vrijdag 8 januari 2016

Vuurtorens in Nederland (16) Schiermonnikoog.

Noordertoren Schiermonnikoog


Tijdens de watersnood van 1287 werd Schiermonnikoog van het land gescheiden, in de middeleeuwen was het eiland van het Cisterciënzer klooster Claercamp dat vlak bij Dokkum lag.
De monniken droegen "schiere" ofwel grijze pijen, vandaar de naam Schiermonnikoog.
In 1580 werd het klooster geannexeerd en werd het eiland eigendom van de staten van Friesland, dat het eiland na enige tijd verkocht wegens geldgebrek.
Tussen 1638 en 1945 is het eiland particulier bezit geweest, generaties Stachouwer, Banck en als laatste de Duitse graaf Bernstorff, na de Tweede Wereldoorlog werd het eiland staatseigendom.
Op het eiland zijn vanaf de middeleeuwen houten kapen gebouwd.
In 1731 werd er een bakenzetter aangesteld om deze in totaal 20 stuks te onderhouden.
Lange tijd hebben er twee kapen gestaan aan de westkant van het eiland de Grote en de kleine Kaap ook wel de Noorder of Friese Kaap en de Zuider of Groninger Kaap, deze kapen waren van belang voor de scheepvaart tussen de Noordzee en de Lauwerszee.
De minister van marine adviseerde de koning in 1853 om twee vuurtorens op te richten op enige afstand van elkaar zodat deze als lichtlijn kon dienen voor het in varen van het Friese zeegat,
twee identieke torens ieder met een dubbele lichtwachterswoning.
De bouw begon in het zelfde jaar, de duingrond werd afgegraven waarna er een hardstenen plaat werd gelegd met daarop een fundering van Waalse moppen, de torens zelf werden opgetrokken uit gele Friese stenen. In september 1854 werden de lichten ontstoken vier vuurtorenwachters en een opzichter zorgden voor het functioneren van de twee vuurtorens.
Door verandering van de vaargeulen en afname van de scheepvaart werd de Zuidertoren overbodig, het licht werd in 1909 gedoofd, pas in 1950 werd de Zuidertoren omgebouwd tot watertoren  voor de huur van Hfl.10 en onderhoud van de toren dit bleef zo tot 1992, in 1998 kocht de KPN de toren voor een gulden en zorgde voor het onderhoud, de KPN gebruikt de toren voor de bevestiging van telecommunicatie apparatuur. Dit jaar is er een Stichting opgericht om de toren schoon te maken en te renoveren, de KPN nl. doet weinig aan onderhoud waardoor de toren groen uitslaat.
De Noordertoren kreeg in 1910 een grote lantaarn met een krachtiger licht.
In 1910 verscheen op ongeveer 100 meter van de Noordertoren een uitkijk lokaal van de Kustwacht, het deed tot 1951 dienst daarna werd het uitkijk lokaal in de Noordertoren gebouwd direct onder het platform waarop de lantaarn staat, het uitkijk lokaal bestaat uit twaalf gelijkvormige ramen.
De sinds 1998 rood geschilderde Noordertoren is 44 meter hoog en kan tot op 51 kilometer worden waar genomen, de toren is sinds 1980 Rijksmonument.

Zuidertoren KPN

woensdag 6 januari 2016

Stoomgemaal Ir. D.F. Wouda.

