donderdag 2 maart 2017

Albert Gillis von Baumhauer bouwer van de eerste Nederlandse helikopter.

Albert Gillis von Baumhauer luchtvaartpionier 1891-1939


Albert Gillis von Baumhauer werd op 10 oktober in Herenveen geboren(het jaar dat Otto Lilienthal zijn eerste zweefvlucht maakte van 25 meter). Albert studeerde aan de TH-Delft waarna hij in Gottingen enige tijd Aerodynamica studeerde daarna vervolgde hij zijn studie aan de TH van Zurich, waar hij de professoren Theodor van Karman en Ludwig Prandtl ontmoette beide experts op wiskunde en luchtvaart gebied. In 1910 ging von Baumhauer voor de Nederlandse Automobiel en vliegtuigfabriek Spyker werken, in 1919 werd hij hoofd ingenieur bij van Berkel's patent en was daar verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het van Berkel W-B watervliegtuig bestemd voor de Marine Luchtvaart Dienst. Nadat de afdeling luchtvaart bij van Berkel werd gesloten ging hij voor de Rijksstudiedienst voor de Luchtvaart werken waar hij enige jaren adjunct directeur werd, in deze periode beproefde hij een aantal vliegtuigen en deed onderzoek naar vliegveiligheid. In de jaren 1924-1930 experimenteerde hij met een zelf ontworpen helikopter op Soesterberg de eerste testvlucht vond plaats in september 1925, testvlieger was luitenant F.H. van Heijst aanleiding was een prijsvraag uitgeschreven door het Britse ministerie van Luchtvaart voor de bouw van een helikopter die in een gesloten circuit moest kunnen vliegen met een snelheid van 100 kilometer per uur. Op 10 februari 1926 lukte het van Heijst de helikopter 5 minuten in de lucht te houden. Later in 1926 worden de experimenten naar Schiphol verplaatst waar von Baumhauer tot in 1930 verder experimenteert. In 1930 lukt het hem zelf een half uur met de helikopter te vliegen, de volgende dag stort de helikopter neer en is er geen geld meer om verder te gaan, von Baumhauer's ontwerp beïnvloed daarna wel de verdere ontwikkeling van de helikopter.
In 1937 werd hij werkzaam bij het de luchtvaartdienst van het ministerie van Waterstaat, hier kreeg hij als ingenieur de taak nieuwe vliegtuigtypes te inspecteren en te testen wat hem later noodlottig wordt. Op 18 maart 1939 (het jaar dat de eerste straaljager het luchtruim kiest) verongelukt hij in de V.S. tijdens een testvlucht van een Boeing Stratoliner dat hij samen met KLM onderdirecteur Guilonard (de KLM had interesse in de Stratoliner) en mensen van Boeing inspecteerde, tijdens de testvlucht komen alle inzittenden om het leven. Albert Gillis von Baumhauer werd slechts 47 jaar en mocht niet meer mee maken dat hij tot professor aan de TU Delft zou worden benoemd.

Zij oudste zoon Eduard komt in 1941 om bij een poging naar Engeland te vluchten.

werkzaamheden aan de helikopter van von Baumhauer


vrijdag 17 februari 2017

André Kuipers, Nederlands laatste astronaut?

