vrijdag 18 december 2015

vuurtorens in Nederland: zuidelijk Noord-Oostpolder.

Vuurtoren Ens

restanten vuurtoren Ens.











Van oudsher was Schokland een belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart in de Zuiderzee.
Het lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute richting Zwolle en Kampen. Lange tijd heeft Schokland geen haven gehad, de schepen werden op de rede van Ens voor anker gelegd. In 1816 kreeg Emmeloord een vissershaven.
Al voor de eerste vuurtoren die in 1825 werd geplaatst brandde er een vissersvuur, sinds 1618 was er al een vierkante toren, op het platform werd een kolenvuur gestookt voor het onderhoud werd bakengeld geheven wat werd geïnd in Zwolle, Kampen , Blokzijl en andere plaatselijke havens.
In 1825 werd een ronde stenen toren gebouwd nadat de vorige door storm was verwoest, pas in 1845 kreeg de toren i.p.v. kolen een petroleum lamp, in 1856 werd de toren afgebroken, al wat rest is het fundament. Daarna is er nog een ijzeren toren op een terp naast een lichtwachterswoning geweest beiden zijn in 1944 afgebroken.
Oud Emmeloord woning met lichtopstand
De haven van Oud Emmeloord kreeg in 1908 een zgn. lichtopstand. De haven oorspronkelijk vissershaven werd steeds vaker als schuilplaats voor schepen die de stormen ontvluchtten gebruikt. 
In 1940 werd het licht gedoofd en afgebroken, in 2007 verscheen een replica naast de oorspronkelijke dienstwoning.

Oud Kraggenburg lichtwachterswoning met licht

Kraggenburg ontleed zijn naam aan de zinkstukken "kraggen" waarmee twee leidammen in het Zwolse Diep werden aangelegd, de leidammen liepen vanaf Genemuiden door het Zwarte Water zes kilometer de Zuiderzee in om verzanding van de vaargeul en de monding van het Zwarte Water tegen te gaan. In 1848 verscheen er op het eind van de zuidelijke leidam op een kunstmatig eiland een lichtwachterswoning.
De lichtwachter zorgde behalve voor de lichten ook voor het innen van de tol, de oude woning deed dienst tot 1877, de verwaarloosde dammen en de woning werden door Rijkswaterstaat overgenomen en er werd een nieuwe lichtwachterswoning gebouwd op een verhoogde terp van 4,5 meter boven NAP, boven op de woning verscheen een unieke acht hoekige houten torentje met lantaarn, vanaf 1920 had de woning geen vaste bewoner meer en werd het licht geautomatiseerd in 1940 werd het licht voor goed gedoofd.
In 1969 werd de voormalige lichtwachterswoning Rijksmonument en het geheel werd in 2002 gerestaureerd waarbij ook de mistbel in ere werd hersteld.


donderdag 17 december 2015

Gevlogen boven Nederland: Lockheed T-33a, T-Bird.

Whisky Four.


De Lockheed T-33a ook wel T-Bird genoemd werd als trainingsversie ontworpen uit de P-80 Shooting Star.
De T-33A maakte op 22 maart 1948 haar eerste vlucht, de productie van de T-33A vond plaats tussen 1948 en 1959 een periode waarin 6.536 toestellen werden gebouwd.
De RT-33A was een fotoverkenner ontworpen uit de T-33A die hoofdzakelijk voor export doeleinden werd geproduceerd, de camera werd in de neus geïnstalleerd en de bijbehorende apparatuur werd op de plaats van de tweede stoel bevestigd.
Nederland ontving de T-33A en de RT-33A in het kader van het MDAP programma, in totaal werden 60 T-33A's en 3 RT-33A's aan de Koninklijke Luchtmacht geleverd.
Later werden er in het Verenigd Koninkrijk nog 5 exemplaren gekocht voor onderdelen die niet meer los te verkrijgen waren. In augustus 1952 werden de eerste toestellen afgeleverd.
De toestellen kwamen in het gebruik bij het 313 squadron op de vliegbasis Woensdrecht, de Jacht Vlieg Opleiding en de Transitie Vlieg Opleiding beiden op de vliegbasis Twenthe.
De RT-33A's werden ondergebracht bij het 306 squadron op de vliegbasis Volkel omdat men er vanuit ging dat de overgang van de RF-84F Thunderjet naar de F-84 Thunderflash te groot zou zijn.
Bekend is het demonstratieteam "Whiskey Four" van de vliegbasis Woensdrecht dat tussen 1956 en 1967 in binnen- en buitenland optrad.
Minder bekend is het demonstratieteam de "Skysharks" van de vliegbasis Volkel.
De T-33A werd tussen 1971 en 1972 geheel uitgefaseerd en vervangen door de Canadair NF-5B.

