maandag 11 juli 2016

Wij gaan weer naar de Maan in 2018.

Doel van de onbemande missie in 2018


De eerste Orion testvlucht vond plaats op 5 december 2014 (EFT-1).
Orion maakte in het verleden deel uit van het project Constellation en was het enige onderdeel uit dat project dat niet werd geannuleerd door de V.S.
Deze eerste test missie heeft er voor gezorgd dat in het ontwerp belangrijke veranderingen zijn aangebracht. De capsule zal nu worden uitgerust met een lichter hitteschild en nieuwe lichtgewicht ramen in de capsule.
De Europese ruimtevaart organisatie ESA werd gevraagd een service module te ontwikkelen en te bouwen voor de Orion, Airbus Defence & Space werkt momenteel aan de ESM de European Service Module dat een diameter van 5,2 meter zal hebben en 4 meter lang zal zijn, de module die tevens over een raketmotor beschikt, draagt tevens de inklapbare zonnepanelen. (het gedeelte achter de capsule dat bij terug komst bij de dampkring van de aarde wordt losgekoppeld). Het ESM moet op 27 januari 2017 gereed zijn en moet in november van dat jaar alle tests hebben doorlopen.
De Orion capsule de Crew Module CM en de European Service Module ESM moeten een temperatuur kunnen doorstaan van maximum 1.730 graden celsius. Het hitte schild en de systemen van de CM en de ESM zullen tot het uiterste worden getest, zowel CM als ESM zullen aan de buitenkant worden bedekt met zilver tape terwijl het ESM ook een zilver coating zal hebben. Het titanium skelet vormt de basis van het hitteschild waar een raat van fiberglas op is bevestigd. De zgn Back shell van de Orion wordt beschermd door 970 zwarte tegels.                                                         Bij de lancering van de EFT-1 op 5 december 2014 werd nog gebruik gemaakt van de Delta IV heavy raket het is de bedoeling dat in 2018 de nieuwe SLS (Space Launch System) block 1 draagraket zal worden gebruikt .
In december 1972 vond de laatste vlucht richting Maan plaats (Apollo 17), in november 2018 zal vlucht EM-1 (Exploration Mission) plaatsvinden, men zal een onbemande Orion in een baan om de Maan brengen en daarna terug naar de Aarde sturen, de missie zal 21 dagen duren.
Indien e.e.a. voorspoedig zal verlopen zullen er bemande vluchten volgen of de Maan het uiteindelijke doel zal zijn moet nog worden bezien




vrijdag 8 juli 2016

Oosterschelde Nederlands vakmanschap.