Afbeeldingsresultaat voor andre kuipers
André Kuipers


Aangezien Nederland geen prioriteit geeft aan de Europese Ruimtevaart en alleen via een verdeel sleutel een relatieve bijdrage (van 2,2%) aan het totale Europese ruimtevaartprogramma budget bijdraagt, is Andrè Kuipers waarschijnlijk de laatste ruimtevaarder van ons land.
Formeel is iedereen gelijk voor de ESA maar in de praktijk maken Fransen en Duitsers meer kans om geselecteerd te worden omdat deze landen vele malen (10-13x) meer investeren in de ruimtevaart
dan Nederland. De eerste van geboorte Nederlander is Lodewijk van den Berg gevolgd door Wubbo Ockels en Andrè Kuipers sluit voor alsnog de rij.
Andrè Kuipers was als kind al gefascineerd van het heelal, na zijn Atheneum-B behaalde hij in 1987 aan de Universiteit van Amsterdam zijn artsen examen, al tijdens zijn opleiding tot arts nam Kuipers aan onderzoek op de vestibulaire afdeling van het AMC in Amsterdam.
Tussen 1987 en 1990 werkte hij eerste bij de afdeling luchtvaart geneeskunde van de Koninklijke Luchtmacht, later was hij werkzaam bij het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartgeneeskundig Centrum in Soesterberg, waarbij hij betrokken was bij onderzoek naar ruimteziekte en evenwichtsfuncties, daarna was hij keuringsarts voor vliegers.
Vanaf 1991 is Andrè Kuipers werkzaam bij ESA en is van het begin betrokken bij voorbereiden en coördineren en uitvoeren van fysiologische experimenten die ESA voor de ruimtevaart ontwikkeld, zoals de D-2 Space-lab missie in 1993, de ontwikkeling van de spierkracht meter aan boord van de LMS Space-lab missie in 1996.
In 1992 solliciteerde hij voor astronaut en kwam hij in een langdurige selectie procedure terecht waarna hij werd afgewezen waarschijnlijk om politieke redenen (Duitsland en Frankrijk hadden voorrang). In 1998 besloot de ESA het astronauten korps uit te breiden waarin ook kleinere landen (5) konden deelnemen, zo kwam Andrè Kuipers als nog bij het astronautenkorps van de ESA.
De lobby groep, die zorgde dat Kuipers bij de opleiding (Keulen,Houston en Sterrenstad bij Moskou) kwam, kwam in 2002 weer in actie nu om Andrè de ruimte in te krijgen. Nederland betaalde 15 miljoen euro voor een "taxivlucht" in de Russische Sojoez naar het ISS , de "Delta" missie, op 19 april 2004 vertrok de Soyoez TMA-04 naar het ruimte station.
In 2009 kreeg Kuipers zijn lange missie,ISS expeditie 30+31 samen met Oleg Kononenko en Don Petit werd hij op 21 december 2011 gelanceerd, Andre's missie werd bekend als PromISSe, hij voerde meer dan 50 experimenten uit in 4 categorieën, was verantwoordelijk voor het aankoppelen van de ATV en de Dragon (SpaceX) en het project Ruimteschip Aarde waarbij hij zich ten doel stelde zo veel mogelijk Nederlanders te vertellen over zijn missie. Op 1 juli 2012 land hij in Kazachstan en is op dat moment recordhouder van de langste enkelvoudige Europese ruimtevlucht: 193 dagen.
Andrè Kuipers is nog steeds werkzaam ESA en is een bron van inspiratie voor jong en oud.

Momenteel geeft Andrè Kuipers een aantal theatercolleges in het land.
Tijdens zijn verblijf in de ruimte schreef Andrè Kuipers het kinderboek: Andrè het astronautje, het eerste boek ooit geschreven in de ruimte, nu als musical op tournee in Nederland.

vrijdag 10 februari 2017

Het Friese paard.


Afbeeldingsresultaat voor het friese paard op ijs
Het Friese paard in actie.


Het was mijn echtgenote die mij de liefde voor het Friese paard bij bracht. Menigmaal gingen wij in januari naar de hengstenkeuring in Leeuwarden waar wij genoten van het optreden van de git zwarte
paarden. Begonnen wordt met de keuring van de al voor de dekdienst goedgekeurde Friese hengsten, daarna volgt de groep hengsten die de afstammelingen proef al hebben doorstaan waarna de uiteindelijke kampioenkeuring plaats vind.
In het begin van de jaartelling was er al sprake Friese paarden die toen in gebruik waren bij Friese huurtroepen.

In 1879 werd de Vereniging het Friesche Paarden Stamboek per KB van 23 augustus opgericht in 1954 kreeg de vereniging het predicaat "koninklijk".
De vereniging heeft tot doel: het behouden, verbeteren en bevorderen van het welzijn en promoten van het Friese paard met zijn karakteristieke rustieke exterieur, gangen en karakter.
De vereniging registreert sinds haar oprichting Friese paarden in haar stamboek.
Friese hengsten worden als zij worden goedgekeurd in het Friese stamboekhengst register opgenomen een exclusieve elite groep binnen deze groep zijn de zgn. preferent verklaarde Friese hengsten een eregalerij sinds  1879 deze galerij bestaat uit 20 preferente hengsten.
Het Friese stamboek is het oudste stamboek in Nederland, rond de jaren zestig stonden nog slechts zo'n 500 paarden ingeschreven in de registers van het Stamboek in Leeuwarden en was het ras met uitsterven bedreigd. Door de wedstrijd mensport de toenemende welvaart en de vrije tijd kwam het Friese paard opnieuw in beeld.
Liepen de Friezen alleen nog maar in Friesland rond, in de jaren zeventig werd Europa, Noord-America, Australië en zelfs Zuid-Afrika bereikt.
In 2015 stonden er al weer rond de 60.000 Friese paarden ingeschreven.