De vliegbasis Soesterberg beschikte over een basisvlucht. in het begin bestond de vlucht uit enkele Harvard toestellen later werd dit de T-33A, T bird.
De taken die de basisvlucht uitvoert, vinden niet in squadron verband plaats, de T-33A werd o.a. gebruikt voor verbindingsvluchten, vervoer van passagiers en instrumentvliegen. De toestellen rouleerden binnen de luchtmacht ging er een in onderhoud dan kwam er een ander voor in de plaats.
De laatste T-33A's: de M-11, M-32 en M-44 verlieten op 30 september 1971 Soesterberg met als eindbestemming de vliegbasis Twenthe.
De toestellen waren ooit in het kader van het MDAP aan Nederland in bruikleen gegeven en moesten, nu de luchtmacht geen belangstelling meer had aan de USAF worden teruggegeven.
Op Twenthe werden de toestellen van hun luchtmacht roundels en nummers ontdaan.
De M-11 ging naar Ethiopië, de M-32 naar Griekenland en de M-44 naar België.

Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een T-33A, de M-5 in haar collectie.



dinsdag 15 december 2015

De betekenis van het Tsaar Peterhuisje.

Tsaar Peterhuisje


Het Tsaar Peterhuisje is een van de oudste houten huisjes (1632) van Nederland. Dat het huisje er nog staat heeft met de persoon te maken die er destijds overnachtte: Tsaar Peter de Grote, en het stenen bouwsel dat er omheen verscheen, anders was het huisje waarschijnlijk al 200 jaar geleden 
verdwenen.
Voordat de Tsaar richting de Nederlanden reisde had hij in de Duits- Nederlandse wijk in Moskou en daarvoor in Archangelsk al kennis gemaakt met Nederlandse kooplieden.
Zo ontmoette de Tsaar er Franz Timmerman een Nederlandse koopman van wie hij reken en meetkunde les zou krijgen, ook ontmoette hij er Gerrit Kist bij wie hij in de Zaanstreek zou logeren.

De Tsaar maakte incognito onder de schuilnaam Pjotr Michajlov enkele reizen door Europa, en was daarmee de eerste Tsaar die zich buiten de Russische grenzen begaf.
Doel van deze reizen was het versterken en verbreden van de Russische Alliantie met een aantal Europese landen tegen het Ottomaanse rijk en het huren van buitenlandse specialisten voor het opzetten van een Russische vloot.
Er reisden meer dan 250 mensen met hem mee waaronder 24 edelen die hij bij zijn afwezigheid liever niet in Rusland achterliet. De groep vertrok in maart 1697 uit Moskou richting Riga en Brandenburg,
in augustus arriveerde hij in de Nederlanden en wilde zich onder meer in de praktijk en theorie van de scheepsbouw verdiepen. Hij verbleef van 18 t/m 25 augustus in het huisje van Gerrit Kist, men had echter al snel door wie hij was en de Tsaar verhuisde toen naar Amsterdam waar hij op de werven van de V.O.C. ging werken.
Toen de Tsaar terugkeerde naar Rusland gingen er verschillende Nederlanders met hem mee: Nicolaas Biddoo werd de lijfarts van de Tsaar, scheepsbouwer Johan ter Mazur hielp de Tsaar bij het bouwen en ontwerpen van schepen en kreeg de naam Ivan Mazurov en zou later met een dochter van de Tsaar zijn getrouwd. De enige buitenlandse taal die Peter de Grote sprak was het Nederlands.
Tijdens een tweede reis deed hij de Nederlanden nogmaals aan en verbleef bij Christoffel van Brants die hij in Archangelsk had ontmoet, Brants werd door Peter de Grote in de adelstand verheven en werd door de Tsaar tot ambassadeur van Rusland in Amsterdam benoemd. 
Tijdens deze reis bezocht hij onder meer zijdefabrieken langs de Vecht, Boerhaave in Leiden, Fahrenheit in den Haag, ook bezocht hij Maastricht.
De Nederlanden zijn dus van grote invloed geweest op het Rusland van toen, denk ook aan de oprichting van de Russische vloot, tal van Nederlandse scheepstermen zijn terug te vinden in de Russische taal.
Infrastructurele projecten door de Tsaar in gang gezet waren door hem in de Nederlanden aanschouwd en werden in o.a. St. Petersburg uitgevoerd.
Bij zijn overlijden t.g.v. gangreen opgelopen bij de redding van zeelieden uit de Neva was zijn troon opvolging niet geregeld, hij had 15 kinderen bij twee vrouwen en zelfs een Nederlandse minnares Anna Mons, Rusland ging een periode van frequente troonswisselingen tegemoet.
Het Tsaar Peter huisje staat nog altijd symbool voor de goede betrekkingen die er ooit waren tussen de Nederlanden en Rusland.


