vrijdag 1 januari 2016

de Domtoren van Utrecht.

Domtoren Utrecht
Traditie getrouw worden op Nieuwjaarsdag de klokken van de Domtoren door het klokkenluidersgilde geluid, waarbij het geluid van de Salvator klok het imposantst is.

De Domtoren is met 112,5 meter (in 1382:109 meter) de grootste kerktoren van Nederland.
De in gotische bouwstijl opgetrokken toren is het symbool van de stad Utrecht en maakte deel uit van de Sint Martinus kathedraal nu de Domkerk.
Op de plek waar de Domtoren in 1321 werd begonnen stond eerder het poortgebouw van de grote romaanse Dom (start bouw 1015).
Bouwmeesters aan de Domtoren verbonden waren: Jan van Henegouwen en Godijn van Dormael.
Het fundament van de toren zal naar schatting uit zo'n 70.000 bakstenen hebben bestaan.
In 1328 was men al tot 27 meter boven het straatniveau gevorderd, de onderdoorgang was 4 meter breed en 10 meter hoog, het fundament was aan de ene zijde verbonden met de romaanse Domkerk en aan de andere zijde met het Bisschoppelijk paleis.
De romaanse Domkerk zou tussen 1254 en 1529 voor een groot deel door een gotische kerk worden vervangen.
Tussen 1328 en 1344 viel de bouw van de toren stil, omstreeks 1350 was het eerste vierkant (38,6 meter hoog en muren van drie meter dik) van de toren klaar, op de eerste verdieping verrees de Michael kapel en er was ruimte voor de torenkosterswoning. In het tweede vierkant werd een houten klokkenstoel geplaatst, hierom heen werd het tweede vierkant gebouwd(29,5 meter hoog).         Hierna werd een begin gemaakt met de bouw van de zgn. lantaarn, tussen 1360 en 1370 werden de werkzaamheden door o.a. de pest en scheuren in het bouwwerk  gestaakt.
Vanaf 1370 werd verder gebouwd aan de "lantaarn", van het bouwen van een torenspits werd om bouw technische redenen afgezien en kreeg de toren een lagere achtzijdige houten sporenkap  met leien bedekt, in 1382 was de Domtoren klaar.
Rond 1504 kwam de klokkenstoel op het tweede vierkant en werden bij  de beroemde klokkengieter Geert van Wou luidklokken besteld die te samen 30.000 kg wogen, de bekendste is de Salvator (8.200 kg)  de zeven kleinste klokken werden in 1664 verkocht om van de opbrengst een carillon
te bekostigen, in 1982 werden deze zeven klokken opnieuw gegoten door de Fa. Eysbouts.
Tussen 1519 en 1525 vond de eerste restauratie plaats waarbij ook balustrades werden aangebracht.
Doordat in 1674 een onafgewerkt gedeelte van het schip van de kerk instortte door een tornado werd de Domtoren losstaand.
Boven op de toren van 465 treden staat een windvaan met een uitbeelding van Sint Maarten de beschermheilige van Utrecht.
Een replica van de Domtoren in in het "Huis ten Bosch"park in Sasebo Nagasaki, Japan te vinden.

Gelukkig en gezond 2016!

donderdag 24 december 2015

Hoe een vondst rond Kerstmis in 1444 de skyline van Amersfoort veranderde.





Onze Lieve Vrouwetoren Amersfoort (foto GijsvanTol)

Hoe een vondst rond Kerstmis in 1444 de skyline van Amersfoort veranderde.

