vrijdag 4 december 2015

Vuurtorens in Nederland (15) Harlingen.

Vuurtoren Harlingen (foto Rijksmonumenten)


Harlingen werd dankzij het nabij gelegen rijkste klooster van Friesland (Ludingakerk) een belangrijke havenplaats dat in 1234 stadsrechten kreeg.
Het lag toen westelijker en moest door kustafslag naar het oosten worden verplaatst.
De handelsvaart naar landen rond de Noordzee en Oostzee nam toe, ook was Harlingen belangrijk voor de beurtvaart naar de Wadden, naar de binnenwateren en de Zuiderzeesteden. 
Harlingen zorgde ook voor een gedeelte van de beloodsing van de scheepvaart, ook aan de walvisvaart werd veel verdiend, in 1644 verhuisde de Admiraliteit van Friesland van Dokkum naar Harlingen dat er op deze manier een marinehaven bij kreeg.
In de loop van tijd is er veel veranderd, Harlingen is nu nog alleen een vissers en handelshaven.
Naast de huidige vuurtoren werd een oude fundering van een 16e eeuws houten vuurtoren gevonden, later zou er bij de ingang van de haven een vierkante stenen toren hebben gestaan, die in 1759 werd vervangen door een nieuwe stenen vuurtoren op de stadsdijk.
Vanwege verandering van het vaarwater is de toren in 1882 gedoofd, en werd er een lantaarn op een geschoorde houten paal geplaatst.
Deze paal werd in 1904 vervangen door een zeskantige houten vuurtoren.
De bouw van de huidige toren werd in 1920 aanbesteed naar een ontwerp van C. Jelsma die ook de toren van Noordwijk ontwierp, de toren werd opgetrokken uit gewapend beton en metselwerk.
In maart 1922 kwam de toren gereed en kreeg de 21 meter hoge toren een elektrisch licht, in 1971 werd de toren van een witte pleister laag voorzien.
Toen in 1976 veranderingen in de havenmond werden aangebracht werd de vuurtoren overbodig toch zou het nog tot 1998 duren voordat het licht werd gedoofd.
De vuurtoren werd te koop aangeboden en kreeg een horeca functie, het lichthuis werd in 1998 tijdelijk verwijderd waarna een extra verdieping op de toren werd gebouwd die nu dienst doet als hotelkamer voor twee personen, andere gedeeltes van de toren doen dienst als vergaderruimte.
De vuurtoren is vanwege zijn witte uiterlijk nog altijd een markante verschijning in Harlingen.






donderdag 3 december 2015

Gevlogen boven Nederland: Republic F-84F Thunderstreak

Republic Thunderstreak 314 sqdrn        (Scramble)


De Republic F-84F Thunderstreak was de opvolger van de F-84G Thunderjet, het toestel verschilde enorm het had een pijlvleugel en geen tiptanks meer, brandstoftanks werden onder de vleugel meegenomen, het prototype van de Thunderstreak vloog op 3 juni 1950.
Er werden in totaal 3.428 Thunderstreaks gebouwd waarvan men er 1.300 in bruikleen aan NAVO landen verstrekte.
Nederland kreeg onder het MDAP programma 167 Thunderstreaks in bruikleen.
De meeste Thunderstreaks arriveerden in de haven van Rotterdam, een deel moest in Kopenhagen worden opgehaald, bij Avio Diepen op Ypenburg werden de toestellen bedrijfsklaar gemaakt.
De eerste Streaks arriveerden op Volkel in december 1953.
Op 1 juli 1960 werden het 311 en 312 squadron z.g.n. "Strike" squadrons, dit hield in dat men een nucleaire taak kreeg toegewezen.
Op Volkel werden op de z.g.n. "Yankee Orange Area" atoombommen van het type B28 opgeslagen door de V.S., de bommen werden door USAF personeel beheerd en bewaakt.
Dagelijks stonden 4 Thunderstreaks op 15 minuten standby met een in plaats van twee 450 gallon tanks daarvoor in de plaats hing daar een niet op scherp gestelde B28 bom, tijdens het hoogte punt van de Cuba crisis stonden 12 Thunderstreaks op standby met op scherp afgestelde bommen.
Het 314 squadron op de vliegbasis Eindhoven maakte deel uit van het Allied Command Europe Mobile Forces en ging ieder jaar op oefening naar Noorwegen op de NAVO noordflank, waar het ten tijde van crisis heen zou worden gestuurd.
De Thunderstreak werd bij het 311 en 312 squadron in 1965 vervangen door de F-104G Starfighter
en bij het 314, 315 en 316 squadron door de NF-5A.
Op 7 januari 1971 ging de laatste Thunderstreak uit dienst.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Thunderstreak in haar collectie.





dinsdag 1 december 2015

de Stelling van Amsterdam.

