zaterdag 21 november 2015

Herinneringen uit de Tweede Wereldoorlog aan de Koninklijke Luchtmacht in het Verenigd Koninkrijk.


St Clement Danes Londen


In Londen zijn herinneringen uit de Tweede Wereldoorlog aan de Koninklijke Luchtmacht te vinden in de kerk van St.Clement Danes gelegen aan de Strand in Londen.
De oorspronkelijke kerk werd in de 9e eeuw gesticht door de Denen en werd tijdens de grote brand van 1618 verwoest.
De huidige kerk werd ontworpen door de beroemde Engelse bouwmeester Sir Christopher Wren.
Op 10 mei 1941 viel de kerk opnieuw ten prooi aan de vlammen nu ten gevolge van een bom tijdens de zgn. Blitz, alleen de muren waren overeind blijven staan van het interieur was weinig over.Na de tweede wereldoorlog kwam de Engelse luchtmacht met het idee dat een kerk vernietigd door een vijandelijke (Duitse) luchtmacht door de overwinnaar zou moeten worden opgebouwd.
De RAF begon met een fondsenwerving, de luchtmachten van het Gemenebest en de Geallieerde
luchtmachten deden ook mee waaronder die van Nederland.
Met de opbouw van de kerk werd in 1955 begonnen, de Nederlandse ambassade schonk het stenen
altaar in de crypte, de Koninklijke Luchtmacht een doopvont, de kerk werd in 1958 weer in gebruik genomen als parochiekerk maar toch voornamelijk als kerk voor de Royal Air Force.

 
De vloer van de kerk bevat meer dan 800 squadron emblemen van alle RAF squadrons die ooit hebben bestaan inclusief die door buitenlanders werden bemand, na enig zoeken kun je dan ook de squadron emblemen van 320,321 en 322 Dutch squadrons vinden in de vloer.
Zo blijft de Nederlandse Luchtmacht alom aanwezig in het hart van Londen.
Maar ook op de voormalige RAF basis Bigging Hill zijn met name in de herdenkingskapel sporen
van Nederlandse aanwezigheid te vinden, het Nederlandse 322 squadron was hier tussen 1 november 1944 en 3 januari 1945 gestationeerd.
Dan zijn er nog de oorlogsgraven van Nederlandse vliegers in het Verenigd Koninkrijk zoals dat van L.D.Wolters in Hawkinge.






vrijdag 20 november 2015

Vuurtorens in Nederland (13) Westkapelle.

Vuurtoren Westkapelle

Al in 1370 geeft hertog Albrecht I van Beieren opdracht een vuurbaak bij Westkapelle op te richten.
In 1398 bezweek de vuurbaak onder het stormgeweld, langzaam verdween ook Westkapelle in de golven.
Rond 1450 werd  Westkapelle een eind landinwaarts opnieuw opgebouwd, tussen 1458 en 1470 werd de St. Willibrordus kerk herbouwd. De kerk werd in de Tachtigjarige oorlog verwoest, de toren bleef overeind. Na 1700 werd de toren gerestaureerd, in de Franse tijd werd er een semafoor op de toren geplaatst daarvoor moest de spits worden verwijderd.
In 1817 werd de toren door het ministerie van Marine overgenomen om er een vuurtoren van te maken, er werd een lantaarn op het torenplat geplaatst.
Op 20 maart 1818 werd het licht in gebruik genomen (15 Engelse lampen sterkte), in 1852 werd het licht vervangen  door een petroleum lamp.
Begin 1900 werd er op de toren een acht meter hoge opbouw geplaatst met een nieuw lichthuis, de toren werd uitgerust met een elektrisch draailicht.
Op  15 april 1907 werd het nieuwe licht voor het eerst ontstoken, in 1921 deed de Brandarislamp zijn intrede, in 1934 werd de generator vervangen door een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk.
In oktober 1944 vernielden de Duitsers op hun terugtocht het licht, kort daarna plaatste de Royal Air Force een draagbare radar "Nelly" op de toren. Maandenlang verbleef de R.A.F. met de radareenheid op de toren. Na het vertrek werd een noodverlichting aangebracht op 19 juni 1951 werd een nieuw licht ontstoken. Het "hoge licht" is 49,6 meter hoog, de toren is sinds 1966 Rijksmonument.
Omdat op de westpunt van Walcheren de duinen ontbreken werd daar een dijk (Westkapelse Zeedijk)
aangelegd. Halverwege deze dijk bij het Noorderhoofd werd in 1875 begonnen met de bouw van een gietijzeren vuurtoren het "lage licht." Het lage licht was de eerste ronde gietijzeren toren die in Nederland werd gebouwd.
Vanaf 10 juli 1876 brand hier een licht, het vormt een lichtlijn met het licht op de kerktoren.
Schepen die vanaf het noorden de Westerschelde op willen gaan kunnen langs deze lichtlijn het begin van het Oostgat vinden.
Het Noorderhoofd is 20 meter hoog en staat buiten de Westkapelse Zeedijk, het is sinds 1982 Rijksmonument.
De kustwacht heeft vanaf 1900 tot 1995 een uitkijkpost naast het lage licht gehad, in 1995 werd de uitkijkpost gesloopt.