571 jaar geleden om precies te zijn eind 1444 rond Kerstmis kwam een meisje uit Nijkerk met een eenvoudig Maria beeldje naar de stad Amersfoort om daar het klooster in te gaan.
Bij de stad aangekomen gooide zij het beeldje in de  gracht omdat zij zich voor het beeldje schaamde.
Na een aantal dromen viste een andere vrouw, Margriet dochter van Albert Gijsen het beeldje onder het ijs van de gracht vandaan.(aldus een kroniek van het Agnietenconvent). Het bleek al spoedig een miraculeus beeldje te zijn, er gebeurden tal van wonderen dit beeldje zou het aangezicht van Amersfoort en ook het leven in deze stad drastisch veranderen.
Spoedig kwamen van heinde en verre pelgrims naar Amersfoort, het mirakelboek verhaald van honderden genezingen en het vervullen van gebeden.
De Krankenledenstraat herinnert aan de velen zieken die naar Amersfoort kwamen.
De dankbare pelgrims offerden rijkelijk en van al dat geld werd uit dank een prachtige kerk en
toren gebouwd.
De bouw van de toren is kort na 1444 begonnen en werd rond 1471  afgerond (archiefmateriaal ging tijdens de reformatie verloren).
De toren was geïnspireerd op de Domtoren in Utrecht en werd 98,33 meter hoog, de plattegronden van de eerste en tweede omgang van beide torens zijn gelijk, beide torens stonden overigens los van de bijbehorende kerk en waren met een boven de straat gelegen galerij met elkaar verbonden.
De toren bestaat uit twee vierkante geledingen van bak en natuursteen en een zandstenen achtkantige lantaarn en een houten bekroning. De spits van de toren is niet meer de oorspronkelijke, in 1651 en 1804 is de spits van de toren verbrand, waarna de spits in gewijzigde vorm werd hersteld.
De kerk die bij de toren hoorde werd door de protestanten in gebruik genomen en later werd er buskruit in opgeslagen, de kerk ontplofte in 1787 en in 1806 werd de ruïne afgebroken.
De toren heeft twee carillons, de oudste stamt uit de jaren 1659-1664 en telt 35 klokken, het nieuwe uit 1997 en bestaat uit 58 klokken.
Amersfoort heeft eeuwen lang een stadsbeiaardier in dienst gehad (in 1995 afgeschaft).De toren is nog altijd het middelpunt van de Nederlandse kaartprojectie van de Rijksdriehoekmeting. Beiden carillons; het Hemony carillon 35 klokken en het Eysbouts carillon 58 klokken worden voor het grootste deel bespeeld door leraren en studenten van de Nederlandse Beiaard School. Naast beide carillons hangen er sinds 2000, 7 nieuwe luidklokken in de toren.


pelgrimsteken Amersfoort 15e eeuw.



dinsdag 22 december 2015

de Beemster werelderfgoed

de Beemster 


Inklinking van het oorspronkelijk veen, stormvloeden en afkalving waren er de oorzaak van dat er in het Noordelijk gedeelte van het gewest Holland een aantal meren ontstonden.
Meren die zich langzaam uitbreidden en voor toenemende overlast zorgden rondom de dorpen en steden.
Tegelijkertijd was er de groeiende bevolking in de steden met de daaraan gekoppelde vraag naar meer voedsel. Door nu beiden te combineren d.w.z. van de meren landbouwgrond te maken zou men twee vliegen in een klap slaan.
In 1607 werd door een aantal investeerders bij de Staten van Holland een verzoek ingediend om het Beemstermeer te mogen droogmalen.
De investeerders waren afkomstig uit Amsterdam en Antwerpen (kooplieden) en den Haag (bestuurders) beiden groepen waren verenigd door de gebroeders Cromhout.
De totale kosten werden beraamd op 1,6 miljoen gulden. Tot de grootste investeerders behoorden de gebroeders van Oss uit Antwerpen, bij de kaveluitgifte verkregen zij bijna 1/7 van de nieuwe grond.
Eerst werd het Beemstermeer en haar oevers nauwkeurig in kaart gebracht het was toen 1607, toen moesten de bedijkers met het hoogheemraadschap onderhandelen over de afwatering, hierbij werd bedongen dat de bedijkers een afwateringskanaal naar Schardam zouden gaan bekostigen.
De geplande omringdijk werd op de oevers van het meer aangelegd, deze oevergronden moesten nu eerst worden aangekocht.
Na de aanleg van de ringdijk werd begonnen met het water uit het Beemstermeer weg te pompen
hiervoor werden 26 windwatermolens geplaatst, voor de technische uitvoering van het project werd Jan Adriaansz uit de Rijp aangetrokken zijn successen bezorgden hem de naam Leeghwater.
Een zware storm zorgde er in 1610 voor dat de polder weer volliep, er werden nog 14 windwatermolens bijgeplaatst, in de zomer van 1612 was het meer een polder geworden.
Voor de inrichting van de polder werd gekozen voor een rasterwerk van vierkanten gevormd door de waterlopen en wegen. In het midden van de polder werd een dorp gevestigd: Middenbeemster.
De Beemster was te nat voor de akkerbouw vandaar dat men er alleen weidegrond aantreft.
In het zuidelijke gedeelte van de polder zijn tussen 1883 en 1914  vijf fortificaties van de stelling van Amsterdam aangelegd (het fort Spijkerboor met draaikoepel geschut is te bezichtigen).
In 1999 werd de Beemster op de werelderfgoedlijst van Unesco geplaatst waarbij een gedeelte nl.
de forten al in 1996 op de werelderfgoedlijst  van Unesco terecht kwam als onderdeel van de Stelling van Amsterdam.
Het bezoekerscentrum Beemster is gevestigd in Middenbeemster op het terrein van de voormalige boerderij Westerhem.

maandag 21 december 2015

Smit Internationale meer dan 170 jaar sleepervaring.

