maandag 14 maart 2016

Korps Commando Troepen: "Nu of nooit".


commando monument Achnacarry Schotland
Op 15 maart krijgt het Korps Commando Troepen voor hun inzet in Afghanistan 2002-2010
de Militaire Willems Orde uitgereikt.                                                                                           Commando's werden in 1940 door Winston Churchill als legereenheid opgericht in, commando's werden geacht verder te gaan waar anderen ophielden, een soort super soldaten dus.De geboorte dag van het Korps Commando Troepen is vrij recent nl. 22 maart 1942, de dag dat de -eerste Nederlanders hun opleiding tot commando in het Schotse Achnacarry startten.
De eerste 25 cursisten kregen na hun training het commando brevet en de fel begeerde groene baret uitgereikt. Zij gingen als de no. 2 Dutch Troop deel uitmaken van een geallieerde speciale eenheid het no. 10 Interallied Commando.
In India werd eveneens een groep van 40 man opgeleid tot commando, hun eenheid kreeg de naam Korps Insulinde. De Nederlandse commando's namen deel aan inlichtingen operaties op de door de Japanners bezette Nederlands Indische eiland Sumatra. In 1944 maakte men deel uit van gevechts patrouilles achter vijandelijke linies zoals bij Arakan in Birma.
In Europa werden zij toegevoegd aan Engelse en Amerikaanse luchtlandingstroepen rond de bevrijding van Nederland. Ook waren Nederlandse commando's betrokken bij de landingen bij Vlissingen en West-Kapelle.
Tegelijkertijd werden verzetsgroepen in de noordelijke Nederlanden door Nederlandse commando's
d.m.v instructie aan verzetsgroepen en sabotage acties.
Tijdens de onafhankelijkheid strijd van Indonesië tussen 1946 en 1950, de zgn. politionele acties voerden commando's een contra guerrillastrijd.
In Nederland werd de Stormschool Bloemendaal, opgericht deze eenheid werd in 1950 omgevormd tot het Korps Commando Troepen, waarna men begon met het opleiden van dienstplichtige commando's. In 1959-1960 voerde men speciale opdrachten uit in Nederlands Nieuw Guinea.
In de Koude oorlog werden bij toerbeurt commando compagnieën op de legerplaats Hohne in Noord Duitsland gelegerd. Na het einde van de Koude oorlog in 1989 werd de commando's omgevormd voor specialistisch expeditionair optreden, veelal in het kader van crises beheersing overal ter wereld, onder de hoede van de VN of NAVO.
De commando's van na 1989 zijn "special forces" die vnl. worden ingezet bij contra terrorisme operaties. De eerste inzet in het buitenland vond plaats in Noord-Irak in 1991, Bosnië 1992-1995,
Macedonië 2001-2002 daarna volgde Afghanistan in 2002-2003, Irak 2003-2005, waarna opnieuw Afghanistan 2005-2007 en 2009-2010. In 2013 werd het Korps Commando Tropen uitgezonden naar het Afrikaanse Mali in het kader van de VN missie: MINUSMA, en waar het tot op heden per toerbeurt verblijft.
Ploegspecialisaties: optreden waterrijk gebied, optreden bergachtig gebied, parachute springen op grote hoogte, en counterterrorism. Individuele specialisaties: communicatie, demolitie, gewondenverzorger, waarnemer-schutter. De inzet varieert enorm: per helikopter, vaartuig, parachute, kano en te voet.
Nadat eerder de Militaire Willems Orde aan M.Kroon(2009) en G. Tuinman (2014) werd uitgereikt valt nu de eer te beurt aan het gehele Korps Commando Troepen de onderscheiding zal d.m.v. een cravatte aan het vaandel worden gehecht.


inzet in Afghanistan






vrijdag 4 maart 2016

De wonderbaarlijke ontsnapping van H.M. Abraham Crijnssen, op 6 maart 1942, aan de Japanners.