Woudagemaal en bezoekerscentrum












Vanuit de verte krijg je met die grote schoorsteen van wel 60 meter het gevoel een fabriek te naderen in plaats van een stoomgemaal.
Het Wouda stoomgemaal bij Lemmer ook wel een stoomkathedraal genoemd is het grootste ooit gebouwde stoomgemaal ter wereld. Het gemaal heeft een capaciteit om 4.000 m3 water per minuut dat is 6 miljoen m3 water, uit de polder te malen.
Het gemaal is vernoemd naar Ir. D.F. Wouda, hij ontwierp het in 1917-1918 gebouwde pand, gebouwd in de stijl van de Amsterdamse school en de ideeën van architect Berlage, Wouda werd hierin bijgestaan door Ir. J.S. Dijxhoorn, de machinekamer heeft een oppervlakte van 62 x 15 meter en het ketelhuis heeft een oppervlakte van 32 x 15 meter.
Het machinepark, dat in de jaren 1919-1920 werd geplaatst bestaat uit vier tandem-compound machines met daaraan gekoppeld vier machtige vliegwielen en acht centrifugaalpompen, werd door Ph. Dijkshoorn ontworpen en gebouwd door de machinefabriek Jaffa uit Utrecht.
Het gemaal werd op 7 oktober 1920 door Koningin Wilhelmina geopend.
In 1955 werden de kolen gestookte stoomketels vervangen door ketels gestookt op oliestook.
Tot 1966 werd het gemaal ingezet om het boezempeil van Friesland te verlagen. Sinds de in gebruik neming van het J.L. Hoogland gemaal is dit nog slechts enkele dagen per jaar.
Het gemaal wordt nu bij langdurige en hevige regenval ingezet.
Bijna dagelijks is het gemaal geopend voor bezoekers, als het gemaal in werking is zijn er zelfs wachttijden.
Het Waterschap Friesland zet het gemaal twee maal per jaar onder stoom om de machines en pompen te testen en ook om het bedienende personeel een praktijk opleiding te geven.
Er is een ploeg van elf mensen nodig, na zes uur opstarten en opwarmen kan het gemaal aan het werk.
Bij het gemaal is een bezoekerscentrum verschenen, hier wordt de werking van het gemaal en het waterbeheer in Friesland belicht.
Voor belangstellenden worden er door vrijwilligers rondleidingen in het gemaal gegeven.               Het gemaal dat Rijksmonument is staat sinds 1998 op de Unesco Werelderfgoedlijst.
Ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan zal er in 2020 een 5 Euro munt worden geslagen.

maandag 4 januari 2016

Koninklijke Boskalis-Westminster.


 Ursa cutter suction dredger.



De oorsprong van Koninklijke Boskalis ligt in Sliedrecht waar een aantal families in 1910 besloten tot het oprichten van een baggeronderneming.
Bos & Kalis beschikte al meteen over een behoorlijke uitrusting zoals: Baggermolens, win en profiel zuigers, onderlossers en kustboten.
Na de Eerste Wereldoorlog is Boskalis een van de baggerbedrijven die mee doet met de aanleg van de Zuiderzeewerken.
In de dertiger jaren is de groei gestaag, in 1933 wordt in Groot-Brittannië een dochteronderneming Westminster opgericht.
Door deze onderneming lukt het Boskalis met haar Engelse dochteronderneming vele grote projecten in het Britse Gemenebest binnen te halen in Australië, Canada, Afrikaanse kolonies en het Midden Oosten.
Na de watersnood van 1953 speelt Boskalis een belangrijke rol bij de aanleg van de stormvloedkering in de Oosterschelde en ontwikkeld nieuwe technieken en weet deze nieuwe technieken elders in de wereld toe te passen, in 1953 wordt tevens de eerste sleephopperzuiger in Europa in gebruik genomen.
In 1978 wordt het bedrijf Koninklijk. Het eerste kunstmatige eiland in de Beaufortzee in Canada wordt aangelegd vele andere van dit soort eilanden zullen er nog volgen in de wereld.
In de tachtiger jaren wordt de onderneming versterkt door de overname van andere baggerbedrijven zoals: Breegenbout en Zanen Verstoep.
In de jaren negentig worden een reeks van bedrijven in Finland, Duitsland, Portugal, Zweden en Mexico overgenomen en raakt men betrokken bij grote landaanwinningsprojecten in Singapore en Hong Kong. In 2003 versterkt Boskalis de markt positie op het gebied van grondverbetering, Cofra, Wasa en Blankevoort worden overgenomen, in 2010 vindt de fusie met Smit Internationale plaats.
In 2015 werd een groot baggerproject in het Suez kanaal afgerond en wordt er begonnen met een nieuw project: de wadden bij Marken. In 2016 wordt de haven van Portsmouth uitgebaggerd om de komst van nieuwe vliegkampschepen mogelijk te maken.
Boskalis bezit nu een van de grootste en meest geavanceerde vloten ter wereld deze bestaat uit ruim 1.100 eenheden o.a.: Dredgers, offshore vessels, drijvende bokken, pontons, sleepboten en materieel op maat gemaakt t.b.v. bepaalde projecten.
De belangrijkste activiteiten: landaanwinning, bescherming kusten en oevers, aanleg en onderhoud van havens, het leggen van kabels en windmolenparken, aanleg van auto- en spoorwegen, rioleringen, bruggen, dammen, tunnels, sleepdiensten en berging.
Boskalis bezit nu bijna 99% van Dockwise (zwaar zeetransport) en heeft een aandeel in Fugro.
Er werken bij Kon. Boskalis Westminster meer dan 14.000 mensen wereldwijd.

vrijdag 1 januari 2016

de Domtoren van Utrecht.

