 76 hectare. Op 17 mei 1920 opende de K.L.M. hier de lijndienst Amsterdam-Londen, het vliegveld verloor haar militaire betekenis, maar groeide als burgervliegveld. In 1935 bedroeg het terrein al 180 hectare, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het een Duitse Fliegerhorst en werd het veelvuldig door de geallieerden gebombardeerd. Na de Tweede Wereldoorlog breidde de luchthaven zich steeds verder uit, in 1978 werd het NS station Schiphol geopend, stationsgebouwen met bijbehorende pieren werden uitgebreid. In 1991 verscheen een nieuwe verkeerstoren van 101 meter. De luchthaven werd in 2016 Koninklijk en telt meer dan 450.000 vliegbewegingen per jaar waarbij men gebruik maakt van zes start en landingsbanen en werd tot 6 maal verkozen tot beste luchthaven ter wereld en wordt met recht een City Airport genoemd. Met 500 bedrijven waar 65.000 mensen werken is Schiphol een belangrijke werkgever de totale oppervlakte van Schiphol bedraagt nu 2.787 hectare. Verwerkte Schiphol in 1920, 440 passagiers in 2015 waren dit er 58 miljoen en het einde is nog niet in zicht, men streeft naar 70-80 miljoen passagiers en dat allemaal op 3 meter onder N.A.P.!

vrijdag 12 oktober 2018

Cygnus ruimtevrachtschip voor het ISS ruimtestation.



Afbeeldingsresultaat voor cygnus
Cygnus in de nabijheid van de robotarm van het ISS.


Het ruimteschip ISS wordt regelmatig bevoorraad met verschillende onbemande ruimte vrachtschepen, tot 2000 vond dit voor het grootste gedeelte plaats met de Space Shuttle vluchten.
Daarna kwamen er verschillende aanbieders van ruimtevrachtschepen op de markt: de Russian Progress, de Europese Ariane Transfer Vehicle en de Japanse H-11. Om niet alleen van deze aanbieders afhankelijk te zijn ging de NASA "partnerships" aan met SpaceX dat de "Dragon" produceert en Orbital ATK dat de Cygnus (Cygnus vernoemd naar het sterrenbeeld Zwaan) heeft ontwikkeld.
Orbital ATK is een samengaan van de Orbital Science Corporation (1982) dat onder meer satellieten en de Antaris draagraket produceert en Alliant Techsystems (1990)dat onder meer de robotlander "Insight Mars" en delen van de James Webb Space Telescoop produceert. De Space Group onderdeel van het huidige Orbital ATK produceert naast satellieten ook delen van raketmotoren en het Cygnus ruimtevrachtschip dat geheel geautomatiseerd zonder bemanning werkt.
In april 2010 werd een ontwerp van de Cygnus op ware grote getoond, de eerste vlucht vond plaats op 18 september 2013. Op 12 januari 2014 kwam het tweede exemplaar bij het ISS aan, in december 2015 verscheen een verlengde versie gelanceerd d.m.v. een Atlas V raket. De Cygnus kan 3.500kg vracht mee nemen. Als de Cygnus bij het ISS ruimtestation is aangekomen zorgt de robotarm van het ISS ervoor dat de vrachtcapsule aan het ISS kan koppelen, waarna de vrachtcapsule ongeveer 30 dagen aan het ruimtestation blijft gekoppeld. Op de terug weg naar de Aarde wordt veelal afval en verouderd materiaal mee teruggenomen, waarna het onbemande ruimtevaartschip met inhoud in de dampkring verbrand.
Sinds 18 september 2013 zijn er zes succesvolle lanceringen geweest en een mislukte, op dit moment staan er 4 nieuwe vluchten gepland. De vlucht van 17 oktober 2016 CRS OA-5 bracht, na het bezoek aan het ISS op 25 november 2016 bij terugkeer naar de Aarde, 4 satellieten in een baan om de Aarde. De eerst volgende geplande vlucht vond in maart 2017 plaats en werd gelanceerd d.m.v. een Atlas V raket. De laatste Cygnus vlucht in 2018 staat gepland voor 17 november 2018. Waarna Orbital ATK voor de komende twee jaar een contract met NASA heeft afgesloten voor zes vrachtvluchten uit te voeren in 2019 en 2020.

vrijdag 28 september 2018

De stier van Paulus Potter en kunstroof.



Afbeeldingsresultaat voor de stier van potter
De stier van Potter.