Camouflaged ship
H.M. Abraham Crijnssen gecamoufleerd op weg naar Australië

Wie in den Helder lang het Marine Museum rijdt of op het terrein van het Marine Museum, aan de kade de museumvloot, die uit drie schepen bestaat, van heel dichtbij bekijkt ziet daar een mijnenveger met de witte initialen CR. Dit is de de voormalige Abraham Crijnssen een mijnenveger met een bijzondere geschiedenis.
De Abraham Crijnssen was een mijnenveger van de Jan van Amstelklasse en werd gebouwd op de scheepswerf Gusto in Schiedam. De Crijnssen werd op 22 september 1936 te water gelaten.
Het schip werd op 26 mei 1937 in dienst gesteld en vertrok naar Nederlands Indië.

De mijnendienst in Nederlands Indië telde 29 mijnenvegers verdeeld over 5 divisies, de Abraham Crijnssen behoorde tot de 2e divisie.
De commandant van de Crijnssen de luitenant ter zee van Miert had op 17 februari van schout-bij-nacht Koenraad de opdracht gekregen na een bepaald codesein de marinebasis Soerabaja te verlaten en op te stomen naar Australië. De bemanning was onmiddellijk begonnen met voorbereidingen te treffen, het schip werd in camouflage kleuren geschilderd en werd met netten, takken en groen voorzien.
Op donderdag 6 maart verliet de Crijnssen om 21.30 de haven van Soerabaja met aan boord 11 officieren 48 bemanningsleden en 1 verpleegster.  Men begaf zich naar Gili Genting waar de dag werd door gebracht 's nacht werd het anker gelicht in het donker ging het via Sapoedi en enkele eilandjes naar het oosten, men bleef vlak onder de kust, op ankerplaatsen werd overdag de camouflage van het schip met nieuw groen ververst, op 9 maart bereikte men de noord-west kust van Soembawa waar kokosnoten werden ingeslagen, verder ging het door Straat Alas. Nu was men in de Indische Oceaan en om de Zuid ging het verder, na 4 dagen kwam de Noordwest kaap van Australië inzicht op zondag 15 maart kwam de Abraham Crijnssen behouden in Geraldton aan de westkust van Australië aan, waar het tot 26 augustus dienst deed.
Van 26 augustus 1942 tot 5 mei 1943 deed het dienst bij de Australische Marine als His Majesty Australian Ship Abraham Crijnssen het werd vnl. ingezet als escorte vaartuig.

Terug in Nederlandse dienst sleepte de Crijnssen de gehavende onderzeeboot K IX  op 7 juni 1945 van Sidney naar Darwin maar verloor de sleep onderweg de K IX landde op het strand.
De Crijnssen kwam daarna terug in de Nederlands Indische wateren waar het als patrouille schip dienst deed, van 1949 weer als mijnenveger. Na de onafhankelijkheid van Indonesië keerde de Abraham Crijnssen terug naar Nederland waar het schip in 1961 uit de vaart werd genomen en aan het Zeekadetten Korps Nederland in bruikleen werd gegeven, de ligplaats werd Rotterdam.
In 1996 werd het schip overgedragen aan het Marine Museum in den Helder en is als museumschip afgemeerd aan de kade.




woensdag 2 maart 2016

Bomans was de naam, Godfried Bomans.