Domtoren Utrecht
Traditie getrouw worden op Nieuwjaarsdag de klokken van de Domtoren door het klokkenluidersgilde geluid, waarbij het geluid van de Salvator klok het imposantst is.

De Domtoren is met 112,5 meter (in 1382:109 meter) de grootste kerktoren van Nederland.
De in gotische bouwstijl opgetrokken toren is het symbool van de stad Utrecht en maakte deel uit van de Sint Martinus kathedraal nu de Domkerk.
Op de plek waar de Domtoren in 1321 werd begonnen stond eerder het poortgebouw van de grote romaanse Dom (start bouw 1015).
Bouwmeesters aan de Domtoren verbonden waren: Jan van Henegouwen en Godijn van Dormael.
Het fundament van de toren zal naar schatting uit zo'n 70.000 bakstenen hebben bestaan.
In 1328 was men al tot 27 meter boven het straatniveau gevorderd, de onderdoorgang was 4 meter breed en 10 meter hoog, het fundament was aan de ene zijde verbonden met de romaanse Domkerk en aan de andere zijde met het Bisschoppelijk paleis.
De romaanse Domkerk zou tussen 1254 en 1529 voor een groot deel door een gotische kerk worden vervangen.
Tussen 1328 en 1344 viel de bouw van de toren stil, omstreeks 1350 was het eerste vierkant (38,6 meter hoog en muren van drie meter dik) van de toren klaar, op de eerste verdieping verrees de Michael kapel en er was ruimte voor de torenkosterswoning. In het tweede vierkant werd een houten klokkenstoel geplaatst, hierom heen werd het tweede vierkant gebouwd(29,5 meter hoog).         Hierna werd een begin gemaakt met de bouw van de zgn. lantaarn, tussen 1360 en 1370 werden de werkzaamheden door o.a. de pest en scheuren in het bouwwerk  gestaakt.
Vanaf 1370 werd verder gebouwd aan de "lantaarn", van het bouwen van een torenspits werd om bouw technische redenen afgezien en kreeg de toren een lagere achtzijdige houten sporenkap  met leien bedekt, in 1382 was de Domtoren klaar.
Rond 1504 kwam de klokkenstoel op het tweede vierkant en werden bij  de beroemde klokkengieter Geert van Wou luidklokken besteld die te samen 30.000 kg wogen, de bekendste is de Salvator (8.200 kg)  de zeven kleinste klokken werden in 1664 verkocht om van de opbrengst een carillon
te bekostigen, in 1982 werden deze zeven klokken opnieuw gegoten door de Fa. Eysbouts.
Tussen 1519 en 1525 vond de eerste restauratie plaats waarbij ook balustrades werden aangebracht.
Doordat in 1674 een onafgewerkt gedeelte van het schip van de kerk instortte door een tornado werd de Domtoren losstaand.
Boven op de toren van 465 treden staat een windvaan met een uitbeelding van Sint Maarten de beschermheilige van Utrecht.
Een replica van de Domtoren in in het "Huis ten Bosch"park in Sasebo Nagasaki, Japan te vinden.

Gelukkig en gezond 2016!

donderdag 24 december 2015

Hoe een vondst rond Kerstmis in 1444 de skyline van Amersfoort veranderde.





Onze Lieve Vrouwetoren Amersfoort (foto GijsvanTol)

Hoe een vondst rond Kerstmis in 1444 de skyline van Amersfoort veranderde.