Oosterscheldekering



Het gebied in zuid-west Nederland met name Zeeland en het zuiden van Zuid Holland werd door de eeuwen geteisterd door stormen en zware overstromingen in o.a.: 1288, 1421, 1530, 1570, 1906, 1916 en 1953 met veel doden en verzwolgen land tot gevolg, om een ramp zoals in 1953 te voorkomen werd er een Deltacommissie in het leven geroepen die dat zelfde jaar met een Deltaplan kwam, inkorting van de kust met 700 kilometer, wat zou worden bewerkstelligd door het Deltagebied af te sluiten en alle zeeweringen op Deltahoogte te brengen met als uitgangspunt 5 meter boven N.A.P. bij Hoek van Holland.
De Oosterscheldekering is het met een lengte van 9 kilometer het grootste en beroemdste Deltawerk.
De Oosterscheldekering werd ontworpen om een hoogwater situatie te weerstaan die 1 maal in de 4.000 jaar voorkomt.
Het bouwwerk bestaat uit 65 enorme pijlers, hier tussen hangen schuiven van ongeveer 42 meter lang en tussen de 6 en 12 meter hoog, de schuiven wegen tussen de 260 en 480 ton per stuk.
Wordt door het Hydro Meteo Centrum een waterstand voorspelling gedaan van 3 meter boven N.A.P. dan komt het bedieningsteam vanuit het ir. J.W. Topshuis op het eiland Neeltje Jans in actie, de kering wordt met een druk op de knop in werking gezet, 62 schuiven gaan dan naar beneden, het hele proces duurt 82 minuten, gaat er een schuif niet dicht dan gebeurt dit met een noodsluitsysteem.
In eerste instantie was men van plan een dichte dam op de plek van de Oosterscheldekering aan te leggen. Uiteindelijk koos men vanwege de bijzondere flora en fauna voor een open beweegbare kering, hierdoor is er nog steeds eb en vloed in de Oosterschelde en blijft het water zout.
Het werkeiland Neeltje Jans is tegenwoordig natuurgebied en herbergt recreatieve voorzieningen.
Voor de uitvoering (start 1976) waren nog niet eerder toegepaste technieken nodig, omdat het bouwen in vaargeulen riskant zou zijn werd besloten tot prefabricage (o.a. 65 betonnen pijlers).
De ondiepe gedeelten waren i.v.m. de plannen voor definitieve afsluiting al tussen 1969 en 1973 opgehoogd tot werkeiland, de Damvakgeul, en Roggenplaat, waarmee de kering in drie gedeeltes uiteen viel: sluitgat Roompot, sluitgat Schaar van Roggenplaat en stroomgeul Hammen.
Voor de kunststof funderingsdeken die gevuld werd met zand en grind de bodem van de kering bedekte werd ter plaatse een fabriek gebouwd, voor het verdere bouwproces werden verschillende werkschepen ontwikkeld.
De pijlers van 30 tot 40 meter hoog werden in 3 grote bouwputten gebouwd, na plaatsing werd er nog eens 5 miljoen ton stenen als een drempel in de kering gestort.
Als laatste fase werden de verkeerskokers, opzetstukken van de pijlers, schuiven, dorpel bakken en bouwbalken aangebracht.
Over de verkeerskokers werd een weg aangelegd waarna de schuiven werden geplaatst (de grootste heeft een gewicht van 480 ton).
Eens per jaar laat men de schuiven als test zakken.
De Deltawerken kostten in totaal 12 miljard gulden de Oosterscheldekering nam het grootste gedeelte hiervan 7 miljard voor haar rekening.
De Oosterscheldekering werd op 4 oktober 1986 officieel door koningin Beatrix in gebruik genomen.

maandag 4 juli 2016

Onderzeedienst dit jaar 110 jaar.


