donderdag 21 februari 2019

Mees Toxopeus, schipper en redder.

Afbeeldingsresultaat voor mees toxopeus
Mees Toxopeus

Stond Dorus Rijkers bekend als redder op de Noordzee, Mees Toxopeus was bekend als redder op de Waddenzee. Mees werd geboren op 22 oktober 1886 geboren in Nieuwe Pekela als tweede zoon van Jannes Toxopeus en Everdina Kielema. Hij was genoemd naar zijn opa die turfschipper was in de Drentse veenkoloniën en bij wie hij gedurende zijn jeugd menige tocht op het schip meemaakte.
Zelfs overgrootvader leefde toen nog, ook hij was schipper geweest het was dus niet vreemd dat de jonge Mees in de voetsporen van zijn voorvaderen wou stappen.
Op 13 jarige leeftijd was hij al schippersmaatje op een beurtschip dat tussen Borkum en Emden voer,
later voer hij op een zeetjalk die kustvaart in de Oostzee bedreef. Hij werd met amper 30 jaar de jongste schipper binnen de gelederen van de KNZRM de voorloper van de huidige KNRM, zijn eerste standplaats werd Schiermonnikoog, in januari 1918 verrichtte hij al zijn eerste redding op het Borkumrif. De eerste reddingboten waar hij op voer waren de "den Tex"en de "Hilda".
De reddingboot "Insulinde" was de eerste grote zelfrichtende motorreddingboot van staal ter wereld.
Kapseist het schip dan draait het zichzelf door middel van een kieptank weer rechtop.
Het geld voor de ontwikkeling was bijeen gebracht door de inwoners van Nederlands Indië en werd tussen 1926 en 1927 gebouwd, een aantal aanwijzingen van Mees Toxopeus waren in de bouw meegenomen. Mees werd in 1927 de eerste schipper van de "Insulinde" en zou dat tot 1950 blijven waarna hij werd opgevolgd door zijn broer Klaas Toxopeus, in 1965 ging de "Insulinde" uit dienst.
Mees haalde in 1935, 12 opvarenden van het stoomschip "Bramow" en kreeg hiervoor een onderscheiding. Ook redde hij opvarenden van de: "Nobis" 1932, "Alexa'', 1933, de ''Kai'' 1941, de ''Satakunta'' 1949. In totaal redde Mees Toxopeus 285 mensen op zee, hij ontving hiervoor tal van onderscheidingen uit o.a., Zweden, Finland, Duitsland en Denemarken  en werd Ridder in de orde van Oranje Nassau. In 1950 werd hij benoemd tot ereburger van Nieuwe Pekela. Zijn laatste jaren bracht hij door op Schiermonnikoog waar hij op 87 jarige leeftijd overleed, hij werd in Delfzijl begraven.

De zoon van Mees Toxopeus, Jannes (1908-1995 werd ook schipper bij de reddingsmaatschappij.
Sinds 2005 is de "Insulinde" eigendom van het Nationaal Reddingsmuseum Dorus Rijkers en ligt in de museumhaven Willemsoord in den Helder. Het heeft de status van varend monument.


Afbeeldingsresultaat voor insulinde reddingboot
Reddingboot Insulinde


vrijdag 8 februari 2019

Gevlogen boven Nederland: Brequet BR 1150 Atlantic (SP-13A).

Brequet BR 1150 Atlantic (SP-13A).