Godfried Bomans

Godfried Bomans werd op 2 maart 1913 in den Haag geboren als een zoon van J.B. Bomans.
J.B. Bomans werd advocaat in Haarlem en ging de politiek in, na de Tweede Kamer werd hij gedeputeerde voor Noord-Holland, onder het  pseudoniem J.B. van Rode publiceerde hij een serie historische romans, Godfried Bomans had zijn latere literaire belangstelling niet van een vreemde.Godfried was op de middelbare school al redacteur van verschillende schoolkranten en publiceerde korte verhalen, in 1926 ging hij naar het Lyceum in Overveen.
Tussen 1933 en 1939 studeerde hij rechten aan de Universiteit van Amsterdam waar hij zijn kandidaats examen rechten behaalde. Ik herinner mij dat het in deze periode was dat een tante van mij een ontmoeting met hem had, waarna er een briefwisseling volgde (zij was niet de enigste).
Later zou blijken dat Bomans gedurende 22 jaar een liefdescorrespondentie had met Maria Gude.
In 1939 ging hij naar Nijmegen waar hij wijsbegeerte ging studeren, in 1944 trouwde hij met Pietsie Verscheure uit dit huwelijk zou 1 dochter worden geboren.
In 1932 debuteerde hij al met Drijfjacht en Gebed voor Nederland.
Tot de bekendste werken behoren ongetwijfeld: de memoires of gedenkschriften van Mr. Pieter Bas, Erik of het klein insectenboek en Pa Pinkelman en Tante Pollewop (dat ook voor de TV werd bewerkt), hij schreef meer dan 60 boeken. Hij was een grote fan van Sinterklaas een rol waar hij graag in kroop o.a. in Nijmegen en Enkhuizen.
Bomans deed er 12 jaar over om de Pickwick Papers van C. Dickens in het Nederlands te bewerken,
hij was een groot bewonderaar van Dickens en richtte in 1956 de Haarlem branch van de Dickens Fellowship op, de eerste jaren na de oprichting zou hij president zijn (bestaat nog steeds).
Hij werd kunstredacteur van de Volkskrant en redacteur bij Elseviers Weekblad.
Bomans mag wel een van de eerste media persoonlijkheden worden genoemd, steeds vaker werd hij gevraagd voor optredens voor radio en tv, "kopstukken" ,"Bomans in triplo", "Bomans in Vlaanderen" en "Bomans in Israël" waren ongekend populair.
Hij schreef 11 toneelstukken o.a. Bill Clifford, minder bekend is dat hij ook muziek componeerde.
Zijn gezondheid liet steeds meer te wensen over, zijn verblijf op Rottumerplaat in 1971 tussen 10 en 17 juli waar hij een week (na hem kwam Jan Wolkers) lang verbleef en waarvan hij dagelijks een radioverslag maakte met Willem Ruis onder de noemer "Alleen op een eiland" moet voor hem een horror week zijn geweest hij was daar doodsbang vooral s'nachts. Hij stierf op 22 december van dat jaar ten gevolge van een hartverlamming.
Hij zou een biografie over Charles Dickens gaan schrijven, in de tuin van zijn woning had hij hiervoor een huisje laten bouwen.
Het is verbijsterend dat Godfried Bomans nooit een literaire prijs heeft ontvangen, het klimaat van tegenstellingen zal daar debet aan zijn geweest als ook zijn vroege dood.
Voor zijn hulp aan Joodse onderduikers tijdens de tweede Wereldoorlog werd hem postuum de Jad Wasjem onderscheiding toegekend.
Naast vele straten en enkele scholen die naar hem zijn vernoemd werd in 2009 een planetoïde naar hem vernoemd.
In 1972 werd het Bomans Genootschap opgericht een genootschap dat vandaag op zijn geboorte dag nog steeds bestaat.


"zolang er vrienden van hem leven en nog over hem spreken is iemand niet helemaal dood"
Bomans.


Bomans op Rottumerplaat juli 1971





maandag 29 februari 2016

Karel Doorman komt door gebrek aan luchtverkenning om tijdens de Slag in de Javazee.

