vrijdag 29 november 2019

Nini Boesman-Visscher ballonvaarster.

Nini Boesman- Visscher

De luchtballon werd in 1783 uitgevonden door de gebroeders Montgolfier, maar zich er in voor bewegen deed men niet dat was te gevaarlijk, dat kwam later. De eerste bemande ballonvaart door een Nederlander, Abraham Hopman, vond op 29 september 1804 plaats.
Clasina Cateau Elisabeth Visscher wordt op 11 mei 1918 in den Haag geboren, zij zou furore gaan maken als ballonvaarster wat in de jaren dertig heel bijzonder was voor een vrouw.
Op 18 jarige leeftijd leerde zij Jo Boesman kennen, oprichter van de Haagse Ballon club, Jo Boesman maakte in 1938 vanaf Kijkduin haar eerste ballonvlucht, de tocht duurde slechts 10 minuten.
Nini koos niet voor de heteluchtballon herkenbaar aan de gasbrander onder de ballon, maar voor de
gasballon te herkennen aan de zakjes zand van 15 kilo die aan de rieten mand onder de ballon hangen. De gasballonvaart is duurder en exclusiever dan de heteluchtballon, varen met een gasballon vraagt stuurmanskunst en geld, waterstofgas is duur. Haar voornaamste beweeg reden was dat een gasballon stil is en een heteluchtballon (door de brander) continu herrie veroorzaakt.
Nini behaalde als eerste vrouw in Nederland het ballon brevet.
In 1951 had Nini Boesman een wel heel bijzondere passagier: Godfried Bomans, beiden stortten samen ter hoogte van Zandvoort in zee, de twee werden op het nippertje gered. Bomans schreef later:
"dit is nu sterven" en "er waren nog andere gewaarwordingen doch slechts deze acht ik, als meest onpersoonlijke voor mededeling vatbaar".
Nini maakte in vele landen van de wereld ballonvaarten:Pakistan, Haïti, Rusland, Roemenië, Frankrijk, IJsland, Australië en Suriname.
Zij vloog als eerste vrouw met een gasballon over de Alpen en zou dit later nog acht keer overdoen.
In het Aviodome bevindt zich de gasballon PH-HBC waarmee zij over het Noordpool gebied heeft gevlogen. Ook deed zij mee aan de Gordon Bennett Race waarbij hij of zij die het verst komt de winnaar is en de Puderquasten Derby een  ballonrace alleen voor vrouwen. In den Haag liep zij er bij als een dametje, maar op het moment dat zij in de mand van haar ballon stapte was zij een koelbloedige piloot. In Nederland organiseerde het echtpaar Boesman meer dan 40 maal de Holland Ballon Race. Het echtpaar kreeg internationale erkenning door hun deelname aan internationale wedstrijden en hun inzet voor de toekomst van de gasballonvaart d.m.v. het opleiden van piloten. De portretten van beiden hangen in de Hall of Fame van het Balloon & Airship Museum in Mitchell V.S., de plaats waar Nini tevens ereburger van was.
Naast de ballonvaart had zij ook belangstelling voor de geschiedenis van de ballonvaart, zij was 30 jaar voorzitster van de afdeling luchtvaarthistorie van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart, op haar 90ste gaf zij de voorzittershamer over aan haar opvolger.
Na de dood van haar man in 1976 wilde zij met het ballonvaren stoppen, maar dat lukte niet, zij ging door tot op hoge leeftijd, op haar negentigste maakte zij nog een vlucht mee met een zeppelin, zij stierf op 2 juni 2009, 91 jaar oud.

PH-HBC







vrijdag 15 november 2019

De Onderzeedienst ten dienste van de wetenschap 1923-1937.




Professor Vening Meinesz en de K XVIII


De Onderzeedienst van de Koninklijke Marine bewees in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw dat een onderzeeboot ook voor de wetenschap kon worden gebruikt, initiator was professor F.A. Vening Meinesz een Nederlands geofysicus en geodeet die baanbrekend werk verrichtte.
Zijn verdiensten lagen in het bedenken van een methode om nauwkeurig de zwaartekracht te meten.
Hij bedacht een methode om deze ook op zee te meten, door schommelingen ging dit niet op het water maar wel onder water. De onderzeeboot was daar uitermate geschikt voor vandaar dat Vening Meinesz bij de Marine terecht kwam en daar alle hulp kreeg.
Vening Meinesz werd in zowel Utrecht als in Delft buitengewoon hoogleraar, hij ging in 1957 met emeritaat.

