vrijdag 28 september 2018

De stier van Paulus Potter en kunstroof.



Afbeeldingsresultaat voor de stier van potter
De stier van Potter.


Vandaag de dag is kunstroof uit musea en privé bezit een hot item, bij tijd en wijle duiken er in het buitenland schilderijen op, (zijn opgerold gemakkelijk te vervoeren) die jaren geleden werden ontvreemd. Vrij recentelijk nog in Italië en de Oekraïne. Er zijn zelfs kunstdetectives die dagelijks met de opsporing van geroofde kunst bezig zijn.
In het verleden deden zelfs regimes aan kustroof, wat te denken van Duitsland onder Hitler dat Joodse landgenoten beroofde en in het buitenland hele kunstverzamelingen buit maakte, waarvan tot op vandaag de dag grote aantallen kunstvoorwerpen spoorloos zijn gebleven.
Maar wat heeft de Stier van Potter hiermee te maken? Het schilderij hangt immers veilig in het Mauritshuis in den Haag? Ja maar dat is niet altijd zo geweest.
Van 1774 tot 1795 hing het schilderij in het schilderijenkabinet van de Stadhouder Willem V (gelegen aan het Buitenhof naast de Gevangenpoort in den Haag). Toen het Franse leger de Republiek der Verenigde Nederlanden binnenviel week de Stadhouder uit naar Engeland. De Fransen bedachten dat de Stadhouder een privépersoon was en naar het buitenland was uitgeweken en daarmee het recht op zijn bezittingen had verspeeld. Het grootste gedeelte van de collectie van Willem V waaronder Rembrandts, Rubens, van Dijck en Potter werden naar Parijs overgebracht en in het Louvre tentoongesteld. Het zelfde stond ook andere landen te wachten, door Frankrijk veroverd en "verenigd" met Frankrijk,zo groeide de collectie van het Louvre als kool.
Bij de eerste vrede van Parijs in 1814 probeerden de geallieerden de gevoelens van de Fransen te sparen, van teruggave van de kunstschatten was door het slimme optreden van de Franse diplomaat Talleyrand geen sprake. Alleen Pruisen en Brunswijk kregen wat schilderijen terug.
Na Waterloo in 1815 veranderde dit, de geallieerden bezetten Parijs en de Pruisen drongen het Louvre binnen en haalden als eerste hun kunstschatten weg. Een Belgisch Nederlandse commissie toog naar Parijs om de kunstschatten van België en Nederland terug te krijgen. Wellington moest er aan te pas komen om de kunstcollectie van o.a. de voormalige Stadhouder Willem V terug te krijgen, met behulp van Pruisische militairen lukte dit uiteindelijk. Zeven wagens vol schilderijen en kunstvoorwerpen verlieten het Louvre richting Nederland. Op 20 november 1815  arriveerden 110 schilderijen waaronder de Stier van Potter feestelijk in den Haag. In 1821 vonden de schilderijen hun definitieve plaats in het Mauritshuis.
De verzameling gouden en zilveren wapens, oude kaarten  en delen van de natuurhistorische verzameling waren in Frankrijk achter gebleven, niet alle schilderijen waren teruggevonden die waren inmiddels over andere musea buiten Parijs verspreid. Uiteindelijk stopte de Nederlandse
regering met pogingen de rest naar Nederland terug te halen.

vrijdag 14 september 2018

Nicolaus Cruquius landmeter, cartograaf, meteoroloog, sterrenkundige.


Afbeeldingsresultaat voor cruquius spaarndam
Gedenkraam Nicolaus Cruquius in Spaarndam.


