vrijdag 5 februari 2016

Jan van Speijk: "dan liever de lucht in" 5 februari 1831.

Zr.Ms. van Speijk


Jan van Speijk


Als kanonneerboot no:2 op 5 februari 1831 niet door een sterke wind van haar ankerplaats was geslagen en naar de kade van Antwerpen was afgedreven waren de gebeurtenissen die dag anders verlopen en was Jan van Speijk niet de held geworden die door zelfopoffering (en dat van zijn bemanning), door de lont in het kruitvat te steken, om zou komen.

Jan Carel Josephus van Speijk werd op 31 januari 1802 in Amsterdam geboren, zijn ouders waren kort na zijn geboorte overleden en van Speijk kwam in het Burgerweeshuis terecht, dar werd hij toen hij ouder werd opgeleid om kleermaker te worden door zelfstudie bereidde hij zich voor op de toelating tot de Koninklijke Marine, na een aantal vergeefse pogingen lukte het hem in 1820 in dienst te komen van de Marine. Hij werd uitgezonden naar Nederlands Indië waar hij in 1825 deelnam aan de tweede Boni expeditie (een strafexpeditie naar Boni in Zuid Celebes), tijdens deze expeditie onderscheidde de toen adelborst der eerste klasse  zich en kreeg de bijnaam"Schrik der Roovers".
Terug in Nederland werd hij bevorderd tot luitenant ter zee tweede klasse en werd hij commandant van de kanonneerboot no:2 (een zeilschip uitgerust met 1 kanon).
Tijdens de Belgische Opstand had hij de opdracht alle schepen van en naar Antwerpen te controleren daar Antwerpen zich vanaf oktober 1830 zich bij de opstandelingen had aangesloten.
Van Speijk deed met zijn schip mee met het bombardement op Antwerpen op 27 oktober 1830 waarvoor hij de Militaire Willems Orde ontving.
In de maanden hierna had van Speijk meerdere malen laten weten (per brief en tijdens een toespraak aan zijn bemanning) dat hij indien nodig zijn schip de lucht in zou laten vliegen.
Na de beschietingen op Antwerpen in oktober 1830 volgde een wapenstilstand, vanwege drijfijs dat eind januari 1831 de schepen op de Schelde bedreigde, werden deze schepen tijdelijk verplaatst, begin februari namen zij hun posities weer in, waarna kanonneerboot no:2 los sloeg.
Woedende Belgische opstandelingen wachten het schip op en sprongen aan boord van de kanonneerboot waarna gevechten uitbraken. De laatste woorden van van Speijk waren: "en een infame Brabander worden? Dan liever de lucht in" waarna hij een brandende sigaar in het kruitvat stak. Hierbij bracht hij het schip tot ontploffing , 28 van de 31 bemanningsleden waaronder hij zelf vonden de dood, zo ook een onbekend aantal Antwerpenaren.
Van Speijk werd op 4 mei 1832 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam bijgezet.
De vuurtoren van Egmond aan Zee werd tot van Speijk monument gedoopt, bij Koninklijk Besluit werd door Koning Willem I bepaald dat er altijd een vaartuig van de Koninklijke Marine de naam van Speijk zou dragen, 8 schepen hebben sindsdien de naam van Speijk gedragen, momenteel vaart het multipurpose fregat van de Karel Doorman klasse de F-828  Z.M. van Speijk.
Het Rijksmuseum heeft kleine deeltjes van de kanonneerboot, fragmenten van de kleding van Jan van Speijk en enkele van zijn persoonlijke bezittingen in haar bezit.





woensdag 3 februari 2016

Ramspol waterkering bij Kampen.



de Ramspol tijdens testen

de Ramspol waterkering.











Als je van Emmeloord op de N 50 er bij de kruising N 352 (Urk-Vollenhove) af gaat en de Kamperweg tot aan het Ramsdiep neemt zie je onder de N 50 door aan beide zijden van het Ramsdiep/Ramsgeul twee futuristisch uitziende gebouwen staan, eerste dacht ik dat het een fietstunnel was maar toen ik dichterbij kwam bleken het de bedieningsgebouwen van de Ramspol te zijn.
De Ramspol is s'werelds grootste opblaasbare waterkering en de enige die bedoeld is als stormvloedkering, de waterkering vormt het laatste project van de Deltawet Grote Rivieren en werd in opdracht van het Waterschap Groot Salland gebouwd, het project kostte 100 miljoen euro.
De z.g.n. balgstuw keert eventueel door de wind opgestuwd hoogwater van het IJsselmeer bij de ingang van het Zwarte meer.
Waterkering Ramspol is een nieuw type stormvloedkering bestaande uit een opblaasbare dijk die ingeval van opkomend water wordt gevuld met water en lucht.
Het materiaal is afkomstig van Bridgestone uit Japan en heeft een geschatte levensduur van ongeveer 25 jaar.
De balg bestaat uit drie delen van elk tachtig meter lang, normaal ligt de kering op de bodem op 4,65 meter diepte, bij extreem hoog water op het IJsselmeer worden de balgen gevuld waardoor een dijk ontstaat van 8 meter hoog en 13 meter breed.
Het beheer van de waterkering is inmiddels door het Waterschap overgedragen aan Rijkswaterstaat.
De balgstuw werd vorig jaar twee maal opgeblazen nl. op 31 maart en op 25 juli tijdens een N.W. zomerstorm.