Fort Spijkerboor


Stelling van Amsterdam: (witte punten=forten blauw=inundaties)















De Stelling van Amsterdam is een 135 kilometer lange verdedigingskring op 15-20 kilometer rond Amsterdam die in 1881-1914 werd aangelegd.
Door de veranderingen in de artillerie rond 1860 en de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 groeide het besef dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie onvoldoende bescherming bood.
Nederland was neutraal en werd daardoor gedwongen de verdediging aan te passen aan de snelle
ontwikkeling van geschut, granaten e.d.
In 1874 werd hiertoe de Vestingwet aangenomen, hierin werden oude vestingswerken opgeheven en werden linies aangepast. Rond Amsterdam zou, als laatste en tot het uiterst te verdedigen gebied, een stelling worden aangelegd.
Reeds begin 1800 waren er al verdedigingswerken in de omgeving aangelegd zoals de "de linie van Beverwijk " en de "posten van Krayenhoff".
In 1896 werd inundatiewet van kracht, hierin werden de schadevergoedingen voor beschadigingen aan particulieren eigendommen door inundaties geregeld.
Na schietproeven bij Schoorl werd gekozen voor betonnen forten. De plannen besloegen verschillende regeringen en veranderden geregeld.
Begonnen werd in 1881 met de bouw van het fort bij IJmuiden voor de verdediging van het Noordzee kanaal, waarna de bouw van twee kustbatterijen bij Durgerdam en Diemerdam volgden.
Vaak waren de plannen al achterhaald door gebeurtenissen in het buitenland en door bezuinigingen vertraagd, rekening werd gehouden met een toekomstige vijand komend uit het oosten,  terwijl Duitsland veel belangstelling toonde bij de uitvoering van de bouwwerken.
De stelling Amsterdam omvatte 3 tot 5 kilometer onderwaterzettingen (inundaties), 36 forten, twee kustforten, twee vestingen, vier batterijen en twee kustbatterijen daarnaast:inlaatsluizen, nevenbatterijen en magazijnen. Tijdens de mobilisatie werden er 10.000 manschappen gelegerd.
In 1916 kreeg de stelling er zelfs een vliegkamp bij: Schiphol.
Er werd 33 jaar gebouwd aan de Stelling van Amsterdam waarbij ongeveer 40 miljoen gulden werd uitgegeven.
Na de Eerste Wereldoorlog maakte de Stelling deel uit van de vesting Holland en wel de noordzijde hiervan. De komst van het vliegtuig, raketten en  parachutisten zorgden ervoor dat de Stelling en de vesting Holland geen verdedigingswaarde meer hadden.
Tot het einde van de koude oorlog werden de forten gebruikt voor het opslaan van munitie, explosieven en ook voor noodvoorraden voedsel en verbandmiddelen, pas na 1991 is het gebruik door Defensie gestaakt.
De gehele Stelling van Amsterdam staat sinds 1996 op de werelderfgoedlijst van Unesco.

maandag 30 november 2015

de Rijksrederij.

Betonningsvaartuig

Visarend & Zeearend patrouille vaartuigen














Van de term Rijksrederij had ik nog niet eerder gehoord, de schepen van de Rijksrederij zo bleek later had ik regelmatig in havens en op het water gezien blauw met opschrift Kustwacht en zwart
of blauw met gele bovenbouw werkzaam voor Rijkswaterstaat.
Verschillende ministeries hebben de beschikking over schepen te denken valt aan schepen van Rijkswaterstaat, Douane en Kustwacht, schepen waarmee overheidstaken worden verricht.
Al deze schepen worden beheert en bemand door de Rijksrederij.
De Rijksrederij werd op 17 november 2006 opgericht als een rijksbrede rederij voor civiele schepen de Rijksrederij geeft daarnaast advies over nautische zaken en vloot management.
De Rijksrederij houd haar kantoor in Rijswijk waar ongeveer 43 mensen werkzaam zijn.
Aan het hoofd staat een directeur waaronder een centrale staf bestaande uit Accountmanagement, Business control en vlootmarktontwikkeling, Operations bestaand uit een afdeling Operational management en Technisch onderhoud en Bemanningszaken welke zorg draagt voor een efficiënte en inzetbare bemanningspool.
Binnen de Rijksrederij is er een dienstverleningsmodel dat er voor zorgt dat de vloot efficiënt kan worden ingezet.
De vloot bestaat uit zo' n 140 schepen het merendeel specialistisch van aard waarvan 40 schepen zijn uitgerust met een vaste bemanning.
Met een aantal schepen wordt rechtstreeks ondersteuning aan de Kustwacht verleend zoals voor Douane taken, patrouille taken op zee en noodsleephulp.
Binnen  Rijkswaterstaat worden een groot aantal schepen ingezet op het gebied van verkeersmanagement, hydrografisch meetwerk, meten van de waterkwaliteit en het plaatsen en onderhoud van tonnen, bakens en lichtboeien.
Voor Economische zaken worden schepen ingezet voor visserij onderzoek/controle.
Een aantal schepen kunnen onderling voor verschillende ministeries worden ingezet, zo kunnen patrouille vaartuigen zowel voor de Douane als voor Rijkswaterstaat worden ingezet.
Om in de toekomst efficiënter te kunnen werken zal door de Rijksrederij in de toekomst veelal multi purpose schepen worden verworven, schepen die voor een aantal verschillende taken en door meerdere ministeries kunnen worden gebruikt.
Het aantal vaartuigen zal hierdoor in de toekomst gaan afnemen.