Sleepboot Smit Internationale.











De geschiedenis van Smit Internationale begint in het jaar 1842 het jaar waarin Fop Smit (65 jaar) begon met zijn sleepdiensten aan te bieden in de haven van Rotterdam.
Schepen die de haven van Rotterdam in wilden konden gebruik maken van zijn diensten die hij "veilig en betrouwbaar" aanbood met zijn rader stoomschip "Kinderdijk".
Na zijn overlijden in 1866 bestond zijn bedrijf uit zes sleepboten, technische vooruitgang en nieuwe eisen van klanten zorgden ervoor dat het bedrijf bij de tijd bleef.
Zijn twee zonen Jan en Leendert breidden de vloot verder uit en in 1870 lieten zij sleepboten met schroef bouwen.
Door de vooruitgang op het scheepvaart gebied bood het bedrijf L.Smit & Co. nieuwe diensten aan.
In 1892 liet het bedrijf een zeewaardige sleepboot bouwen met een motor van 750pk.
Na de eerste succesvolle sleeptocht van Rotterdam naar Cadiz in Spanje met een baggermachine zouden er vele volgen.
L. Smit & Co. ondervond tussen 1900 en 1920 veel concurrentie in de Rotterdamse haven van de Internationale Sleepdienst. In 1923 besloot men tot een fusie, het bedrijf ging nu L. Smit & Co. Internationale Sleepdienst heten.
De gecombineerde kracht van het nieuwe bedrijf zorgde ervoor dat het zijn werkzaamheden naar de vier windstreken van de aarde kon uitbreiden.
Naast de kerntaak van het bedrijf, het aanbieden van sleepdiensten, werd het duidelijk dat de maritieme kennis van het bedrijf kon worden aangewend in de groeiende bergingsmarkt.
Het succes op dit gebied kwam in 1957 toen Smit (Tak) werd ingezet voor de berging van 47 wrakken uit het Suezkanaal.
Na 170 jaar kennis te hebben opgebouwd is Smit Internationale een bedrijf van internationale allure , naast slepen en berging houdt Smit zich ook bezig met het verplaatsen van olieplatforms,
windmolenparken, getijden installaties en maritieme dienstverlening.
In 2008 nam Smit Internationale het Belgische Unie van Redding en Sleepdiensten over.
In mei 2010 werd Smit Internationale (600 werknemers) overgenomen door Royal Boskalis Westminster (14.000 werknemers). Smit Internationale bleef onder eigen naam opereren.
De vloot van Smit Internationale bestaat uit meer dan 200 havensleepboten, die behalve in de Rotterdamse haven ook in veel buitenlandse havens te vinden zijn.
T.b.v. de oceaan sleepvaart heeft Smit een joint venture met Wijsmuller.
Smit heeft t.b.v. bergingswerkzaamheden logistieke centra in onder meer: Rotterdam, Houston, Cape Town en Singapore, het materiaal kan per vliegtuig worden vervoerd en kan onmiddellijk waar ook te wereld worden ingezet b.v. decompressie kamers, onderwatercamera's en generators.
Ook beschikt Smit Internationale over een aantal drijvende bokken onder de naam Taklift de zwaarste heft 2.200 ton.
,

vrijdag 18 december 2015

vuurtorens in Nederland: zuidelijk Noord-Oostpolder.

Vuurtoren Ens

restanten vuurtoren Ens.