Nicolaus Cruquius werd in 1678 op Vlieland geboren en niet in Delft, zijn oorspronkelijke naam was Nicolaas Kruik, zijn vader ging voor de V.O.C. in Delft werken waardoor het jonge gezin van Vlieland naar Delft trok. Samuel was koster, schoolmeester en wiskundige. Nikolaas liet in 1712 voor het eerst van zich spreken door samen met zijn broer een gedetailleerde kaart voor het Hoogheemraadschap Delfland te publiceren. In 1716 ging Nikolaas medicijnen studeren en in 1717 geneeskunde bij Boerhaave, hij vermelde bij inschrijving dat hij in Delft was geboren en schreef zich in onder zijn gelatiniseerde naam Nicolaus Cruquius dat klonk veel voornamer. Lang duurde de studie niet, hij ging verder als zelfstandig landmeter en kreeg verschillende opdrachten naast het maken van kaarten werd hij ook om advies en oplossingen op waterbouwkundig vlak gevraagd, veelal veel later werden deze na zijn dood ten uitvoer gebracht. Bijvoorbeeld de toestand van de grachten in Leiden, Cruquius bedacht een uitwateringssluis bij Katwijk n.a.v. peilingen en waterpassingen door hem verricht. Pas in 1807 werd de uitwateringssluis bij Katwijk gerealiseerd.
Als landmeter maakte hij als eerste landkaarten met dieptelijnen.
Cruquius is bekend om zijn weermetingen  die hij al vanaf zijn jeugd deed en bij hield, hier wordt bij historisch weeronderzoek nog steeds gebruik van gemaakt. Door zijn metingen is Nederland het enigste land ter wereld dat zo lang achtereen en zonder onderbrekingen het weer heeft gemeten.
Het aflezen van temperatuur, luchtdruk, vocht en neerslag gebeurde met gebruik van primitieve instrumenten. Hij bedacht een eigen thermometerschaal, vanaf 1727 gebruikte hij Fahrenheit. Cruquius vroeg de Staten van Holland in 1725 om financiële steun voor een meteorologisch  instituut dat ook hydrografische en waterstaatkundige gegevens kon verzamelen, maar hij werd niet serieus genomen, iedere provincie wou alles zelf bepalen, pas een eeuw later deed Buys Ballot een nieuw verzoek waarna het huidige K.N.M.I. werd opgericht. Ook pleitte Cruquius voor inpoldering van de Haarlemmermeer dat steeds groter en groter werd, tevergeefs pas veel later werd er tot inpoldering besloten. Hij hield zich ook bezig met astronomie en meette de stand van de planeten en hun banen, in 1729, 1735 en 1738 verschenen er boeken van zijn hand over dit onderwerp.
Cruquius overleed op 5 februari 1754, teleurgesteld, zijn begrafenis en erfenis had hij tot in detail geregeld, hij ligt begraven in het oude kerkje van Spaarndam waar men zijn grafsteen en een herdenkingsraam kan vinden.

Het gemaal langs de Haarlemmermeer polder en het er naast gelegen dorp zijn naar hem genoemd.
Het oudste weerboekje van Nederland aan de hand van Cruquius werd in 2006, 300 jaar na dato herdrukt bij van Wijnen in Franeker.

vrijdag 31 augustus 2018

Hidde Dirks Kat, bekende Amelander.

Hidde Dirks Kat, 1747-1824.

Het is dit jaar 200 jaar geleden dat het dagboek van walvisvaarder Hidde Dirks Kat werd gepubliceerd. Hier wordt in Ameland volop bij stilgestaan.
Hidde werd op 14 juni 1747 in Hollum op Ameland geboren, hij trouwde in 1775 met Jantje Jans zij hadden samen 4 kinderen. Hidde Dirks Kat ging zoals velen op de Waddeneilanden op walvisvaart en klom op tot commandeur. 
In 1777 voerde Hidde met vijf andere schepen uit, richting Groenland, met als doel de robben en walvisvangst. Hij had het bevel over de tweemaster birk "Juffrouw Klara".
Tegen het eind van de zomer werden de schepen door het kruiend ijs verrast en werden samen met nog 12 andere schepen verpletterd door het ijs, het is dan oktober 1777. Men probeerde via ijsschotsen te ontkomen naar het vaste land. De bemanningsleden moesten zich proberen in leven te houden velen kwamen echter om, ze verdronken of bevroren in de kou. Een aantal waaronder Hidde weet met behulp van Eskimo's Groenland te bereiken. Hidde gaat een dagboek bijhouden, het dagboek schetst een levendig beeld van de ontberingen die men op het ijs moest doorstaan en de gastvrijheid van de Inuit. De geredden overwinteren in de Deense kolonie Frederikshoop, van de in totaal 450 opvarenden van de in totaal 18 schepen komen er 331 om het leven. In februari 1778 laat Hidde van zich horen, hij schrijft vanuit Straat Davids een brief aan zijn echtgenote op Ameland waarin hij beschrijft wat er sinds de zomer van 1777 is gebeurt en hij verteld van de overlevingstocht over de ijsschotsen waarbij velen verdronken en of omkwamen van de kou. In de zomer van 1778 keren Hidde en de overgebleven bemanningsleden terug op Ameland.
Hidde gaat niet meer op walvisvaart maar is door de gebeurtenissen beroemd geworden. Zijn laatste levensjaren, zijn echtgenote was al overleden, brengt Hidde bij zijn nicht Meinke Kats door, pas in 1817 wordt zijn dagboek gepubliceerd.
Op de begraafplaats bij de Hervormde kerk in Hollum staat zijn grafsteen met daarop vermeld: H.D. Kat. Bij het verzorgingscentrum "de Stelp" in Hollum staat een standbeeld van Hidde Dirks Kat waarbij zijn vinger wijst naar de plek waar vroeger zijn huis stond.

