Posts tonen met het label den Helder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label den Helder. Alle posts tonen

vrijdag 26 april 2019

De slag om de Afsluitdijk, Kornwerderzand 1940.

Deel van de stelling Kornwerderzand.


Jarenlang was de slag om de Afsluitdijk een mythe: er was in 1940 een bloedbad aangericht onder de oprukkende Duitsers op de Afsluitdijk.
Met de voltooiing van de Afsluitdijk werd de Vesting Holland en de marine basis den Helder kwetsbaar bij een aanval over land vanuit het oosten, de uitwateringssluizen in de Afsluitdijk waren tevens belangrijk bij het onder water zetten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.                               In 1932-1933 werd de stelling Kornwerderzand gebouwd, 17 kazematten: 9 voor mitrailleurs, 3 voor kanonnen, 2 voor luchtverdediging, 1 kazemat als commandopost, 1 met een zoeklicht en 1 met een aggregaat. In 1934 werd er een kazemat met zoeklicht en aggregaat toegevoegd. De stelling Kornwerderzand werd in 2 linies aangelegd, ten oosten van de Lorentz spuisluizen en 1 linie ten westen daarvan, de bovenkant van de kazematten was drie meter dik. Ten oosten van de Afsluitdijk werd de Won stelling aangelegd die 8 kilometer lang was en van Zurich, Gooium, Haaijum, Wons naar Makkum liep. Ook werd er een stelling bij de sluizen aan de andere kant van de Afsluitdijk bij den Oever aangelegd. De kazematten bij den Oever, 10 in getal werden tussen 1932 en 1936 gebouwd ten oosten van de Stevin sluizen.
Kornwerderzand werd door 255 militairen verdedigd, de Duitsers kwamen op 12 mei 1940 om circa 5 uur s'middags aan bij de Afsluitdijk en rukten verder op. De aanval mislukte mede door de inzet van de kanonneerboot Johan Maurits van Nassau. Op 13 mei vonden zware beschietingen plaats waarbij ook Stuka duikbommenwerpers werden ingezet. De stelling hield stand de Duitsers besloten per schip het IJsselmeer over te steken, al gauw volgde de capitulatie, het was voorbij. De slag om de Afsluitdijk was een van de weinige veldslagen die de Duitsers in de Tweede Wereld Oorlog verloren.
Op het terrein van het kazematten museum herinnert een monument aan de gesneuvelde Nederlandse militairen die op 11 en 12 mei 1940 bij Kornwerderzand het leven lieten.
De Duitse bezetter had daarna weinig interesse in Kornwerderzand, pas vanaf 1943 werd de stelling volledig bemand en versterkt met drie bunkers.
Na de Tweede Wereldoorlog maakte de stelling deel uit van de IJssellinie. De spuisluizen waarmee de waterstand van het IJsselmeer kon worden geregeld en daarmee de IJssel, bleef van belang om delen ten oosten van de IJssel onder te kunnen laten lopen, de stelling werd zelfs versterkt d.m.v. in beton gegoten koepels van Sherman tanks. Pas in 1964 werd de IJssellinie en daarmee de Stelling Kornwerderzand opgeheven. Een gedeelte van de stelling fungeert nu als kazematten museum.


donderdag 21 februari 2019

Mees Toxopeus, schipper en redder.

