woensdag 11 november 2015

KNRM meer dan 100.000 reddingen vandaag 191 jaar.

NH1816

roeireddingboot














Op 11 november 1824 werd de NZHRM in Amsterdam opgericht, 9 dagen later op 20 november van het zelfde jaar gevolgd door de oprichting van de ZHRM in Rotterdam, beide reddingsmaatschappijen zouden lange tijd naast elkaar voorbestaan.
Aanleiding voor de oprichting was de zware storm van 14 oktober 1824 waarbij 17 schepen op de Nederlandse kust strandden, bij Huisduinen verdronken toen zes mensen die probeerden de bemanning van het gestrande schip de Vreede te redden.
Beide reddingsmaatschappijen krijgen de beschikking over roeireddingboten, op 26 december 1824 amper een maand na de oprichting worden met zo'n boot afkomstig van Egmond aan Zee vijf schipbreukelingen gered.
In 1840 wordt het eerste lijnwerp en wippertoestel in gebruik genomen, in 1866 wordt de eerste zelfrichtende roeireddingboot te Nieuwendiep gestationeerd, de ijzeren reddingskotter doet in 1873
zijn intrede en in 1904 wordt Radio Scheveningen officieel in gebruik genomen.
De eerste zelfrichtende motorreddingboot de Insulinde wordt in 1927 op Oostmahorn gestationeerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog steken drie reddingboten met vluchtelingen over naar Engeland de in Nederland achtergebleven reddingboten varen onder de vlag van het Rode Kruis.
Beide reddingsmaatschappijen krijgen in 1949 het predicaat Koninklijk.
De eerste zelfrichtende motorreddingboot met volledig gesloten stuurhuis de Carlot wordt in 1960 in dienst genomen.
In 1972 doet de zgn. rigid inflatable en wel het type Atlantic 21 zijn intrede, een rubberboot met vaste bodem. Er volgen meer grotere types van het soort rigid inflatable de Koningin Beatrix in 1984 en de Johannes Frederik klasse in 1986.
In 1991 fuseren beide reddingsmaatschappijen tot de huidige KNRM. De KNRM betrekt in 1995 een nieuw kantoor, werkplaats en magazijn in IJmuiden. In 1999 wordt de eerste boot van de  Arie Visser klasse in gebruik genomen.In 2014 wordt de reddingsboot van de toekomst gedoopt de NH1816.
In de zomer van 2015 hebben redders vanaf de oprichting 100.000 mensen uit noodsituaties op zee gered.

Vandaag omvat de KNRM: 45 reddingsstations en heeft de beschikking over 75 reddingsboten van verschillende grote, men ontvangt geen overheidssubsidie men verkrijgt inkomsten uit giften, legaten, nalatenschappen en donaties.
De toekomstvisie van de KNRM tot 2024: de komende jaren voorziet de KNRM een bouwprogramma van drie grote reddingboten per jaar, er zal een nieuwe reddingsbootsklasse ter vervanging van de Johannes Frederik en Valentijnklasse moeten komen, dit om goed uitgerust de komende decennia dat te doen voor wat men werd opgericht: het redden van mensen op het water.


https://www.knrm.nl/steun-ons/donaties/donateurschap/







maandag 9 november 2015

Het koggeschip het werkschip van de Hanze.

Koggeschip




Het koggeschip de kustvaarder van de late middeleeuwen maakte de handelsbetrekkingen tussen de Hanse steden mogelijk. De Hanze was een machtig en invloedrijk verbond van handelssteden in Noordelijk Europa: Duitsland, de Baltische staten Scandinavië en Polen.
Het koggeschip werd rond 1200 ontwikkeld uit een type Vikingschip de knarr dat als zeegaand vrachtschip door de Vikingen werd gebruikt.
Het was gebouwd op rechte kiel en stevens en had of een geheel of gedeeltelijk dek.
De kogge had een mast met een dwarsgetuigd zeil, de mast stond meestal midscheeps en later iets meer naar voren geplaatst. Het roer van de kogge was te vinden aan de achtersteven van het schip en werd stevenroer genoemd. De lengte van de kogge was tussen de 15 en 30 meter er kon tussen de 200 en 250 ton vracht worden vervoerd zoals: zout,graan, hout, haring, bier, wijn, laken en pelzen.
De kogge werd veel gebruikt voor de handel tussen de Hanze steden en was dus veel op de Noord en Oostzee te vinden.