Friese paarden zijn tijdens talrijke concoursen voor zowel rij,men en tuigpaarden te aanschouwen, wat meteen opvalt is de specifieke draf.
Menig stadje organiseert wel een ringsteek concours waar vanuit een sjees geprobeerd wordt een ring te steken. Met Prinsjesdag gebeurt het regelmatig dat de Gouden Koets wordt bespannen met acht Friese paarden een lust voor het oog. In het ijsstadion van Heerenveen is het de traditie winnaars van internationale schaatswedstrijden in een arrenslee met Friese paarden ervoor over het parcours rond te rijden.

vrijdag 3 februari 2017

George Remi de vader van Kuifje.

Kuifje en Bobbie


Misschien dat wel iedere fan van Kuifje nog weet wanneer en welk Kuifje album hij als eerste kreeg, ik was 12 jaar toen ik met Sinterklaas de Zaak Zonnebloem kreeg. Dit was het begin van een lange reeks albums, zelfs mijn vader was er in geïnteresseerd. En niet te vergeten het blad Kuifje dat bij de kapper lag, het was altijd een hele klus het blad lang genoeg in handen te hebben voordat ik aan de beurt was bij de kapper.

George Remi werd op 22 mei in 1907 in Etterbeek geboren, in 1920 begint hij aan zijn studie aan het St. Bonifatiuscollege in Brussel en verveelt zich er enorm. In 1921 sluit George zich aan bij de padvinderij zijn eerste illustraties verschijnen in de tijdschriften van de Belgische scouting. 
In 1924 ondertekent George Remi zijn illustraties met Hergè (de Franse uitspraak van Remy George).
De eerste stripheld van de hand van Hergè verschijnt "Totor". Na zijn dienstplicht wordt hij in 1928 hoofdredacteur van Le Petit Vingtieme de jeugdbijlage van Le Vingtieme Siecle, de meest beroemde striphelden Tintin et Milou, Kuifje en Bobbie zien op 10 januari 1929 het levenslicht in dit tijdschrift.
In 1930 creëert Herge Quick en Flipke twee Brusselse straatjongens, in het zelfde jaar verschijn: "Kuifje en de Sovjets".
In 1932 trouwde Hergè met Germaine Kieckens de secretaresse van de directeur van Le Vingtieme Siecle. Casterman wordt de uitgever van de avonturen van Kuifje en zal dat blijven doen ( 64 bladzijden in kleur per album). Herge gaat zich steeds meer van veel documentatie voorzien en beseft het belang van een stevig scenario. In 1935 zien Jo, Suus en Jokko het licht (5 albums).
Rond de publicatie van de "Blauwe Lotus" wordt Hergè uitgenodigd door de echtgenote van Tsang Kai-Shek voor een bezoek aan China de Tweede Wereldoorlog gooit echter roet in het eten.
Vlak na de oorlog verschijnt het maandblad "Kuifje" dat ook in Nederland zijn weg vindt.
In 1950 worden de Studios Hergè opgericht de strips vergen nl. steeds meer technische middelen en research, zeker voor de "Mannen op de Maan". In 1958 verschijnt "Kuifje in Tibet" dit ondanks een diepe crises in zijn persoonlijke leven. Kuifje wordt een filmheld in 1960 verschijnt de speelfilm: "Kuifje en het geheim van het Gulden Vlies" in 1964 gevolgd door:" Kuifje en de blauwe Sinaasappels".
Hergè bezoekt in 1973 Taiwan, in 1976 wordt in Brussel een standbeeld voor Kuifje en Bobbie onthuld, in 1979 wordt de 50ste verjaardag van de stripheld gevierd. Op de 65ste verjaardag van Herge wordt er een planeet naar hem vernoemd. Georges Remi overlijd op 3 mei 1983.  

Hergè kreeg een standbeeld en een museum in Louvain-La-Neuve, Hergè is niet alleen Kuifje, maar ook illustrator, letterontwerper, publicist, karikaturist en verteller.
Kuifje blijft alom reuze populair, voor de eerste oplages van zijn strips worden astronomische bedragen neergeteld, wereldwijd zijn er diverse fanclubs. 

Er verschenen in totaal 24 Kuifje albums, waarvan Kuifje en de Alfa Kunst onvoltooid is, met als hoofdpersonen: Kapitein Haddock, Jansen en Janssen en professor Zonnebloem.


