vrijdag 18 januari 2019

Willem de Vlamingh, walvisvaarder en ontdekkingsreiziger.



Statue Willem de Vlamingh
Willem de Vlamingh op Vlieland.



Als je de veerhaven van Vlieland binnenkomt zie je links aan de waterkant een beeld op een sokkel voorstellende een man met een hoed, Willem de Vlamingh, die uitkijkt op zee.
Het beeldje houd de herinnering levendig aan een zeeman die in 1640 op Vlieland werd geboren.
Hij begon zijn loopbaan als walvisvaarder, hij zeilde voor Amsterdamse opdrachtgevers naar de walvisgronden bij Groenland, hij werd commandeur op de Vliegende Arendt en kreeg later het bevel over drie schepen. Hij veroverde de Eendracht een Nederlandse walvisvaarder die in handen van Franse kapers was gevallen. Zelf werd hij later met zijn schip 'd Hoop buitgemaakt en na betaling van losgeld werd hij vrijgelaten. In de ruim dertig jaren als walvisvaarder had de Vlamingh veel ervaring en kennis opgedaan, genoeg om in dienst van de V.O.C. te treden. In 1688 ging de Vlamingh in dienst van de V.O.C.en maakte twee verre reizen na de Oost. Op 3 mei 1696 vertrok hij in opdracht van de V.O.C. als commandeur van drie schepen om de westkust van Australië in kaart te brengen.
Op 29 december 1696 arriveerde hij bij het Grote Zuidland het huidige West Australië, hij was de eerste Europeaan die het gebied daar verkende, hij ontdekte er o.a. de Zwaan rivier die nog door Perth stroomt en bracht het Rottnest eiland in kaart alsmede de kust tot de huidige Exmouth Gulf.
De Vlamingh adviseerde de V.O.C., west Australië niet verder te verkennen vanwege de ontoegankelijkheid van het gebied waar volgens hem ook weinig te verdienen viel. Hij liet in de omgeving van Perth een platgeslagen bord met inscriptie achter na zijn bezoek, een replica bevindt zich in het Rijksmuseum.  Op Rottnest Island werd in 1935 een plaquette onthuld, en op Dirk Hartog Island is een plaquette op de vuurtoren te vinden beiden herinneren aan het bezoek van Willem de Vlamingh. Aan de monding van de Swan river werd in 1997 door Willem Alexander een beeld van Willem de Vlamingh onthuld.
Wanneer en waar Willem de Vlamingh aan zijn einde is gekomen is tot op vandaag de dag onbekend.
Afbeeldingsresultaat voor willem de vlamingh
Willem de Vlamingh Perth, Australië.







vrijdag 4 januari 2019

Rottumeroog eiland in beweging.

Afbeeldingsresultaat voor rottumeroog vroeger
Rottumeroog.