In Nederland zijn verschillende koggen opgegraven en geconserveerd vnl. bij het droogvallen van de Flevopolders.
In Kampen (een voormalige Hanzestad) is de enige in ons land nagebouwde koggeschip te vinden en is een reconstructie van een koggeschip die in de Flevopolder is gevonden ter hoogte van Nijkerk.
Het schip heeft een ligplaats aan de Koggewerf in Kampen.
Het koggeschip van Kampen lag tijdens Sail Amsterdam 2015 afgemeerd in de Amsterdamse haven.


zaterdag 7 november 2015

Rien Poortvliet

Rien Poortvliet in 1978
Rien Poortvliet 1932-1995

Rien Poortvliet werd op 7 augustus 1932 in Schiedam geboren, na de MULO moest Rien zijn dienstplicht vervullen bij de Koninklijke Marine waarna hij bij het reclamebureau van Unilever ging werken, hij ontwierp daar o.a. diverse verpakkingen.
Hij ging ging daarnaast steeds meer voor zich zelf werken en illustreerde boeken van o.a. Wil Huygen, Jaap teer Haar, Leonard Roggeveen en Godfried Bomans.
Eind jaren 60 werd hij zelfstandig illustrator en had zich inmiddels blijvend in Soest gevestigd.
In zijn vrije tijd was hij een vervend  jager en begon zo ook onderwerpen uit de natuur te tekenen.
Eens per jaar, na afloop van de zwijnenjacht op het Loo waar Rien aan mee deed, werd op Soestdijk een jachtdiner gegeven waar ook het echtpaar Poortvliet te gast was.
Rond 1972 begon hij met het samenstellen van zijn eigen boeken, de eerste luidde "Jachttekeningen", er zouden er nog zo'n 20 volgen met diverse onderwerpen zoals: Braaf, het brieschend paard, langs het tuinpad van mijn vaderen, hij was een van ons en van de hak op de tak om er enkele te noemen.
Hij zag zichzelf als tekenend verteller.
Poortvliet had een speciale band met het Koninklijk Huis en stuurde ieder jaar rond kerst een zelf ontworpen kerstkaart naar Paleis Soestdijk waar de collectie overigens afgelopen winter was te bewonderen.
In 1976 kreeg hij uit handen van prins Bernhard de Zilveren Anjer uitgereikt.
Voor het boek "het brieschend paard" liep hij als lakei mee naast de gouden koets op Prinsjesdag.
Met de kabouter serie werd Rien Poort internationaal bekend, "Het leven en werken van de kabouter" beleefde 61 drukken.
Vaak kwam hij een nieuw boek presenteren in de TV progamma's van Willem Duys, hij schuwde de TV niet, en was ook lange tijd panellid van "zo vader zo zoon".
Rien Poortvliet was autodidact en een principieel man en stak zijn geloof niet onder stoelen of banken hij had een afkeer van moderne kunst.
In 1992 werd het Rien Poorvliet museum in het oude gemeentehuis van Middelharnis geopend. 
Rien Poorvliet overleed op 15 september 1995 in zijn woonplaats Soest, hij  liet 1.500 aquarellen en rond de 800 olieverf schilderijen na.
De gemeente Soest heeft tot op heden verzuimd een straat, weg of pad naar deze bekende illustrator, schrijver te vernoemen hij heeft beter verdient.
Vanwege de financiële situatie van het museum in Middelharnis moest het op 18 december 2006 de deuren sluiten.
In 2009 werd in Tiengemeten in Zuid-Beijerland een nieuw Rien Poortvliet museum geopend.

vrijdag 6 november 2015

Vuurtorens in Nederland Ouddorp (11).