de eerste onderzeeboot de O 1.
Dit jaar bestaat de Nederlandse onderzeedienst 110 jaar, tegenwoordig bestaat de dienst uit slechts vier onderzeeboten van de Walrusklasse: Walrus, Zeeleeuw, Dolfijn en Bruinvis.
Op 1 juni 1904 wordt bij de Schelde in Vlissingen de kiel voor de eerste onderzeeboot gelegd.
Tussen de te water lating van de eerste Nederlandse Onderzeeboot H.M. O1, men sprak toen nog van "onderzee torpedoboot" en de Walrus klasse is veel gebeurt.
Voor de Tweede Wereldoorlog waren vooral de reizen van de onderzeeboten K XIII, K XVIII en O16, waarop professor Vening Meinesz op bijna alle oceanen zijn onderzoeken verrichtte, in Nederland en daar buiten alom bekend en beroemd.
Omdat Nederland koloniën bezat vond men het verstandig een groot aantal onderzeeboten in de Oost te stationeren.
Naamgeving voor onderzeeboten bestond nog niet, boten bestemd voor de Nederlandse wateren waren voorzien van een nummer vooraf gegaan door een O, boten bestemd voor de koloniën waren voorzien van een nummer in Romeinse cijfers vooraf gegaan door een K, pas tijdens de Tweede Wereldoorlog werden nieuwe boten voorzien van een naam.
Vele onderzeeboten in de koloniën waren aan het begin van de oorlog verouderd, slechts 5 boten van de K XIV klasse waren 9 jaar oud.
Van de onderzeeboten in Nederland waren alleen de de O19 en O21 klasse nieuw, maar konden in 1940 nog maar amper worden ingezet.
In en vlak na de Tweede Wereldoorlog nam Nederland een aantal onderzeeboten over van de Royal Navy en later ook van U.S. Navy, vanaf 1960 werden er door Nederlandse scheepswerven weer onderzeeboten gebouwd zoals de Dolfijn, Potvis, Zwaardvis en Walrus klasse.
In de Tweede Wereldoorlog speelde de onderzeedienst een bescheiden rol, de meeste wapenfeiten dateren uit de jaren 1941 en 1942 waarbij de verrichtingen het meest in de Middellandse zee en Zuid Chinese zee plaatsvonden.De bekendheid van deze wapenfeiten hebben wij vooral te danken aan enkele schrijvers die er na de oorlog een boek over schreven.Zoals de verrichtingen van de O21:
op 10 mei 1940 ontsnapte men naar Groot-Brittannië  waar het schip verder werd afgebouwd, daarna was het actief op de Noordzee en de Atlantische Oceaan, daarna ging men met nog twee boten naar Gibraltar waarna men actief was in de Middellandse zee, daarna volgde Columbo en tot slot Freemantle in Australië.
Helaas is een onderzeeboot nooit meer teruggevonden; de O13 vertrok vanuit Dundee op 12 juni 1940 met 34 bemanningsleden en ging tijdens een missie verloren.
De onderzeedienst hield zich verder bezig met het escorteren van konvooien, operaties t.b.v. NEFIS en het Korps Insulinde op de kusten van Nederlands Indië en zelfs het beschermen van Russische konvooien.
Heden is de Koninklijke Marine bezig met een studie ter vervanging van de huidige Walrus klasse, het is niet zeker of deze in Nederland zullen worden gebouwd of dat het een samenwerkingsverband wordt met mogelijk Zweden, Duitsland, of zelfs Australië.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd aan een onderzeeboot bemanning een "bloedvlag" (gelijkenis met piratenvlag) uitgereikt na een eerste succesvolle missie, aan de tekens op de bloedvlag kom men zien hoe vaak en welke operaties de desbetreffende onderzeeboot had doorstaan, zoals het tot zinken brengen van een schip d.m.v. een torpedo, kanonactie,speciale opdracht of reddingsopdracht. Gedurende de dag van terugkeer mocht de bloedvlag aan de periscoop worden meegevoerd.



onderzeeboot Walrusklasse.









donderdag 16 juni 2016

Willy Vandersteen de vader van Suske en Wiske.