Afbeeldingsresultaat voor ramspol

maandag 1 februari 2016

Het loodswezen, de loods spil in het scheepvaartverkeer.

Loodstender

Loodsvaartuig Pollux














Het Nederlands loodswezen zorgt voor het veilig en vlot afhandelen van het scheepvaartverkeer.
Jaarlijks worden zo'n 90.000 loodsplichtige zeeschepen (schepen die door hun grote niet zonder loods de havens of waterwegen in mogen varen) naar Nederlands en ook Vlaamse havens geloosd.
Dit gebeurt door registerloodsen die beschikken over een actuele kennis van getijden, stromingen, procedures, verkeersstromen, havens en ligplaatsen, de loods is de gids van de kapitein van het zeeschip, zij verrichten hun werkzaamheden 24 uur per dag onder alle werkzaamheden.
Sinds 1988 is het Loodswezen een zelfstandige organisatie die bestaat uit twee afzonderlijke organisaties de Nederlandse Loodsen Corporatie kortweg de NLC en het Nederlands Loodwezen b.v. kortweg de NLBV.
De Nederlandse Loodsen Corporatie houdt zich bezig met het opleiden van toekomstige loodsen en het het geven van cursussen om kennis op peil te houden.
De opleiding tot loods is een HBO opleiding, na het behalen mag men zich Master in Maritime Piloting noemen, om te worden toegelaten aan de opleiding heb je minimaal een vaarbevoegdheidsbewijs 1e stuurman alle schepen, een HBO diploma een BRM/MRM certificaat en een Marcom A certificaat nodig.
De regionale loodsen corporaties geven jaarlijks aan hoeveel studenten kunnen worden opgeleid waarna selectie plaatsvind, de uiteindelijke studie duurt 14 maanden.
Loodswezen werkt vanuit 4 regio's: Noord, Amsterdam- IJmond, Rotterdam- Rijnmond en Scheldemonden.
Het Nederlands Loodswezen B.V. ondersteunt de registerloodsen d.m.v. het uitvoeren van administratieve taken en het vervoeren van de loodsen van en naar zeeschepen.
Daarvoor wordt gebruik gemaakt van een scala aan schepen: Jet tenders 23 meter lang snelheid 16Kn,, schroefgedreven tenders 21 meter lang 20Kn., en conventionele tenders 12,3 meter lang 13Kn.,loodsvaartuigen 81,2 meter lang 16 Kn., jollen 8 meter lang 28Kn., en Swath's 25 meter lang
snelheid 18Kn. en zelfs een helikopter.
De procedure is meestal; de loodsboot laat een jol te water met daarin een loods,de jol gaat naast het zeeschip liggen en de loods komt via een ladder aan boord (een loodstender vaart rechtstreeks vanuit de haven naar het betreffende schip).
De meeste kans een loods(boot) bezig te zien is vanaf de veerboot komende vanaf de Noordzee.


vrijdag 29 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (19) Vlieland.

Vuurtoren Vlieland.


