vrijdag 13 mei 2016

Frits Koolhoven en de eerste lijnvlucht naar het buitenland 18 september 1919.

Koolhoven helemaal rechts


Frits Koolhoven (1886-1946) was een Nederlandse auto ontwerper, vliegtuigontwerper en luchtvaartpionier. Koolhoven behaalde in 1910 zijn vliegbrevet in Betheney Frankrijk.
De autohandelaren Lugard & Verwey kopen in 1910 een perceel heide nabij Soesterberg en richten er een vliegkamp op, dat zelfde jaar wordt er een vliegschool en een vliegtuigfabriek gebouwd en ontstaat de NV Maatschappij voor Luchtvaart, Frits Koolhoven wordt directeur en voert samen met Henri Wijnmalen het beheer. Op 14, 21 en 25 mei worden er ter gelegenheid van de opening grote vliegdemonstraties gehouden boven Soesterberg.
Koolhoven bouwt in de montagehal op de vlieghei zijn eerste vliegtuig dat hij toepasselijk "Heidevogel" doopt. Tussen 21 en 24 juni wordt de eerste Europese rondvlucht gehouden waarin ook Soesterberg (21.000 toeschouwers) is opgenomen (start en finish Parijs).
In 1912 gaat de Nederlandse Maatschappij voor Luchtvaart failliet Koolhoven vertrekt naar de fabrieken van Deperdussin in  Frankrijk en vandaar in 1914 naar Armstrong Whithworth waar hij verder gaat met het ontwerpen van vliegtuigen (F.K.8 in totaal 170 stuks). In 1917 wordt hij hoofdontwerper bij British Aerial Transports, na het F.K. 23 Bantam jachtvliegtuig ontwerpt hij hier de B.A.T. F.K. 26 's werelds eerste vliegtuig voor het vervoer van passagiers het wordt tijdens de Eerste Luchtvaart Tentoonstelling Amsterdam de ELTA (500.000 bezoekers) tentoongesteld.

Op 18 september 1919 vindt vanaf Soesterberg, de plek waar Koolhoven ooit begonnen was, de eerste lijnvlucht vanuit Nederland naar het buitenland plaats.
Daarvoor wordt een luchtvaartmaatschappij opgericht COBOR de oprichters zijn Frits Koolhoven en de Lt. vlieger Coblijn.
De vlucht vindt wekelijks plaats naar Hounslow nabij Londen gevlogen wordt met een F.K. 26 (ontwerp Koolhoven) een toestel dat plaats bied aan 4 passagiers, het toestel is het eerste gesloten verkeersvliegtuig ter wereld, de vlucht duurt 3 uur en kost 20 pond.
Door tegenwerking van de Britse autoriteiten wordt de lijndienst na twee maanden gestopt.

In 1920 gaat de B.A.T. failliet en gaat Koolhoven voor Spijker werken, waarna de Nationale Vliegtuig Industrie in 1926 failliet ging.
In 1926 wordt de NV vliegtuigfabriek Koolhoven opgericht men vestigt zich op Waalhaven bij Rotterdam. Hier worden een aantal succesvolle types gebouwd zoals de F.K. 46 de F.K. 51 en de F.K. 58. Tijdens de meidagen 1940 wordt de fabriek verwoest, Koolhoven overlijdt een jaar na de oorlog, hij had altijd in de schaduw van die andere vliegtuigbouwer gestaan Antony Fokker.





maandag 9 mei 2016

de vergeten Noordse Compagnie.