Op 18 september 1923 vertrekt de K II samen met de K VII en K VIII naar Nederlands Indië voor de eerste keer gaat Vening Meinesz mee om onderweg zwaartekracht metingen te doen in Colombo gaat hij van boord om naar Nederland terug te keren.
De meest beroemdste tocht was die van de K XVIII (speciaal toegerust voor de tropische wateren), die van 14 november 1934 t/m 11 juli 1935 plaats vond.Tijdens de wereldreis die van Den Helder naar Soerabaja ging deed Vening Meinesz baanbrekend onderzoek veelal op 40 meter diepte.
Hij ontdekte dat in diepzeetroggen de aardkorst naar beneden afbuigt wat een asymmetrische zwaartekracht oplevert.
Zijn metingen werden later gebruikt om de theorie van de platentektoniek te ondersteunen, de theorie die verklaart waarom de continenten uit elkaar drijven.
De reis ging via den Helder, Buenos Aires, Kaapstad. Fremantle naar Soerabaja in totaal 23.000 zeemijl. Op 19 december werd door de K XVIII radiocontact gemaakt met de KLM "Snip" die op dat moment bezig was aan de bekende kerstvlucht naar de Antillen.
Met zijn lengte van 2 meter had de professor tijdens dit soort tochten speciaal verlof nodig omdat hij te lang was voor een onderzeeboot. De omstandigheden aan boord waren primitief, hoge temperaturen aan boord (tot wel 45 graden Celsius) en slechte ventilatie, vaak werd de ijsmachine aan boord gebruikt om de boot enigszins te koelen.
Tijdens de tocht met de O-16 tussen 11 januari en 6 april 1937 deed Vening Meinesz zijn 750ste zwaartekrachtmeting, de tocht ging via Horta, Bermuda, Norfolk naar Washington, tijdens deze reis
maakte de professor de 100.000 mijl vol die hij in krap 15 jaar per onderzeeboot had afgelegd.

Ter herinnering aan de tocht met de K XIII in 1926 werd een medaille uitgereikt, in totaal 38 stuks waarvan 1 bronzen en 37 zilveren exemplaren, aan veelal de bemanning.
Ter herinnering aan de tocht van de K XVIII werd door de Rijkscommissie voor Grondmeting en Waterpassing een zilveren medaille uitgereikt aan de 35 bemanningsleden, 10 opvarenden kregen tevens een Koninklijke onderscheiding.
In de hoofdingang van de Onderzeedienstkazerne in Den Helder werden 5 gebrandschilderde ramen geplaatst uit bijdragen van het Nederlandse volk.
Het in Soerabaja geplaatste raam gaf een uitbeelding van de tocht van de K XVIII waarbij een vergelijking werd gemaakt met de eerste scheepvaart naar Nederlands Indië door Cornelis Houtman aan boord van de Mauritius.

Gebrandschilderd raam in Soerabaja.






donderdag 24 oktober 2019

De slag bij Navarino: hoe een Nederlander het in Rusland tot opperbevelhebber van de Russische vloten bracht.