Suske en Wiske

Willebrord Jan Frans Maria (Willy) Vandersteen werd op 15 februari 1913 in Antwerpen geboren.
Al tijdens zijn kindertijd toonde Willy aanleg voor tekenen, van zijn leraren kreeg hij later te horen dat het enige waar hij goed in was, tekenen en opstellen schrijven was en dat je daar nooit je brood mee zou kunnen verdienen. Na zijn schooltijd volgde hij avondlessen aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten en overdag hielp hij zijn vader die beeldhouwer/ornament maker was.
Willy besloot eerst timmerman en later decorateur te worden, een Amerikaans tijdschrift inspireerde hem striptekenaar te worden.
Omdat Amerikaanse tekenstrips in de oorlog door de Duitsers werden verboden kreeg Willy de kans enkele strips te maken voor de krant, ook publiceerde hij spotprenten.
Een vriend die inmiddels uitgever was geworden vroeg Vandersteen of hij een stripalbum kon tekenen zo verscheen: Piwo, het houten paard (waar hij 1 week over deed). Later volgden nog 4 boekjes die door Casterman in het Frans werden uitgegeven.
In 1944 ging Vandersteen naar de Standaard uitgeverij met een stripverhaal rond twee figuren: Rikki en Wiske, hij wilde dat de strips, in navolging van America, in de krant zouden verschijnen.
Op 30 maart 1945 verscheen de strip voor het eerst in de Nieuwe Standaard, Vandersteen was niet tevreden met Rikki en veranderde het in Suske en al snel maakte tante Sidonia haar opwachting in 1947 gevolgd door Lambik en Jerom in 1953.
Suske en Wiske werd zo'n succes dat de mensen alleen de kranten kochten om de strips, toen Vandersteen met zijn strips van krant veranderde werd hij gevolgd door een groot aantal (schatting 25.000) abonnees, uit die tijd stamt tevens de gewoonte de krant van achteren naar voren te lezen, eerst Suske en Wiske daarna de rest van het nieuws.
Tussen 1948 en 1959 ging Willy Vandersteen voor het weekblad Kuifje werken, hij tekende verschillende verhalen rond Suske en Wiske die later in een blauwe kaft gebundeld zouden worden en daarom bekend staan als de blauwe reeks. De hoge eisen die Hergè aan de strips van Vandersteen stelde: minder volks en verzorgd tekenwerk  zorgden ervoor dat deze reeks tot de hoogte punten uit Vandersteen's carrière mag worden gerekend. In 1959 ontstond de Studio Vandersteen, Willy kon al het werk aan zijn verschillende strips niet alleen af en liet inkten, kleuren, de belettering en het tekenen van de decors over aan anderen, strips die niet aansloegen liet hij vallen. Bekend zijn (in Nederland wat minder): Ridder Gloriant, de Viking, de familie Snoek en Tijl-Uilenspiegel.
De televisiehond Lassie stond als voorbeeld voor de tekenstrip Bessy die ook in Duitsland verscheen, later stond de T.V. serie Daktari model voor de tekenstrip Safari.
In 1974 zette Paul Geerts de serie Suske en Wiske voort, Vandersteen ging verder aan "Robert en Bertrand" na enkele succesvolle jaren stopte hij de serie en startte in 1985 met "de Geuzen".
Op 28 augustus 1990 overleed Willy Vandersteen.
Sinds 1999 verzorgt een wisselend team van Studio Vandersteen de albums. Momenteel is Studio Vandersteen bezig met het 335ste album van de Suske en Wiske reeks: "Het lederen monster". Veel van de strips bevatten humor en spanning maar ook woordspelingen zoals wij dat bij "Tom Poes" van Marten Toonder tegen komen.

In 1978 kregen Suske en Wiske een standbeeld in de Antwerpse dierentuin.
Tussen 1993 en 2003 is er zelfs een weekblad rond Suske en Wiske geweest, tot twee maal toe werd een strip tot musical verwerkt: "de Spokenjagers" en de "Circusbaron". In 2004 werd de film "de duistere diamant" en in 2009 een 3D film "de Texas Rakkers" gemaakt.
Sedert 1997 is er een Suske en Wiske kindermuseum in Kalmhout, het is gevestigd op het adres waar Willy Vandersteen woonde en waar zijn studio nog is gevestigd.










maandag 13 juni 2016

Het korte bestaan van de Motortorpedobootdienst.






Een onderdeel van de Koninklijke marine dat waarschijnlijk het kortst heeft bestaan is de Motortorpedodienst. Het onderdeel werd op 15 januari 1944 opgericht om op 5 september van dat jaar te worden opgeheven.
De Motortorpedodienst bestond uit twee flottieljes het 9e flottielje dat uit 10 motortorpedoboten bestond en het 2e flottielje dat uit 5 motor kanonneerboten bestond.
De eerste Nederlandse Motortorpedoboot de TB 51 werd in 1939 in Groot Brittannië gebouwd en daarna in Schiedam verder afgebouwd.
Voor 1944 maakten Nederlandse motortorpedoboten al deel uit van de Royal Navy flottieljes.
Motortorpedoboten waren kleine lichte oorlogsschepen met een hoge snelheid (ca. 39 knopen),
De romp was ongeveer 35 meter lang, ongepantserd en vaak van hout, men viel met hoge snelheid aan, lanceerde 2 of 4 torpedo's en ging er dan met hoge snelheid van door.
Vanwege de geringe accesradius vonden de meeste operaties in het Kanaal plaats.
De eerste vier schepen de Hr.Ms. Arend, Valk, Sperwer en Buizerd werden aangeschaft met 100.000 gulden uit het Prins Bernhardfonds en ingedeeld bij het Britse 9e flottielje, in augustus werden de overige schepen uit het flottielje van de Britten overgenomen en voorzien van vogelnamen.
Het 2e flottielje vond zijn oorsprong in het 9e flottielje dat eerst door Britten en Polen werd bemand
en bestond uit motor kanonneerboten.
Men opereerde o.a. vanuit Ramsgate en maakte deel uit van de zgn. Coastal Forces.
Regelmatig werden raids uitgevoerd op Duitse konvooien.
De succesvolste actie van Nederlandse torpedoboten (toen nog bij de Royal Navy ingedeeld)was op 26 en 27 september 1943, waarbij op ongeveer 1 zeemijl uit de Franse kust een Duits konvooi werd aangevallen waarbij drie vijandelijke schepen tot zinken werden gebracht: de V 1501, Madali en de Jungingen.
Dat de Motortorpedodienst werd opgeheven had te maken met het verzoek van de Nederlandse autoriteiten 180 man vrij te maken voor de te vormen havendetachementen in bevrijd Nederland.