walvisvangst nabij Spitsbergen
Dat er naast de Verenigde Oost Indische Compagnie (1602) en de West Indische Compagnie (1621) nog een Compagnie heeft bestaan is maar weinig bekend.
Op 27 januari 1614 wordt door de Staten Generaal octrooi verleend aan de Noordse Compagnie dat hiermee het alleenrecht kreeg op de walvisvangst op de kust van Nova Zembla tot Straat Davis met de tussen gelegen eilanden Groenland, Spitsbergen en Bereneiland, binnen 6 weken na publieke afkondiging kon men toetreden.
Alle grote Nederlandse havens uit de 17e eeuw hadden een kamer in de compagnie: Hoorn, Enkhuizen, Rotterdam, Delft en Amsterdam, later gevolgd door Middelburg, Vlissingen, Veere. Stavoren en Harlingen. Elk van de kamers waren zelfstandige ondernemingen met een eigen kapitaal.
Drie maal per jaar stelde de vergadering van bewindvoerders het beleid van de Noordse Compagnie vast, gemiddeld voeren zo'n 20 schepen uit om walvissen te gaan vangen.
Bij Spitsbergen en Jan Mayen eiland, waar de Noordse compagnie over landstations beschikte werd walvisspek tot traan gekookt en in vaten gestopt.
Voor elke tocht die een kamer van de Compagnie organiseerde stortten een aantal personen geld, na afloop van de tocht werd de winst verdeeld.
De Compagnie was belangrijk om sterk te staan in conflicten met Engelsen en Denen over toegang tot de vangstgebieden en had in de Republiek jaren lang het handelsmonopolie voor traan in handen.
De rechten die de Compagnie in gebieden had werden ondersteund door oorlogsschepen van de Admiraliteit.
Het door de Staten Generaal verleende octrooi werd na 1617 iedere keer met vier jaar verlengd tot in 1642, toen stopte de Noordse Compagnie, de V.O.C. leverde meer op winst op en ook de in 1621 opgerichte W.I.C. trok kapitaal weg, een formele opheffingsvergadering werd nooit gehouden.      
De kennis die de Noordse Compagnie had vergaart vormde de basis van de vrije Nederlandse walvisvaart na 1642. 
Michiel de Ruyter voer tussen 1633 en 1635 als stuurman op de "Groene Leeuw" voor de Noordse Compagnie op Jan Mayen eiland.
Aan de Keizersgracht staan nog drie Groenlandse pakhuizen. Deze pakhuizen zijn in opdracht van de kamer van Amsterdam gebouwd, in deze pakhuizen waren een 60 tal bakken van 2 bij 4 meter gemetseld om de traan afkomstig uit de schepen op te vangen.
Deze Groenlandse traan werd na het seizoen een tijdje opgeslagen en werd op de markt gebracht als de traanprijs was gestegen.



vrijdag 6 mei 2016

Gevlogen boven Nederland: Hawker Sea Hawk FGA 50.

Hawker Sea Hawk aan boord van vliegkampschip HM Karel Doorman



De Hawker Sea Hawk werd ontwikkeld uit de Hawker Sea Fury, in de Sea Fury werd een Rolls Royce Nene straalmotor geplaatst en de cockpit werd zover mogelijk naar voren geplaatst.
De RAF toonde geen interesse omdat de Sea Hawk minder presteerde dan de Gloster Meteor en Vampire. De Sea Hawk werd door Sydney Camm ontworpen (ontwerper van Hawker Hurricane).
De aangepaste marine versie vloog vanaf 31 augustus 1948, de versie beschikte over vleugels die aan boord van een vliegkampschip konden worden opgevouwen. Nog het zelfde jaar vonden er testvluchten plaatst vanaf het vliegkampschip HMS Illustrious.
Het eerste productie exemplaar vloog op 14 november 1951, in totaal werden er 542 exemplaren geproduceerd.
In 1956 schafte Defensie 22 exemplaren aan voor de Marine Luchtvaart Dienst, het type Hawker Sea Hawk FGA 50 moest vanaf het vliegkampschip Karel Doorman gaan  vliegen.
De straaljagers werden ingedeeld bij het VSQ 8 en 860. De squadrons rouleerden tussen het vliegkamp Valkenburg en het vliegkampschip Karel Doorman.
In 1959 werden de Sea Hawk's uitgerust met sidewinder raketten.
Er is ook een demonstratie team van de MLD geweest, dat uitgerust was met de Sea Hawk de "Sea Lords".
Na het vroegtijdig uit dienst stellen van de Karel Doorman in 1964, werden de Sea Hawks uitgefaseerd. De Sea Hawk was de enige straaljager die de MLD in dienst heeft gehad, op enkele van de Luchtmacht geleende Gloster Meteors voor trainingsdoeleinden na.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Hawker Sea Hawk in haar collectie.


maandag 2 mei 2016

Bob van der Stok, vlieger, Engelandvaarder, oorlogsheld.