Slag in de Javazee

Karel Willem Frederik Marie Doorman werd op 23 april 1889 in Utrecht geboren. In 1906 ging Karel naar het Koninklijk Instituut voor de Marine en werd evenals zijn broer adelborst.
In 1910 werd hij officier en vertrok hij aan boord van het pantserschip Tromp naar Nederlands Indië.
In Nederlands Indië werd hij gedurende 3 jaar geplaatst aan boord van enkele opnemingsvaartuigen met als doel de kust van Nederlands Nieuw Guinea in kaart te brengen. In maart 1914 keert hij in Nederland terug, in april vertrekt hij voor het begin van de Eerste Wereldoorlog richting Albanië.
Zijn verzoek tot plaatsing bij de marine vliegdienst wordt in de zomer van 1915 goedgekeurd. Van 1915 tot 1918 verblijft hij bij de Luchtvaartafdeling op Soesterberg, in 1915 behaalt hij er zijn vliegbrevet gevolgd door het marine vliegbrevet in 1918. Tussen 1917 en 1921 wordt hij instructeur eerst op Soesterberg later op de Kooy. Een val in een wak tijdens een schaatstocht (arm kwetsuur) zorgt ervoor dat hij zijn loopbaan bij de Marine Luchtvaart Dienst zal moeten beëindigen.
Vanaf 1921 volgt hij de opleiding bij de Hogere Marine Krijgsschool in den Haag waarna in 1923 een plaatsing volgt op het departement van Marine in Batavia. Vanaf 1926 vervult hij verschillende functies op een aantal schepen zoals de Zeven Provinciën, de Prins van Oranje, Witte de With en Evertsen. Vanaf 1934 tot 1937 is hij chef-staf in den Helder waarna hij als kapitein ter zee naar Nederlands Indië terugkeert waar hij achtereenvolgens commandant op de kruisers Sumatra en Java
wordt. In 1938 wordt hij commandant van de M.L.D. in Nederlands Indië. In mei 1940 wordt hij benoemd tot schout-bij-nacht en krijgt hij het bevel over het eskader. Begin 1942 krijgt hij het bevel over de Combined Strike Force van het American British Dutch Australian Command .
Op 27 februari 1942 startte de slag in de Javazee, Doorman aan het hoofd van het geallieerd eskader wist dat het daar in de Javazee tot een treffen zou komen met de Japanse invasievloot, hij en zijn meerdere Adm. Helfrich waren het er samen over eens dat een kans op een overwinning heel klein zou zijn, in de V.S. was men er duidelijk over geweest: "stand houden".
Karel Doorman seinde "All ships follow me" (anders dan de Nederlandse vertaling Ik val aan volg mij). Karel Doorman sneuvelde toen zijn schip de kruiser de Ruijter tijdens de slag tot zinken werd gebracht, het schip bleef nog anderhalf uur drijven voordat het definitief zonk, alleen de licht gewonden konden van boord komen, om 1 uur 's nachts verdween het in de golven met 345 opvarenden aan boord. Een Japanse overmacht en Japans geschut dat verder reikte dan het geallieerde zorgde ervoor dat de invasievloot Java kon bereiken en luidde het definitieve einde in van de Nederlandse aanwezigheid in Nederlands Indië.

Wat zou er zijn gebeurt als de kruiser H.M. de Ruijter op haar laatste tocht was voorzien van een verkenningsvliegtuig Fokker C-XI W waarvoor men aan boord een katapult installatie had en waar men ook veelvuldig mee had geoefend? Hoe ironisch Karel Doorman had n.b. een opleiding bij de M.L.D. gehad en was er in Nederlands Indië commandant over geweest.
Karel Doorman zou in ieder geval op de hoogte zijn geweest van de Japanse vloot bewegingen en had andere beslissingen kunnen nemen.
Postuum werd op 5 juni 1942 Karel Doorman de Militaire Willems Orde verleend.
In de Haagse Kloosterkerk worden met enige regelmaat herdenkingsdiensten gehouden voor de Slag in de Javazee.
De scheepsbellen van H.M. de Ruijter en Java werden in 2004 in de Javazee teruggevonden.
Twee vliegkampschepen en een fregat zijn in het verleden naar Karel Doorman vernoemd.
In 2015 kwam het Joint Support Ship Z.M. Karel Doorman in dienst waarbij de traditie wordt voortgezet.






vrijdag 26 februari 2016

Gevlogen in Nederland: de North American F-86K Sabre.

