Posts tonen met het label Leeghwater. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leeghwater. Alle posts tonen

vrijdag 26 oktober 2018

Van Haarlemmermeer tot City Airport: ruim 100 jaar Schiphol.

Afbeeldingsresultaat voor schiphol klm
Schiphol City Airport.


In de eeuwen voor het begin van de"droogmakerij" was het Haarlemmermeer een grote watervlakte.
Het Haarlemmermeer was ontstaan uit drie meren: het Spieringmeer in het Noorden, het oude Haarlemmermeer in het midden, en het Leidsemeer in het zuiden.
Door vervening en slechte of ontbrekende bedijking zorgde de natuur er voor dat de drie meren zich op den duur aaneensloten tot een meer met een oppervlakte 17 duizend hectare. Van Haarlem naar Amsterdam was er nog maar een route de Spaarnedammerdijk, met veel moeite kon de afscheiding tussen het IJ en het Haarlemmermeer worden behouden. Bij storm ging veel land verloren, zelfs dorpen zoals Nieuwerkerk en Rijk verdwenen in de golven, veel landverbindingen werden weggespoeld. In 1573 was het meer het toneel van een zeeslag tussen de Spaanse vloot en een Hollandse vloot tijdens het beleg van Haarlem. Leeghwater was de eerste die in de 17e eeuw plannen maakte tot drooglegging. Het duurde echter tot 1836, het Haarlemmermeer bedreigde toen zowel Amsterdam als Leiden, dat men besloot daadwerkelijk tot drooglegging over te gaan. Besloten werd geen gebruik te maken van windmolens maar van stoomgemalen. In 1848 werd het gemaal Leeghwater in werking gesteld, in 1849 volgde de gemalen de Croquius en de Lynden. In juli 1852 viel het Haarlemmermeer droog, daarna werd begonnen met de ontginning, tot op heden wordt nog gebruik gemaakt van (nieuwe) gemalen, in 1991 de Bolstra in 2001 de koning Willem I. De Haarlemmermeer nu een gemeente werd een glastuinbouwgemeente en later werd de luchthaven Schiphol ontwikkeld.De luchthaven Schiphol ligt op de plek waar ooit het dorp Rijk lag (verzwolgen door het water), Sciphol wordt in 1447 al in documenten genoemd.
Van oorsprong was Schiphol eigendom van het ministerie van oorlog en werd vanaf 1916 gebruikt als militair vliegveld, gedurende de Eerste Wereldoorlog werd het terrein uitgebreid tot 76 hectare. Op 17 mei 1920 opende de K.L.M. hier de lijndienst Amsterdam-Londen, het vliegveld verloor haar militaire betekenis, maar groeide als burgervliegveld. In 1935 bedroeg het terrein al 180 hectare, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het een Duitse Fliegerhorst en werd het veelvuldig door de geallieerden gebombardeerd. Na de Tweede Wereldoorlog breidde de luchthaven zich steeds verder uit, in 1978 werd het NS station Schiphol geopend, stationsgebouwen met bijbehorende pieren werden uitgebreid. In 1991 verscheen een nieuwe verkeerstoren van 101 meter. De luchthaven werd in 2016 Koninklijk en telt meer dan 450.000 vliegbewegingen per jaar waarbij men gebruik maakt van zes start en landingsbanen en werd tot 6 maal verkozen tot beste luchthaven ter wereld en wordt met recht een City Airport genoemd. Met 500 bedrijven waar 65.000 mensen werken is Schiphol een belangrijke werkgever de totale oppervlakte van Schiphol bedraagt nu 2.787 hectare. Verwerkte Schiphol in 1920, 440 passagiers in 2015 waren dit er 58 miljoen en het einde is nog niet in zicht, men streeft naar 70-80 miljoen passagiers en dat allemaal op 3 meter onder N.A.P.!

dinsdag 22 december 2015

de Beemster werelderfgoed

de Beemster 


Inklinking van het oorspronkelijk veen, stormvloeden en afkalving waren er de oorzaak van dat er in het Noordelijk gedeelte van het gewest Holland een aantal meren ontstonden.
Meren die zich langzaam uitbreidden en voor toenemende overlast zorgden rondom de dorpen en steden.
Tegelijkertijd was er de groeiende bevolking in de steden met de daaraan gekoppelde vraag naar meer voedsel. Door nu beiden te combineren d.w.z. van de meren landbouwgrond te maken zou men twee vliegen in een klap slaan.
In 1607 werd door een aantal investeerders bij de Staten van Holland een verzoek ingediend om het Beemstermeer te mogen droogmalen.
De investeerders waren afkomstig uit Amsterdam en Antwerpen (kooplieden) en den Haag (bestuurders) beiden groepen waren verenigd door de gebroeders Cromhout.
De totale kosten werden beraamd op 1,6 miljoen gulden. Tot de grootste investeerders behoorden de gebroeders van Oss uit Antwerpen, bij de kaveluitgifte verkregen zij bijna 1/7 van de nieuwe grond.
Eerst werd het Beemstermeer en haar oevers nauwkeurig in kaart gebracht het was toen 1607, toen moesten de bedijkers met het hoogheemraadschap onderhandelen over de afwatering, hierbij werd bedongen dat de bedijkers een afwateringskanaal naar Schardam zouden gaan bekostigen.
De geplande omringdijk werd op de oevers van het meer aangelegd, deze oevergronden moesten nu eerst worden aangekocht.
Na de aanleg van de ringdijk werd begonnen met het water uit het Beemstermeer weg te pompen
hiervoor werden 26 windwatermolens geplaatst, voor de technische uitvoering van het project werd Jan Adriaansz uit de Rijp aangetrokken zijn successen bezorgden hem de naam Leeghwater.
Een zware storm zorgde er in 1610 voor dat de polder weer volliep, er werden nog 14 windwatermolens bijgeplaatst, in de zomer van 1612 was het meer een polder geworden.
Voor de inrichting van de polder werd gekozen voor een rasterwerk van vierkanten gevormd door de waterlopen en wegen. In het midden van de polder werd een dorp gevestigd: Middenbeemster.
De Beemster was te nat voor de akkerbouw vandaar dat men er alleen weidegrond aantreft.
In het zuidelijke gedeelte van de polder zijn tussen 1883 en 1914  vijf fortificaties van de stelling van Amsterdam aangelegd (het fort Spijkerboor met draaikoepel geschut is te bezichtigen).
In 1999 werd de Beemster op de werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst waarbij een gedeelte nl.
de forten al in 1996 op de werelderfgoedlijst  van Unesco terecht kwam als onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
Het bezoekerscentrum Beemster is gevestigd in Middenbeemster op het terrein van de voormalige boerderij Westerhem.