Bob van der Stok

Hoe zit het toch met oorlogshelden? de een is vanaf dag een de held en blijft dat zijn leven en zelfs daarna. De ander is bescheiden, zo bescheiden dat het tientallen jaren duurt voordat zijn belevenissen door hemzelf, aan het papier zijn toevertrouwd.
Ik heb het hier over Bob van der Stok geboren op 13 oktober 1915 in Pladjoe, Sumatra als zoon van een Delfts ingenieur die daar  voor de Shell werkte. Terug in Nederland gaat Bob naar het lyceum in den Haag en het Lyceum Alpinum in Zwitserland en schrijft zich in 1934 in voor de studie medicijnen in Leiden. Bob onderbreekt zijn studie om de vliegeropleiding op Soesterberg te gaan volgen en zwaait er af als reserve officier vlieger en vervolgt zijn studie medicijnen in Utrecht. In 1939 komt hij onder de wapenen en vliegt vanaf de Kooy in de meidagen van 1940 verschillende oorlogsmissies, na de demobilisatie neemt hij zijn studie weer op. Bob van der Stok onderneemt ondertussen verschillen pogingen om naar Engeland te ontsnappen na 3 pogingen lukt het. Hij ontsnapt op 9 juni 1941 met de onder Zwitserse vlag varende "St. Cerque" samen met Peter Tazelaar, Erik Hazelhoff Roefzema en Buitendijk. Na enige tijd wordt hij opgeleid op de Spitfire en vliegt hij voor de RAF. Op 12 april 1942 wordt hij boven Noord- Frankrijk bij St.Omer neergeschoten en wordt daarna gevangen genomen, hij wordt per trein naar het doorgangskamp Dulag Luft vervoerd en vandaar naar Sagan waar hij in Stalag Luft III een groot krijgsgevangenkamp terecht komt.
Hier neem Bob van der Stok deel aan de meest spectaculaire ontsnapping uit de oorlog beter bekend als "The Great Escape" naar de film die er op is gebaseerd.
Op 24 maart 1944 ontsnappen 77 gevangen door een tunnel 50 van hen worden daarna geëxecuteerd.
Bob van der Stok en twee Noren zijn de enige die werkelijk weten te ontsnappen.
Per trein reist Bob met vervalste papieren via  Sagan, Breslau, Leipzig, Osnabruck, Oldenzaal naar Utrecht waar hij hulp krijgt, korte tijd daarna gaat het via Amersfoort, Maastricht, Brussel,Toulouse door de Pyreneeën naar het Britse consulaat in Madrid vandaar naar Gibraltar, waarna hij op 20 mei 1944 per DC-3 in Groot-Brittannië arriveert.
Bob van der Stok wordt bevorderd en krijgt het bevel over het 322 squadron dat inmiddels in Schijndel is neergestreken, van daar gaat het naar het vliegveld Twente en Cloppenburg bij Hannover, daarna keert het squadron terug naar Groot-Brittannië en word Bob uit de RAF ontslagen. Bob wordt Luitenant Kolonel en krijgt het Commando Luchtverdediging Nederland aangeboden maar hij bedankte en ging in 1946 terug naar de college zalen, studeerde in 1950 af als arts en emigreerde in 1951 als arts naar de V.S.,specialiseerde zich en trekt via New York naar New Mexico en later Californië. Na zijn pensionering wordt hij periodiek scheepsarts op een passagiersschip varende tussen San Francisco en Honolulu, ook werd hij geruime tijd aan het Spacelab project van NASA in Huntsville, in 1970 vertrekt hij naar Hawaï waar hij honorary vice-commodore van de U.S. Coast Guard werd(hij deed mee aan 162 reddingen en werd hiervoor drie maal onderscheiden).
Hij sterft op 8 februari 1993 in Virginia Beech, Virginia op 77 jarige leeftijd.

Beide broers van Bob van der Stok kwamen in concentratie kampen om het leven, zijn vader stierf kort na de oorlog aan de verwondingen hem toegebracht door de Gestapo.

Bob van der Stok ontving talloze onderscheidingen: Bronzen Leeuw, Bronzen Kruis, Vlieger Kruis Kruis van Verdienste en Officier in de Orde van Oranje Nassau, Member of the Britsh Empire, Belgische, Poolse en Franse onderscheidingen. 
De C-130 Hercules van de Koninklijke Luchtmacht de G-781 is naar Bob van der Stok vernoemd. 


vrijdag 29 april 2016

Het Nationaal Park Lauwersmeer nieuwe natuur.


