dinsdag 17 november 2015

Afsluitdijk op weg naar de toekomst.

Ir. Lely afsluitdijk 2015


De historie van de Afsluitdijk begint al in 1886, toen onderzocht werd of drooglegging van de Zuiderzee haalbaar was, hiertoe werd de Zuiderzeevereniging opgericht.
Ir. Cornelus Lely werd later voorzitter en ontwierp in 1891 de eerste plannen tot drooglegging.
Ir. Lely werd minister van Waterstaat en de inpoldering werd in het regeringsprogramma opgenomen. De watersnood van 1916 waarbij grote gebieden rond de Zuiderzee werden overstroomd, met doden
en veel dood vee tot gevolg, zorgde ervoor dat het Parlement akkoord ging met de regeringsvoorstellen.
Voor dat men met de uitvoering begon werd alles op schaal nagebouwd.
Op 28 mei 1932 werd het werk voltooid en werd de noordzijde van de Afsluitdijk Waddenzee en de zuidzijde IJsselmeer.
De 32 kilometer lange dijk verbind den Oever in Noord Holland met Kornwerd in Friesland.
De aanleg had grote consequenties: de visserij op de voormalige Zuiderzee moest worden beëindigd,
nieuwe polders en veiligheid werden als positief ervaren.
De Noord-Oost polder en de Flevopolder ontstonden, het Markermeer ontkwam later aan inpoldering.
Nu in 2015 krijgt de Afsluitdijk een grote opknapbeurt, naast energie projecten komt er een gat in de Afsluitdijk hier zal een 6 kilometer lange rivier de trek van vissen van het zoete IJsselmeer naar de zoute Waddenzee  en vice versa verbeteren, tot nu gebeurde dat in kleine aantallen via de sluizen van de Afsluitdijk, met de nieuwe rivier zullen dat miljoenen vissen worden zoals zalm en zeeforel, jonge paling en spiering, de aanleg gaat naar verwachting 55 miljoen euro kosten.
De Afsluitdijk moet in de toekomst een energiedijk worden en duurzame energie gaan opwekken, op de dijk moeten er zonnecellen komen. Tevens gaat er "blue energy" worden opgewekt: via speciale membranen komt het zoute water in aanraking met het zoete water waarbij energie vrijkomt.
Bij Kornwerderzand komt een turbinecentrale die uit getijde werking energie opwekt, ook wordt de dijk aantrekkelijker gemaakt voor de toeristen met de aanleg van wandel en fietsroutes.
Rijkswaterstaat gaat de de Afsluitdijk verder versterken en vergroot de water afvoer, de gehele operatie zal om en nabij de 1 miljard euro gaan kosten en zal de dijk een ander aanzien gaan geven.





maandag 16 november 2015

Het fluitschip.

fluitschip


De scheepsbouw is van groot belang geweest in de Gouden Eeuw, voor iedere taak werd een schip ontworpen soms zelfs voor de streek waar het schip op voer.
Zonder scheepsbouw geen handel zonder handel geen Gouden Eeuw.
De eerste vermelding van een fluitschip dateert uit 1595.
Het fluitschip is een betrekkelijk smal schip met vlakke bodem en heeft een rond achterschip en brede buik dit in tegenstelling tot spiegelschepen. Het fluitschip was in eerste instantie bedoeld voor de vaart op de Oostzee.
De afmetingen werden beïnvloed door de tol die bij het kasteel Kronborg aan de Sont moest worden betaald, een smal dek was voordeliger, nl. de tol werd geheven naar de omvang van het dek.
Het fluitschip had drie masten: de grote mast, fokkemast en bazaanmast, en had een enorme vracht capaciteit en veel drijfvermogen.
De hoge naar binnen lopende zijkanten maakten het voor kapers moeilijk het schip te enteren.
Het smalle dek met korte loopafstanden, het eenvoudig zeilplan en effectieve tuigage maakte dat het fluitschip met een kleine bemanning (ongeveer 12 man) was toegerust.
Voor iedere streek een ander soort Fluitschip: Oostervaerders die voeren op landen rond de Oostzee, Groenlantsvaeders bestemd voor de walvisvaart, de suikerfluit, de Frans Spaens en Straetsvaeders voorzien van een galjoen.
Het fluitschip had vaak slechts enkele stukken geschut op het overloop dek staan.
Vanwege de lading was het schip een gemakkelijk doelwit.
De bemanning kon om zich te beschermen tegen rovers, zich terugtrekken in de hutten op het achterdek en in de matrozen verblijven. Alle luiken en deuren waren met ijzeren banden versterkt en konden van binnen worden afgesloten.
Schietgaten maakten het de bemanning mogelijk zich met musketten tegen vijanden te beschermen.
De fluitschepen van de V.O.C. waren uitgerust met een galjoen en een steviger huid zo ver nu bekend beschikte de V.O.C. in haar bestaan over minstens 378 fluitschepen die op het verre oosten werden ingezet.
De pink werd later ontwikkeld uit het fluitschip.
Sinds 1985 bestaat de Stichting 't Hoornse Fluitschip de doelstelling van de stichting is een replica te bouwen van een Fluitschip en dit op de wal tentoon te stellen.