Van oudsher was Schokland een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart in de Zuiderzee.
Het lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute richting Zwolle en Kampen. Lange tijd heeft Schokland geen haven gehad, de schepen werden op de rede van Ens voor anker gelegd. In 1816 kreeg Emmeloord een vissershaven.
Al voor de eerste vuurtoren die in 1825 werd geplaatst brandde er een vissersvuur, sinds 1618 was er al een vierkante toren, op het platform werd een kolenvuur gestookt voor het onderhoud werd bakengeld geheven wat werd geïnd in Zwolle, Kampen , Blokzijl en andere plaatselijke havens.
In 1825 werd een ronde stenen toren gebouwd nadat de vorige door storm was verwoest, pas in 1845 kreeg de toren i.p.v. kolen een petroleum lamp, in 1856 werd de toren afgebroken, al wat rest is het fundament. Daarna is er nog een ijzeren toren op een terp naast een lichtwachterswoning geweest beiden zijn in 1944 afgebroken.
Oud Emmeloord woning met lichtopstand
De haven van Oud Emmeloord kreeg in 1908 een zgn. lichtopstand. De haven oorspronkelijk vissershaven werd steeds vaker als schuilplaats voor schepen die de stormen ontvluchtten gebruikt. 
In 1940 werd het licht gedoofd en afgebroken, in 2007 verscheen een replica naast de oorspronkelijke dienstwoning.

Oud Kraggenburg lichtwachterswoning met licht

Kraggenburg ontleed zijn naam aan de zinkstukken "kraggen" waarmee twee leidammen in het Zwolse Diep werden aangelegd, de leidammen liepen vanaf Genemuiden door het Zwarte Water zes kilometer de Zuiderzee in om verzanding van de vaargeul en de monding van het Zwarte Water tegen te gaan. In 1848 verscheen er op het eind van de zuidelijke leidam op een kunstmatig eiland een lichtwachterswoning.
De lichtwachter zorgde behalve voor de lichten ook voor het innen van de tol, de oude woning deed dienst tot 1877, de verwaarloosde dammen en de woning werden door Rijkswaterstaat overgenomen en er werd een nieuwe lichtwachterswoning gebouwd op een verhoogde terp van 4,5 meter boven NAP, boven op de woning verscheen een unieke acht hoekige houten torentje met lantaarn, vanaf 1920 had de woning geen vaste bewoner meer en werd het licht geautomatiseerd in 1940 werd het licht voor goed gedoofd.
In 1969 werd de voormalige lichtwachterswoning Rijksmonument en het geheel werd in 2002 gerestaureerd waarbij ook de mistbel in ere werd hersteld.


donderdag 17 december 2015

Gevlogen boven Nederland: Lockheed T-33a, T-Bird.

Whisky Four.


De Lockheed T-33a ook wel T-Bird genoemd werd als trainingsversie ontworpen uit de P-80 Shooting Star.
De T-33A maakte op 22 maart 1948 haar eerste vlucht, de productie van de T-33A vond plaats tussen 1948 en 1959 een periode waarin 6.536 toestellen werden gebouwd.
De RT-33A was een fotoverkenner ontworpen uit de T-33A die hoofdzakelijk voor export doeleinden werd geproduceerd, de camera werd in de neus geïnstalleerd en de bijbehorende apparatuur werd op de plaats van de tweede stoel bevestigd.
Nederland ontving de T-33A en de RT-33A in het kader van het MDAP programma, in totaal werden 60 T-33A's en 3 RT-33A's aan de Koninklijke Luchtmacht geleverd.
Later werden er in het Verenigd Koninkrijk nog 5 exemplaren gekocht voor onderdelen die niet meer los te verkrijgen waren. In augustus 1952 werden de eerste toestellen afgeleverd.
De toestellen kwamen in het gebruik bij het 313 squadron op de vliegbasis Woensdrecht, de Jacht Vlieg Opleiding en de Transitie Vlieg Opleiding beiden op de vliegbasis Twenthe.
De RT-33A's werden ondergebracht bij het 306 squadron op de vliegbasis Volkel omdat men er vanuit ging dat de overgang van de RF-84F Thunderjet naar de F-84 Thunderflash te groot zou zijn.
Bekend is het demonstratieteam "Whiskey Four" van de vliegbasis Woensdrecht dat tussen 1956 en 1967 in binnen- en buitenland optrad.
Minder bekend is het demonstratieteam de "Skysharks" van de vliegbasis Volkel.
De T-33A werd tussen 1971 en 1972 geheel uitgefaseerd en vervangen door de Canadair NF-5B.