Lauwerszee afgesloten


Daar waar de Friese gemeente Dongeraldeel (o.a. Paesens, Moddergat en Anjum) en de Groningse gemeente de Marne (o.a. Lauwersoog en Zoutkamp) samenkomen vindt men het Nationaal Park Lauwersmeer. Het Lauwersmeer en omgeving werd op 12 november 2003 tot Nationaal Park verklaart, het park ongeveer 60 km2 groot ligt voor voor het grootste gedeelte in Groningen.
In 1969 werd de Lauwerszee afgesloten en werd het Lauwersmeer, de eerste plannen tot afsluiting dateerden al uit 1849.
De stormramp van 1953 en de kerstvloed van 1954 hebben grote invloed, het verkorten van kustlijn en het vergroten van de veiligheid werden steeds belangrijker.
De afsluitdijk die de Lauwerszee zou afsluiten werd 13 kilometer, dijken rondom de Lauwerszee zouden 32 kilometer bedragen, een keuze was toen gauw gemaakt. Spuisluizen zorgen ervoor dat overtollig water in de Waddenzee verdwijnt en bij hoog water kan worden afgesloten.
Door de afsluiting verloor Zoutkamp zijn natuurlijke haven richting Waddenzee.
In het gebied van het Nationaal Park broeden jaarlijks ruim 100 vogelsoorten en overwinteren elk jaar tienduizenden ganzen.
Steltkluten, lepelaars, zeearenden je kunt ze allemaal vinden, naast vogels vind je er ook orchideeën,
Schotse hooglanders, vossen en konikpaarden.
Twee maal per jaar staat het Lauwersmeergebied in het teken van de vogeltrek, het is goed mogelijk 30.000 brandganzen te zien overvliegen.
In het park zijn tal van kijkheuvels, vogelkijk hutten, uitkijk en observatie torens te vinden.
Ook op de buitendijkse gebieden van Noord Friesland is naast het genieten van de uitzichten op de waddeneilanden veel op vogelbroed/trek te beleven.Bij het park is er ook het e.e.a. te zien.
Bezienswaardig zijn de molens: "de Hond" (1861) in Paessens en de "Eendracht"(1889) in Anjum, de kerken  in Paesens (ca.1200) , Moddergat (ca.1250) en de Michaelkerk (1182) van Anjum zijn zeker een bezoek waard.
Nog meer natuur? vanuit de haven van Lauwersoog organiseert Staats Bos Beheer in de maanden augustus t/m oktober excursies naar het waddeneiland Rottumeroog waarbij men ook langs Rottumerplaat vaart.
Nationaal Park Lauwersmeer

maandag 25 april 2016

Nederland en Gibraltar, 25 april 1607 en augustus 1704.

zeeslag bij Gibraltar.


Tot twee maal toe leverde een Nederlandse vloot slag met de Spanjaarden bij Gibraltar, beide keren succesvol nou ja succesvol de tweede keer ging onze Engelse bondgenoot er met de buit van door.
Op 25 april 1607 was het de eerste maal dat een Nederlandse vloot zo ver van huis slag leverde en wel met de Spanjaarden.
De Spaanse galjoenen waren groter en beter bemand en bewapend dan de vloot van de Republiek die uit spiegelschepen bestond.
Het entergevecht zorgde voor de overwinning, volgens het plan van Luitenant Admiraal Jacob van Heemskerck (bekend van de overwintering op Nova Zembla) zouden de schepen van de Republiek twee aan twee een groter Spaans galjoen aanklampen, wat een succes bleek.
De Nederlanders hadden aangetoond ver buiten de Hollandse grenzen te kunnen toeslaan.
helaas sneuvelde van Heemskerck, hij kreeg op 8 juni dat jaar een staatsbegrafenis.
De gebeurtenis ging de annalen in als de slag bij Gibraltar.
In 1704 zouden de Nederlanders zich weer vertonen bij Gibraltar maar nu samen met de Engelsen, men was namelijk een coalitie aangegaan ten tijde van de Spaanse successie oorlog.
Op 1 augustus verscheen de vloot onder de Engelse admiraal Sir George Rook en de Nederlandse luitenant admiraal Gerard van Callenburgh in de baai van Gibraltar om de vesting op te eisen voor de Spaanse troonpretendent Karel III.
Op 3 augustus voerde de vloot een hevig bombardement uit, tegen de middag landden er Nederlandse en Engelse mariniers en namen een batterij in.
De Nederlanders speelden hier een hoofdrol, een Nederlandse marinier beklom als eerste de rots,
en hadden net zo veel recht op Gibraltar als de Engelsen.
De volgende ochtend op 4 augustus verlieten de Spanjaarden voorgoed Gibraltar.
Onder de vrede van Utrecht in 1713 werd Gibraltar "voor altijd" overgedragen aan de Engelsen.
De rots bleef van strategisch belang, vanuit Gibraltar wordt de doorvaart door de straat van Gibraltar gecontroleerd.
Spanje betwist het gebied, in 2002 sprak 99% van de bevolking (circa 30.000) zich uit voor banden met Groot-Brittannië, de economie van de rots draait op financiële instellingen en toerisme.
Volgens een legende blijft Gibraltar Brits zolang er apen op de rots zijn.