vrijdag 13 november 2015

Vuurtorens in Nederland (12) Haamstede.

Vuurtoren Haamstede.


De vuurtoren bij Haamstede op West-Schouwen is al ruim anderhalve eeuw een belangrijk baken.
Toen Schouwen nog een eiland was, werd het door een grote ringdijk beschermd, in 1374 werd het eiland met een dam verbonden met het nabij gelegen eiland Dreischor in 1610 volgde een verbinding met het eiland Duiveland.
In 1352 dienden schippers een verzoek in een baken te mogen oprichten in de duinen, er werden toen twee houten kapen opgericht.
Op een kaart van Blaeu uit 1662 is er sprake van twee stenen vuurboeten een Noord en een Zuid kaap.
Door afslag van de kust werd een vuurboet vervangen door een hoge houten vuurtoren en werd elders een lage stenen vuurboet bijgebouwd, de vuurboeten zijn daarna nog menigmaal verbouwd, ingestort en elders weer opgebouwd.
Toen in kort bestek (1831-1832) vier schepen vergingen op de zandbanken voor de kust van Schouwen bleek dat de vuren bij storm niet goed zichtbaar waren.
Er werd gekozen voor een hoge toren achter de duinen. Pas in 1837 werd de bouw van de toren uitbesteed en kon men beginnen, op 25 maart 1840 werd het licht ontstoken, rondom de toren verschenen drie woningen voor de lichtwachters en opzichter.
De toren had als basis 2,5 meter dikke muren die naar boven toe steeds dunner werden, de deels ijzeren trap deels stenen trap telt 226 treden.
Het licht dat brandde op patent olie werd in 1882 vervangen door een petroleum gaslicht, in 1910 ging men over op pharoline.
In 1934 werd het licht geëlektrificeerd en heeft een reikwijdte van 55 kilometer.
Doordat het nabij gelegen vliegveld in 1931 gereed kwam en de toren in de luchtroute Rotterdam Knokke lag werd besloten de vuurtoren goed zichtbaar te maken.
Rond 1935 werd een rood witte spiraal aangebracht rond de toren, deze spiraal is uniek in de wereld.
In 1953 was de toren geheel gemoderniseerd en hersteld van de oorlogsschade, in 1979 werd de vuurtoren van radar voorzien.
Tot 1993 was de toren bemand daarna werd de toren vanuit Ouddorp bestuurd.
De vuurtoren die 58 meter hoog is door de beschildering een opmerkelijke verschijning in de bosrijke omgeving aan de rand van de duinen.
De vuurtoren is bekend van het vroegere bankbiljet van 250 gulden.


donderdag 12 november 2015

Toekomst legerhelikopters 2030-2035.

Sikorsky  S-97 Raider (kan onbemand vliegen)


Hoe gaat de toekomstige legerhelikopter er over vijftien - twintig jaar uit zien?
Daarvoor moeten wij eerst onderscheid maken tussen de mini helikopter, aanvalshelikopter en de transporthelikopter.
De mini helikopter zal geavanceerder en meer prestaties kunnen leveren dan de drone van nu.
De mini helikopter zal worden gebruikt voor verkenning op allerlei gebied tijdens missies waarbij het de operationele zintuigen van een op land opererende eenheid zal worden.
Allerlei info kan worden doorgegeven: route, gesteldheid van het terrein en mogelijke dreigingen,
de info zal dus niet meer achteraf binnen komen maar a la minute.
De helikopter van normale grootte  zal steeds sneller gaan vliegen dan nu het geval is en zou ook wel eens onbemand kunnen gaan rondvliegen.
De huidige Apache heeft een topsnelheid van 366 km per uur, de toekomstige Bell V-280 Valor 560 km per uur en de Sikorsky S-97 Raider 444 km per uur.
De zelfdenkende autonome helikopter zal zelfs in staat zijn zelf de beste oplossing te zoeken tijdens een missie,zonder afhankelijk te zijn van iemand ver weg achter een beeldscherm.
Vliegers zullen op deze manier geen gevaar meer lopen uit de lucht te worden geschoten, de vlieger zal hoogstens  als eindverantwoordelijke op afstand en veilig de missie van de helikopter kunnen volgen en zo nodig nog kunnen ingrijpen op "bijsturen".
Transporthelikopters zullen in de toekomst zowel met als zonder bemanning vliegen.
Onbemand zullen deze helikopters, zover de brandstof en het onderhoudsschema dat toelaten, onbeperkt voedsel, munitie en reserve onderdelen naar het missiegebied kunnen vliegen, zonder rekening te hoeven houden met de vlieguren van de bemanning.
Alleen als er onder moeilijke omstandigheden zal worden gevlogen zoals bij troepentransport of medische evacuaties zal de piloot de helikopter nog besturen.
Toekomstige ontwikkelingen die toch niet meer zo ver weg zijn.