Op de plek waar nu Rottumerplaat ligt, lag in 1600 Rottumeroog dat zich sindsdien verder in oostelijke richting verplaatst. Rottumeroog is een eiland dat constant veranderd, wordt er aan de noordelijke kustrand zand weggeslagen  aan de zuidelijke zijde ontstaan nieuwe duintjes en kweldergronden. Rottumerplaat is in de 50er jaren aangelegd als werkeiland , na het staken van het beheer nam het in aanvang toe. Zomers is het een broedplek voor lepelaars, wulpen en meeuwen.
Rottumeroog heeft in de middeleeuwen een aantal nederzettingen gekend en wordt in een kroniek in 1231 voor het eerst genoemd. Het was voor twee derde eigendom van het klooster op Rottum en voor een derde van Olde klooster. In 1438 was er sprake van een plundering van pakhuizen op het eiland door de bemanning van een bewapenend schip afkomstig uit Hamburg. In de 16e eeuw zijn er twee nederzettingen. In 1594 kwam het eiland in handen van de Staten van Stad en Lande, na 1600 wisselde het eiland verschillende malen van eigenaar en neemt de bevolking steeds verder af.
In 1706 wordt het zelfs geruime bewoond door een Ierse avonturier in ballingschap. In 1738 kwam het eiland in handen van de Staten van Groningen en in 1876 ging het naar het Rijk. Er werd toen een strandwaarder aangesteld die de titel van "voogd" kreeg. In de Tweede Wereldoorlog kreeg het eiland zo'n 70 Duitse militairen als bewoners. In 1965 verliet Jan Toxopeus als laatste "voogd" het eiland dat sindsdien officieel onbewoond is.
Staatsbosbeheer beheerd samen met Rijkswaterstaat en het Ministerie van Landbouw het eiland, bezoekers zijn niet welkom. Op de kaap van Rottumeroog stond in de vroegere jaren een lichthuis, het is later van Rottum verhuisd naar Texel en is nu in het museum Flora aldaar te vinden.
Door acties van Hendrik Toxopeus de zoon van de laatste "voogd" werd er een beheersplan voor het eiland opgesteld. In 1998 werd het voormalige huis van de "voogd" afgebroken en kwamen er enkele keten voor in de plaats de Eenderkaap (rijksmonument) werd verplaatst en in 2014 werd het vogelwachtershuis afgebroken.
Staatsbosbeheer organiseert na het broedseizoen zo'n 23 expedities naar het Groningse eiland, men vaart vanuit Lauwersoog met het ms Noordster of Boschwad naar Rottumeroog duur circa drie uur, men verblijft 3-4 uur op het eiland waarna men terug gaat.
De toekomst van het eiland ligt in de handen van de natuur die er vrij spel heeft.

Afbeeldingsresultaat voor rottumeroog vroeger
Rottumeroog in vroegere tijden.

vrijdag 14 december 2018

Hollanders in Brazilië

beeld Johan Maurits Recife Brazilië 

Nova Hollanda ontstond door inspanningen van de W.I.C., een expeditie leger onder Hendrick Lonck en generaal Waardenburg veroverde in 1630 noordelijk Brazilië op de Portugezen, aanvankelijk zocht men naar havens om van daaruit de Spaanse zilvervloten te kunnen aan vallen.
In 1637 werd Johan Maurits vanuit de Republiek naar Brazilië gestuurd, hij stichtte Mauritsstad (nu onderdeel van Recife)zorgde voor godsdienstvrijheid, stimuleerde suikerproductie (en daarbij ook de slavenarbeid), ook liet hij onderzoek doen naar de flora en fauna, ziektes en geografie. Tot in 1654 kon de Hollandse kolonie worden gehandhaafd. Het aantal emigranten vanuit de Republiek liet ernstig te wensen over waardoor er in de kolonie een Hollandse minderheid ontstond.  De grote tegenstellingen met de katholieke bewoners van Spaanse en Portugese afkomst leidden op den duur tot opstanden die vanuit het zuiden van Brazilië werden ondersteund. In 1645 brak een opstand uit gevolgd door een jungle oorlog. In 1654 waren de Hollanders in de Republiek niet meer in staat hun landgenoten in de kolonie bij te staan (de eerste Engels-Nederlandse oorlog was uitgebroken) en werden de Nederlandse kolonisten door de Portugezen verdreven. De Republiek eiste teruggave waarna dit in 1654 tot een oorlog met Portugal leidde, in 1661 bij de vrede van den Haag beloofde Portugal 63 ton goud te zullen betalen voor de gebieden die verloren waren gegaan in Brazilië.  De som zou slechts ten dele worden betaald.
Na het koloniale verleden ontstonden er in de 19e en 20ste eeuw een ander soort interesse in Brazilië.
Rond 1856 werd met behulp van emigratie kantoor Steinmann & Co. uit Antwerpen geprobeerd Nederlanders naar Brazilië te laten emigreren en wel naar nieuwe landbouw kolonies met name Zeeuwse landarbeiders werden met een vrije overtocht en gratis grond tegen een aantrekkelijke prijs naar Brazilië gelokt. Nederzettingen zoals Espirito Santo en Hollanda zijn bekend, de kolonie Hollanda bestaat nog steeds en er word nog iets wat op Zeeuws en Vlaams lijkt gesproken.
Tussen 1908 en 1910 trokken ruim 2.000 emigranten naar Brazilië maar dit liep voor de helft zo slecht af dat zij moesten worden gerepatrieerd. De nederzetting Carambei in de deelstaat Paruna overleefde mede door haar homogeen karakter. Na de Tweede Wereldoorlog volgde een nieuwe golf Nederlanders, gesticht werden: Holambra in San Paulo en Castralanda nabij Carambei en Monte Alegre in Parana. Na 1975 volgden Nederlanders op individuele basis.
De groepsvestigingen van weleer worden nu getransformeerd tot toeristische trekpleisters.