vrijdag 22 april 2016

Gevlogen boven Nederland: de Gloster Meteor.

Gloster Meteor 322 sqdrn Soesterberg (foto: A.v.Wijk)

De Gloster Meteor was de eerste straaljager die na de Tweede Wereldoorlog in Nederland zou gaan vliegen bij de Koninklijke Luchtmacht.
In 1942 waren de straalmotoren (ontwerp Frank Whittle) voor de Gloster Meteor getest en kwam ook de romp van het toestel gereed. Het prototype vloog in 1943.
De eerste operationele exemplaren werden op 27 juli 1944 ingezet tegen de V-1.
Wegens het hoge brandstofgebruik werden de Meteors alleen als onderscheppingsjager ingezet.       De eerste versies vlogen nog zonder schietstoel, de mk.VIII werd met de Martin Baker schietstoel uitgerust. Tussen 1942 en 1954 werden 3.947 Gloster Meteors gebouwd.

Op 17 maart 1948 vindt de ondertekening van het verdrag van Brussel plaats waarin de westerse ondertekenaars voor een gemeenschappelijke luchtverdediging kiezen. De ondertekenaars besluiten tot het vormen van een Westerse Defensie unie, de voorloper van de NAVO die op 4 april 1949 wordt opgericht.
Nederland besluit tot de aanschaf van de Gloster Meteor om bij te dragen aan de gemeenschappelijke verdediging van West Europa, in 1948 worden er er 61 Gloster Meteor F mk.IV en 45 Gloster Meteor T mk. VII besteld. Op 27 juni 1948 arriveren de eerste drie Gloster Meteor F mk.IV straaljagers op de vliegbasis Twenthe bij de Jachtvliegschool.
De toestellen worden in het Verenigd Koninkrijk gebouwd en erna door Nederlandse vliegers aan een testvlucht onderworpen alvorens de toestellen naar Nederland worden overgevlogen.
Al snel besluit men tot de aanschaf van een verbeterde versie de mk.VIII, deze worden echter in Nederland gebouwd, Fokker krijgt het contract voor de licentiebouw en groot onderhoud van 160 stuks.Na de bouw werd iedere Gloster Meteor door testvliegers van Fokker ingevlogen alvorens het toestel op de betreffende vliegbasis werd afgeleverd, waarna alle toestellen van een squadron code en bijbehorende kleur worden voorzien:
322 squadron  code: 3W     kleur: blauw   vliegbasis Soesterberg
323 squadron  code: Y9      kleur: blauw   vliegbasis Leeuwarden
324 squadron  code: 3P      kleur: oranje   vliegbasis Leeuwarden
325 squadron  code: 4R      kleur: geel      vliegbasis Leeuwarden
326 squadron  code: 9I       kleur: rood      vliegbasis Leeuwarden, Twenthe, Woensdrecht
327 squadron  code: 7E      kleur: rood      vliegbasis Volkel, Gilze Rijen, Soesterberg
328 squadron  code: 8S      kleur: oranje    vliegbasis Volkel, Soesterberg

In augustus 1949 vestigd majoor Flinterman in de Y9-7 het Nederlandse hoogterecord van 14.821 meter en later een record van een gemiddelde snelheid van 953,1 km per uur.
Tussen 1952 en 1955 trad het met vier Gloster Meteors uitgeruste demonstratie team "Ruiten Vier" op, afkomstig van het 327 squadron op Soesterberg.
Gedurende de periode dat de Gloster Meteor inzetbaar was vonden er talloze ongelukken plaats veelal met dodelijke afloop. Vanaf 1955 werd de Gloster Meteor geleidelijk uit dienst gesteld en vervangen door de Hawker Hunter.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Gloster Meteor F mk. IV en een T mk.VII in haar collectie.