vuurtoren Noorderhoofd

donderdag 19 november 2015

Gevlogen boven Nederland: de F-104G Starfighter.

F-104G Starfighter


Twee decennia (1962-1984 lang kon men in het Nederlandse luchtruim het "huilende" geluid van de de F-104G Starfighter horen.
Het ontwerp van de Starfighter komt van de tekentafel van de Lockheed "Skunk works".
Het eerste exemplaar vloog op 4 maart 1954 twee jaar na het ontwerp.
De Starfighter werd gebouwd rond de General Electric J-79 turbojet gevoed door twee luchtinlaten aan de zijkant van de romp.
De Starfighter had een uiterst kleine rechte trapezoïde vleugel die in het midden van de romp werd geplaatst, de vleugel was extreem dun de uiteinden waren slechts 0,41mm.
De aanschaf ging gepaard met veel omkoopschandalen(in Nederland de Lockheed affaire).
De Starfighter werd vanwege zijn hoge aantal ongevallen met dodelijke afloop ook wel "widow maker" genoemd.
In 1959-1960 moest Nederland een keuze gaan maken voor de opvolger van een aantal verouderde
straaljager type's, doorslag gaf de deelname van Fokker aan de Europese Starfighter productie (Fokker ging er 255 voor de Luftwaffe produceren).
Met de keuze voor de Starfighter werd een vliegtuig gekozen dat drie taken kon uitvoeren nl. bommenwerper, luchtverdedigingsjager en fotoverkenner.
Nederland bestelde 50 Starfighters met een optie van nog eens 50 stuks waarbij men er van uitging dat men er via het MDAP programma van de V.S. er nog eens 118 bij zou krijgen.
Door financiële problemen in de V.S. werden dat er slechts 25.
Nederland bestelde toen 95 F-104G Starfighters en 18 TF-104G tweepersoons Starfighters voor training. De Nederlandse luchtmacht werd gedwongen langer met de verouderde Thunderstreaks door te vliegen en een aantal luchtverdediging squadrons werden vervangen door Geleide Wapens die toen in West Duitsland werden gestationeerd.
In 1962 kwam de productie op gang het:
306 squadron op Volkel werd uitgerust als fotoverkenner squadron met de RF-104G
311 & 312 squadron op Volkel werden uitgerust voor nucleaire taken en conventionele tactische grondsteun met de F-104G.
322 & 323 squadron op Leeuwarden werden uitgerust als luchtverdediging squadrons.
de OCU,TCA en CAV werden uitgerust met de TF-104G.

Op 21 november 1984 vond de laatste officiële vlucht van de F-104G plaats boven Nederland,
De Starfighter maakte plaats voor de F-16.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft twee (D-8022 & D-5805) Starfighters in haar collectie.


dinsdag 17 november 2015

Afsluitdijk op weg naar de toekomst.

