Posts tonen met het label Chatham. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Chatham. Alle posts tonen

vrijdag 27 april 2018

Jacob Binckes, vergeten zeeheld.

Afbeeldingsresultaat voor jacob binckes
Jacob Binckes.
Bijna iedere wat grotere plaats in Nederland heeft wel een zeehelden buurt. Een straatnaam die je bijna tevergeefs zult zoeken is die van Jacob Binckes. Ondanks dat hij slechts Commandeur was werd hij drie maal uitgezonden als leider van belangrijke missies, zijn belangrijkste wapenfeit: de herovering van Nieuw-Nederland in 1673. Binckes werd in 1637 in Koudum geboren uit een gezin van grotendeels schippers op de koopvaardij. Zijn eerste reis maakte Jacob Binckes in 1656 naar het Russische Archangelsk. Binckes ging van de koopvaardij over naar de Admiraliteit van Amsterdam  waar hij onder Michael de Ruijter diende tijdens onder meer in de Tweede Engels-Nederlandse oorlog tijdens de Tweedaagse zeeslag in 1666. Daarna werd hij schipper op de "Essen" waarmee hij in 1667 de Medway op voer tijdens de tocht naar Chatham. Tijdens de Derde Engels-Nederlandse oorlog was hij kapitein op de "Woerden" tijdens de slag bij Solebay in 1672. Jacob Binckes werd in 1672, hij was inmiddels opgeklommen tot Commandeur, aan het hoofd gesteld van een eskader dat door de Admiraliteit van Amsterdam naar Cadiz werd gezonden. In mei 1673 voegde hij zich bij de vloot van Cornelis Evertsen de Jongste. St. Eustatius werd door Binckes heroverd op de Engelsen waarna men naar de Amerikaanse Oostkust voer waar een Engelse tabaksvloot werd buitgemaakt. Daarna verscheen de vloot voor New York dat door de Engelsen op de Nederlanders was veroverd. De schepen gingen bij Manhatten voor anker waarna men de overgave van New York eiste toen dit uitbleef werd het fort St. James gebombardeerd waarna de stad zich overgaf. Verder landinwaarts werd het fort Albany op 29 juli 1673 veroverd waarna de kolonie Nieuw Nederland weer een feit was, New York werd omgedoopt tot Nieuw Oranje. Binckes verliet als een van de laatste Nieuw Nederland toen in 1674 bij de Vrede van Westminster Nieuw Nederland terug in Engelse handen viel. In de jaren erna was Binckes in de Middenlandse zee en Oostzee te vinden waar achtereen  zeerovers en Zweden werden bestreden. Binckes verliet op 16 maart 1676 voor het laatst keer de haven van Texel, hij kreeg de opdracht mee de Fransen in West-Indië aan te vallen. Op 6 mei 1676 veroverde hij Cayenne in Frans Guyana en op 20 juni St. Maarten. Op 16 juli veroverde hij Haïti. Binckes hielp daarna de toen Nederlandse kolonie Tobago te versterken tegen mogelijke Franse aanvallen. Op 3 maart 1677 vond de eerste slag bij Tobago plaats die door Binckes werd gewonnen. Op 12 december 1677 vond de Tweede slag bij Tobago plaats, Jacob Binckes sneuvelde tijdens de Franse aanval op zijn vlaggenschip "de Beschermer".

Er zijn slechts 4 straten naar Jacob Binckes vernoemd: in Amersfoort, Koudum, Leeuwarden en Willemstad op Curaçao.

vrijdag 19 augustus 2016

Plundering en verwoesting West-Terschelling 350 jaar geleden, 20 augustus 1666.