571 jaar geleden om precies te zijn eind 1444 rond Kerstmis kwam een meisje uit Nijkerk met een eenvoudig Maria beeldje naar de stad Amersfoort om daar het klooster in te gaan.
Bij de stad aangekomen gooide zij het beeldje in de  gracht omdat zij zich voor het beeldje schaamde.
Na een aantal dromen viste een andere vrouw, Margriet dochter van Albert Gijsen het beeldje onder het ijs van de gracht vandaan.(aldus een kroniek van het Agnietenconvent). Het bleek al spoedig een miraculeus beeldje te zijn, er gebeurden tal van wonderen dit beeldje zou het aangezicht van Amersfoort en ook het leven in deze stad drastisch veranderen.
Spoedig kwamen van heinde en verre pelgrims naar Amersfoort, het mirakelboek verhaald van honderden genezingen en het vervullen van gebeden.
De Krankenledenstraat herinnert aan de velen zieken die naar Amersfoort kwamen.
De dankbare pelgrims offerden rijkelijk en van al dat geld werd uit dank een prachtige kerk en
toren gebouwd.
De bouw van de toren is kort na 1444 begonnen en werd rond 1471  afgerond (archiefmateriaal ging tijdens de reformatie verloren).
De toren was geïnspireerd op de Domtoren in Utrecht en werd 98,33 meter hoog, de plattegronden van de eerste en tweede omgang van beide torens zijn gelijk, beide torens stonden overigens los van de bijbehorende kerk en waren met een boven de straat gelegen galerij met elkaar verbonden.
De toren bestaat uit twee vierkante geledingen van bak en natuursteen en een zandstenen achtkantige lantaarn en een houten bekroning. De spits van de toren is niet meer de oorspronkelijke, in 1651 en 1804 is de spits van de toren verbrand, waarna de spits in gewijzigde vorm werd hersteld.
De kerk die bij de toren hoorde werd door de protestanten in gebruik genomen en later werd er buskruit in opgeslagen, de kerk ontplofte in 1787 en in 1806 werd de ruïne afgebroken.
De toren heeft twee carillons, de oudste stamt uit de jaren 1659-1664 en telt 35 klokken, het nieuwe uit 1997 en bestaat uit 58 klokken.
Amersfoort heeft eeuwen lang een stadsbeiaardier in dienst gehad (in 1995 afgeschaft).De toren is nog altijd het middelpunt van de Nederlandse kaartprojectie van de Rijksdriehoekmeting. Beiden carillons; het Hemony carillon 35 klokken en het Eysbouts carillon 58 klokken worden voor het grootste deel bespeeld door leraren en studenten van de Nederlandse Beiaard School. Naast beide carillons hangen er sinds 2000, 7 nieuwe luidklokken in de toren.


pelgrimsteken Amersfoort 15e eeuw.



dinsdag 22 december 2015

de Beemster werelderfgoed

de Beemster 


Inklinking van het oorspronkelijk veen, stormvloeden en afkalving waren er de oorzaak van dat er in het Noordelijk gedeelte van het gewest Holland een aantal meren ontstonden.
Meren die zich langzaam uitbreidden en voor toenemende overlast zorgden rondom de dorpen en steden.
Tegelijkertijd was er de groeiende bevolking in de steden met de daaraan gekoppelde vraag naar meer voedsel. Door nu beiden te combineren d.w.z. van de meren landbouwgrond te maken zou men twee vliegen in een klap slaan.
In 1607 werd door een aantal investeerders bij de Staten van Holland een verzoek ingediend om het Beemstermeer te mogen droogmalen.
De investeerders waren afkomstig uit Amsterdam en Antwerpen (kooplieden) en den Haag (bestuurders) beiden groepen waren verenigd door de gebroeders Cromhout.
De totale kosten werden beraamd op 1,6 miljoen gulden. Tot de grootste investeerders behoorden de gebroeders van Oss uit Antwerpen, bij de kaveluitgifte verkregen zij bijna 1/7 van de nieuwe grond.
Eerst werd het Beemstermeer en haar oevers nauwkeurig in kaart gebracht het was toen 1607, toen moesten de bedijkers met het hoogheemraadschap onderhandelen over de afwatering, hierbij werd bedongen dat de bedijkers een afwateringskanaal naar Schardam zouden gaan bekostigen.
De geplande omringdijk werd op de oevers van het meer aangelegd, deze oevergronden moesten nu eerst worden aangekocht.
Na de aanleg van de ringdijk werd begonnen met het water uit het Beemstermeer weg te pompen
hiervoor werden 26 windwatermolens geplaatst, voor de technische uitvoering van het project werd Jan Adriaansz uit de Rijp aangetrokken zijn successen bezorgden hem de naam Leeghwater.
Een zware storm zorgde er in 1610 voor dat de polder weer volliep, er werden nog 14 windwatermolens bijgeplaatst, in de zomer van 1612 was het meer een polder geworden.
Voor de inrichting van de polder werd gekozen voor een rasterwerk van vierkanten gevormd door de waterlopen en wegen. In het midden van de polder werd een dorp gevestigd: Middenbeemster.
De Beemster was te nat voor de akkerbouw vandaar dat men er alleen weidegrond aantreft.
In het zuidelijke gedeelte van de polder zijn tussen 1883 en 1914  vijf fortificaties van de stelling van Amsterdam aangelegd (het fort Spijkerboor met draaikoepel geschut is te bezichtigen).
In 1999 werd de Beemster op de werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst waarbij een gedeelte nl.
de forten al in 1996 op de werelderfgoedlijst  van Unesco terecht kwam als onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
Het bezoekerscentrum Beemster is gevestigd in Middenbeemster op het terrein van de voormalige boerderij Westerhem.