De grond van West-Vlieland was, in tegenstelling met vandaag de dag, in de middeleeuwen een landbouwgebied. Monniken van Lidingakerke transporteerden turf en landbouwproducten via de zgn. Monnikensloot van en naar Texel. 
Doordat de stroming door het Eierlandergat (tussen Texel en Vlieland) alsmaar sterker en nauwer werd, werd uiteindelijk het dorp West End op Vlieland en de bijbehorende landbouwgronden weggevaagd. 
Het vruchtbare gedeelte (West) veranderde in een strandvlakte, het huidige Vliehors.
In 1924 overwoog de provincie Noord Holland het eiland te ontruimen, de kosten voor de kustverdediging waren te hoog en de bevolking te laag.
Door financiële tussenkomst van Rijkswaterstaat bleef het dorp Oost-Vlieland en het eiland behouden.
Al eeuwen brandde er op het hoogste punt van het eiland (40 meter) het zgn.Vuurboetsduin t.b.v. de scheepvaart een vuur, de oudste verwijzing dateert van 1462, in 1573 is er zelfs sprake van twee vuurbakens.
Het departement van de Marine ging zich met het vuurbaken bemoeien en zag toe op het goed functioneren van het vuur en zorgde voor de aanvoer van brandstof.
In 1835 werd het kolenvuur vervangen door een lantaarn, in 1836 werd er een ronde stenen toren gebouwd, de toren werd later verbouwd waarbij er een extra verdieping bij kwam, rond 1886 waren er vijf lichtwachters in dienst.
In 1909 werd besloten de stenen toren te vervangen door een gietijzeren exemplaar.
Omdat in IJmuiden de gietijzeren toren moest worden verlaagd werden de bovenste drie verdiepingen met lantaarn en optiek naar Vlieland gebracht.
Doordat Vlieland in 1918 als laatste gemeente in Nederland op het elektriciteitsnetwerk kwam, was men in staat in 1920 ook de vuurtoren hierop aan te sluiten.
Omdat de vuurtoren geen patrijspoorten had werd in 1912 ter hoogte van de omloop van de toren een uitkijkhuisje geplaatst, in 1928 werd het vervangen door een groter uitkijklokaal.
In de Tweede Wereldoorlog werd de toren door de Duitsers gebruikt als uitkijkpost, de lichtinstallatie werd in 1944 tijden een luchtaanval zwaar beschadigd.
De toren die slechts 17 meter hoog is werd in 1980 Rijksmonument, in 1986 werd de lantaarn vervangen door een nieuw exemplaar.
Vanaf 1991 is de vuurtoren opengesteld voor het publiek.
   

donderdag 28 januari 2016

Martin van Buren, president van de Verenigde Staten met Nederlandse roots



Martin van Buren



De Amerikaanse voorverkiezingen zijn inmiddels begonnen, maandenlang trekt een media circus van de ene staat naar de andere staat, kandidaten van de Democratische of Republikeinse partij proberen kiesmannen te verzamelen voor de partijconventie, waarna bij beide partijen uiteindelijk ieder 1 kandidaat zullen voordragen voor de verkiezingen op 8 november. Wie zal het worden? Tegenwoordig is het stemvolume belangrijker dan het intellect van de kandidaat.  Uit de tijd van het sigarenbandjes verzamelen herinner ik mij de serie Amerikaanse presidenten, kwam er een nieuw bandje bij dan dook ik in de encyclopedie om meer over de presidenten te weten te komen. Zo kwam ik presidenten tegen afkomstig uit Nederlandse immigranten: Theodore en Franklin Delano Roosevelt, maar ook de minder bekende president Maarten van Buren.
Martin van Buren werd op 5 december 1782 (6 jaar na de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten) geboren in Kinderhook, New York State als zoon van een  boer en herbergier, zijn betoudovergrootouders waren afkomstig uit Buurmalsen en in 1631 geïmmigreerd.
Hij volgde openbaar onderwijs aan de Kinderhook Academy, hij studeerde rechten in New York City, na zijn afstuderen, hij was toen 25 jaar,werd hij praktiserend advocaat in Kinderhook, New York.
Naar het schijnt sprak hij nog Nederlands.
In 1814 werd hij voor de Democratische-Republikeinse  partij in de senaat van New York gekozen, in 1821 volgde de Senaat van de Verenigde Staten, in 1828 werd hij gouverneur van New York.
Hij zette zich in om Andrew Jackson in het Wittehuis te krijgen en zorgde er voor dat Jackson, Calhoun en W.H. Crawford gingen samen werken in een politieke eenheid: de Democratische partij, de partij die Jackson in 1828 het presidentschap bezorgde.
van Buren werd voor zijn inspanningen beloond en in 1829 tot minister van buitenlandse zaken benoemd, gedurende de tweede termijn van Jackson werd hij Vice-president. Hij kreeg verschillende bijnamen zoals: de kleine tovenaar, de rode vos van Kinderhook.
Zijn loyaliteit jegens Jackson maakte hem de gedoodverfde opvolger als president.                         Zijn presidentschap dat in 1837 begon, werd overschaduwd door de depressie van 1837 waarbij 618 banken failliet gingen. In de spanningen rond de slavernij in het Congres koos van Buren de middenweg waarbij hij de slavernij betreurde en de slavernij in het zuiden toeliet.
Onder zijn presidentschap werden de grenzen met Canada definitief vast gesteld.
Zijn politieke val kwam met de onpopulaire oorlog met de Seminoles een indianenstam in Florida waarbij hij weigerde Texas te annexeren.
Bij de verkiezingen werd hij verslagen door William Henry Harrison, van Buren keerde met zijn familie naar Kinderhook terug waar hij op 24 juli 1862 overleed.
Lang voordat de Burgeroorlog zou uitbreken had van Buren de profetische uitspraak gedaan:"Het einde van de slavernij zal komen, te midden van vreselijke beroeringen, maar het einde zal komen".













woensdag 27 januari 2016

Gevlogen boven Nederland: Fokker S-14 Machtrainer, Nederlands enigste straaljager.