Hergè: Raket naar de Maan

vrijdag 27 januari 2017

Gevlogen boven Nederland: P-3C Orion update II

Lockheed  P-3C Orion  (foto:ANP)


De Lockheed P-3C Orion is een viermotorige onderzeebootbestrijding- en maritiem patrouille vliegtuig. In 1957 was de Amerikaanse Marine bezig een vervanger voor de tweemotorige Neptune te zoeken. Lockheed ontwikkelde uit de L-188 Electra een militaire versie dat uiteindelijk de Orion zou worden. De eerste vlucht vond plaats op 19 augustus 1958, de eerste productie versie koos op 15 april 1961 het luchtruim.
De hoofdtaak bestond tijdens de Koude oorlog uit het opsporen van Sovjet onderzeeërs die in grote getale een bedreiging vormden voor de scheepvaart tussen de V.S. en Europa.
In totaal werden er 757 Orions gebouwd.

Nederland schafte tussen 1981 en 1984 dertien P-3C Orions aan ter vervanging van de SP-2H Neptune bij de Marine Luchtvaart Dienst.
Van de aanschaf van nog twee Orions werd in 1984 definitief afgezien.
De toestellen kwamen bij het VSQ 320 en 321 in dienst op het Marine Vliegkamp Valkenburg en waren genummerd van 300 t/m 312.
Sinds de jaren 80 was bij toerbeurt een toestel gestationeerd op de NAVO basis Keflavik op IJsland en vanaf het midden van de jaren 90 op de basis HATO op Curaçao.
De eerste bezuiniging eind jaren 90 betekende het einde van drie toestellen welke in opslag gingen bij het bedrijf FOGMA in Portugal.
De overige toestellen werden in de V.S. gemoderniseerd door Lockheed Martin tot P-3C CUP.
Na het einde van de koude oorlog werden de Orions ingezet tijdens de maritieme blokkade van Klein Joegoslavië, verificatie missies boven Kosovo, in Afghanistan en aan de Perzische Golf.
In 2003 werd de Marine Luchtvaart Dienst wegbezuinigd en viel het doek voor de Orion, waarna er 8 aan Duitsland en 5 aan Portugal werden verkocht.
In 2006 werden de Orions overgedragen en werd het vliegkamp Valkenburg gesloten.
Nu 11 jaar later is de onderzeeboot dreiging flink toegenomen, een antwoord hierop is de mogelijke introductie van geleasde Boeing P-8 Poseidon's.



vrijdag 20 januari 2017

De drie vuurtorens van Borkum.

Vuurtoren centrum van Borkum.


Het Duitse eiland Borkum voor de Groningse kust heeft wel drie torens die als vuurtoren dienst deden of dit tot de dag van vandaag nog doen.
Op de plek van de oude vuurtoren stond rond 1400 al een kerkje, de toren (45 meter hoog) die er werd bijgebouwd functioneerde toen als herkenningspunt voor de scheepvaart bij het gevaarlijke Borkumrif. In 1817 werd de toren omgebouwd tot vuurtoren zodat ook s' nachts de scheepvaart er gebruik van kon maken.
Olielampen en spiegels werden aangebracht, toen in 1879, in het bovenste gedeelte van de toren waaronder de wachtruimte brand uitbrak, bleek reparatie niet eenvoudig en werd besloten tot de bouw van een nieuwe toren die meer westelijk op het eiland zou worden gebouwd.
De slechte staat van de oude toren laat geen bezichtiging meer toe.

De nieuwe toren  is 60,3 meter hoog en staat nu al ruim 130 jaar prominent op het plein
in Borkum, de toren is rond en uit bruine bakstenen opgetrokken.
Als je de moeite neemt de 315 treden te beklimmen wordt je beloond met een prachtig uitzicht over zowel de Waddenzee als over de Noordzee.
De vuurtoren is nog altijd een punt van oriëntatie voor het scheepvaart verkeer dat gebruik maakt van de Eemsmonding het vuurtorenlicht heeft een bereik van 45 kilometer.
Voornamelijk in de weekeinden is de toren te bezichtigen.

