Posts tonen met het label IJmuiden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label IJmuiden. Alle posts tonen

vrijdag 29 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (19) Vlieland.

Vuurtoren Vlieland.


De grond van West-Vlieland was, in tegenstelling met vandaag de dag, in de middeleeuwen een landbouwgebied. Monniken van Lidingakerke transporteerden turf en landbouwproducten via de zgn. Monnikensloot van en naar Texel. 
Doordat de stroming door het Eierlandergat (tussen Texel en Vlieland) alsmaar sterker en nauwer werd, werd uiteindelijk het dorp West End op Vlieland en de bijbehorende landbouwgronden weggevaagd. 
Het vruchtbare gedeelte (West) veranderde in een strandvlakte, het huidige Vliehors.
In 1924 overwoog de provincie Noord Holland het eiland te ontruimen, de kosten voor de kustverdediging waren te hoog en de bevolking te laag.
Door financiële tussenkomst van Rijkswaterstaat bleef het dorp Oost-Vlieland en het eiland behouden.
Al eeuwen brandde er op het hoogste punt van het eiland (40 meter) het zgn.Vuurboetsduin t.b.v. de scheepvaart een vuur, de oudste verwijzing dateert van 1462, in 1573 is er zelfs sprake van twee vuurbakens.
Het departement van de Marine ging zich met het vuurbaken bemoeien en zag toe op het goed functioneren van het vuur en zorgde voor de aanvoer van brandstof.
In 1835 werd het kolenvuur vervangen door een lantaarn, in 1836 werd er een ronde stenen toren gebouwd, de toren werd later verbouwd waarbij er een extra verdieping bij kwam, rond 1886 waren er vijf lichtwachters in dienst.
In 1909 werd besloten de stenen toren te vervangen door een gietijzeren exemplaar.
Omdat in IJmuiden de gietijzeren toren moest worden verlaagd werden de bovenste drie verdiepingen met lantaarn en optiek naar Vlieland gebracht.
Doordat Vlieland in 1918 als laatste gemeente in Nederland op het elektriciteitsnetwerk kwam, was men in staat in 1920 ook de vuurtoren hierop aan te sluiten.
Omdat de vuurtoren geen patrijspoorten had werd in 1912 ter hoogte van de omloop van de toren een uitkijkhuisje geplaatst, in 1928 werd het vervangen door een groter uitkijklokaal.
In de Tweede Wereldoorlog werd de toren door de Duitsers gebruikt als uitkijkpost, de lichtinstallatie werd in 1944 tijden een luchtaanval zwaar beschadigd.
De toren die slechts 17 meter hoog is werd in 1980 Rijksmonument, in 1986 werd de lantaarn vervangen door een nieuw exemplaar.
Vanaf 1991 is de vuurtoren opengesteld voor het publiek.
   

dinsdag 1 december 2015

de Stelling van Amsterdam.

Fort Spijkerboor


Stelling van Amsterdam: (witte punten=forten blauw=inundaties)















De Stelling van Amsterdam is een 135 kilometer lange verdedigingskring op 15-20 kilometer rond Amsterdam die in 1881-1914 werd aangelegd.
Door de veranderingen in de artillerie rond 1860 en de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 groeide het besef dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie onvoldoende bescherming bood.
Nederland was neutraal en werd daardoor gedwongen de verdediging aan te passen aan de snelle
ontwikkeling van geschut, granaten e.d.
In 1874 werd hiertoe de Vestingwet aangenomen, hierin werden oude vestingswerken opgeheven en werden linies aangepast. Rond Amsterdam zou, als laatste en tot het uiterst te verdedigen gebied, een stelling worden aangelegd.
Reeds begin 1800 waren er al verdedigingswerken in de omgeving aangelegd zoals de "de linie van Beverwijk " en de "posten van Krayenhoff".
In 1896 werd inundatiewet van kracht, hierin werden de schadevergoedingen voor beschadigingen aan particulieren eigendommen door inundaties geregeld.
Na schietproeven bij Schoorl werd gekozen voor betonnen forten. De plannen besloegen verschillende regeringen en veranderden geregeld.
Begonnen werd in 1881 met de bouw van het fort bij IJmuiden voor de verdediging van het Noordzee kanaal, waarna de bouw van twee kustbatterijen bij Durgerdam en Diemerdam volgden.
Vaak waren de plannen al achterhaald door gebeurtenissen in het buitenland en door bezuinigingen vertraagd, rekening werd gehouden met een toekomstige vijand komend uit het oosten,  terwijl Duitsland veel belangstelling toonde bij de uitvoering van de bouwwerken.
De stelling Amsterdam omvatte 3 tot 5 kilometer onderwaterzettingen (inundaties), 36 forten, twee kustforten, twee vestingen, vier batterijen en twee kustbatterijen daarnaast:inlaatsluizen, nevenbatterijen en magazijnen. Tijdens de mobilisatie werden er 10.000 manschappen gelegerd.
In 1916 kreeg de stelling er zelfs een vliegkamp bij: Schiphol.
Er werd 33 jaar gebouwd aan de Stelling van Amsterdam waarbij ongeveer 40 miljoen gulden werd uitgegeven.
Na de Eerste Wereldoorlog maakte de Stelling deel uit van de vesting Holland en wel de noordzijde hiervan. De komst van het vliegtuig, raketten en  parachutisten zorgden ervoor dat de Stelling en de vesting Holland geen verdedigingswaarde meer hadden.
Tot het einde van de koude oorlog werden de forten gebruikt voor het opslaan van munitie, explosieven en ook voor noodvoorraden voedsel en verbandmiddelen, pas na 1991 is het gebruik door Defensie gestaakt.
De gehele Stelling van Amsterdam staat sinds 1996 op de werelderfgoedlijst van Unesco.

woensdag 11 november 2015

KNRM meer dan 100.000 reddingen vandaag 191 jaar.