Vuurtoren Ouddorp


In het begin van de 18e eeuw stond op Goeree aan de rand van de polder "het Oude Nieuwland" ten noorden van de plek die nu Ouddorp heet een houten baken.
Toen deze in 1742 door storm werd verwoest besloot men tot de bouw van een stenen baken, dit baken werd in 1842 als vuurtoren ingericht.
In 1862 werd het vervangen door een achthoekige gietijzeren vuurtoren de "IJzeren baak" welke in het jaar 1911 werd gesloopt.
De nieuwe vuurtoren verscheen op het Westerhoofd was de eerste betonnen vuurtoren in Nederland en stond westelijker dan de "IJzeren baak" en werd in 1912 operationeel.
In de nacht van 4 op 5 mei 1945 troffen de Duitsers voorbereidingen voor het opblazen van de toren wat ook gebeurde.
Door de Rijksbouwmeester Gijsbert Friedhoff werd een nieuwe vuurtoren ontworpen die bestond uit een betonskelet dat werd bekleed met baksteen, daarin werden ook de oude ijzeren staven aangebracht afkomstig uit de opgeblazen vuurtoren.
De nieuwe vuurtoren werd in 1947 naast de plek van de opgeblazen vuurtoren gebouwd, op 6 oktober 1950 werd het het licht voor het eerst ontstoken.
De vuurtoren bij Ouddorp is een van de laatste bemande vuurtorens in Nederland (de andere is die op Terschelling).
De bemanning heeft taken op het gebied van verkeersbegeleiding en coördinatie van reddingsactiviteiten.
De vuurtoren staat op de grens van het polderland en de duinen bij de Groenedijk, de toren is 56 meter hoog en is sinds 2007 Rijksmonument.
De toren produceert het sterkste vuurtorenlicht in Nederland en heeft een bereik van 56 kilometer.


donderdag 5 november 2015

Punter

de Kuunder punter

De eerste punters zijn te zien op 16e eeuwse schilderijen, het zijn schepen van vijf tot acht meter lang met een heel geringe diepgang.
Het schip is open, het kan ook een dek of kajuit hebben maar dat hoeft niet, kenmerkend zijn de recht vallende voor en achter steven, de punter heeft een aangehangen roer, de bovenkant van het roer is vaak versierd.
De punter heeft een zwaard dat van de ene zijde naar de andere wordt verplaatst bij het overstag gaan.
Niet iedere punter heeft een mast is dit wel het geval dan bevindt deze zich op driekwart van het schip. In delen van Overijssel wordt met de punter geboomd wat ook wel punteren wordt genoemd,
men zet zich dan af met een paal tegen de bodem.
Ook kan er over langere afstanden langs de kant worden gelopen er wordt dan gejaagd (duwen met de vaarboom tegen de wal).
De punter kwam het meest voor in de veengebieden van Overijssel, Friesland, Zuid-Holland, Utrecht
en de bollen en Zaanstreek.
Ook waren er zeepunters die zeewaardig waren en aan de oostzijde van de Zuiderzee voor de visserij waren ingericht o,a, de Kuunder punter.
Er waren varianten voor vracht, visserij, er bestonden zelfs postpunters die tussen de wadden en het vaste land vaarden.
De Stichting het Punterwezen zet zich in voor het behoud van de punter, de vereniging de Zeilpunter heeft een aantal punters in onderhoud die kunnen worden gehuurd.






dinsdag 3 november 2015

Hoe president Nixon de ruimtevaart negatief beïnvloedde.



president Richard M. Nixon


















Toen Richard Nixon in januari 1969 aantrad als president, was het NASA ruimtevaart programma op zijn hoogtepunt, een hoogtepunt dat het nooit meer zou evenaren.
Net voor het aantreden van Nixon had de politiek al besloten tot reductie van de kosten in het lopende ruimtevaart programma.
Onder Nixon werd in 1969 besloten dat de Apollo vluchten na 1972 zouden worden beëindigd en dat de geplande vluchten voor de Apollo 18, 19, en 20 geen doorgang meer zouden hebben.
De laatste Apollo 17 vlucht ging op 7 december 1972 naar de krater "Littrow" in het Taurusgebergte.
Wetenschap in de ruimte zo luidde het moest belangrijker worden dan prestigieuze ruimtevluchten.