Niet ver van de "nieuwe" vuurtoren vind men aan de westelijke kant van het eiland de rood witte elektrische vuurtoren. elektrische omdat het de eerste vuurtoren in Duitsland was die als elektrische vuurtoren werd gebouwd, het was tevens de meest westelijke vuurtoren van Duitsland.
De Eems was vroeger gevaarlijk om in het donker te bevaren, daarom vond er in 1883 een Pruisische Nederlandse conferentie plaats, vanaf zee tot aan de rede van Emden moest het scheepvaart verkeer begeleid gaan worden door een vijftal vuurtorens.
Twee op Nederlands gebied nl. bij Delftzijl en Watum en in Pruisen bij Campen en Pilsum en op Borkum waar de elektrische vuurtoren werd gebouwd.
De toren ging in 1891 in bedrijf en heeft tot 2003 als zodanig dienst gedaan.
Het radar gedeelte op de toren functioneert nog steeds en maakt deel uit van de Nederlands Duitse radarketen in het Eemsmonding gebied.


Elektrische vuurtoren Borkum.




vrijdag 13 januari 2017

Jeanne Merkus de Nederlandse Jeanne d' Arc van de Balkan.

Jeanne Merkus

Jeanne Merkus is naar alle waarschijnlijk een van de meest strijdbare en geëmancipeerde vrouwen uit de 19de eeuw geweest, daar naast was zij ook nog eens filantroop
Jeanne Merkus werd op 11 oktober 1839 in Batavia geboren en was de dochter van de Gouverneur Generaal van Nederlands Indië.
Toen Jeanne op school zat had zij al een grote bewondering voor Florence Nightingale en ook Jeanne d' Arc had haar bewondering, zij was vast besloten iets belangrijks van haar leven te maken, iets waar trouwen geen deel van zou uitmaken.
Zij doorliep een opleiding bij de Diaconessen in Utrecht en begon daarna met het helpen van zieken en armen. Op haar 23ste kreeg zij de beschikking over een groot deel van de nalatenschap van haar moeder (plantages in Indië) en ging daarna samenwonen met Cato van Rees.
Toen zij 29 was vertrok zij uit Nederland en bevond zich in 1870 in Parijs, Jeanne verleende eerste hulp aan de vele gewonden in de voorste linies tijdens de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 en tijdens de opstand van Parijs, in 1871 sloot zij zich aan bij de Franse Commune en streed mee aan de zijde van de linkse opstandelingen en maakte het einde daarvan mee tijdens de zgn. "Terreur tricolore".
Zij verplaatste zich in 1873 naar Palestina waar zij een stuk grond kocht met bedoeling er een hospitium voor meer dan 300 personen te laten bouwen.In 1875 vertrekt zij naar de Balkan en doet er mee aan de strijd tegen de Turken en sluit zij zich uiteindelijk aan bij een opstandelingen groep in de bergen bij Dubrovnik. in het begin deed zij mee aan sabotage daden, later vuurde zij zittend op een paard de troepen aan als een soort van bevelhebber.
In Herzegovina werd slag geleverd maar ook in Bosnië, er werd voortdurend gevochten tegen de Turken, Jeanne kocht op eigen kosten wapentuig voor de opstandelingen en rukte steeds op aan het hoofd van de troepen. In 1876 werd zij en zeven andere leiders door de Oostenrijkers gearresteerd, overal werden de gevangen door de bevolking bejubeld, omdat Jeanne Nederlandse was werd zij door de Oostenrijkers uitgewezen, waarna zij in het onafhankelijke vorstendom Servië arriveert. Nadat zij in Belgrado van haar verwondingen is hersteld wordt zij met een aubade en fakkeloptocht gehuldigd. Jeanne kondigt daarna aan dat zij aan de zijde van de Servische troepen mee zal vechten tegen de Turken tevens doneert zij grote bedragen uit haar vermogen aan het Servische Rode Kruis en aan het ministerie van Oorlog.
In 1876 sluit zij zich aan bij de vreemdelingen brigade in de strijd tegen de Turken, rijdend te paard vuurt zij al schietend de Servische troepen aan, een generaal vermelde tegenover een journalist dat zij vocht als wel tien mannen, voor de soldaten was zij een soort van heilige geworden.
Toen Jeanne te lastig werd voor de legerleiding werd het haar onmogelijk gemaakt te blijven en verliet zij Servië.
Het geld dat in de bouw van het hospitium in Jeruzalem was gestoken verdampte door bedrog van alle betrokkenen van architect tot aannemer en moest Jeanne daar haar levenswerk stopzetten.
Zij bleef zich echter inzetten voor de minderbedeelden en zieken, zij stierf berooid 57 jaar oud in het Utrechtse Diaconessenhuis.



Jeanne Merkusovica op de Balkan