Dit jaar is zijn dagboek opnieuw maar nu in hedendaags Nederlands als paperback uitgegeven. Ter gelegenheid van het jubileum werd door de Amelander bierbrouwerij een speciaal bier gepresenteerd genoemd naar Hidde Dirks Kat.



vrijdag 6 juli 2018

Gevlogen boven Nederland: McDonnell Douglas F-15 A/B en C/D Eagle.

McDonnell Douglas F-15A Eagles


In de V.S. werd in de zestiger jaren van de vorige eeuw onderzoek gedaan naar de opvolger van de   F-4 Phantom, een toestel dat in staat zou zijn de Mig 25 te evenaren en zelfs te overtreffen.
De opvolger moest een onderscheppingsjager voor de lange afstand worden, met een topsnelheid van mach 2,5. Vier concerns dienden hun voorstellen in en op 23 december 1969 werd besloten dat McDonnell Douglas het contract had gewonnen. De eerste vlucht van de F-15A vond plaats op 27 juli 1972 en de eerste vlucht van de tweezitter de F-15B, in juli 1973. De F-15C en de tweezits versie, de F-15D, kwamen in 1978 in productie en maakten hun eerste vlucht in februari en juni van dat jaar.
Deze versie kon extra brandstof meenemen in zogenaamde fast packs, die tijdens de vlucht konden worden afgeworpen. Deze fast packs zorgden voor nog meer extra brandstof en er was een nieuwe digitale computer geïnstalleerd, alsmede een systeem dat de vlieger in staat stelde met alle bewapening/last 9 g te vliegen.Op 13 september 1978 arriveerden de eerste F-15A Eagles op de vliegbasis Soesterberg. Zij vervingen de F-4E Phantoms van het 32ste Tactical Fighter Squadron.
In december 1978 werd de operationele sterkte van 18 Eagles bereikt, in 1980 werden de A/B types ingeruild voor de C/D. De eerste F-15C's arriveerden op 13 juni 1980. In 1983 werd het aantal uitgebreid naar 24 stuks. Tijdens de eerste Irak oorlog werd in 1990 de helft van het vliegtuigbestand met spoed aan Saoedi Arabie verkocht. In oktober 1999 kreeg het squadron er echter weer 6 toestellen bij, maar dat waren verouderde F-15A's. De andere 12 F-15C's werden eveneens omgeruild voor het A model en ondergingen een modificatie programma MISP, met onder meer verbetering van het computersysteem voor de bewapening.
De F-15 Eagle was tijdens het verblijf in Nederland (1978-1994) het veiligste vliegtuig waar ooit mee was gevlogen, het 32ste squadron is gedurende deze periode dan ook een aantal keren uitgeroepen tot beste eenheid binnen de Amerikaanse Luchtmacht.
De Koude Oorlog was voorbij en dientengevolge van Amerikaanse bezuinigingen werd het 32ste Tactical Fighter Squadron op 1 juli 1994 gedeactiveerd en vertrokken de Eagle's naar de V.S.
Gevlogen boven Nederland is niet helemaal waar, regelmatig worden er vier of meerdere Eagles tijdelijk op Nederlandse vliegbasis (Leeuwarden) gestationeerd,de tijden veranderen!
Het Nationaal Militair Museum heeft een F-15 Eagle in haar permanente expositie.





vrijdag 15 juni 2018

Jac. P. Thijsse grondlegger van de Nederlandse natuurbescherming.