maandag 21 december 2015

Smit Internationale meer dan 170 jaar sleepervaring.

Sleepboot Smit Internationale.











De geschiedenis van Smit Internationale begint in het jaar 1842 het jaar waarin Fop Smit (65 jaar) begon met zijn sleepdiensten aan te bieden in de haven van Rotterdam.
Schepen die de haven van Rotterdam in wilden konden gebruik maken van zijn diensten die hij "veilig en betrouwbaar" aanbood met zijn rader stoomschip "Kinderdijk".
Na zijn overlijden in 1866 bestond zijn bedrijf uit zes sleepboten, technische vooruitgang en nieuwe eisen van klanten zorgden ervoor dat het bedrijf bij de tijd bleef.
Zijn twee zonen Jan en Leendert breidden de vloot verder uit en in 1870 lieten zij sleepboten met schroef bouwen.
Door de vooruitgang op het scheepvaart gebied bood het bedrijf L.Smit & Co. nieuwe diensten aan.
In 1892 liet het bedrijf een zeewaardige sleepboot bouwen met een motor van 750pk.
Na de eerste succesvolle sleeptocht van Rotterdam naar Cadiz in Spanje met een baggermachine zouden er vele volgen.
L. Smit & Co. ondervond tussen 1900 en 1920 veel concurrentie in de Rotterdamse haven van de Internationale Sleepdienst. In 1923 besloot men tot een fusie, het bedrijf ging nu L. Smit & Co. Internationale Sleepdienst heten.
De gecombineerde kracht van het nieuwe bedrijf zorgde ervoor dat het zijn werkzaamheden naar de vier windstreken van de aarde kon uitbreiden.
Naast de kerntaak van het bedrijf, het aanbieden van sleepdiensten, werd het duidelijk dat de maritieme kennis van het bedrijf kon worden aangewend in de groeiende bergingsmarkt.
Het succes op dit gebied kwam in 1957 toen Smit (Tak) werd ingezet voor de berging van 47 wrakken uit het Suezkanaal.
Na 170 jaar kennis te hebben opgebouwd is Smit Internationale een bedrijf van internationale allure , naast slepen en berging houdt Smit zich ook bezig met het verplaatsen van olieplatforms,
windmolenparken, getijden installaties en maritieme dienstverlening.
In 2008 nam Smit Internationale het Belgische Unie van Redding en Sleepdiensten over.
In mei 2010 werd Smit Internationale (600 werknemers) overgenomen door Royal Boskalis Westminster (14.000 werknemers). Smit Internationale bleef onder eigen naam opereren.
De vloot van Smit Internationale bestaat uit meer dan 200 havensleepboten, die behalve in de Rotterdamse haven ook in veel buitenlandse havens te vinden zijn.
T.b.v. de oceaan sleepvaart heeft Smit een joint venture met Wijsmuller.
Smit heeft t.b.v. bergingswerkzaamheden logistieke centra in onder meer: Rotterdam, Houston, Cape Town en Singapore, het materiaal kan per vliegtuig worden vervoerd en kan onmiddellijk waar ook te wereld worden ingezet b.v. decompressie kamers, onderwatercamera's en generators.
Ook beschikt Smit Internationale over een aantal drijvende bokken onder de naam Taklift de zwaarste heft 2.200 ton.
,