De vliegbasis Soesterberg beschikte over een basisvlucht. in het begin bestond de vlucht uit enkele Harvard toestellen later werd dit de T-33A, T bird.
De taken die de basisvlucht uitvoert, vinden niet in squadron verband plaats, de T-33A werd o.a. gebruikt voor verbindingsvluchten, vervoer van passagiers en instrumentvliegen. De toestellen rouleerden binnen de luchtmacht ging er een in onderhoud dan kwam er een ander voor in de plaats.
De laatste T-33A's: de M-11, M-32 en M-44 verlieten op 30 september 1971 Soesterberg met als eindbestemming de vliegbasis Twenthe.
De toestellen waren ooit in het kader van het MDAP aan Nederland in bruikleen gegeven en moesten, nu de luchtmacht geen belangstelling meer had aan de USAF worden teruggegeven.
Op Twenthe werden de toestellen van hun luchtmacht roundels en nummers ontdaan.
De M-11 ging naar Ethiopië, de M-32 naar Griekenland en de M-44 naar België.

Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een T-33A, de M-5 in haar collectie.



dinsdag 15 december 2015

De betekenis van het Tsaar Peterhuisje.

Tsaar Peterhuisje


Het Tsaar Peterhuisje is een van de oudste houten huisjes (1632) van Nederland. Dat het huisje er nog staat heeft met de persoon te maken die er destijds overnachtte: Tsaar Peter de Grote, en het stenen bouwsel dat er omheen verscheen, anders was het huisje waarschijnlijk al 200 jaar geleden 
verdwenen.
Voordat de Tsaar richting de Nederlanden reisde had hij in de Duits- Nederlandse wijk in Moskou en daarvoor in Archangelsk al kennis gemaakt met Nederlandse kooplieden.
Zo ontmoette de Tsaar er Franz Timmerman een Nederlandse koopman van wie hij reken en meetkunde les zou krijgen, ook ontmoette hij er Gerrit Kist bij wie hij in de Zaanstreek zou logeren.

De Tsaar maakte incognito onder de schuilnaam Pjotr Michajlov enkele reizen door Europa, en was daarmee de eerste Tsaar die zich buiten de Russische grenzen begaf.
Doel van deze reizen was het versterken en verbreden van de Russische Alliantie met een aantal Europese landen tegen het Ottomaanse rijk en het huren van buitenlandse specialisten voor het opzetten van een Russische vloot.
Er reisden meer dan 250 mensen met hem mee waaronder 24 edelen die hij bij zijn afwezigheid liever niet in Rusland achterliet. De groep vertrok in maart 1697 uit Moskou richting Riga en Brandenburg,
in augustus arriveerde hij in de Nederlanden en wilde zich onder meer in de praktijk en theorie van de scheepsbouw verdiepen. Hij verbleef van 18 t/m 25 augustus in het huisje van Gerrit Kist, men had echter al snel door wie hij was en de Tsaar verhuisde toen naar Amsterdam waar hij op de werven van de V.O.C. ging werken.
Toen de Tsaar terugkeerde naar Rusland gingen er verschillende Nederlanders met hem mee: Nicolaas Biddoo werd de lijfarts van de Tsaar, scheepsbouwer Johan ter Mazur hielp de Tsaar bij het bouwen en ontwerpen van schepen en kreeg de naam Ivan Mazurov en zou later met een dochter van de Tsaar zijn getrouwd. De enige buitenlandse taal die Peter de Grote sprak was het Nederlands.
Tijdens een tweede reis deed hij de Nederlanden nogmaals aan en verbleef bij Christoffel van Brants die hij in Archangelsk had ontmoet, Brants werd door Peter de Grote in de adelstand verheven en werd door de Tsaar tot ambassadeur van Rusland in Amsterdam benoemd. 
Tijdens deze reis bezocht hij onder meer zijdefabrieken langs de Vecht, Boerhaave in Leiden, Fahrenheit in den Haag, ook bezocht hij Maastricht.
De Nederlanden zijn dus van grote invloed geweest op het Rusland van toen, denk ook aan de oprichting van de Russische vloot, tal van Nederlandse scheepstermen zijn terug te vinden in de Russische taal.
Infrastructurele projecten door de Tsaar in gang gezet waren door hem in de Nederlanden aanschouwd en werden in o.a. St. Petersburg uitgevoerd.
Bij zijn overlijden t.g.v. gangreen opgelopen bij de redding van zeelieden uit de Neva was zijn troon opvolging niet geregeld, hij had 15 kinderen bij twee vrouwen en zelfs een Nederlandse minnares Anna Mons, Rusland ging een periode van frequente troonswisselingen tegemoet.
Het Tsaar Peter huisje staat nog altijd symbool voor de goede betrekkingen die er ooit waren tussen de Nederlanden en Rusland.