woensdag 11 november 2015

KNRM meer dan 100.000 reddingen vandaag 191 jaar.

NH1816

roeireddingboot














Op 11 november 1824 werd de NZHRM in Amsterdam opgericht, 9 dagen later op 20 november van het zelfde jaar gevolgd door de oprichting van de ZHRM in Rotterdam, beide reddingsmaatschappijen zouden lange tijd naast elkaar voorbestaan.
Aanleiding voor de oprichting was de zware storm van 14 oktober 1824 waarbij 17 schepen op de Nederlandse kust strandden, bij Huisduinen verdronken toen zes mensen die probeerden de bemanning van het gestrande schip de Vreede te redden.
Beide reddingsmaatschappijen krijgen de beschikking over roeireddingboten, op 26 december 1824 amper een maand na de oprichting worden met zo'n boot afkomstig van Egmond aan Zee vijf schipbreukelingen gered.
In 1840 wordt het eerste lijnwerp en wippertoestel in gebruik genomen, in 1866 wordt de eerste zelfrichtende roeireddingboot te Nieuwendiep gestationeerd, de ijzeren reddingskotter doet in 1873
zijn intrede en in 1904 wordt Radio Scheveningen officieel in gebruik genomen.
De eerste zelfrichtende motorreddingboot de Insulinde wordt in 1927 op Oostmahorn gestationeerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog steken drie reddingboten met vluchtelingen over naar Engeland de in Nederland achtergebleven reddingboten varen onder de vlag van het Rode Kruis.
Beide reddingsmaatschappijen krijgen in 1949 het predicaat Koninklijk.
De eerste zelfrichtende motorreddingboot met volledig gesloten stuurhuis de Carlot wordt in 1960 in dienst genomen.
In 1972 doet de zgn. rigid inflatable en wel het type Atlantic 21 zijn intrede, een rubberboot met vaste bodem. Er volgen meer grotere types van het soort rigid inflatable de Koningin Beatrix in 1984 en de Johannes Frederik klasse in 1986.
In 1991 fuseren beide reddingsmaatschappijen tot de huidige KNRM. De KNRM betrekt in 1995 een nieuw kantoor, werkplaats en magazijn in IJmuiden. In 1999 wordt de eerste boot van de  Arie Visser klasse in gebruik genomen.In 2014 wordt de reddingsboot van de toekomst gedoopt de NH1816.
In de zomer van 2015 hebben redders vanaf de oprichting 100.000 mensen uit noodsituaties op zee gered.

Vandaag omvat de KNRM: 45 reddingsstations en heeft de beschikking over 75 reddingsboten van verschillende grote, men ontvangt geen overheidssubsidie men verkrijgt inkomsten uit giften, legaten, nalatenschappen en donaties.
De toekomstvisie van de KNRM tot 2024: de komende jaren voorziet de KNRM een bouwprogramma van drie grote reddingboten per jaar, er zal een nieuwe reddingsbootsklasse ter vervanging van de Johannes Frederik en Valentijnklasse moeten komen, dit om goed uitgerust de komende decennia dat te doen voor wat men werd opgericht: het redden van mensen op het water.


https://www.knrm.nl/steun-ons/donaties/donateurschap/







maandag 9 november 2015

Het koggeschip het werkschip van de Hanze.