zaterdag 28 november 2015

Albert Plesman oprichter en bouwer van de KLM (slot).

Albert Plesman
Albert Plesman werd de drijvende kracht achter de uitbreidende KLM, hij was "de baas". Het is aan de visie en gedrevenheid van Plesman te danken dat de KLM voor de Tweede Wereldoorlog een van de grootste en tevens betrouwbaarste luchtvaart maatschappijen werd.
Met de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker kon Plesman goed opschieten, Fokker bouwde op het juiste moment de juiste vliegtuigen, toen de metalen vliegtuigen op de markt kwamen verliet Plesman de Nederlandse markt en daarmee Fokker en kocht in de Verenigde Staten de DC-2 en DC-3.
Plesman ondernam voor het begin van de Tweede Wereldoorlog bemiddelingspogingen op het politieke vlak en reisde naar Berlijn en Rome en sprak daar met Goring en Mussolini.
Na het begin van oorlog was het met het KLM imperium gedaan
Op 9 mei 1941 werd hij in de Scheveningse gevangenis opgesloten, op 11 april 1942 werd hij vrijgelaten, hij ging in Drienen (nabij Enschede)wonen en had daar een vorm van huisarrest, hier werkte hij in het geheim aan de wederopbouw van de KLM.
Een van zijn zoons Jan kwam op 1 september 1944 boven Frankrijk (St, Omer) om het leven als Spitfire piloot bij het Nederlandse 322 squadron.
Na de bevrijding trok Plesman meteen richting de Verenigde Staten om er vliegtuigen te verkrijgen, hij bezocht iedereen die hem daarbij zou kunnen helpen inclusief president Truman.
Op 27 september 1945 werd de lijn op Batavia heropend en op 25 februari 1946 opende de KLM als eerste Europese luchtvaartmaatschappij een luchtverbinding op New York.
Privé werd hem niets bespaart, zijn tweede zoon Hans verongelukte samen met 32 anderen op 23 juni 1949 bij Bari met de KLM Lockheed L-749 (PH-TER "Roermond").
Het weerhield Plesman er niet van "zijn" KLM imperium in sneltreinvaart verder uit te bouwen Plesman liep vooraan bij de aanschaf van groter en sneller materieel.
Skymasters de DC-6 en DC-7, Constellations en Super Constellations en niet te vergeten de Convairs, hij maakte het nog allemaal mee.
Plesman kreeg last van een slopende vaatziekte en stierf op 31 december 1953, een luchtvaartmaatschappij van aanzien achterlatend.



vrijdag 27 november 2015

Vuurtorens in Nederland (14) Breskens.

Vuurtoren Breskens.


Er zou in de middeleeuwen een dorp Breskens of Breskin hebben bestaan, in 1510 was de bedijking van het Breskenssandt voltooid waarna nog enkele bedijkingen in de omgeving volgden.
In 1517 werd het huidige dorp Breskens gesticht.
In 1585 echter werd in de strijd tegen Spanje de polder onder water gezet, Breskens heeft heel lang bestaan uit slechts een dorpsstraat en wat zijstraten met omliggende hoeven.
Op het eind van de Tweede Wereldoorlog werd Breskens net als Westkapelle grotendeels verwoest.
Na de oorlog werd het dorp opgebouwd en kwam door de visserij en toerisme tot bloei.