ingang kolonie Holambra

zaterdag 24 november 2018

Demerara, Essequibo en Berbice.

Afbeeldingsresultaat voor fort zeelandia guyana
Restanten van het fort Zeelandia


Demerara, Essequibo en Berbice zeggen ons eigenlijk niet zo veel meer, maar de gebieden behoorden toch geruime tijd tot de Nederlandse koloniën in de West en lagen westelijk van Suriname.
Essequibo was de oorspronkelijke Zeeuwse kolonie "Pomeroon", in 1616 bouwde de WIC er een fort "Zeelandia". Oorlogen met Spanjaarden, Fransen en Engelsen teisterden het gebied dat voornamelijk uit suikerrietplantages bestond. Demerara was een onderdeel van Essequibo waar veel Britse planters naar toe waren getrokken. Berbice was in 1627 door een Zeeuw gesticht, er ontstonden tabak en koffie plantages, op de plantages waren veel slaven werkzaam. Het gebied had veel last van kapers, in 1763 kwamen de slaven in opstand, 90% van de inwoners was slaaf, bij herovering van het gebied kwamen 1.800 slaven om.
Tijdens de Franse bezetting van de Nederlanden gaf de prins van Oranje die was uitgeweken naar Engeland de bestuurders van de koloniën opdracht zich onder Engels bestuur te stellen, wat lang niet alle bestuurders van plan waren. Wat volgde waren veroveringen door de Engelsen. De Kaap, gebieden in India en Ceylon werden door de Engelsen veroverd en ingenomen later volgden bezittingen in de West zoals Suriname en de Antillen en ook Demerara, Essequibo en Berbice.
Tijdens de Vrede van Amiens tussen Frankrijk en Engeland werden de bezittingen teruggeven althans de meeste , toen er opnieuw oorlog tussen Frankrijk en Engeland uitbrak veroverden de Engelsen na 1803 al de gebieden opnieuw. Nadat Napoleon definitief verslagen was wilden de Engelsen een sterke bondgenoot ten noorden van Frankrijk  en kreeg Nederland een aantal koloniën terug behalve de Kaapkolonie, Ceylon, Barbice, Demerara en Essequibo. Engeland betaalde Nederland 2 miljoen als compensatie.
In 1831 werden de drie gebieden samengevoegd tot Brits Guyana het  buurland van Suriname, in 1966 werd het als Guyana een onafhankelijk staat.

De grote markt in de hoofdstad Georgetown heet Stabroek naar de voormalige hoofdstad van Essequibo. Fort Zeelandia vormt het best bewaard gebleven Nederlandse fort van Guyana. 

vrijdag 9 november 2018

Van jutters en strandvonders.

Van jutters en strandvonders.