In 1958 vervaardigde de NAVO specificaties uit voor een lange afstandspatrouille- en onderzeeboot bestrijdingsvliegtuig, dat in de toekomst de Lockheed Neptune zou kunnen vervangen.
Het ontwerp van Brequet, de BR 1150 werd gekozen als winnaar van de competitie.
Het prototype maakte zijn eerste vlucht bij Toulouse op 21 oktober 1961, het tweede exemplaar op 25 februari 1962, gevolgd door twee voorproductie vliegtuigen met een langere romp.
De BR 1150 kreeg de naam "Atlantic" en is tweemotorig, het bovenste gedeelte van de romp beschikt over een drukcabine voor de bemanning, het onderste gedeelte huisvest de bewapening en de intrekbare radardome.
De Nederlandse regering had het plan de Neptune op lange termijn te vervangen door de Lockheed Orion en niet de Brequet Atlantic.
Maar de brand op 29 april 1968 en het vervolgens buiten dienst stellen van Hr.Ms. Karel Doorman gooide roet in het eten: er viel een gat in de onderzeebootbestrijding binnen de Nederlandse vloot.
Besloten werd om alsnog de Brequet Atlantic aan te schaffen en dat terwijl de productielijn al gesloten was. De Nederlandse regering bestelde 9 Atlantic's en Italië volgde met 18 stuks,zodat alsnog tot productie kon worden overgegaan.
De Brequet Atlantic kwam tussen 1969 en 1972 in dienst bij VSQ 321 op het vliegkamp Valkenburg.
De toestellen kregen de registraties 250 t/m 258. De Atlantic gaf veel problemen bij het onderhoud, dat omdat alles van Franse makelij was inclusief de handleidingen en het personeel gewend was aan de Engelse taal en Amerikaans materiaal. In 1981 resulteerde e.e.a. zelfs in een tijdelijk vliegverbod. In totaal verloor de M.L.D. drie Atlantic's. De Atlantic werd op 28 december 1984 uit dienst gesteld, de resterende Atlantic's werden aan Frankrijk verkocht. De Atlantic werd vervangen door de Lockheed Orion. Een door Duitsland geschonken Atlantic maakt deel uit van de collectie van de M.L.M. in Soesterberg.




vrijdag 18 januari 2019

Willem de Vlamingh, walvisvaarder en ontdekkingsreiziger.



Statue Willem de Vlamingh
Willem de Vlamingh op Vlieland.



Als je de veerhaven van Vlieland binnenkomt zie je links aan de waterkant een beeld op een sokkel voorstellende een man met een hoed, Willem de Vlamingh, die uitkijkt op zee.
Het beeldje houd de herinnering levendig aan een zeeman die in 1640 op Vlieland werd geboren.
Hij begon zijn loopbaan als walvisvaarder, hij zeilde voor Amsterdamse opdrachtgevers naar de walvisgronden bij Groenland, hij werd commandeur op de Vliegende Arendt en kreeg later het bevel over drie schepen. Hij veroverde de Eendracht een Nederlandse walvisvaarder die in handen van Franse kapers was gevallen. Zelf werd hij later met zijn schip 'd Hoop buitgemaakt en na betaling van losgeld werd hij vrijgelaten. In de ruim dertig jaren als walvisvaarder had de Vlamingh veel ervaring en kennis opgedaan, genoeg om in dienst van de V.O.C. te treden. In 1688 ging de Vlamingh in dienst van de V.O.C.en maakte twee verre reizen na de Oost. Op 3 mei 1696 vertrok hij in opdracht van de V.O.C. als commandeur van drie schepen om de westkust van Australië in kaart te brengen.
Op 29 december 1696 arriveerde hij bij het Grote Zuidland het huidige West Australië, hij was de eerste Europeaan die het gebied daar verkende, hij ontdekte er o.a. de Zwaan rivier die nog door Perth stroomt en bracht het Rottnest eiland in kaart alsmede de kust tot de huidige Exmouth Gulf.
De Vlamingh adviseerde de V.O.C., west Australië niet verder te verkennen vanwege de ontoegankelijkheid van het gebied waar volgens hem ook weinig te verdienen viel. Hij liet in de omgeving van Perth een platgeslagen bord met inscriptie achter na zijn bezoek, een replica bevindt zich in het Rijksmuseum.  Op Rottnest Island werd in 1935 een plaquette onthuld, en op Dirk Hartog Island is een plaquette op de vuurtoren te vinden beiden herinneren aan het bezoek van Willem de Vlamingh. Aan de monding van de Swan river werd in 1997 door Willem Alexander een beeld van Willem de Vlamingh onthuld.
Wanneer en waar Willem de Vlamingh aan zijn einde is gekomen is tot op vandaag de dag onbekend.
Afbeeldingsresultaat voor willem de vlamingh
Willem de Vlamingh Perth, Australië.







vrijdag 4 januari 2019

Rottumeroog eiland in beweging.