vrijdag 10 juni 2016

De F-35A (J.S.F.) voor het eerst in Nederland.

De F-35A Lightning II, met op de achtergrond de F-16.

Maandagavond 23 mei 2016 om kwart over negen verschenen de eerste twee F-35's boven de vliegbasis Leeuwarden. Ik gebruik de term J.S.F. of Joint Strike Fighter met opzet niet omdat deze benaming hoort bij het ontwikkelingstraject van de F-35A Lightning II, II omdat er in de Tweede Wereldoorlog al een P-38 Lightning operationeel was.
Momenteel zijn er drie versies in ontwikkeling de standaard uitvoering de F-35A, de versie die verticaal kan landen de F-35B en de vliegkampschip versie de F-35C.
De ontwikkeling werd in 1993 gestart waarbij de focus op een betaalbaar "Stealth" vliegtuig kwam te liggen een zgn vijfde generatie gevechtsvliegtuig (zowel de Eurofighter als de F-16 zijn vierde generatie gevechtsvliegtuigen). In 1997 waren er twee experimentele versies gereed, een van de Boeing fabrieken en een van Lockheed Martin, in 2001 werd de knoop doorgehakt, er werd toen gekozen voor de X-35 (X= experimenteel) van Lockheed Martin.,
Na een eindeloze discussie koos de Nederlandse regering voor de F-35A als vervanger van de F-16,
de Europese Eurofighter (vierde generatie) en eigenlijk al verouderd werd niet gekozen.
Dat niet langer werd gewacht met de vervanging van de F-16 is mede te danken aan het te snel verkopen van een groot deel van de F-16 vloot (oorspronkelijk 213 stuks) waarbij de resterende 65 bijna continu worden ingezet en daardoor eerder aan het einde van hun levensduur zullen komen.
De F-35 komt in eerste instantie log over, alles wat "normaal" onder het vliegtuig hangt zoals brandstoftanks en bewapening zit nu in het toestel,en maakt daardoor het toestel minder zichtbaar op de radar.
Toch zijn er naast het aantal van 37, wat te weinig is voor de inzetbaarheid een aantal blijven er in de V.S. en er is voortdurend onderhoud er zullen er dus ongeveer 20 daadwerkelijk inzetbaar zijn, een aantal kritische kanttekeningen:
Kan het toestel bij een onderschepping wel door het eigen of vriendelijk radar van een ander land als eigen worden herkent m.a.w. is het toestel niet te veel stealth? Is het aantal kilometers dat door de F-35 kan worden afgelegd zonder in de lucht te worden bijgetankt wel voldoende? Door de voortdurende ontwikkeling van nieuwe software versies zullen vroeg of later verschillende landen uiteenlopende software versies in hun toestellen hebben zitten, kan er dan nog onderling gecommuniceerd worden?
De komende jaren zal de internationale politieke situatie richtgevend worden voor het aantal F-35's dat er uiteindelijk zullen worden aangekocht.
De geluidsoverlast zal hoe dan ook afnemen gezien het aantal vliegtuigen dat er in de toekomst nog binnen de Koninklijke Luchtmacht aanwezig zal zijn, en er zal meer dan nu gebruik worden gemaakt van simulatoren, de eerste test resultaten tijdens de zgn. belevingsvluchten tonen geen noemenswaardige toename van de geluidsbelasting aan.
Over vier tot tien jaar zal duidelijk worden hoeveel F-35's uiteindelijk door Nederland zullen worden aangeschaft, landen om ons heen: Verenigd Koninkrijk, België, Denemarken, Noorwegen als ook de Amerikaanse luchtmacht in Europa zullen naar schatting samen over ongeveer 360 toestellen gaan beschikken.
F-35A boven de Kinderdijk.