maandag 14 december 2015

Het spiegelretourschip.

Spiegelretourschip Batavia.


Het spiegelretourschip was de vrachtvaarder van de V.O.C. en werd gebruikt voor het vervoer van goederen en personen, de schepen waren bewapend en voeren hoofdzakelijk op Azië.
De V.O.C. kende drie klassen de grootste had een lengte van 42,25 meter, de middelste klasse was 39,05 meter lang, de kleinste klasse was 36,8 meter later kwam er een klasse van 45,28 meter bij,
Zeeland mocht nog grotere schepen van 48,11 meter lang bouwen.
De gemiddelde bouwtijd was 5 tot 8 maanden de kosten per schip bedroegen ongeveer € 45.000,
het laadvermogen was rond de 800 ton en een schip kon 15 jaar meegaan.
De term spiegelschip werd ontleend aan de boven en onder spiegel aan de achterzijde van het schip.
Het schip was een driemaster met een grote mast, fokkemast en bezaansmast, de boegspriet kon worden voorzien met extra zeilen.
In het vrachtruim kon een koebrugdek worden aangebracht en kon gebruikt worden om bemanningen en/of specerijen te bergen de hoogte van deze ruimte bedroeg hooguit 1,50 meter.
Het overloopdek sloot het vrachtruim af, hier bevond zich de kombuis, verblijfplaats voor de bemanning en was tevens geschutsdek.
Aan de achterzijde van het schip was een verhoogt gedeelte, het boven kampanjedek, hier was de kapiteinshut en de officiershutten. Vanaf de stuurplecht werd het schip bestuurd met de kolderstok
later met behulp van het stuurrad.
Gezien de behoorlijke bewapening van de schepen werden deze in tijd van oorlog afgestaan aan de admiraliteiten en werden zij als oorlogsschip ingezet, tevens waren de kanons identiek aan de kanons die op de oorlogsschepen van de Republiek werden gebruikt.
Het meest bekende spiegelretourschip is de Batavia, de Batavia werd in 1627-1628 op de Peperwerf in Amsterdam gebouwd, het schip vertrok op 29 oktober 1628 met als schipper Adriaan Jakobsz, de feitelijke leiding was bij de opperkoopman Francois Peleart.
Op 14 april 1629 werd Kaap de Goede hoop bereikt, 8 dagen later vertrok men weer,op 4 juni 1629 sloeg het schip lek voor de Australische Westkust.
Het schip had een kostbare lading aan boord o.a. 12 kisten zilveren muntgeld, zilverwerk en juwelen.
Van de 341 opvarenden waaronder vrouwen en kinderen verdronken er meteen 40.
Er brak muiterij uit, 40 man ging met een sloep op hulp uit en kwamen 33 dagen later in Batavia aan.
In de tussentijd werden op Beacon Island, waar de rest van de overlevenden waren terecht gekomen,
door de muiterij die er heerste zo'n 120 mensen vermoord.
Uiteindelijk overleefden slecht 68 mennen en vrouwen de tocht van de Batavia.
In 1963 werd het wrak van de Batavia gevonden en is in Fremantle in Australië tentoongesteld.
Op de Bataviawerf bij Lelystad werd op initiatief van scheepsbouwer Willem Vos een reconstructie van de Batavia gebouwd, de bouw werd op 4 oktober 1985 begonnen, de Batavia werd op 7 april 1995 gedoopt en te water gelaten.
De Batavia is tot op vandaag de dag te bewonderen op de Bataviawerf bij Lelystad als voorbeeld van een spiegelretourschip.






zaterdag 12 december 2015

"zo wijd de wereld strekt" 350 jaar Korps Mariniers.


