Posts tonen met het label Louwman museum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Louwman museum. Alle posts tonen

vrijdag 17 november 2017

Eysink: fietsen, auto's en motoren.

Afbeeldingsresultaat voor eysink auto
Eysink 1912.

In 1886 begon Dick Eysink in Amersfoort de Amersfoortsche Rijwiel, Automobiel en Machine fabriek, Menno en August beide zonen van Dick Eysink bouwden in 1897 de eerste Nederlandse auto. Eysink was niet alleen de eerste Nederlandse autoproducent maar was tevens het eerste Nederlandse automerk dat alles zelf produceerde ook de motoren. Concurrent in de begin jaren was Spijker, tot rond 1910 werden er veelal grotere auto's geproduceerd, toen bleek dat de vraag naar kleinere auto's vele malen groter werd hadden merken hun aandeel in de markt al veroverd en had Eysink als antwoord de Bebe dat de concurrentie niet aan kon. Verschillende auto's hadden inmiddels hun weg gevonden naar Nederlands Indië maar ook naar Engeland waar zij als taxi werden ingezet.
Gedurende de Eerste Wereldoorlog zorgden orders van het Nederlandse leger voor veel werk, in de jaren daarna kreeg Eysink concurrentie van goedkoop ingevoerde Amerikaanse auto's, Eysink werd gedwongen de productie van auto's te beëindigen, er waren toen zo'n 330 exemplaren gebouwd waarvan het er slechts een het heeft overleefd en te bewonderen is in het Louwman museum in den Haag. De motorfietsen van motorfietsen waren een succes al in 1913 behaalde August Eysink op een Eysink motor de gouden medaille in de toen prestigieuze Engeland Holland Run, Eysink fabriceerde zelfs motoren voor het leger, in 1921 kwam de 4 pk liggende parallel Twin in productie.In 1931 werd men met een Eysink motor eerste, tijdens de 6 daagse van Merano.  In 1935 had Eysink motoren van 60 tot 1150cc, ontworpen door Dick Eysink jr. in productie. In 1936 verscheen de beroemde 125cc motor voorzien van een Villiers tweetaktblok, in 1948 werd hier nog de TT in Assen mee gewonnen (Dick Renooy). In 1948 kwamen er motoren met 125cc en 200cc Villiers blokken. In de vijftiger jaren probeerde men met de productie van 98 en 250cc scooters een faillissement af te wenden, tevergeefs. Men ging in 1951 failliet en maakte daarna nog een herstart als Amersfoortse Rijwielindustrie, in 1956 was het definitief afgelopen.
Dick Eysink jr. had in 1950 al ontslag genomen bij de Eysink fabriek en opende in 1951 een fabriek in het nabij gelegen Soest waar hij gemotoriseerde tandems en bromfietsen ging maken onder de naam Renata, later kocht hij het merk Eysink terug en ging hij brommers onder het merk Eysink bouwen, door concurrentie uit met name Duitsland en Japan moest hij stoppen met de productie en werd hij importeur van Benelli motoren. 

vrijdag 27 mei 2016

Spyker "Voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar".

Spyker C4

Spijker V2














Het in 1903 bedachte motto voor Spyker: Nulla Tenaci invia est via (voor de volhouder is geen weg onbegaanbaar) weerspiegeld de geschiedenis van het merk Spyker.
Spijker werd in 1880 opgericht door de Hilversumse smeden Hendrik Jan en Jacobus Spijker, men hield zich bezig met de bouw van koetsen en men vertrok wegens succes in 1886 naar Amsterdam.
In de jaren 1886/1887 werd door Spijker de Gouden Koets gebouwd.
In 1898 kocht Spijker een Duitse Benz die men in licentie ging bouwen de Spijker Benz, een nieuwe fabriek werd gebouwd op het terrein van de voormalige hofstede Trompenburg (genoemd naar de vroegere bewoner Cornelis Tromp admiraal),het bedrijf kreeg de naam Trompenburg.
In 1903 werd de naam Spijker veranderd in Spyker, in dat zelfde jaar werd door Spyker een auto gebouwd die zowel de eerste zes cylinder als de eerste met permanente voorwielaan gedreven auto ter wereld was (te zien in het Louwman museum). In 1907 deed Spyker mee aan de rally Peking en Parijs en werd tweede. H.J. Spijker kwam om bij een scheepsramp en J. Spijker trok zich terug , de Firma Trompenburg ging failliet in 1908 en maakte een doorstart. De inzakkende autoverkoop door het begin van de eerste wereld oorlog zorgde er voor dat Trompenburg de weg naar vliegtuigproductie in sloeg, directeur werd Henry Wijnmalen die het bedrijf tot 1922 zou leiden.
Trompenburg fuseerde met de NV Nederlandse Vliegtuigfabriek uit Soesterberg, de eerste opdracht was de bouw van 15 Farman HF-22's waarvan Wijnmalen de licentie rechten had verkregen, later werd een Nieuport nagebouwd waarna een productie van 12 stuks volgde.
Spijker begon in 1916 op verzoek van het ministerie van Oorlog aan de ontwikkeling van een eigen jachtvliegtuig de Spyker V1, door de gebrekkige motor bleef het bij een exemplaar, Voor de L.V.A. en de M.L.D. werd in 1917 een lesvliegtuig ontwikkeld de Spyker V2, er werden 56 exemplaren van geproduceerd. De komst van Fokker in Nederland en het einde van de Eerste Wereldoorlog zorgde er voor dat de vliegtuigbouw door Spyker in 1919 werd beëindigd.
In 1922 ging Trompenburg failliet en maakte weer een doorstart, de Spyker C4 werd ontwikkeld, de C4 werd de Rolls Royce van het continent genoemd en er werd een 24 uurs snelheidsrecord mee gevestigd van 119 km per uur.  In 1925 stopte de productie er waren 1.500 auto's geproduceerd.

De merknaam Spyker werd in 1999 geregistreerd door Victor Muller en Maarten de Bruyn, Spyker Cars werd een fabrikant van exclusieve sportwagens en had in 2004 een notering aan de beurs, in 2009 werd de Spyker C8 onthuld de productie ging van Zeewolde naar Coventry, in 2010 werd Saab overgenomen. Spyker Cars en werd aan een Amerikaanse investeringsmaatschappij verkocht.
In december 2011 ging Saab failliet en in 2013 verdwijnt het aandeel Spyker van de beurs.
In december 2014 ging Spyker failliet en maakte in 2015 wederom een doorstart.
Spyker is nu gevestigd in Blaricum en werkt samen met Volta Volare aan de ontwikkeling van elektrische auto's en vliegtuigen.












Het logo van Spyker symboliseert zowel de vliegtuigbouwperiode dmv de vliegtuigpropellor als de autoproductie periode dmv het spaakwiel.