maandag 6 juni 2016

Abel Tasman ontdekker van zuidelijk Australië.

Abel Tasman

Abel Jansz Tasman werd in 1603 in Lutjegast (zuid-west Groningen) geboren.
Abel Tasman vertrok in 1633 vanuit Amsterdam in dienst van de V.O.C. naar Azië.
In 1634 diende hij in Batavia als eerste stuurman op het fluitschip "Weesp".
Al snel klom hij op tot schipper en voer op het jacht "Mocha", het schip werd ingezet om veiliger routes bij de Indonesische eilanden te zoeken waarbij de routes nauwkeurig in kaart werden gebracht.
Ook werd het schip gebruikt als patrouilleschip ter bescherming van de handel op zee.
Op 1 augustus 1637 keert Tasman met een retourschip de "Banda" terug in Amsterdam.
In april 1638 vertrekt hij weer naar Batavia maar nu voor een langere periode, hij nam nl. zijn echtgenote mee en dan moest je bij de V.O.C. een contract voor 10 jaar afsluiten.
Aangekomen in Batavia ging Tasman samen met Quast in 1639 met twee schepen op zoek naar de zgn. goud en zilvereilanden om daar edele metalen voor de V.O.C. te vergaren, ook moesten de kusten van China en Korea worden verkend, de goud en zilvereilanden werden nooit gevonden wel was er veel informatie over de kusten  van China en Korea vergaart.
Tasman kreeg in 1640 het commando over vier schepen en moest een expeditie ondernemen naar Formosa (Taiwan) en vervolgens Japan, in november 1641 keerde hij in Batavia terug.
Zijn grootste bekendheid dankt Tasman aan de expeditie van 1642/1643, hij kreeg de leiding over twee schepen de Heemskerck en de Zeehaen, het hoofddoel was de oostelijke doorvaart voor Zuid America verkennen, men moest eerste naar Mauritius zeilen, na het vertrek aldaar werd men door stormen en mist gedwongen een zuid oostelijke koers te varen.
Op 24 november 1642 bereikte men de zuidkust van Australië dat van Diemens land werd gedoopt (nu Tasmanië) op 1 december ging men er aan land, na 9 dagen zeilen werd het zuidelijke eiland van Nieuw Zeeland wat Stateneiland werd genoemd bereikt, via de noordkaap van Nieuw Zeeland ging men verder waarna men via Tonga en de Fiji eilanden Samoa en de Salomons eilanden bereikte, via Nieuw Guinea kwam men na een reis van 10 maanden terug in Batavia.
In 1644 werd de passage tussen het zuiden van Nieuw Guinea en Australië verkend en werd de noordkust van Australië aangedaan. Tasman werd door de Hoge regering beloond, hij bleef drie jaar schipper-commandeur, zijn gage werd verhoogt en hij werd lid van de Raad van Justitie belast met de controle van ingediende scheepsjournalen. Een expeditie in 1648 met acht schepen op zoek naar Spaanse zilverschepen bij de Filipijnen en ondersteuning voor de koning van Siam, waarbij aan boord werd geplunderd, verliep slecht voor Tasman, hij viel in ongenade.
Tasman nam in 1652 ontslag bij de V.O.C., hij was een rijk man.
Tasman verbleef de laatste jaren van zijn leven op Batavia wonen en voer met een klein scheepje langs de Javaanse kusten, Abel Tasman overleed op Batavia in oktober 1659, hij liet onder meer een geldbedrag na aan de armen van Lutjegast, 25 gulden.


route Abel Tasman 1642 en 1644.