       



Dit jaar bestaat het Korps mariniers 350 jaar, het besluit tot oprichting werd op 10 december 1665
door de Staten van Holland afgekondigd, het besluit werd genomen op advies Lt. Admiraal van Michiel de Ruyter,  het bevel werd opgedragen aan W.J. baron van Ghent (overleed in 1672 tijdens de slag bij Solebay).
Mariniers deden dienst aan boord van oorlogsschepen met het doel vijandelijk schepen te enteren, tevens droegen zij zorg voor de discipline aan boord, ook werden mariniers ingezet voor landingen op (meestal) onbekende vijandelijke kusten                                                                                     Het korps zou al spoedig van zich doen spreken:  de tocht naar Chatham in 1667 waarbij zo'n duizend mariniers werden ingezet spreekt nog altijd tot de verbeelding.
Van de krijgsverrichtingen waaraan de mariniers hebben deelgenomen zijn die tussen de jaren 1672-1678 de belangrijkste.
Tijdens iedere zeeslag zoals de slag bij Schoneveld en de slag bij Kijkduin waren de mariniers van de partij, ook op land werd er gevochten zoals bij Seneffe en Mont Cassel.
In 1704 werd Gibraltar tijdens de Spaanse Successie oorlog door een Engels-Nederlandse troepenmacht veroverd, de Nederlandse mariniers speelden hier de hoofdrol.
In 1816 wordt al piraterij bestreden als mariniers bij Algiers aan land gaan, in de 19e eeuw worden de mariniers veelvuldig ingezet in Nederlands Indië in met name Lombok en Atjeh.
Het hoogte punt wat mankracht bereikte het korps aan het eind van de Tweede Wereldoorlog de mariniersbrigade bestond uit ongeveer 5.000 manschappen, de bedoeling was dat zij de Japanners
zouden gaan bevechten maar daar was het net te laat voor het werden de Politionele acties in het voormalig Nederlands Indië en later Nederlands Nieuw Guinea.
In de jaren zestig werd het korps bijna opgeheven maar de Koude Oorlog zorgde voor een blijvende aanwezigheid.
Vandaag de dag is er aan de manier van inzet weinig veranderd zij het dat enteren niet meer voorkomt. Landingen vinden behalve met landingsschepen ook plaats met helikopters en mariniers worden geacht in ieder klimaat te kunnen opereren.
Het Nederlandse Korps Mariniers is na lange tijd eindelijk uitgerust met twee amfibische transportschepen Z.M. Rotterdam en Z.M. Johan de Witt eventueel aangevuld met Z.M. Karel Doorman  en heeft de beschikking over 17 landingsvaartuigen en zo'n 200 terreinvoertuigen typen Bandvagn en Viking.
Het korps is vandaag de dag opgeschoven richting speciale operaties, aantallen mariniers krijgen tegenwoordig een commando opleiding en worden als zodanig ingezet.
De inzet in de laatste decennia is voornamelijk in vredesmissies zoals in Haïti, Cambodja, Irak en Afghanistan. De huidige inzet betreft als detachementen op Nederlandse koopvaardijschepen rond de hoorn van Afrika bij Somalië en als taskforce Barracuda dicht op de kust van Somalië en de VN missie MINUSMA in Mali.
Het houdt hiermee haar lijfspreuk Qua Patet Orbis  "zo wijd de wereld strekt" in ere.











vrijdag 11 december 2015

De Schelderadartoren bijna operationeel.

Schelderadartoren.