Afbeeldingsresultaat voor rottumeroog vroeger
Rottumeroog.


Op de plek waar nu Rottumerplaat ligt, lag in 1600 Rottumeroog dat zich sindsdien verder in oostelijke richting verplaatst. Rottumeroog is een eiland dat constant veranderd, wordt er aan de noordelijke kustrand zand weggeslagen  aan de zuidelijke zijde ontstaan nieuwe duintjes en kweldergronden. Rottumerplaat is in de 50er jaren aangelegd als werkeiland , na het staken van het beheer nam het in aanvang toe. Zomers is het een broedplek voor lepelaars, wulpen en meeuwen.
Rottumeroog heeft in de middeleeuwen een aantal nederzettingen gekend en wordt in een kroniek in 1231 voor het eerst genoemd. Het was voor twee derde eigendom van het klooster op Rottum en voor een derde van Olde klooster. In 1438 was er sprake van een plundering van pakhuizen op het eiland door de bemanning van een bewapenend schip afkomstig uit Hamburg. In de 16e eeuw zijn er twee nederzettingen. In 1594 kwam het eiland in handen van de Staten van Stad en Lande, na 1600 wisselde het eiland verschillende malen van eigenaar en neemt de bevolking steeds verder af.
In 1706 wordt het zelfs geruime bewoond door een Ierse avonturier in ballingschap. In 1738 kwam het eiland in handen van de Staten van Groningen en in 1876 ging het naar het Rijk. Er werd toen een strandwaarder aangesteld die de titel van "voogd" kreeg. In de Tweede Wereldoorlog kreeg het eiland zo'n 70 Duitse militairen als bewoners. In 1965 verliet Jan Toxopeus als laatste "voogd" het eiland dat sindsdien officieel onbewoond is.
Staatsbosbeheer beheerd samen met Rijkswaterstaat en het Ministerie van Landbouw het eiland, bezoekers zijn niet welkom. Op de kaap van Rottumeroog stond in de vroegere jaren een lichthuis, het is later van Rottum verhuisd naar Texel en is nu in het museum Flora aldaar te vinden.
Door acties van Hendrik Toxopeus de zoon van de laatste "voogd" werd er een beheersplan voor het eiland opgesteld. In 1998 werd het voormalige huis van de "voogd" afgebroken en kwamen er enkele keten voor in de plaats de Eenderkaap (rijksmonument) werd verplaatst en in 2014 werd het vogelwachtershuis afgebroken.
Staatsbosbeheer organiseert na het broedseizoen zo'n 23 expedities naar het Groningse eiland, men vaart vanuit Lauwersoog met het ms Noordster of Boschwad naar Rottumeroog duur circa drie uur, men verblijft 3-4 uur op het eiland waarna men terug gaat.
De toekomst van het eiland ligt in de handen van de natuur die er vrij spel heeft.