Vandaag de dag is kunstroof uit musea en privé bezit een hot item, bij tijd en wijle duiken er in het buitenland schilderijen op, (zijn opgerold gemakkelijk te vervoeren) die jaren geleden werden ontvreemd. Vrij recentelijk nog in Italië en de Oekraïne. Er zijn zelfs kunstdetectives die dagelijks met de opsporing van geroofde kunst bezig zijn.
In het verleden deden zelfs regimes aan kustroof, wat te denken van Duitsland onder Hitler dat Joodse landgenoten beroofde en in het buitenland hele kunstverzamelingen buit maakte, waarvan tot op vandaag de dag grote aantallen kunstvoorwerpen spoorloos zijn gebleven.
Maar wat heeft de Stier van Potter hiermee te maken? Het schilderij hangt immers veilig in het Mauritshuis in den Haag? Ja maar dat is niet altijd zo geweest.
Van 1774 tot 1795 hing het schilderij in het schilderijenkabinet van de Stadhouder Willem V (gelegen aan het Buitenhof naast de Gevangenpoort in den Haag). Toen het Franse leger de Republiek der Verenigde Nederlanden binnenviel week de Stadhouder uit naar Engeland. De Fransen bedachten dat de Stadhouder een privépersoon was en naar het buitenland was uitgeweken en daarmee het recht op zijn bezittingen had verspeeld. Het grootste gedeelte van de collectie van Willem V waaronder Rembrandts, Rubens, van Dijck en Potter werden naar Parijs overgebracht en in het Louvre tentoongesteld. Het zelfde stond ook andere landen te wachten, door Frankrijk veroverd en "verenigd" met Frankrijk,zo groeide de collectie van het Louvre als kool.
Bij de eerste vrede van Parijs in 1814 probeerden de geallieerden de gevoelens van de Fransen te sparen, van teruggave van de kunstschatten was door het slimme optreden van de Franse diplomaat Talleyrand geen sprake. Alleen Pruisen en Brunswijk kregen wat schilderijen terug.
Na Waterloo in 1815 veranderde dit, de geallieerden bezetten Parijs en de Pruisen drongen het Louvre binnen en haalden als eerste hun kunstschatten weg. Een Belgisch Nederlandse commissie toog naar Parijs om de kunstschatten van België en Nederland terug te krijgen. Wellington moest er aan te pas komen om de kunstcollectie van o.a. de voormalige Stadhouder Willem V terug te krijgen, met behulp van Pruisische militairen lukte dit uiteindelijk. Zeven wagens vol schilderijen en kunstvoorwerpen verlieten het Louvre richting Nederland. Op 20 november 1815  arriveerden 110 schilderijen waaronder de Stier van Potter feestelijk in den Haag. In 1821 vonden de schilderijen hun definitieve plaats in het Mauritshuis.
De verzameling gouden en zilveren wapens, oude kaarten  en delen van de natuurhistorische verzameling waren in Frankrijk achter gebleven, niet alle schilderijen waren teruggevonden die waren inmiddels over andere musea buiten Parijs verspreid. Uiteindelijk stopte de Nederlandse
regering met pogingen de rest naar Nederland terug te halen.

vrijdag 14 september 2018

Nicolaus Cruquius landmeter, cartograaf, meteoroloog, sterrenkundige.


Afbeeldingsresultaat voor cruquius spaarndam
Gedenkraam Nicolaus Cruquius in Spaarndam.


Nicolaus Cruquius werd in 1678 op Vlieland geboren en niet in Delft, zijn oorspronkelijke naam was Nicolaas Kruik, zijn vader ging voor de V.O.C. in Delft werken waardoor het jonge gezin van Vlieland naar Delft trok. Samuel was koster, schoolmeester en wiskundige. Nikolaas liet in 1712 voor het eerst van zich spreken door samen met zijn broer een gedetailleerde kaart voor het Hoogheemraadschap Delfland te publiceren. In 1716 ging Nikolaas medicijnen studeren en in 1717 geneeskunde bij Boerhaave, hij vermelde bij inschrijving dat hij in Delft was geboren en schreef zich in onder zijn gelatiniseerde naam Nicolaus Cruquius dat klonk veel voornamer. Lang duurde de studie niet, hij ging verder als zelfstandig landmeter en kreeg verschillende opdrachten naast het maken van kaarten werd hij ook om advies en oplossingen op waterbouwkundig vlak gevraagd, veelal veel later werden deze na zijn dood ten uitvoer gebracht. Bijvoorbeeld de toestand van de grachten in Leiden, Cruquius bedacht een uitwateringssluis bij Katwijk n.a.v. peilingen en waterpassingen door hem verricht. Pas in 1807 werd de uitwateringssluis bij Katwijk gerealiseerd.
Als landmeter maakte hij als eerste landkaarten met dieptelijnen.
Cruquius is bekend om zijn weermetingen  die hij al vanaf zijn jeugd deed en bij hield, hier wordt bij historisch weeronderzoek nog steeds gebruik van gemaakt. Door zijn metingen is Nederland het enigste land ter wereld dat zo lang achtereen en zonder onderbrekingen het weer heeft gemeten.
Het aflezen van temperatuur, luchtdruk, vocht en neerslag gebeurde met gebruik van primitieve instrumenten. Hij bedacht een eigen thermometerschaal, vanaf 1727 gebruikte hij Fahrenheit. Cruquius vroeg de Staten van Holland in 1725 om financiële steun voor een meteorologisch  instituut dat ook hydrografische en waterstaatkundige gegevens kon verzamelen, maar hij werd niet serieus genomen, iedere provincie wou alles zelf bepalen, pas een eeuw later deed Buys Ballot een nieuw verzoek waarna het huidige K.N.M.I. werd opgericht. Ook pleitte Cruquius voor inpoldering van de Haarlemmermeer dat steeds groter en groter werd, tevergeefs pas veel later werd er tot inpoldering besloten. Hij hield zich ook bezig met astronomie en meette de stand van de planeten en hun banen, in 1729, 1735 en 1738 verschenen er boeken van zijn hand over dit onderwerp.
Cruquius overleed op 5 februari 1754, teleurgesteld, zijn begrafenis en erfenis had hij tot in detail geregeld, hij ligt begraven in het oude kerkje van Spaarndam waar men zijn grafsteen en een herdenkingsraam kan vinden.