De bijna gelijktijdig met Nixon aangetreden bestuurder van de NASA, Dr. Thomas O. Paine kwam met plannen voor het tijdperk na het Apollo programma en ging hier in de zomer van 1969 mee naar het Witte Huis, Het was een ambitieus plan er moest een permanente maanbasis komen en tevens een ruimtestation  dat rond de Aarde zou gaan cirkelen en dat voor het einde van de jaren 70.
Daarna zou er een bemande vlucht naar Mars op stapel staan waar de NASA op z'n vroegst 1981
zou gaan landen.
President Nixon verwierp de voorstellen van de NASA uit financiële overwegingen het zou allemaal te duur worden, Dr. Paine verliet al na anderhalf jaar teleurgesteld de NASA.
Een aantal jaren werd het Space Shuttle programma wel door Nixon goedgekeurd en dan alleen omdat het in de toekomst vele arbeidsplaatsen zou gaan opleveren!
Hadden de Verenigde Staten een wat ambitieuzer president gehad dan Nixon dan was de mens wellicht voor de eeuwwisseling al op Mars geweest.



maandag 2 november 2015

Walvisvaart in Nederland.

't Walvisvaarders huisje den Hoorn

Op Texel werd enkele jaren geleden een klein museum geopend:'t Walvisvaarders huisje in den Hoorn, Klaas Daalder kocht deze woning in 1729 aan en woonde er met zijn vrouw en kinderen, het interieur is tot en met vandaag de dag vrijwel onveranderd gebleven.
Klaas Daalder was Commandeur op de walvisvaart en had al sinds zijn 10e jaar als matroos gevaren, in het begin bij de V.O.C. 
In die tijd leefden heel wat families op de Waddeneilanden en ook in Zeeland van de walvisvaart,
het jagen op walvissen zou je in die tijd booming business kunnen noemen.
Het waren de Nederlanders op zoek naar een alternatieve noordelijke route die berichtten over de walvissen die ze er zagen.
Omdat de bevolking in die tijd explosief groeide was er een tekort aan plantaardige producten, men wist intussen dat walvissen een dikke speklaag hadden dit spek was de oplossing voor het tekort.
In Nederland werd de Noordsche Compagnie opgericht die tussen 1614 en 1642 het alleen recht kreeg op het jagen van walvissen.
Bij Spitsbergen bij het eiland Amsterdam en Jan Mayen werd een nederzetting Smeerenburg gevestigd waar Groenlandse walvissen tot traan werden verwerkt.
Na 1642 gingen anderen meedoen en werd de Groenlandse walvis bijna uitgemoord, men ging uitwijken naar andere gebieden zoals tussen Canada en Groenland wat commercieel geen succes bleek na 1873 hield men in Nederland de walvisvaart voor gezien.
De schaarste in oliën en vetten kort na de Tweede Wereldoorlog zorgde er voor dat de Nederlandse
Maatschappij voor de Walvisvaart werd opgericht.
Er werd een walvisfabriek schip (Willem Barentsz)en enkele vangschepen aangekocht en men trok naar de wateren rond Antarctica waar  tijdens de walvisjacht de verwerking van de walvissen op het fabrieksschip plaats vond.
Op deze manier werden tussen 1946 en 1964, 18 expedities in de wateren rond Antarctica uitgevoerd.
De landen die meededen aan de walvisvaart hadden in 1946 de Internationale Walvisvaart Commissie opgericht en werd afgesproken hoeveel walvissen er per land gevangen mochten worden.
Op het moment dat Nederland de nieuwe Willem Bartensz II in gebruik nam besloot het I.W.C.
dat Nederland de vangst moest beperken, Nederland verliet boos het I.W.C.
In 1964 werd de nieuwe Willem Barentsz II aan Japan verkocht, het definitieve einde van de Nederlandse walvisvaart.
En zo kon het gebeuren dat dertig jaar later actievoerende schepen van Greenpeace zoals de Sirius
vanuit Nederland opereerden om bij Antarctica actie te gaan voeren tegen de Walvisvaart. 


Willem Barentsz