Ir. Lely afsluitdijk 2015


De historie van de Afsluitdijk begint al in 1886, toen onderzocht werd of drooglegging van de Zuiderzee haalbaar was, hiertoe werd de Zuiderzeevereniging opgericht.
Ir. Cornelus Lely werd later voorzitter en ontwierp in 1891 de eerste plannen tot drooglegging.
Ir. Lely werd minister van Waterstaat en de inpoldering werd in het regeringsprogramma opgenomen. De watersnood van 1916 waarbij grote gebieden rond de Zuiderzee werden overstroomd, met doden
en veel dood vee tot gevolg, zorgde ervoor dat het Parlement akkoord ging met de regeringsvoorstellen.
Voor dat men met de uitvoering begon werd alles op schaal nagebouwd.
Op 28 mei 1932 werd het werk voltooid en werd de noordzijde van de Afsluitdijk Waddenzee en de zuidzijde IJsselmeer.
De 32 kilometer lange dijk verbind den Oever in Noord Holland met Kornwerd in Friesland.
De aanleg had grote consequenties: de visserij op de voormalige Zuiderzee moest worden beëindigd,
nieuwe polders en veiligheid werden als positief ervaren.
De Noord-Oost polder en de Flevopolder ontstonden, het Markermeer ontkwam later aan inpoldering.
Nu in 2015 krijgt de Afsluitdijk een grote opknapbeurt, naast energie projecten komt er een gat in de Afsluitdijk hier zal een 6 kilometer lange rivier de trek van vissen van het zoete IJsselmeer naar de zoute Waddenzee  en vice versa verbeteren, tot nu gebeurde dat in kleine aantallen via de sluizen van de Afsluitdijk, met de nieuwe rivier zullen dat miljoenen vissen worden zoals zalm en zeeforel, jonge paling en spiering, de aanleg gaat naar verwachting 55 miljoen euro kosten.
De Afsluitdijk moet in de toekomst een energiedijk worden en duurzame energie gaan opwekken, op de dijk moeten er zonnecellen komen. Tevens gaat er "blue energy" worden opgewekt: via speciale membranen komt het zoute water in aanraking met het zoete water waarbij energie vrijkomt.
Bij Kornwerderzand komt een turbinecentrale die uit getijde werking energie opwekt, ook wordt de dijk aantrekkelijker gemaakt voor de toeristen met de aanleg van wandel en fietsroutes.
Rijkswaterstaat gaat de de Afsluitdijk verder versterken en vergroot de water afvoer, de gehele operatie zal om en nabij de 1 miljard euro gaan kosten en zal de dijk een ander aanzien gaan geven.





maandag 16 november 2015

Het fluitschip.

fluitschip


De scheepsbouw is van groot belang geweest in de Gouden Eeuw, voor iedere taak werd een schip ontworpen soms zelfs voor de streek waar het schip op voer.
Zonder scheepsbouw geen handel zonder handel geen Gouden Eeuw.
De eerste vermelding van een fluitschip dateert uit 1595.
Het fluitschip is een betrekkelijk smal schip met vlakke bodem en heeft een rond achterschip en brede buik dit in tegenstelling tot spiegelschepen. Het fluitschip was in eerste instantie bedoeld voor de vaart op de Oostzee.
De afmetingen werden beïnvloed door de tol die bij het kasteel Kronborg aan de Sont moest worden betaald, een smal dek was voordeliger, nl. de tol werd geheven naar de omvang van het dek.
Het fluitschip had drie masten: de grote mast, fokkemast en bazaanmast, en had een enorme vracht capaciteit en veel drijfvermogen.
De hoge naar binnen lopende zijkanten maakten het voor kapers moeilijk het schip te enteren.
Het smalle dek met korte loopafstanden, het eenvoudig zeilplan en effectieve tuigage maakte dat het fluitschip met een kleine bemanning (ongeveer 12 man) was toegerust.
Voor iedere streek een ander soort Fluitschip: Oostervaerders die voeren op landen rond de Oostzee, Groenlantsvaeders bestemd voor de walvisvaart, de suikerfluit, de Frans Spaens en Straetsvaeders voorzien van een galjoen.
Het fluitschip had vaak slechts enkele stukken geschut op het overloop dek staan.
Vanwege de lading was het schip een gemakkelijk doelwit.
De bemanning kon om zich te beschermen tegen rovers, zich terugtrekken in de hutten op het achterdek en in de matrozen verblijven. Alle luiken en deuren waren met ijzeren banden versterkt en konden van binnen worden afgesloten.
Schietgaten maakten het de bemanning mogelijk zich met musketten tegen vijanden te beschermen.
De fluitschepen van de V.O.C. waren uitgerust met een galjoen en een steviger huid zo ver nu bekend beschikte de V.O.C. in haar bestaan over minstens 378 fluitschepen die op het verre oosten werden ingezet.
De pink werd later ontwikkeld uit het fluitschip.
Sinds 1985 bestaat de Stichting 't Hoornse Fluitschip de doelstelling van de stichting is een replica te bouwen van een Fluitschip en dit op de wal tentoon te stellen.

vrijdag 13 november 2015

Vuurtorens in Nederland (12) Haamstede.

Vuurtoren Haamstede.