Afbeeldingsresultaat voor mees toxopeus
Mees Toxopeus

Stond Dorus Rijkers bekend als redder op de Noordzee, Mees Toxopeus was bekend als redder op de Waddenzee. Mees werd geboren op 22 oktober 1886 geboren in Nieuwe Pekela als tweede zoon van Jannes Toxopeus en Everdina Kielema. Hij was genoemd naar zijn opa die turfschipper was in de Drentse veenkoloniën en bij wie hij gedurende zijn jeugd menige tocht op het schip meemaakte.
Zelfs overgrootvader leefde toen nog, ook hij was schipper geweest het was dus niet vreemd dat de jonge Mees in de voetsporen van zijn voorvaderen wou stappen.
Op 13 jarige leeftijd was hij al schippersmaatje op een beurtschip dat tussen Borkum en Emden voer,
later voer hij op een zeetjalk die kustvaart in de Oostzee bedreef. Hij werd met amper 30 jaar de jongste schipper binnen de gelederen van de KNZRM de voorloper van de huidige KNRM, zijn eerste standplaats werd Schiermonnikoog, in januari 1918 verrichtte hij al zijn eerste redding op het Borkumrif. De eerste reddingboten waar hij op voer waren de "den Tex"en de "Hilda".
De reddingboot "Insulinde" was de eerste grote zelfrichtende motorreddingboot van staal ter wereld.
Kapseist het schip dan draait het zichzelf door middel van een kieptank weer rechtop.
Het geld voor de ontwikkeling was bijeen gebracht door de inwoners van Nederlands Indië en werd tussen 1926 en 1927 gebouwd, een aantal aanwijzingen van Mees Toxopeus waren in de bouw meegenomen. Mees werd in 1927 de eerste schipper van de "Insulinde" en zou dat tot 1950 blijven waarna hij werd opgevolgd door zijn broer Klaas Toxopeus, in 1965 ging de "Insulinde" uit dienst.
Mees haalde in 1935, 12 opvarenden van het stoomschip "Bramow" en kreeg hiervoor een onderscheiding. Ook redde hij opvarenden van de: "Nobis" 1932, "Alexa'', 1933, de ''Kai'' 1941, de ''Satakunta'' 1949. In totaal redde Mees Toxopeus 285 mensen op zee, hij ontving hiervoor tal van onderscheidingen uit o.a., Zweden, Finland, Duitsland en Denemarken  en werd Ridder in de orde van Oranje Nassau. In 1950 werd hij benoemd tot ereburger van Nieuwe Pekela. Zijn laatste jaren bracht hij door op Schiermonnikoog waar hij op 87 jarige leeftijd overleed, hij werd in Delfzijl begraven.

De zoon van Mees Toxopeus, Jannes (1908-1995 werd ook schipper bij de reddingsmaatschappij.
Sinds 2005 is de "Insulinde" eigendom van het Nationaal Reddingsmuseum Dorus Rijkers en ligt in de museumhaven Willemsoord in den Helder. Het heeft de status van varend monument.


Afbeeldingsresultaat voor insulinde reddingboot
Reddingboot Insulinde


vrijdag 4 maart 2016

De wonderbaarlijke ontsnapping van H.M. Abraham Crijnssen, op 6 maart 1942, aan de Japanners.

Camouflaged ship
H.M. Abraham Crijnssen gecamoufleerd op weg naar Australië

Wie in den Helder lang het Marine Museum rijdt of op het terrein van het Marine Museum, aan de kade de museumvloot, die uit drie schepen bestaat, van heel dichtbij bekijkt ziet daar een mijnenveger met de witte initialen CR. Dit is de de voormalige Abraham Crijnssen een mijnenveger met een bijzondere geschiedenis.
De Abraham Crijnssen was een mijnenveger van de Jan van Amstelklasse en werd gebouwd op de scheepswerf Gusto in Schiedam. De Crijnssen werd op 22 september 1936 te water gelaten.
Het schip werd op 26 mei 1937 in dienst gesteld en vertrok naar Nederlands Indië.

De mijnendienst in Nederlands Indië telde 29 mijnenvegers verdeeld over 5 divisies, de Abraham Crijnssen behoorde tot de 2e divisie.
De commandant van de Crijnssen de luitenant ter zee van Miert had op 17 februari van schout-bij-nacht Koenraad de opdracht gekregen na een bepaald codesein de marinebasis Soerabaja te verlaten en op te stomen naar Australië. De bemanning was onmiddellijk begonnen met voorbereidingen te treffen, het schip werd in camouflage kleuren geschilderd en werd met netten, takken en groen voorzien.
Op donderdag 6 maart verliet de Crijnssen om 21.30 de haven van Soerabaja met aan boord 11 officieren 48 bemanningsleden en 1 verpleegster.  Men begaf zich naar Gili Genting waar de dag werd door gebracht 's nacht werd het anker gelicht in het donker ging het via Sapoedi en enkele eilandjes naar het oosten, men bleef vlak onder de kust, op ankerplaatsen werd overdag de camouflage van het schip met nieuw groen ververst, op 9 maart bereikte men de noord-west kust van Soembawa waar kokosnoten werden ingeslagen, verder ging het door Straat Alas. Nu was men in de Indische Oceaan en om de Zuid ging het verder, na 4 dagen kwam de Noordwest kaap van Australië inzicht op zondag 15 maart kwam de Abraham Crijnssen behouden in Geraldton aan de westkust van Australië aan, waar het tot 26 augustus dienst deed.
Van 26 augustus 1942 tot 5 mei 1943 deed het dienst bij de Australische Marine als His Majesty Australian Ship Abraham Crijnssen het werd vnl. ingezet als escorte vaartuig.