Afbeeldingsresultaat voor jac p thijsse
Jac. P. Thijsse

Jacobus Pierre Thijsse werd op 25 juli 1865 in Maastricht geboren, zijn vader was beroepsmilitair en dat zorgde er voor dat het gezin vaak verhuisde van Maastricht ging het naar Grave en van daar naar Woerden waar Ko voor het eerst naar school gaat. Zowel in Grave als in Woerden trok Ko er op uit de natuur in, dat zorgde ervoor dat hij nog wel eens spijbelde, de natuur was belangrijker. In Amsterdam ging hij naar de Kweekschool waar veel buitenschoolse activiteiten in de natuur werden georganiseerd, hij raakte gepassioneerd van de natuur. In 1883 kreeg hij zijn eerste aanstelling als derde onderwijzer waarna na het behalen van de hoofdakte en enkele taalakten hij bevorderd werd tot tweede onderwijzer. Eind 1889 werd hij schoolhoofd op de Franse school op den Burg Texel, wat genoot hij daar van de omgeving, de natuur op zijn best, hij trouwde er in 1891. Vanwege heimwee van zijn echtgenote vertrokken zij in 1892 naar Amsterdam waar hij hoofd van de Openbare school werd. In 1905 stond Jac. Thijsse aan de wieg van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en was er tot zijn dood secretaris. Aanleiding was het voorstel van B&W van Amsterdam om het Naardermeer te dempen met stadsafval, verzet van Thijsse leidde tot oprichting van Natuurmonumenten met het doel: het aankopen en in eigen beheer nemen van Natuurmonumenten.
Zo werd het Naardermeer in september 1906 het eerste natuurreservaat in Nederland.Thijsse was ook medeoprichter van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, ook bij de Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en de Nederlandse Ornithologische Vereniging was Thijsse betrokken.
Samen het Heimans schreef Thijsse al vanaf 1894 natuurboekjes voor de jeugd, samen richten zij de tijdschriften: "de levende natuur" en "tijdschrift voor de Natuursport op". Het Vogeljaar beleefde 7 herdrukken, bekend zijn de serie: Nederlandse landschappen en niet te vergeten de beroemde Verkade albums die vanaf 1904 verschenen zoals o.a.de titels: Lente,Zomer, Herfst, Winter, het Naardermeer, Friesland, Langs de Zuiderzee en Texel. In 1965 verscheen postuum het laatste album in de reeks Verkade albums: "Vogelzang".
In totaal schreef Thijsse 45 boeken en meer dan 2000 artikelen.
In 1906 werd Thijsse gekozen tot lid van de Maatschappij der Nederlandse Letteren, in 1922 kreeg hij een ere-doctoraat aan de universiteit van Amsterdam. In 1925 werd hij benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau en in 1935 werd hij ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
Op zijn 60ste verjaardag kreeg Thijsse twee hectare grond in Bloemendaal aangeboden, Thijsse's hof zoals het ging heten wordt nog steeds door verschillende schoolklassen gebruikt voor het geven van biologie lessen.
Jac. P. Thijsse overleed in 1945 aan een hartaanval en is in Bloemendaal begraven.

vrijdag 25 mei 2018

Eten in de ruimte.

Afbeeldingsresultaat voor eten in de ruimte
Ruimtevoedsel met barcode, bestek met magneten.

De eerste mens die in de ruimte en dus in gewichtloosheid at, was Yuri Gagarin, tussen dit moment in 1961 en nu in 2018 is er op dit gebied veel veranderd mede omdat de mens steeds langer in de ruimte verblijft. Het begon allemaal met voedsel gemaakt tot een pasta dat uit tubes moest worden geknepen, kleurloos en smaakloos. Om te voorkomen dat het eten zou gaan rondzweven was het in tubes gestopt. Nu het verblijf in de ruimte maanden en de toekomst misschien wel jaren kan duren is het belang van uitgebalanceerd en gevarieerd voedsel steeds belangrijker. De tubes werden later voorzien van een laagje gelatine om te voorkomen dat er schilfertjes van de tube in de ruimte zouden blijven rondzweven. De volgende stap werd gevriesdroogde poeder dat met moeite vloeibaar was te maken en onsmakelijk was. Tijdens de Gemini vluchten kwamen er nieuwe verpakkingen en konden gevriesdroogde producten beter worden aangemaakt. Astronauten waren nu in staat maaltijd combinaties te kiezen zoals: garnalen cocktail, soep, bacon, kip, groente, pudding en appelmoes.
Met de komst van het Apollo programma kon er voor het eerst gebruik worden gemaakt van heet water, het plastic bakje dat kon worden uitgelepeld deed zijn intrede. Met de komst van Skylab verscheen de eettafel en kreeg men de beschikking over bestek (dat door magneten werd vastgehouden) en waren er 72 verschillende voedingsmiddelen die langer bewaard konden worden omdat ook de vries/koelkast was ingebouwd en dus voor het eerste verse groenten. Met de komst van het ISS dient het voedsel na aankomst in het ruimtestation nog 9 maanden houdbaar te zijn. Alle voedingsmiddelen moeten onder laboratorium omstandigheden worden verpakt er mag geen enkele bacterie in het voedsel zitten (voedselvergiftiging). Bekende koks koken tegenwoordig speciale maaltijden voor gebruik in de ruimte. De bekende Franse chef Ducasse creëerde 13 nieuwe recepten voor gebruik in de ruimte, andere bekende chefs volgden: Lagasse, Wohlfahrt, Scabin. Tegenwoordig verzorgt Argotec in Turijn in opdracht van de ESA de "persoonlijke" maaltijden voor de astronauten. Zo gauw duidelijk wordt welke astronaut op missie gaat, neemt Argotec met hem of haar contact op en vraagt de etensvoorkeuren van de persoon, daarna volgt er later nog een proef en reuk sessie.
Zo is het in het ISS gebruikelijk geworden dat de astronaut minstens een maal zijn "persoonlijke"
maaltijd deelt met zijn collega's, verbroedering in de ruimte!