Fokker S-14 Machttrainer

De S-14, de "S" stond voor scholing, was bestemd voor de opleiding van toekomstige jachtvliegers.
De werkzaamheden aan het prototype werden op 2 oktober 1948 gestart.
De machine was op 19 mei 1951 gereed voor zijn eerste proefvlucht en voorzien van militaire kentekens met registratie K-1.
Het werd het eerste als trainer ontworpen straalvliegtuig ter wereld, waarbij piloot en leerling naast elkaar in de cockpit zaten.
De hoofdtaak van de S-14 was piloten  bekend te maken met het vliegen van straalvliegtuigen.
In 1952 verkreeg Fairchild de licentie rechten voor de V.S., Fairchild verwachtte de trainer te kunnen verkopen aan de U.S. Air Force.
Voor promotie doeleinden vertrok de L-4 in 1955 voor een tour door de V.S.
Tijdens deze tour op 20 oktober, stortte het toestel in de buurt van Hagerstown neer, waarbij de bekende Fokker testpiloot Gerben Sonderman om het leven kwam.
De U.S. Air Force had na dit ongeluk geen interesse meer.
Toen de NAVO landen via het MDAP programma de T-33 straaltrainer gratis konden krijgen, waren de kansen voor de S-14 op de buitenlandse markt verkeken.
Het demonstratievliegtuig van Fokker de K-1 werd op 21 augustus overgedragen aan het Nationaal Lucht & Ruimtevaart Laboratorium. Na buiten dienststelling ging het toestel naar het Aviodome op Schiphol, later Aviodrome op Lelystad.

De Koninklijke Luchtmacht kreeg de beschikking over 20 toestellen waarvan er een , de L-4, al voor ingebruikname in de V.S. was gecrasht.
Op 20 augustus 1955 arriveerde de eerste S-14, de L-1 op de vliegbasis Twente.
De overige toestellen kwamen in de loop van 1955 in dienst; de toestellen waren genummerd: L-1 t/m L-20.
De S-14 vloog bij de Jachtvliegschool op Twente, de conversievlucht van het 700 squadron ook op Twente en was tevens gestationeerd op Soesterberg, Ypenburg en Woensdrecht voor instrument vliegen, kalibratie vluchten en het bijhouden van de vliegvaardigheid van stafofficieren.
De S-14 Machtrainer verliet in 1967  de operationele dienst.
De L-11 maakt nu deel uit van de museumcollectie van het Nationaal Militair Museum op Soesterberg. De L-17 staat opgeslagen op de vliegbasis Gilze-Rijen.

maandag 25 januari 2016

Het Loodswezen.

loodsbotter Texelstroom 1906.


Loodswerk werd in het verre verleden verricht door ter plaatse zeer goed bekende lokale vissers, die zich bij de zeeschepen aanboden om de kapitein te assisteren bij het binnenvaren van havens en moeilijk begaanbare (binnen)wateren.
Zij hadden hiervoor een snel schip nodig waar de vissersboot uitstekend aan voldeed op deze manier verdiende de visser er wat aan geld bij.
In de Franse Tijd kwam de verantwoordelijkheid voor het loodswezen geheel bij het departement van Marine te liggen.
Loodswezen en vaarwegmarkering vielen onder een bestuur opgesplitst in een Noordelijk en Zuidelijk departement in 1830 samengevoegd tot een afdeling onder een Inspecteur Generaal, wat overigens in Groot Brittannië al sinds Hendrik VIII (1514) met de oprichting van Trinity House was bereikt.
In de eerste helft van de 19 eeuw waren er in Nederland voor het loodsen van zeeschepen twee soorten loodsen: staatsloodsen en loodsen die lid waren van particuliere loodsen verenigingen, in de praktijk een onwerkbare situatie.
Alleen op de binnenwateren waren particuliere loodsen werkzaam, veelal oud schippers die bekend waren met het plaatselijke vaarwater.
In 1859 werd de Loodsenwet van kracht en ontstond een nieuwe organisatievorm een Rijksloodswezen waarin Staats en particuliere loodsen werden samengevoegd, het kwam te resulteren onder het ministerie van Marine later Defensie en werd op den duur een sluitpost van de begroting wat weer resulteerde in zuinigheid en gebrek aan inzicht.
In 1958 gingen de loodsen zich organiseren, in 1982 werd een rapport uitgebracht waarin werd voorgesteld dat privatiseren een goede optie zou zijn en wat in 1988 dan ook geschiedde.