Terug in Nederlandse dienst sleepte de Crijnssen de gehavende onderzeeboot K IX  op 7 juni 1945 van Sidney naar Darwin maar verloor de sleep onderweg de K IX landde op het strand.
De Crijnssen kwam daarna terug in de Nederlands Indische wateren waar het als patrouille schip dienst deed, van 1949 weer als mijnenveger. Na de onafhankelijkheid van Indonesië keerde de Abraham Crijnssen terug naar Nederland waar het schip in 1961 uit de vaart werd genomen en aan het Zeekadetten Korps Nederland in bruikleen werd gegeven, de ligplaats werd Rotterdam.
In 1996 werd het schip overgedragen aan het Marine Museum in den Helder en is als museumschip afgemeerd aan de kade.




maandag 29 februari 2016

Karel Doorman komt door gebrek aan luchtverkenning om tijdens de Slag in de Javazee.

Slag in de Javazee

Karel Willem Frederik Marie Doorman werd op 23 april 1889 in Utrecht geboren. In 1906 ging Karel naar het Koninklijk Instituut voor de Marine en werd evenals zijn broer adelborst.
In 1910 werd hij officier en vertrok hij aan boord van het pantserschip Tromp naar Nederlands Indië.
In Nederlands Indië werd hij gedurende 3 jaar geplaatst aan boord van enkele opnemingsvaartuigen met als doel de kust van Nederlands Nieuw Guinea in kaart te brengen. In maart 1914 keert hij in Nederland terug, in april vertrekt hij voor het begin van de Eerste Wereldoorlog richting Albanië.
Zijn verzoek tot plaatsing bij de marine vliegdienst wordt in de zomer van 1915 goedgekeurd. Van 1915 tot 1918 verblijft hij bij de Luchtvaartafdeling op Soesterberg, in 1915 behaalt hij er zijn vliegbrevet gevolgd door het marine vliegbrevet in 1918. Tussen 1917 en 1921 wordt hij instructeur eerst op Soesterberg later op de Kooy. Een val in een wak tijdens een schaatstocht (arm kwetsuur) zorgt ervoor dat hij zijn loopbaan bij de Marine Luchtvaart Dienst zal moeten beëindigen.
Vanaf 1921 volgt hij de opleiding bij de Hogere Marine Krijgsschool in den Haag waarna in 1923 een plaatsing volgt op het departement van Marine in Batavia. Vanaf 1926 vervult hij verschillende functies op een aantal schepen zoals de Zeven Provinciën, de Prins van Oranje, Witte de With en Evertsen. Vanaf 1934 tot 1937 is hij chef-staf in den Helder waarna hij als kapitein ter zee naar Nederlands Indië terugkeert waar hij achtereenvolgens commandant op de kruisers Sumatra en Java
wordt. In 1938 wordt hij commandant van de M.L.D. in Nederlands Indië. In mei 1940 wordt hij benoemd tot schout-bij-nacht en krijgt hij het bevel over het eskader. Begin 1942 krijgt hij het bevel over de Combined Strike Force van het American British Dutch Australian Command .
Op 27 februari 1942 startte de slag in de Javazee, Doorman aan het hoofd van het geallieerd eskader wist dat het daar in de Javazee tot een treffen zou komen met de Japanse invasievloot, hij en zijn meerdere Adm. Helfrich waren het er samen over eens dat een kans op een overwinning heel klein zou zijn, in de V.S. was men er duidelijk over geweest: "stand houden".
Karel Doorman seinde "All ships follow me" (anders dan de Nederlandse vertaling Ik val aan volg mij). Karel Doorman sneuvelde toen zijn schip de kruiser de Ruijter tijdens de slag tot zinken werd gebracht, het schip bleef nog anderhalf uur drijven voordat het definitief zonk, alleen de licht gewonden konden van boord komen, om 1 uur 's nachts verdween het in de golven met 345 opvarenden aan boord. Een Japanse overmacht en Japans geschut dat verder reikte dan het geallieerde zorgde ervoor dat de invasievloot Java kon bereiken en luidde het definitieve einde in van de Nederlandse aanwezigheid in Nederlands Indië.