Een jutter komt er in de Nederlandse taal niet zo goed vanaf: iemand die gestrand goed steelt, stranddief, strandrover, of iets vriendelijker: iemand die langs het strand voor zijn beroep of uit liefhebberij naar aangespoelde spullen zoekt.
Een strandvonder is een door de overheid aangesteld persoon die het zelfde doet als een jutter, maar de goederen die hij vindt houd hij in bewaring tot de rechtmatige eigenaar ze op eist, gebeurt dit niet binnen een bepaalde termijn dan mag hij tot verkoop van de goederen over gaan. En zo gebeurde het vaak ..... je had eerlijke jutters en oneerlijke strandvonders.
De strijd tussen de jutter en de strandvonder komt in het boek "Sil de strandjutter" goed tot zijn recht.
Aangespoelde goederen behoorden vanouds toe aan de landsheer of zijn vertegenwoordiger de strandvoogd, de vinder kon aanspraak maken op een deel van het vindersloon. De overheid verpachte vaak het recht op aangespoelde goederen aan de meest biedende.
Bewoners van de waddeneilanden beriepen zich op het recht om in vrijheid gebruik te maken van duinen en stranden, op Terschelling heet dit recht Oerol. Jutten vindt zijn bestaan in de armoede die er heerste, veel dat aanspoelde, denk b.v. aan wrakhout kon worden (her)gebruikt. Pas in 1931 (wet op de strandvonderij) en 1934 (wrakken wet) werd e.e.a. wettelijk geregeld. Voorwerpen die op het strand worden gevonden dienen naar de politie of de strandvonder te worden gebracht. Hoofd strandvonder is meestal de burgemeester, Vlieland heeft als enige gemeente nog een strandvonder in dienst.
Op verschillende plaatsen langs de kust herinneren musea aan het jutter verleden waarbij de ene verzameling nog indrukwekkender is dan de andere, wij waren te gast bij het Schipbreuk en Jutter museum Flora op Texel. Het is verbazingwekkend wat er al zo aanspoelt op het strand! Veiligheidshelmen, medicijnen, kleding, borden, TV's, radio's de lijst is eindeloos. Maar ook de persoonlijke bezittingen van omgekomen schipbreukelingen spoelen soms aan. En zo kan het dus gebeuren dat nabestaanden worden gevonden en worden uitgenodigd de spullen van hun dierbaren in ontvangst te komen nemen, voor velen een troost, de andere kant van het strandjutten!



vrijdag 26 oktober 2018

Van Haarlemmermeer tot City Airport: ruim 100 jaar Schiphol.

Afbeeldingsresultaat voor schiphol klm
Schiphol City Airport.


In de eeuwen voor het begin van de"droogmakerij" was het Haarlemmermeer een grote watervlakte.
Het Haarlemmermeer was ontstaan uit drie meren: het Spieringmeer in het Noorden, het oude Haarlemmermeer in het midden, en het Leidsemeer in het zuiden.
Door vervening en slechte of ontbrekende bedijking zorgde de natuur er voor dat de drie meren zich op den duur aaneensloten tot een meer met een oppervlakte 17 duizend hectare. Van Haarlem naar Amsterdam was er nog maar een route de Spaarnedammerdijk, met veel moeite kon de afscheiding tussen het IJ en het Haarlemmermeer worden behouden. Bij storm ging veel land verloren, zelfs dorpen zoals Nieuwerkerk en Rijk verdwenen in de golven, veel landverbindingen werden weggespoeld. In 1573 was het meer het toneel van een zeeslag tussen de Spaanse vloot en een Hollandse vloot tijdens het beleg van Haarlem. Leeghwater was de eerste die in de 17e eeuw plannen maakte tot drooglegging. Het duurde echter tot 1836, het Haarlemmermeer bedreigde toen zowel Amsterdam als Leiden, dat men besloot daadwerkelijk tot drooglegging over te gaan. Besloten werd geen gebruik te maken van windmolens maar van stoomgemalen. In 1848 werd het gemaal Leeghwater in werking gesteld, in 1849 volgde de gemalen de Croquius en de Lynden. In juli 1852 viel het Haarlemmermeer droog, daarna werd begonnen met de ontginning, tot op heden wordt nog gebruik gemaakt van (nieuwe) gemalen, in 1991 de Bolstra in 2001 de koning Willem I. De Haarlemmermeer nu een gemeente werd een glastuinbouwgemeente en later werd de luchthaven Schiphol ontwikkeld.De luchthaven Schiphol ligt op de plek waar ooit het dorp Rijk lag (verzwolgen door het water), Sciphol wordt in 1447 al in documenten genoemd.
Van oorsprong was Schiphol eigendom van het ministerie van oorlog en werd vanaf 1916 gebruikt als militair vliegveld, gedurende de Eerste Wereldoorlog werd het terrein uitgebreid tot 76 hectare. Op 17 mei 1920 opende de K.L.M. hier de lijndienst Amsterdam-Londen, het vliegveld verloor haar militaire betekenis, maar groeide als burgervliegveld. In 1935 bedroeg het terrein al 180 hectare, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het een Duitse Fliegerhorst en werd het veelvuldig door de geallieerden gebombardeerd. Na de Tweede Wereldoorlog breidde de luchthaven zich steeds verder uit, in 1978 werd het NS station Schiphol geopend, stationsgebouwen met bijbehorende pieren werden uitgebreid. In 1991 verscheen een nieuwe verkeerstoren van 101 meter. De luchthaven werd in 2016 Koninklijk en telt meer dan 450.000 vliegbewegingen per jaar waarbij men gebruik maakt van zes start en landingsbanen en werd tot 6 maal verkozen tot beste luchthaven ter wereld en wordt met recht een City Airport genoemd. Met 500 bedrijven waar 65.000 mensen werken is Schiphol een belangrijke werkgever de totale oppervlakte van Schiphol bedraagt nu 2.787 hectare. Verwerkte Schiphol in 1920, 440 passagiers in 2015 waren dit er 58 miljoen en het einde is nog niet in zicht, men streeft naar 70-80 miljoen passagiers en dat allemaal op 3 meter onder N.A.P.!