NH1816

roeireddingboot














Op 11 november 1824 werd de NZHRM in Amsterdam opgericht, 9 dagen later op 20 november van het zelfde jaar gevolgd door de oprichting van de ZHRM in Rotterdam, beide reddingsmaatschappijen zouden lange tijd naast elkaar voorbestaan.
Aanleiding voor de oprichting was de zware storm van 14 oktober 1824 waarbij 17 schepen op de Nederlandse kust strandden, bij Huisduinen verdronken toen zes mensen die probeerden de bemanning van het gestrande schip de Vreede te redden.
Beide reddingsmaatschappijen krijgen de beschikking over roeireddingboten, op 26 december 1824 amper een maand na de oprichting worden met zo'n boot afkomstig van Egmond aan Zee vijf schipbreukelingen gered.
In 1840 wordt het eerste lijnwerp en wippertoestel in gebruik genomen, in 1866 wordt de eerste zelfrichtende roeireddingboot te Nieuwendiep gestationeerd, de ijzeren reddingskotter doet in 1873
zijn intrede en in 1904 wordt Radio Scheveningen officieel in gebruik genomen.
De eerste zelfrichtende motorreddingboot de Insulinde wordt in 1927 op Oostmahorn gestationeerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog steken drie reddingboten met vluchtelingen over naar Engeland de in Nederland achtergebleven reddingboten varen onder de vlag van het Rode Kruis.
Beide reddingsmaatschappijen krijgen in 1949 het predicaat Koninklijk.
De eerste zelfrichtende motorreddingboot met volledig gesloten stuurhuis de Carlot wordt in 1960 in dienst genomen.
In 1972 doet de zgn. rigid inflatable en wel het type Atlantic 21 zijn intrede, een rubberboot met vaste bodem. Er volgen meer grotere types van het soort rigid inflatable de Koningin Beatrix in 1984 en de Johannes Frederik klasse in 1986.
In 1991 fuseren beide reddingsmaatschappijen tot de huidige KNRM. De KNRM betrekt in 1995 een nieuw kantoor, werkplaats en magazijn in IJmuiden. In 1999 wordt de eerste boot van de  Arie Visser klasse in gebruik genomen.In 2014 wordt de reddingsboot van de toekomst gedoopt de NH1816.
In de zomer van 2015 hebben redders vanaf de oprichting 100.000 mensen uit noodsituaties op zee gered.

Vandaag omvat de KNRM: 45 reddingsstations en heeft de beschikking over 75 reddingsboten van verschillende grote, men ontvangt geen overheidssubsidie men verkrijgt inkomsten uit giften, legaten, nalatenschappen en donaties.
De toekomstvisie van de KNRM tot 2024: de komende jaren voorziet de KNRM een bouwprogramma van drie grote reddingboten per jaar, er zal een nieuwe reddingsbootsklasse ter vervanging van de Johannes Frederik en Valentijnklasse moeten komen, dit om goed uitgerust de komende decennia dat te doen voor wat men werd opgericht: het redden van mensen op het water.


https://www.knrm.nl/steun-ons/donaties/donateurschap/







donderdag 1 oktober 2015

Vuurtorens in Nederland (7) IJmuiden.

lage en hoge vuurtoren IJmuiden



De geschiedenis rond de twee vuurtorens in IJmuiden is vrij recent en hangt nauw samen met de aanleg van het Noordzee kanaal in 1865.
Duizenden grondwerkers verdienden in die tijd daar hun brood met het handmatig uitgraven van het toekomstige kanaal tussen Amsterdam en de Noordzee.
De grondwerkers woonden met hun vrouw en kinderen in zelfgebouwde tijdelijke hutten nabij de werklocatie.
Bij het sluizencomplex ontstond een concentratie van dit soort "woningen", de start van een nederzetting die de naam IJmuiden kreeg, trok vissers en handelslieden aan.
Uiteindelijk is IJmuiden uitgegroeid tot een stad, een plaats waar het Noordzee kanaal via sluizen met de Noordzee is verbonden, een stad met hoogovens en wel vier havens en daarmee een van de grotere havens van Nederland.

In 1878 werden er twee gietijzeren vuurtorens ontworpen door de bekende vuurtoren ontwerper Q. Harder.
De torens moesten een lichtlijn vormen voor het in varen van het kanaal en werden rood geschilderd.
Later zijn er witte banden op aangebracht ter onderscheiding van de vuurtorens van Egmond aan Zee.
Toen in 1909 de vaargeul werd uitgediept en verbreed moest de buiten toren 10 meter worden verlaagd (dit gietijzeren gedeelte ging naar Vlieland waar het als vuurtoren dienst ging doen).
In die tijd werden beide torens weer roodbruin geschilderd, de buiten toren is in zijn geheel in 1966 40 meter zuidwaarts versleept.
Vanaf dat moment spreekt men van de Lage buiten toren en de Hoge binnen toren.
De hoge toren is 35 meter hoog en heeft tien verdiepingen en telt 159 treden het licht heeft een bereik van 32 kilometer de lage toren is 24 meter hoog heeft 5 verdiepingen en telt 88 treden.