Afbeeldingsresultaat voor rottumeroog vroeger
Rottumeroog in vroegere tijden.

vrijdag 14 december 2018

Hollanders in Brazilië

beeld Johan Maurits Recife Brazilië 

Nova Hollanda ontstond door inspanningen van de W.I.C., een expeditie leger onder Hendrick Lonck en generaal Waardenburg veroverde in 1630 noordelijk Brazilië op de Portugezen, aanvankelijk zocht men naar havens om van daaruit de Spaanse zilvervloten te kunnen aan vallen.
In 1637 werd Johan Maurits vanuit de Republiek naar Brazilië gestuurd, hij stichtte Mauritsstad (nu onderdeel van Recife)zorgde voor godsdienstvrijheid, stimuleerde suikerproductie (en daarbij ook de slavenarbeid), ook liet hij onderzoek doen naar de flora en fauna, ziektes en geografie. Tot in 1654 kon de Hollandse kolonie worden gehandhaafd. Het aantal emigranten vanuit de Republiek liet ernstig te wensen over waardoor er in de kolonie een Hollandse minderheid ontstond.  De grote tegenstellingen met de katholieke bewoners van Spaanse en Portugese afkomst leidden op den duur tot opstanden die vanuit het zuiden van Brazilië werden ondersteund. In 1645 brak een opstand uit gevolgd door een jungle oorlog. In 1654 waren de Hollanders in de Republiek niet meer in staat hun landgenoten in de kolonie bij te staan (de eerste Engels-Nederlandse oorlog was uitgebroken) en werden de Nederlandse kolonisten door de Portugezen verdreven. De Republiek eiste teruggave waarna dit in 1654 tot een oorlog met Portugal leidde, in 1661 bij de vrede van den Haag beloofde Portugal 63 ton goud te zullen betalen voor de gebieden die verloren waren gegaan in Brazilië.  De som zou slechts ten dele worden betaald.
Na het koloniale verleden ontstonden er in de 19e en 20ste eeuw een ander soort interesse in Brazilië.
Rond 1856 werd met behulp van emigratie kantoor Steinmann & Co. uit Antwerpen geprobeerd Nederlanders naar Brazilië te laten emigreren en wel naar nieuwe landbouw kolonies met name Zeeuwse landarbeiders werden met een vrije overtocht en gratis grond tegen een aantrekkelijke prijs naar Brazilië gelokt. Nederzettingen zoals Espirito Santo en Hollanda zijn bekend, de kolonie Hollanda bestaat nog steeds en er word nog iets wat op Zeeuws en Vlaams lijkt gesproken.
Tussen 1908 en 1910 trokken ruim 2.000 emigranten naar Brazilië maar dit liep voor de helft zo slecht af dat zij moesten worden gerepatrieerd. De nederzetting Carambei in de deelstaat Paruna overleefde mede door haar homogeen karakter. Na de Tweede Wereldoorlog volgde een nieuwe golf Nederlanders, gesticht werden: Holambra in San Paulo en Castralanda nabij Carambei en Monte Alegre in Parana. Na 1975 volgden Nederlanders op individuele basis.
De groepsvestigingen van weleer worden nu getransformeerd tot toeristische trekpleisters.

ingang kolonie Holambra

zaterdag 24 november 2018

Demerara, Essequibo en Berbice.