Wat zou er zijn gebeurt als de kruiser H.M. de Ruijter op haar laatste tocht was voorzien van een verkenningsvliegtuig Fokker C-XI W waarvoor men aan boord een katapult installatie had en waar men ook veelvuldig mee had geoefend? Hoe ironisch Karel Doorman had n.b. een opleiding bij de M.L.D. gehad en was er in Nederlands Indië commandant over geweest.
Karel Doorman zou in ieder geval op de hoogte zijn geweest van de Japanse vloot bewegingen en had andere beslissingen kunnen nemen.
Postuum werd op 5 juni 1942 Karel Doorman de Militaire Willems Orde verleend.
In de Haagse Kloosterkerk worden met enige regelmaat herdenkingsdiensten gehouden voor de Slag in de Javazee.
De scheepsbellen van H.M. de Ruijter en Java werden in 2004 in de Javazee teruggevonden.
Twee vliegkampschepen en een fregat zijn in het verleden naar Karel Doorman vernoemd.
In 2015 kwam het Joint Support Ship Z.M. Karel Doorman in dienst waarbij de traditie wordt voortgezet.






maandag 19 oktober 2015

TESO Texels eigen.




dokter Wagemaker



Als men naar Texel gaat en men komt van den Helder moet men de veerboot nemen.                       De veerdienst van en naar Texel onderscheidt zich van andere veerdiensten elders.
De Koninklijke N.V. TESO Texels eigen Stoomboot Onderneming, dat "eigen" zegt eigenlijk veel.
De TESO is in 1907 ontstaan uit een vereniging die werd opgericht uit ontevredenheid over de toen bestaande oeververbinding nl. de Vereniging Nieuwe Texelsche Stoombootdienst.
De Alkmaarse rederij Alkmaar Packet onderhield in die tijd de verbinding maar over de kwaliteit en de prijs waren de eilanders niet te spreken.
In 1908 werd de vereniging omgezet in de N.V. TESO en dit alles op initiatief van een huisarts uit Texel, A. Wagemaker.
Twee weken later maakte de door de TESO gehuurde boot de "baron Rengers" de eerste oversteek.
Het startkapitaal bedroeg Hfl. 75.000 en werd door de eilandbewoners bijeen gebracht, de 3.650 aandelen zijn eigendom van zo'n 3.100 Texelaren.
Sinds de oprichting zijn er nooit nieuwe aandelen uitgegeven, dit om de aandelen in Texel te houden, er wordt geen dividend uitgekeerd, de aandeelhouders kunnen een aantal gratis overtochten per jaar maken.
De TESO onderhield tussen 1950-1960 kortstondig de veerdienst tussen Vlieland en Harlingen, ook het busvervoer op Texel is in handen van de TESO geweest.
Vroeger was Oudeschild de veerhaven op Texel, in 1962 werd 't Horntje als nieuwe veerhaven op   Texel geopend.
Het massatoerisme zorgde er voor dat het wegennet op Texel werd aangepast aan de toename van
auto's vanaf het vasteland.
In de tachtiger jaren werd de eerste dubbeldeks veerboten aangeschaft.
Sinds de aanschaf van de SS Dageraad de eerste door de TESO aangeschafte veerboot, werden er tot nu nog eens 15 veerboten aangeschaft als laatste de Texelstroom die op dit moment in Spanje wordt afgebouwd en vanaf 2016 de veerdienst zal gaan verzorgen.
Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan werd de TESO in 2007 het predicaat Koninklijk verleend.
Momenteel verricht de gemeente den Helder een studie om de aanlanding te verplaatsen naar elders, dit om vooral in de zomer file's door de stad naar de veerhaven te verleggen.



donderdag 8 oktober 2015

Vuurtorens in Nederland (8) den Helder.