Afbeeldingsresultaat voor eten in de ruimte ISS
Etenstijd in het ISS ruimtestation.

vrijdag 27 april 2018

Jacob Binckes, vergeten zeeheld.

Afbeeldingsresultaat voor jacob binckes
Jacob Binckes.
Bijna iedere wat grotere plaats in Nederland heeft wel een zeehelden buurt. Een straatnaam die je bijna tevergeefs zult zoeken is die van Jacob Binckes. Ondanks dat hij slechts Commandeur was werd hij drie maal uitgezonden als leider van belangrijke missies, zijn belangrijkste wapenfeit: de herovering van Nieuw-Nederland in 1673. Binckes werd in 1637 in Koudum geboren uit een gezin van grotendeels schippers op de koopvaardij. Zijn eerste reis maakte Jacob Binckes in 1656 naar het Russische Archangelsk. Binckes ging van de koopvaardij over naar de Admiraliteit van Amsterdam  waar hij onder Michael de Ruijter diende tijdens onder meer in de Tweede Engels-Nederlandse oorlog tijdens de Tweedaagse zeeslag in 1666. Daarna werd hij schipper op de "Essen" waarmee hij in 1667 de Medway op voer tijdens de tocht naar Chatham. Tijdens de Derde Engels-Nederlandse oorlog was hij kapitein op de "Woerden" tijdens de slag bij Solebay in 1672. Jacob Binckes werd in 1672, hij was inmiddels opgeklommen tot Commandeur, aan het hoofd gesteld van een eskader dat door de Admiraliteit van Amsterdam naar Cadiz werd gezonden. In mei 1673 voegde hij zich bij de vloot van Cornelis Evertsen de Jongste. St. Eustatius werd door Binckes heroverd op de Engelsen waarna men naar de Amerikaanse Oostkust voer waar een Engelse tabaksvloot werd buitgemaakt. Daarna verscheen de vloot voor New York dat door de Engelsen op de Nederlanders was veroverd. De schepen gingen bij Manhatten voor anker waarna men de overgave van New York eiste toen dit uitbleef werd het fort St. James gebombardeerd waarna de stad zich overgaf. Verder landinwaarts werd het fort Albany op 29 juli 1673 veroverd waarna de kolonie Nieuw Nederland weer een feit was, New York werd omgedoopt tot Nieuw Oranje. Binckes verliet als een van de laatste Nieuw Nederland toen in 1674 bij de Vrede van Westminster Nieuw Nederland terug in Engelse handen viel. In de jaren erna was Binckes in de Middenlandse zee en Oostzee te vinden waar achtereen  zeerovers en Zweden werden bestreden. Binckes verliet op 16 maart 1676 voor het laatst keer de haven van Texel, hij kreeg de opdracht mee de Fransen in West-Indië aan te vallen. Op 6 mei 1676 veroverde hij Cayenne in Frans Guyana en op 20 juni St. Maarten. Op 16 juli veroverde hij Haïti. Binckes hielp daarna de toen Nederlandse kolonie Tobago te versterken tegen mogelijke Franse aanvallen. Op 3 maart 1677 vond de eerste slag bij Tobago plaats die door Binckes werd gewonnen. Op 12 december 1677 vond de Tweede slag bij Tobago plaats, Jacob Binckes sneuvelde tijdens de Franse aanval op zijn vlaggenschip "de Beschermer".

Er zijn slechts 4 straten naar Jacob Binckes vernoemd: in Amersfoort, Koudum, Leeuwarden en Willemstad op Curaçao.