Afbeeldingsresultaat voor fort zeelandia guyana
Restanten van het fort Zeelandia


Demerara, Essequibo en Berbice zeggen ons eigenlijk niet zo veel meer, maar de gebieden behoorden toch geruime tijd tot de Nederlandse koloniën in de West en lagen westelijk van Suriname.
Essequibo was de oorspronkelijke Zeeuwse kolonie "Pomeroon", in 1616 bouwde de WIC er een fort "Zeelandia". Oorlogen met Spanjaarden, Fransen en Engelsen teisterden het gebied dat voornamelijk uit suikerrietplantages bestond. Demerara was een onderdeel van Essequibo waar veel Britse planters naar toe waren getrokken. Berbice was in 1627 door een Zeeuw gesticht, er ontstonden tabak en koffie plantages, op de plantages waren veel slaven werkzaam. Het gebied had veel last van kapers, in 1763 kwamen de slaven in opstand, 90% van de inwoners was slaaf, bij herovering van het gebied kwamen 1.800 slaven om.
Tijdens de Franse bezetting van de Nederlanden gaf de prins van Oranje die was uitgeweken naar Engeland de bestuurders van de koloniën opdracht zich onder Engels bestuur te stellen, wat lang niet alle bestuurders van plan waren. Wat volgde waren veroveringen door de Engelsen. De Kaap, gebieden in India en Ceylon werden door de Engelsen veroverd en ingenomen later volgden bezittingen in de West zoals Suriname en de Antillen en ook Demerara, Essequibo en Berbice.
Tijdens de Vrede van Amiens tussen Frankrijk en Engeland werden de bezittingen teruggeven althans de meeste , toen er opnieuw oorlog tussen Frankrijk en Engeland uitbrak veroverden de Engelsen na 1803 al de gebieden opnieuw. Nadat Napoleon definitief verslagen was wilden de Engelsen een sterke bondgenoot ten noorden van Frankrijk  en kreeg Nederland een aantal koloniën terug behalve de Kaapkolonie, Ceylon, Barbice, Demerara en Essequibo. Engeland betaalde Nederland 2 miljoen als compensatie.
In 1831 werden de drie gebieden samengevoegd tot Brits Guyana het  buurland van Suriname, in 1966 werd het als Guyana een onafhankelijk staat.

De grote markt in de hoofdstad Georgetown heet Stabroek naar de voormalige hoofdstad van Essequibo. Fort Zeelandia vormt het best bewaard gebleven Nederlandse fort van Guyana. 

vrijdag 9 november 2018

Van jutters en strandvonders.

Van jutters en strandvonders.

Een jutter komt er in de Nederlandse taal niet zo goed vanaf: iemand die gestrand goed steelt, stranddief, strandrover, of iets vriendelijker: iemand die langs het strand voor zijn beroep of uit liefhebberij naar aangespoelde spullen zoekt.
Een strandvonder is een door de overheid aangesteld persoon die het zelfde doet als een jutter, maar de goederen die hij vindt houd hij in bewaring tot de rechtmatige eigenaar ze op eist, gebeurt dit niet binnen een bepaalde termijn dan mag hij tot verkoop van de goederen over gaan. En zo gebeurde het vaak ..... je had eerlijke jutters en oneerlijke strandvonders.
De strijd tussen de jutter en de strandvonder komt in het boek "Sil de strandjutter" goed tot zijn recht.
Aangespoelde goederen behoorden vanouds toe aan de landsheer of zijn vertegenwoordiger de strandvoogd, de vinder kon aanspraak maken op een deel van het vindersloon. De overheid verpachte vaak het recht op aangespoelde goederen aan de meest biedende.
Bewoners van de waddeneilanden beriepen zich op het recht om in vrijheid gebruik te maken van duinen en stranden, op Terschelling heet dit recht Oerol. Jutten vindt zijn bestaan in de armoede die er heerste, veel dat aanspoelde, denk b.v. aan wrakhout kon worden (her)gebruikt. Pas in 1931 (wet op de strandvonderij) en 1934 (wrakken wet) werd e.e.a. wettelijk geregeld. Voorwerpen die op het strand worden gevonden dienen naar de politie of de strandvonder te worden gebracht. Hoofd strandvonder is meestal de burgemeester, Vlieland heeft als enige gemeente nog een strandvonder in dienst.
Op verschillende plaatsen langs de kust herinneren musea aan het jutter verleden waarbij de ene verzameling nog indrukwekkender is dan de andere, wij waren te gast bij het Schipbreuk en Jutter museum Flora op Texel. Het is verbazingwekkend wat er al zo aanspoelt op het strand! Veiligheidshelmen, medicijnen, kleding, borden, TV's, radio's de lijst is eindeloos. Maar ook de persoonlijke bezittingen van omgekomen schipbreukelingen spoelen soms aan. En zo kan het dus gebeuren dat nabestaanden worden gevonden en worden uitgenodigd de spullen van hun dierbaren in ontvangst te komen nemen, voor velen een troost, de andere kant van het strandjutten!