North American F-86K Sabre

De North American F-86K Sabre was de NAVO versie van de F-86D all-weather onderschepper.
Het eerste prototype van deze D versie vloog op 22 december 1949, en was het eerste nachtjager ontwerp voor slechts een vlieger en een vliegtuigmotor. De K versie maakte de eerste vlucht op 15 juli 1954 vanaf Los Angeles Airport.
Nederland ontving via het MDAP, 57 exemplaren van de F-86K gebouwd in de V.S. en 6 exemplaren die bij Fiat in licentie werden gebouwd. Het toestel kreeg de bijnaam "kaasjager".
Op 1 oktober 1955 arriveerden de eerste 16 Sabres per USS Tripoli in Rotterdam.
De eerste twee toestellen van- deze 16 stuks werden op 8 december 1955 in dienst gesteld.
De F-86K squadrons 700 ( 01-08-1955), 701 (01-06-1956) en 702 (01-12-1956) werden in Soesterberg opgericht, 701 en 702 vertrokken vrijwel direct naar de vliegbasis Twente, vanwege de overbelasting en geluidsoverlast, het 700 squadron vertrok op 23 maart 1959 naar Twente.
De Nederlandse Sabres werden wegens bezuinigingen uitgerust met kanonnen met afgezaagde lopen die voorheen in de Meteor werden gebruikt.
De spanwijdte van de vleugel werd met 60 cm vergroot om ook de Sidewinder raketten te kunnen dragen.
Al spoedig werden de Sabres voorzien van squadron codes: 700 squadron code 6A, 701 squadron code Y7 en 702 squadron ZX, gevolgd door een individueel volgnummer.
Vanaf 1 september 1959 werd de Q registratie groot op de neus aangebracht.
Op 1 juli 1964 werden de laatste Sabres uit dienst gesteld.
Acht Sabres werden aan de USAF teruggegeven, die deze vervolgens aan de Italianen leverde.
De overigen werden op een na: de Q-283, die jaren als poortwachter bij de vliegbasis Twente fungeerde, op Soesterberg verschroot.


woensdag 24 februari 2016

De tocht der tochten die maar niet komen wil: de Friesche Elfstedentocht.

deelnemers eerste elfstedentocht









Het is februari maar ook dit jaar helaas geen winter. Geen winter, geen ijs, geen ijs geen toertochten geen Elfstedentocht.
Moesten wij na 1963 er 22 jaar op wachten om vervolgens twee maal achtereen de Elfstedentocht mee te kunnen maken, het zou daarna na 1997 niet meer voorkomen.
Wat bij de laatste drie tochten opvalt is de geringe hoeveelheid sneeuw die je bij een strenge winter zou verwachten. Duurde de winter enkele honderden jaren geleden wel 4 maanden en was de Zuiderzee, Waddenzee en de Oostzee helemaal dicht gevroren, vandaag de dag vriest alleen de Oostzee nog sporadisch dicht.

De Elfstedentocht verbind Leeuwarden, Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker en Dokkum met elkaar.
De eerste Elfstedentocht werd pas in 1909 op 2 januari georganiseerd en niet door de vereniging de Elfsteden maar door de Friese IJsbond. De Friese IJsbond bestaat nog steeds. Daarin zijn de ijswegencentrales die in het westen en noorden van de provincie zorgen voor het onderhoud van het Elfstedentraject, vertegenwoordigd. In het eerste jaar van de eerste Elfstedentocht wordt de vereniging de Friesche Elfsteden op 15 januari opgericht, naast het tour element komt er ook een wedstrijd element.
In 1912 vindt de eerste Elfstedentocht georganiseerd door de vereniging de Friesche Elfsteden plaats, de volgende wordt in 1917 gehouden, dan blijft het 12 jaar stil, pas in 1929 wordt de volgende tocht gehouden. De tocht die in 1933 wordt verreden is de enigste die in december heeft plaats gevonden.
Dan vindt er een unieke triologie plaats 3 jaren achtereen een Elfsteden tocht 1940, 1941 en 1942, waarvan die van 1940 de zwaarste was. De tocht van 1947 staat bekend als een sjoemel tocht een aantal deelnemers laat zich op bepaalde trajecten zelfs met auto' s vervoeren. Tot twee maal toe vindt er in de vijftiger jaren een tocht plaats in 1954 en 1956, in 1956 zijn er al meer dan 6.000 deelnemers, de kopgroep van vijf besluit gelijktijdig te finishen en wordt gediskwalificeerd.
De tocht van 1963 staat bekend als bar van de 9.000 toerrijders halen er 69 de eindstreep, 10% van de van de 570 wedstrijdrijders komt op tijd aan.
Dan blijft het wel heel erg lang stil tot 1985 dan doen er 16.000 toerrijders mee, de dooi  heeft al ingezet, het jaar erop nogmaals een tocht maar nu met een Koninklijk randje en met de dezelfde winnaar als het jaar ervoor: Evert van Bentum.
In 1997 vind vooralsnog de laatste Elfstedentocht plaats, de tocht werd gewonnen door Henk Angenent. Deed de winnaar in 1909, M. Hoekstra er 13 uur en 50 minuten over, de snelste tijd werd in 1985 door Evert van Bentum verreden, 6 uur en 47 minuten.
Op 15 janauri 2009 werd de vereniging de Friesche Elf Steden die nu rond de 30.000 leden kent Koninklijk.
Voor de sportievelingen  die niet langer kunnen wachten op het ijs is er jaarlijks de Elfsteden wandeltocht en de Friese Elfsteden Rijwieltocht, ik hou het maar bij het Elfsteden minidorp in de woonkamer (met een glaasje Beerenburg). Misschien volgend jaar beter?

maandag 22 februari 2016

Urker visserij.