vrijdag 12 oktober 2018

Cygnus ruimtevrachtschip voor het ISS ruimtestation.



Afbeeldingsresultaat voor cygnus
Cygnus in de nabijheid van de robotarm van het ISS.


Het ruimteschip ISS wordt regelmatig bevoorraad met verschillende onbemande ruimte vrachtschepen, tot 2000 vond dit voor het grootste gedeelte plaats met de Space Shuttle vluchten.
Daarna kwamen er verschillende aanbieders van ruimtevrachtschepen op de markt: de Russian Progress, de Europese Ariane Transfer Vehicle en de Japanse H-11. Om niet alleen van deze aanbieders afhankelijk te zijn ging de NASA "partnerships" aan met SpaceX dat de "Dragon" produceert en Orbital ATK dat de Cygnus (Cygnus vernoemd naar het sterrenbeeld Zwaan) heeft ontwikkeld.
Orbital ATK is een samengaan van de Orbital Science Corporation (1982) dat onder meer satellieten en de Antaris draagraket produceert en Alliant Techsystems (1990)dat onder meer de robotlander "Insight Mars" en delen van de James Webb Space Telescoop produceert. De Space Group onderdeel van het huidige Orbital ATK produceert naast satellieten ook delen van raketmotoren en het Cygnus ruimtevrachtschip dat geheel geautomatiseerd zonder bemanning werkt.
In april 2010 werd een ontwerp van de Cygnus op ware grote getoond, de eerste vlucht vond plaats op 18 september 2013. Op 12 januari 2014 kwam het tweede exemplaar bij het ISS aan, in december 2015 verscheen een verlengde versie gelanceerd d.m.v. een Atlas V raket. De Cygnus kan 3.500kg vracht mee nemen. Als de Cygnus bij het ISS ruimtestation is aangekomen zorgt de robotarm van het ISS ervoor dat de vrachtcapsule aan het ISS kan koppelen, waarna de vrachtcapsule ongeveer 30 dagen aan het ruimtestation blijft gekoppeld. Op de terug weg naar de Aarde wordt veelal afval en verouderd materiaal mee teruggenomen, waarna het onbemande ruimtevaartschip met inhoud in de dampkring verbrand.
Sinds 18 september 2013 zijn er zes succesvolle lanceringen geweest en een mislukte, op dit moment staan er 4 nieuwe vluchten gepland. De vlucht van 17 oktober 2016 CRS OA-5 bracht, na het bezoek aan het ISS op 25 november 2016 bij terugkeer naar de Aarde, 4 satellieten in een baan om de Aarde. De eerst volgende geplande vlucht vond in maart 2017 plaats en werd gelanceerd d.m.v. een Atlas V raket. De laatste Cygnus vlucht in 2018 staat gepland voor 17 november 2018. Waarna Orbital ATK voor de komende twee jaar een contract met NASA heeft afgesloten voor zes vrachtvluchten uit te voeren in 2019 en 2020.