De vuurtoren bij Haamstede op West-Schouwen is al ruim anderhalve eeuw een belangrijk baken.
Toen Schouwen nog een eiland was, werd het door een grote ringdijk beschermd, in 1374 werd het eiland met een dam verbonden met het nabij gelegen eiland Dreischor in 1610 volgde een verbinding met het eiland Duiveland.
In 1352 dienden schippers een verzoek in een baken te mogen oprichten in de duinen, er werden toen twee houten kapen opgericht.
Op een kaart van Blaeu uit 1662 is er sprake van twee stenen vuurboeten een Noord en een Zuid kaap.
Door afslag van de kust werd een vuurboet vervangen door een hoge houten vuurtoren en werd elders een lage stenen vuurboet bijgebouwd, de vuurboeten zijn daarna nog menigmaal verbouwd, ingestort en elders weer opgebouwd.
Toen in kort bestek (1831-1832) vier schepen vergingen op de zandbanken voor de kust van Schouwen bleek dat de vuren bij storm niet goed zichtbaar waren.
Er werd gekozen voor een hoge toren achter de duinen. Pas in 1837 werd de bouw van de toren uitbesteed en kon men beginnen, op 25 maart 1840 werd het licht ontstoken, rondom de toren verschenen drie woningen voor de lichtwachters en opzichter.
De toren had als basis 2,5 meter dikke muren die naar boven toe steeds dunner werden, de deels ijzeren trap deels stenen trap telt 226 treden.
Het licht dat brandde op patent olie werd in 1882 vervangen door een petroleum gaslicht, in 1910 ging men over op pharoline.
In 1934 werd het licht geëlektrificeerd en heeft een reikwijdte van 55 kilometer.
Doordat het nabij gelegen vliegveld in 1931 gereed kwam en de toren in de luchtroute Rotterdam Knokke lag werd besloten de vuurtoren goed zichtbaar te maken.
Rond 1935 werd een rood witte spiraal aangebracht rond de toren, deze spiraal is uniek in de wereld.
In 1953 was de toren geheel gemoderniseerd en hersteld van de oorlogsschade, in 1979 werd de vuurtoren van radar voorzien.
Tot 1993 was de toren bemand daarna werd de toren vanuit Ouddorp bestuurd.
De vuurtoren die 58 meter hoog is door de beschildering een opmerkelijke verschijning in de bosrijke omgeving aan de rand van de duinen.
De vuurtoren is bekend van het vroegere bankbiljet van 250 gulden.


donderdag 12 november 2015

Toekomst legerhelikopters 2030-2035.

Sikorsky  S-97 Raider (kan onbemand vliegen)


Hoe gaat de toekomstige legerhelikopter er over vijftien - twintig jaar uit zien?
Daarvoor moeten wij eerst onderscheid maken tussen de mini helikopter, aanvalshelikopter en de transporthelikopter.
De mini helikopter zal geavanceerder en meer prestaties kunnen leveren dan de drone van nu.
De mini helikopter zal worden gebruikt voor verkenning op allerlei gebied tijdens missies waarbij het de operationele zintuigen van een op land opererende eenheid zal worden.
Allerlei info kan worden doorgegeven: route, gesteldheid van het terrein en mogelijke dreigingen,
de info zal dus niet meer achteraf binnen komen maar a la minute.
De helikopter van normale grootte  zal steeds sneller gaan vliegen dan nu het geval is en zou ook wel eens onbemand kunnen gaan rondvliegen.
De huidige Apache heeft een topsnelheid van 366 km per uur, de toekomstige Bell V-280 Valor 560 km per uur en de Sikorsky S-97 Raider 444 km per uur.
De zelfdenkende autonome helikopter zal zelfs in staat zijn zelf de beste oplossing te zoeken tijdens een missie,zonder afhankelijk te zijn van iemand ver weg achter een beeldscherm.
Vliegers zullen op deze manier geen gevaar meer lopen uit de lucht te worden geschoten, de vlieger zal hoogstens  als eindverantwoordelijke op afstand en veilig de missie van de helikopter kunnen volgen en zo nodig nog kunnen ingrijpen op "bijsturen".
Transporthelikopters zullen in de toekomst zowel met als zonder bemanning vliegen.
Onbemand zullen deze helikopters, zover de brandstof en het onderhoudsschema dat toelaten, onbeperkt voedsel, munitie en reserve onderdelen naar het missiegebied kunnen vliegen, zonder rekening te hoeven houden met de vlieguren van de bemanning.
Alleen als er onder moeilijke omstandigheden zal worden gevlogen zoals bij troepentransport of medische evacuaties zal de piloot de helikopter nog besturen.
Toekomstige ontwikkelingen die toch niet meer zo ver weg zijn.