Kaag














Dat Urk altijd van de visserij heeft bestaan is maar gedeeltelijk waar, het huidige Urk was in de middeleeuwen groter dan dat het in de jaren dertig van de vorige eeuw was.
Men leefde toen van de landbouw geleidelijk ging steeds meer land verloren door vloed en storm,
de zeespiegel steeg en steeds meer Urkers stapten van de landbouw over op de visserij.
In de 17e en 18e eeuw was landbouw geen hoofdmiddel meer van bestaan, men voorzag in het levensonderhoud door te vissen, wat toen geen vetpot was.
Tussen 1760 en 1770 beschikte men over rond de 45 schepen, de vis die werd gevangen werd in Amsterdam afgezet.
Rond 1800 heeft men al de beschikking over zo'n 60 grotere schepen waarmee voor de Noordzeekust wordt gevist, alleen in december en januari bleef men binnengaats, de winters waren streng, er kwamen jaren voor dat de gehele Zuiderzee was dicht gevroren en men niet eerder dan maart/april
weer kon gaan vissen.
Schepen waar de Urker vissers mee de zee opgingen:
Ever: vaartuig met een mast en een steile steven werd in Noord Duitsland gebouwd, werd vanwege zijn snelheid op de Noord en Oostzee ingezet, werd ermee gevist dan werd het zeil gestreken en werden de roeispanen gebruikt.
Kaag: Zeilschip met een mast dat vooral op de binnenvaart werd ingezet, uit dit vaartuig wat op een Tjalk lijkt zou zich de Urker schuit ontwikkelen.
Tjalk: zeilvaartuig met een platte bodem ronde boeg en zijzwaarden hieruit ontstond mede de schuit.
Voor 1870 gaven de Urkers mede de voorkeur aan de schuit daarna ging men over op de botter.
De visserij eiste vele levens, een storm kon er voor zorgen dat tientallen vissersschepen niet meer terug keerden.
Op de Noordzee werd veelal in de kustwateren, schelvis tarbot en kabeljauw gevangen, in het voorjaar en in de zomer werd in de Zuiderzee haring ansjovis en paling gevangen, later ging men ook in de Duitse bocht vissen.
Na 1915 vond de motorisering van de vissersvloot plaats, in 1940 beschikte men nog over ongeveer 70 schepen voor de Noordzee visserij, vele schepen werden door de Duitsers gevorderd.
Na de oorlog verdwenen de botters en werden er kotters aangeschaft die steeds groter van afmeting werden. Om vangst beperkingen te omzeilen werden een aantal schepen omgevlagd.

Daar de Urker visserij zich voornamelijk had toegelegd op visserij in de Noordzee bleef Urk na de afsluiting van de Zuiderzee als vissershaven overeind. (vele vissersplaatsen gingen over op andere middelen van bestaan).
Bij het ontstaan van de Noord-Oostpolder werd Urk aangesloten op het wegennet en verkreeg men via de weg toegang tot de zeehavens en kon de vis gevangen door de Urker vissers gemakkelijk worden aangevoerd.
De Urker visafslag die in de zestiger jaren van de 20ste eeuw werd geopend is de grootste van Nederland, ook is er een vis verwerkende industrie ontstaan.
De viskotters zijn te groot om de thuishaven te kunnen aandoen, vrachtwagens brengen de vis vanuit IJmuiden, Harlingen en Louwersoog direct naar de afslag.
In 1993 had de visafslag de grootste omzet van Europa en breidde zich steeds verder uit, ook de visverwerking, heden ten dage heeft Urk 55 vis veredeling bedrijven.

Tjalk
Boomkor kotter