Koggeschip




Het koggeschip de kustvaarder van de late middeleeuwen maakte de handelsbetrekkingen tussen de Hanse steden mogelijk. De Hanze was een machtig en invloedrijk verbond van handelssteden in Noordelijk Europa: Duitsland, de Baltische staten Scandinavië en Polen.
Het koggeschip werd rond 1200 ontwikkeld uit een type Vikingschip de knarr dat als zeegaand vrachtschip door de Vikingen werd gebruikt.
Het was gebouwd op rechte kiel en stevens en had of een geheel of gedeeltelijk dek.
De kogge had een mast met een dwarsgetuigd zeil, de mast stond meestal midscheeps en later iets meer naar voren geplaatst. Het roer van de kogge was te vinden aan de achtersteven van het schip en werd stevenroer genoemd. De lengte van de kogge was tussen de 15 en 30 meter er kon tussen de 200 en 250 ton vracht worden vervoerd zoals: zout,graan, hout, haring, bier, wijn, laken en pelzen.
De kogge werd veel gebruikt voor de handel tussen de Hanze steden en was dus veel op de Noord en Oostzee te vinden.

In Nederland zijn verschillende koggen opgegraven en geconserveerd vnl. bij het droogvallen van de Flevopolders.
In Kampen (een voormalige Hanzestad) is de enige in ons land nagebouwde koggeschip te vinden en is een reconstructie van een koggeschip die in de Flevopolder is gevonden ter hoogte van Nijkerk.
Het schip heeft een ligplaats aan de Koggewerf in Kampen.
Het koggeschip van Kampen lag tijdens Sail Amsterdam 2015 afgemeerd in de Amsterdamse haven.


zaterdag 7 november 2015

Rien Poortvliet

Rien Poortvliet in 1978
Rien Poortvliet 1932-1995

Rien Poortvliet werd op 7 augustus 1932 in Schiedam geboren, na de MULO moest Rien zijn dienstplicht vervullen bij de Koninklijke Marine waarna hij bij het reclamebureau van Unilever ging werken, hij ontwierp daar o.a. diverse verpakkingen.
Hij ging ging daarnaast steeds meer voor zich zelf werken en illustreerde boeken van o.a. Wil Huygen, Jaap teer Haar, Leonard Roggeveen en Godfried Bomans.
Eind jaren 60 werd hij zelfstandig illustrator en had zich inmiddels blijvend in Soest gevestigd.
In zijn vrije tijd was hij een vervend  jager en begon zo ook onderwerpen uit de natuur te tekenen.
Eens per jaar, na afloop van de zwijnenjacht op het Loo waar Rien aan mee deed, werd op Soestdijk een jachtdiner gegeven waar ook het echtpaar Poortvliet te gast was.
Rond 1972 begon hij met het samenstellen van zijn eigen boeken, de eerste luidde "Jachttekeningen", er zouden er nog zo'n 20 volgen met diverse onderwerpen zoals: Braaf, het brieschend paard, langs het tuinpad van mijn vaderen, hij was een van ons en van de hak op de tak om er enkele te noemen.
Hij zag zichzelf als tekenend verteller.
Poortvliet had een speciale band met het Koninklijk Huis en stuurde ieder jaar rond kerst een zelf ontworpen kerstkaart naar Paleis Soestdijk waar de collectie overigens afgelopen winter was te bewonderen.
In 1976 kreeg hij uit handen van prins Bernhard de Zilveren Anjer uitgereikt.
Voor het boek "het brieschend paard" liep hij als lakei mee naast de gouden koets op Prinsjesdag.
Met de kabouter serie werd Rien Poort internationaal bekend, "Het leven en werken van de kabouter" beleefde 61 drukken.
Vaak kwam hij een nieuw boek presenteren in de TV progamma's van Willem Duys, hij schuwde de TV niet, en was ook lange tijd panellid van "zo vader zo zoon".
Rien Poortvliet was autodidact en een principieel man en stak zijn geloof niet onder stoelen of banken hij had een afkeer van moderne kunst.
In 1992 werd het Rien Poorvliet museum in het oude gemeentehuis van Middelharnis geopend. 
Rien Poorvliet overleed op 15 september 1995 in zijn woonplaats Soest, hij  liet 1.500 aquarellen en rond de 800 olieverf schilderijen na.
De gemeente Soest heeft tot op heden verzuimd een straat, weg of pad naar deze bekende illustrator, schrijver te vernoemen hij heeft beter verdient.
Vanwege de financiële situatie van het museum in Middelharnis moest het op 18 december 2006 de deuren sluiten.
In 2009 werd in Tiengemeten in Zuid-Beijerland een nieuw Rien Poortvliet museum geopend.