De hoogste nautische radartoren van Europa nadert zijn voltooiing, de toren werd geplaatst op de noordelijke strekdam van de Noordlandhaven op Neeltje Jans.
Het bouwen van de toren gebeurde d.m.v. een klimbekisting, de betonnen toren werd in 39 fases opgebouwd. De aannemer stortte steeds 3,5 meter beton in het frame, was dit uitgehard dan schoof men de bekisting een stukje omhoog waarna het beton storten herhaald werd.
De toren die 115 meter hoog is en een buitendiameter heeft van 5,9 meter heeft werd door Rijkswaterstaat gebouwd en maakt deel uit van de Vlaams Nederlandse Schelderadarketen en zal bijdragen een een veiliger en vlotter verlopen van het scheepvaartverkeer van en naar de havens aan de Schelde en Westerschelde van Nederland en Vlaanderen en met name het ankergebied Steenbank* dat beter in beeld komt. 
In september dit jaar werd een van de meest geavanceerde radarantennes ter wereld
op de betonnen toren geplaatst, de antenne weegt 1.500 kg en is 7 meter hoog, met deze antenne kan men zo'n 40 kilometer de Noordzee op kijken.
De radarantenne bovenop de toren zendt radiogolven uit richting de Steenbank, de radiogolven weerkaatsen vervolgens tegen objecten op zee en komen als echo terug bij de radartoren.
Op basis van deze echo wordt bepaalt wat de afstand tot het object is hoe groot het is, hoe snel en welke richting het zich verplaatst, deze informatie gaat vervolgens via glasvezel naar het Schelde coördinatie Centrum in Vlissingen.
De Schelde radarketen is een keten van radarposten die samen het scheepvaartverkeer vanaf de Belgische Franse grens tot aan de Steenbank in beeld brengen en bestaat uit 23 onbemande radarposten en 6 bemande verkeerscentrales in: Zeebrugge, Vlissingen, Terneuzen, Zelzate, Hansweert en Zandvliet.
De Schelderadartoren heeft de Betonprijs gewonnen uit 93 genomineerde projecten in 2015.

* De Steenbank ligt zo'n 40 kilometer uit de Zeeuwse kust, schepen wachten hier tot ze beloodst    worden en toestemming krijgen de Westerschelde op te varen.

donderdag 10 december 2015

Gevlogen in Nederland: afscheid Alouette III.

Alouette III  SAR


De Aerospatiale Alouette III zal na ruim 51 jaar trouwe dienst bij de Koninklijke Luchtmacht eind dit jaar om precies te zijn 15 december a.s. uit de inventaris verdwijnen.
Met ruim 51 jaar is de Alouette III het vliegtuig dat het langst bij de Koninklijke Luchtmacht heeft gevlogen. Op 31 juli 1964 arriveerde de eerste twee Alouette III's op de vliegbasis Soesterberg.

De productie van de Alouette startte in 1961, na ruim 2.000 exemplaren stopte de productie in 1985.
De ovaalvormig glazen cockpit zorgt er voor dat de Alouette een van de beste helikopters is met het beste uitzicht, karakteristiek is het metaalachtige geluid dat de Alouette produceert.
Nederland kocht in totaal 77 Alouettes 72 voor de Groep Lichte Vliegtuigen bij de Koninklijke Landmacht en 5 Alouettes als SAR helikopter.
De 72 Alouettes vervingen de Piper Cub de Hiller Raven en de Beaver bij het 298 squadron op Deelen later Soesterberg en het 299 en 300 squadron op Deelen, een aantal Alouettes werd in reserve gehouden voor het mobilisabele 301 en 302 squadron.
De 5 Alouettes III voor SAR doeleinden gingen de Alouettes II op Soesterberg vervangen.
Alouettes zijn gedetacheerd geweest bij de Turks-Iraakse grens, Cambodja en Joegoslavië.
Na het eind van de koude oorlog werden de Alouettes op vier na uitgefaseerd en bij het 298 squadron
vervangen door de Chinook en bij het 300 squadron door de Cougar.
De SAR heli's werden vervangen door drie Augusta Bell AB 412-SP.
Bekend is het Grasshopper demoteam dat met vier Alouettes in binnen en buitenland tal van prijzen in de wacht sleepte.
De vier Alouettes die nu nog vliegen werden donkerblauw gespoten en werden gereviseerd met een speciaal versterkte transmissie en kogelwerend glas, de toestellen zijn ingedeeld bij het 300 squadron als Royal/VIP flight en maken deel uit van het defensie Helikopter Commando.
Als de weersomstandigheden dit toelaten zal er op de dag van uitfasering 15 december a.s. een afscheidsvlucht boven Nederland plaatsvinden.
Daarmee is de Alouette niet helemaal weg uit Nederland, het Nationaal militair Museum in Soesterberg heeft enkele Alouettes in haar collectie waaronder een in Grasshopper beschildering.





Alouette III Royal/VIP Flight