In 1839 werd er tussen Nederland en België afspraken gemaakt over de verlichting en bebakening van de Westerschelde.
Nederland zou de bebakening en  verlichting op Nederlands grondgebied beheren België zou de kosten dragen (België had vanwege de Antwerpse haven hier een groot belang bij).
Rond 1860 lagen er vier lichtschepen in de Westerschelde deze verdwenen daarna echter snel t.g.v. vaste lichten aan de wal.
In 1866/1867 werd enkele kilometers ten westen van Breskens in het buurtschap Nieuwe Sluis een achthoekige gietijzeren vuurtoren gebouwd van 28,4 meter hoog ontworpen door Quirinus Herder die ook de torens van Renesse en Ouddorp had ontworpen (beide zijn afgebroken). Op 18 januari 1868 werd het licht voor het eerst ontstoken.
In 1906 kreeg de toren van vijf verdiepingen een nieuw rond lichthuis en een koperen koepel.
De vuurtoren is nog al eens van kleur veranderd: eerst was hij geel van kleur, in 1930 werden het rood witte banden, in 1940-1945 camouflage kleuren en in 1960 zwart witte banden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het licht gedoofd en werd pas weer in 1951 ontstoken.
De vuurtoren stond op de zeedijk maar toen deze in de jaren 1970 op Deltahoogte werd gebracht kwam hij aan de zeezijde halverwege de dijk.
De toren werd in 1982 Rijksmonument, op 3 oktober 2011 werd het licht gedoofd.
Op 29 mei 2015 werd de vuurtoren in een kleine ceremonie door de Belgische overheid aan de Stichting Vuurtoren Breskens overgedragen, de Vlaamse overheid betaalde de renovatie van het buitenkant en participeerde in de renovatie van de binnenkant.
Na enige tijd overbodig te zijn geweest brand het licht weer en is de toren weer opgenomen in de zeekaarten, de toren is nu tevens te bezoeken op vrijdag, zaterdag en zondagmiddag.
Breskens is nu de oudste gietijzeren vuurtoren in Nederland.





donderdag 26 november 2015

Gevlogen boven Nederland: Republic F-84E/G Thunderjet

Republic F-84E/G Thunderjet



De Thunderjet werd ontworpen door de hoofdontwerper van Republic Aviation, Alexander Kartveli, het moest de opvolger van de P-47 Thunderbolt worden.
De Thunderjet vloog voor het eerst in februari  1946 en had vanaf het begin allerlei problemen.
De F-84E maakte zijn eerste vlucht in mei 1949 de G versie kwam in 1951 in de lucht.
Nederland kreeg in het kader van het MDAP programma in 1951 de beschikking over 21 F-84E's en vanaf 1952 nog eens 166 F-84G Thunderjets.
De eerste Thunderjets werden op de vliegbasis Ypenburg officieel overgedragen aan de Koninklijke Luchtmacht, onder het toeziend oog van Generaal Eisenhouwer.
De F-84E Thunderjets kwamen in kratten in Rotterdam aan en moesten in elkaar worden gezet alvorens zij bij de squadrons 311 en 312 op de vliegbasis Volkel werden ingedeeld.
Vanaf 1952 werd de E versie omgeruild voor de G versie en werd ook het 313 squadron op Volkel en de squadrons 314, 315, 316 op de vliegbasis Eindhoven er mee uitgerust, het 306 squadron bleef met beide versies vliegen.
Vooral in het begin was er een gebrek aan alles: personeel, onderdelen, accu's en crash tenders.
Tijdens de periode dat de Thunderjet in dienst was van de Koninklijke Luchtmacht, gebeurden er tal van ernstige ongevallen, vaak met dodelijke afloop.
Op 5 juni 1952 vond tijdens een oefening op de Noordzee, een aanval van Thunderjets op een aantal schepen plaats waaronder Britse mijnenleggers, bij de derde schijnaanval boorde de DU-3 zich in een mijnenlegger waarbij de vlieger en alle 15 bemanningsleden van de mijnenlegger het leven lieten.
De Thunderjet had een kruissnelheid van 770 km per uur, de maximum snelheid was 960 km per uur,
het maximum vliegbereik was 3.200 km.
De toestellen vlogen in metallic met squadron kleur en een squadron code op de neus:
306 sqdrn rood TP, 311 sqdrn rood PP, 312 sqdrn blauw DU, 313 sqdrn TA/TR, 314 sqdrn rood 8T,
315 sqdrn blauw TB, en 316 sqdrn oranje TC.
Vanaf 1955 werden de Thunderjets ingeruild voor de Thunderstreak en wat betreft 306 squadron de Thunderflash.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Thunderjet in haar collectie.