Het gemaal langs de Haarlemmermeer polder en het er naast gelegen dorp zijn naar hem genoemd.
Het oudste weerboekje van Nederland aan de hand van Cruquius werd in 2006, 300 jaar na dato herdrukt bij van Wijnen in Franeker.

vrijdag 31 augustus 2018

Hidde Dirks Kat, bekende Amelander.

Hidde Dirks Kat, 1747-1824.

Het is dit jaar 200 jaar geleden dat het dagboek van walvisvaarder Hidde Dirks Kat werd gepubliceerd. Hier wordt in Ameland volop bij stilgestaan.
Hidde werd op 14 juni 1747 in Hollum op Ameland geboren, hij trouwde in 1775 met Jantje Jans zij hadden samen 4 kinderen. Hidde Dirks Kat ging zoals velen op de Waddeneilanden op walvisvaart en klom op tot commandeur. 
In 1777 voerde Hidde met vijf andere schepen uit, richting Groenland, met als doel de robben en walvisvangst. Hij had het bevel over de tweemaster birk "Juffrouw Klara".
Tegen het eind van de zomer werden de schepen door het kruiend ijs verrast en werden samen met nog 12 andere schepen verpletterd door het ijs, het is dan oktober 1777. Men probeerde via ijsschotsen te ontkomen naar het vaste land. De bemanningsleden moesten zich proberen in leven te houden velen kwamen echter om, ze verdronken of bevroren in de kou. Een aantal waaronder Hidde weet met behulp van Eskimo's Groenland te bereiken. Hidde gaat een dagboek bijhouden, het dagboek schetst een levendig beeld van de ontberingen die men op het ijs moest doorstaan en de gastvrijheid van de Inuit. De geredden overwinteren in de Deense kolonie Frederikshoop, van de in totaal 450 opvarenden van de in totaal 18 schepen komen er 331 om het leven. In februari 1778 laat Hidde van zich horen, hij schrijft vanuit Straat Davids een brief aan zijn echtgenote op Ameland waarin hij beschrijft wat er sinds de zomer van 1777 is gebeurt en hij verteld van de overlevingstocht over de ijsschotsen waarbij velen verdronken en of omkwamen van de kou. In de zomer van 1778 keren Hidde en de overgebleven bemanningsleden terug op Ameland.
Hidde gaat niet meer op walvisvaart maar is door de gebeurtenissen beroemd geworden. Zijn laatste levensjaren, zijn echtgenote was al overleden, brengt Hidde bij zijn nicht Meinke Kats door, pas in 1817 wordt zijn dagboek gepubliceerd.
Op de begraafplaats bij de Hervormde kerk in Hollum staat zijn grafsteen met daarop vermeld: H.D. Kat. Bij het verzorgingscentrum "de Stelp" in Hollum staat een standbeeld van Hidde Dirks Kat waarbij zijn vinger wijst naar de plek waar vroeger zijn huis stond.

Dit jaar is zijn dagboek opnieuw maar nu in hedendaags Nederlands als paperback uitgegeven. Ter gelegenheid van het jubileum werd door de Amelander bierbrouwerij een speciaal bier gepresenteerd genoemd naar Hidde Dirks Kat.