"Lange Jaap" den Helder






Huisduinen behoorde in de vroege middeleeuwen tot de gouw "Texla" veel later ontstond Helder,
beide dorpen lagen in die tijd op een eiland men zou nu van een waddeneiland spreken.
Tijdens de Allerheiligenvloed van 1570 gingen beide dorpen Huisduinen en Helder verloren, de dorpen werden verder landinwaarts opgebouwd, door een zanddijk die werd aangelegd tussen Huisduinen en Callantsoog was het gebied geen eiland meer.
In de 19e eeuw maakte den Helder een grote bloei door, dankzij de aanleg van een marine haven waarin in de Franse tijd een begin was gemaakt en na 1815 verder werd uitgebouwd met werven.
Huisduinen bleef zelfstandig en kreeg een eigen fort "Kijkduin".
Zeker is dat er op 1598 een vuurbaak stond op het Kijkduin, aanvankelijk werd het s' winters gebruikt
na 1771 dagelijks het hele jaar door. 
Amsterdam was verantwoordelijk voor de waterweg markering rond het Marsdiep en zal de kosten van het vuurbaak hebben betaald.
In 1814 werd een nieuwe vuurbaak aangelegd die in 1822 werd vervangen door een vierkante toren op het fort "Kijkduin".
In 1877 werd de vuurbaak vervangen door een veel hogere toren op een locatie ten noorden van het Fort Kijkduin vlakbij Huisduinen.
Op 1 april 1878 werd het licht ontstoken, de zestien kantige toren is 57 meter hoog en lange tijd de langste vuurtoren van Nederland geweest vandaar de bijnaam "Lange Jaap".
In de beginjaren van de TV is de toren teven tv-mast geweest voor de ontvangst van Nederland 1, nadat de zendmast in Wieringen gereed was verviel deze functie.
In 1979 werd de Lange Jaap voorzien van radar.
Het licht van de vuurtoren heeft een bereik van 55 kilometer en is vanaf de waddeneilanden Texel en Vlieland goed te zien.



maandag 28 september 2015

TESO: de Texelstroom komt eraan!

TESO "Texelstroom"

De Koninklijke N.V. Texels Eigen Stoomboot Onderneming TESO onderhoud sinds 1907 de veerdienst tussen den Helder en Texel.
TESO vaart momenteel met twee dubbeldek schepen de Schulpengat en de dokter Wagemaker,
de Texelstroom zal de Schulpengat gaan vervangen
De Texelstroom die in 2016 in de vaart zal gaan komen is het tweede schip met die naam, de eerste Texelstroom onderhield tussen 1966 en 1991 de veerdienst.
Op 31 juli j.l. werd de nieuwe Texelstroom op de werf  La Naval in Bilbao Spanje te water gelaten.
De Texelstroom zal naar verwachting tot 2030 in dienst blijven waarna het nog 10 jaar als reserve boot zal blijven functioneren.
Het ontwerp van de nieuwe veerboot is een samenwerking tussen ingenieurs bureau V-Job Naval architects en Vripack.

De veerboot wordt gebouwd om gedurende de komende 25 jaar aan de vervoerscapaciteit te voldoen,
de vergroting van het schip zal voor minder wachttijd zorgen.
De veerboot kan 1.750 passagiers en 350 voertuigen vervoeren.
Naast capaciteit vergroting is verduurzaming een hot item, mede gezien het streven om Texel rond 2020 geheel Co 2 neutraal te maken.
Brandstofbesparing, duurzaam opwekken van energie aan boord en vermindering van uitlaatgassen
passen binnen dit streven.
De Texelstroom gaat naast diesel olie gedeeltelijk op Compressed Natural Gas (aardgas onder druk)) varen, de pieken in de energie vraag worden opgevangen door een batterijen pakket waartoe op het bovenste dek zonnepanelen zullen worden geïnstalleerd, ook zal er warmte uit het koelwater worden teruggewonnen.
Ook zal er op water worden bespaart door hergebruik van drinkwater voor het spoelen van toiletten.
Bij het samenstellen van kleuren en vormgeving heeft men zich laten inspireren door de natuur op het eiland Texel.
De passagiersruimten zijn door het vele gebruik van glas heel transparant geworden.

De lengte van de veerboot bedraagt 135 meter en breedte 28 meter.