Plundering en verwoesting West Terschelling 20 augustus 1666

Oorzaken van het uitbreken van de Tweede Engels-Nederlandse oorlog waren de constante conflicten tussen de Republiek en Engeland over de nederzettingen en de koloniale gebieden.
Directe aanleiding was de bemoeienis van Charles II met het Nederlandse stadhouderschap tijdens het eerste stadhouder loze tijdperk.
Na de overwinning tijdens de 4 daagse zeeslag (11-14 juni 1666) leek het er even op dat Engeland was verslagen, echter tijdens de 2 daagse zeeslag bij North Foreland werd de Nederlandse vloot bijna verslagen en er doemde geldgebrek in de Republiek.
Op 20 augustus 1666 verscheen er een Engels eskader onder Sir Robert Holmes voor de kust van Terschelling. Het eskader had zijn weg gevonden door toedoen van een Nederlandse kapitein, van Heemskerk die bij de slag van Lowestoft deserteerde en uit wraak de Engelse vlootvoogd Holmes er van wist te overtuigen dat er bij Terschelling een rijke buit te halen viel.
Als eerste werd de koopvaardijvloot in het Vlie (tussen Vlieland en Terschelling) overrompeld en verwoest, daarna zette het eskader koers naar het eiland Terschelling waar het onbeschermde dorpje West-Terschelling het moest ontgelden.
West-Terschelling werd destijds  bewoond door vreedzame Mennonieten en door kapiteins in rustte.
Het dorpje werd geplunderd en platgebrand, de schade werd op 1 miljoen pond geschat, 2.000 inwoners van Vlieland en Terschelling lieten het leven, 200 huizen werden verbrand.
Het duurde enige dagen voor dat het nieuws in de Republiek bekend werd, de beurs van Amsterdam ging 3 dagen dicht, de bevolking was woedend, zo woedend dat een opstootje in Amsterdam bijna uitliep op plundering van het huis van Michiel de Ruyter.
In Engeland gingen de vlaggen uit en werd de expeditie daar bekend als "Holmes bonfire" als een triomf gevierd.(in de Republiek stond het bekend als de Engelse furie).
Toen in september de grote brand in Londen uitbrak dachten de Engelsen dat dat de straf van god was voor wat zij in Terschelling hadden aangericht.
De straf van de Republiek liet niet lang op zich wachten, op 22 juni 1667 vond de tocht naar Chatham plaats waarbij men de Theems op voer en de over de rivier gespannen ketting doorbrak en de daar afgemeerde vijandelijke schepen vernietigde.
Na afloop kwam er een verordening dat nimmer er een oorlogsschip van de Republiek werd toegestaan de Theems te bevaren.
De Tweede Engels-Nederlandse oorlog werd tijdens de vrede van Breda op 31 juli 1667 zij het voorlopig beëindigd.


zaterdag 12 december 2015

"zo wijd de wereld strekt" 350 jaar Korps Mariniers.


       



Dit jaar bestaat het Korps mariniers 350 jaar, het besluit tot oprichting werd op 10 december 1665
door de Staten van Holland afgekondigd, het besluit werd genomen op advies Lt. Admiraal van Michiel de Ruyter,  het bevel werd opgedragen aan W.J. baron van Ghent (overleed in 1672 tijdens de slag bij Solebay).
Mariniers deden dienst aan boord van oorlogsschepen met het doel vijandelijk schepen te enteren, tevens droegen zij zorg voor de discipline aan boord, ook werden mariniers ingezet voor landingen op (meestal) onbekende vijandelijke kusten                                                                                     Het korps zou al spoedig van zich doen spreken:  de tocht naar Chatham in 1667 waarbij zo'n duizend mariniers werden ingezet spreekt nog altijd tot de verbeelding.
Van de krijgsverrichtingen waaraan de mariniers hebben deelgenomen zijn die tussen de jaren 1672-1678 de belangrijkste.
Tijdens iedere zeeslag zoals de slag bij Schoneveld en de slag bij Kijkduin waren de mariniers van de partij, ook op land werd er gevochten zoals bij Seneffe en Mont Cassel.
In 1704 werd Gibraltar tijdens de Spaanse Successie oorlog door een Engels-Nederlandse troepenmacht veroverd, de Nederlandse mariniers speelden hier de hoofdrol.
In 1816 wordt al piraterij bestreden als mariniers bij Algiers aan land gaan, in de 19e eeuw worden de mariniers veelvuldig ingezet in Nederlands Indië in met name Lombok en Atjeh.
Het hoogte punt wat mankracht bereikte het korps aan het eind van de Tweede Wereldoorlog de mariniersbrigade bestond uit ongeveer 5.000 manschappen, de bedoeling was dat zij de Japanners
zouden gaan bevechten maar daar was het net te laat voor het werden de Politionele acties in het voormalig Nederlands Indië en later Nederlands Nieuw Guinea.
In de jaren zestig werd het korps bijna opgeheven maar de Koude Oorlog zorgde voor een blijvende aanwezigheid.
Vandaag de dag is er aan de manier van inzet weinig veranderd zij het dat enteren niet meer voorkomt. Landingen vinden behalve met landingsschepen ook plaats met helikopters en mariniers worden geacht in ieder klimaat te kunnen opereren.
Het Nederlandse Korps Mariniers is na lange tijd eindelijk uitgerust met twee amfibische transportschepen Z.M. Rotterdam en Z.M. Johan de Witt eventueel aangevuld met Z.M. Karel Doorman  en heeft de beschikking over 17 landingsvaartuigen en zo'n 200 terreinvoertuigen typen Bandvagn en Viking.
Het korps is vandaag de dag opgeschoven richting speciale operaties, aantallen mariniers krijgen tegenwoordig een commando opleiding en worden als zodanig ingezet.
De inzet in de laatste decennia is voornamelijk in vredesmissies zoals in Haïti, Cambodja, Irak en Afghanistan. De huidige inzet betreft als detachementen op Nederlandse koopvaardijschepen rond de hoorn van Afrika bij Somalië en als taskforce Barracuda dicht op de kust van Somalië en de VN missie MINUSMA in Mali.
Het houdt hiermee haar lijfspreuk Qua Patet Orbis  "zo wijd de wereld strekt" in ere.