Lodewijk van Heiden

Lodewijk van Heiden werd op 6 september 1773 in Zuidlaren geboren als zoon van Sigismund Graaf van Heiden Heer van Reinestein, op 9 jarige leeftijd werd hij cadet bij de vloot van de Republiek, op 16 jarige leeftijd kreeg hij de rang van luitenant ter zee.
Gedurende de zes jaar dat hij op de vloot van de Republiek diende maakte hij verschillende reizen naar de toen overzeese gebiedsdelen. Hij was een beschermeling van Jan van Kinsbergen.
Hij begeleide stadhouder Willem V in 1795 naar Engeland. Toen hij naar Holland terugkeerde werd hij gevangen gezet en langdurig verhoord, hij was immers een oranje aanhanger, maar hij liet niets los over het vertrek van stadhouder Willem V, na twee maanden werd hij vrijgelaten.
Na zijn vrijlating nam van Heiden ontslag en reisde af naar Rusland waar hij dienst nam bij de Russische vloot, hij was 22 jaar oud toen hij door de Russische Tsaar werd aangesteld als kapitein luitenant bij de Russische admiraliteit, in 1808 kreeg hij het bevel over een flottielje in de oorlog tegen Zweden, in 1809 werd hij commandant van het eskader in Nieuw Finland, bij het beleg van Dantzig werd hij bevorderd tot commodore, in 1817 werd hij schout-bij-nacht, en in 1826 kreeg hij bevel over de Zwarte Zee vloot.
Op 20 oktober 1827 vond de zeeslag bij Navarino plaats, in het kader van de Griekse vrijheidsstrijd versloegen de eskaders van Rusland, Groot Brittannië en Frankrijk in de baai van Navarino de Turks-Egyptische vloot die in de meerderheid was. Die dag werden 6.000 Turken en Egyptenaren gedood, Het was de laatste grote zeeslag met alleen zeilschepen.
Het Russische eskader werd tijdens de strijd gecommandeerd door Lodewijk van Heiden Reinestein,
na de slag werd hij bevorderd tot vice-admiraal.
Lodewijk werd later door de Tsaar benoemd tot opperbevelhebber van de Russische vloten en tot gouverneur van Kronstadt (30km ten westen van St. Petersburg).
In 1832 keerde  Lodewijk van Heinen terug naar Nederland waar hem een groot onthaal ten deel viel,
enige tijd verbleef hij in Zuid Laren waarna hij terug keerde naar Reval het tegenwoordige Tallinn gelegen in Estland.hij eindigt daar zijn loopbaan als gouverneur van Reval en sterft er op 77 jarige leeftijd.
De Grieken zagen hem als hun verlosser van de Turken, een zijstraat van het Victorieplein in Athene is naar hem vernoemd. Er werden verschillende gedenktekens voor hem opgericht: een enorm indrukwekkend grafmonument in Tallinn, Op het eiland Sphacteria in de baai van Pylos (Navarino)
staan tal van monumenten. In Pylos staat hij op een monument ter nagedachtenis aan de "drie admiraals" van de slag bij Navarino., elke Griekse stad heeft wel een straat of plein der "drie admiraals".

Uit zijn huwelijk zijn de grafelijke takken van Heinen en von Heijden in Rusland voortgekomen of zij de revolutie hebben doorstaan is niet bekend.
Volgens overleveringen zo hij Berend Botje zijn, uit het bekende kinderliedje.




vrijdag 4 oktober 2019

"dispereert niet" Jan Pieterszn Coen.21 september

Jan Pieterszn. Coen

Jan Pieterszoon Coen werd op 8 oktober 1587 in Hoorn geboren, zijn vader was koopman. Jan zou in de voetstappen van zijn vader treden.
Toen hij 13 jaar was vertrok hij naar Rome waar hij in de leer ging, hij leerde er de fijne kneepjes van het koopmanschap en leerde er vreemde talen spreken o.a. Italiaans, Spaans en Portugees.
In 1606 keerde hij terug naar Hoorn en trad kort daarna in dienst van de V.O.C. en vertrok als onderkoopman naar Indië.
In 1611 keerde Coen terug naar Holland waarna hij in december 1612 naar Indië terugkeerde, op 9 februari 1613 arriveerde hij in Bantam als opperkoopman en commandeur over twee schepen, aangekomen in Jakarta stelde hij orde op zaken.
Hij ging voortvarend aan het werk en werd al spoedig boekhouder-generaal, president van Bantam en Jakarta, directeur-generaal in Bantam waarbij hij hoofd van de gehele handels compagnie in Azië werd.  De overwinning die hij in 1619 bij Jakarta behaalde kwam vooral door de onderlinge onenigheid tussen zijn vijanden, het fort aldaar werd nl. belegerd door Engelsen, Jakatranen en Bantammers. Coen vluchtte naar de Molukken en kwam met een vloot terug en werd vervolgens heer en meester in Jakarta en stichtte er Nieuw Hoorn, de Heren Zeventien waren het daar niet mee eens en veranderden de naam in Batavia. Coen deporteerde de Bandanezen nadat deze onder Engelse invloed hun handels contracten niet nakwamen. Op deze manier kreeg de V.O.C. de productie van nootmuskaat en foelie in handen. In 1619 werd hij gouverneur-generaal de hoogste post die hij tot zijn dood met een kleine tussenpozen zou bekleden.
In september 1623 kwam hij in Holland aan en deed uitvoerig verslag van zijn bevindingen aan de Heren Zeventien, als dank ontving hij tal van geschenken. Hij deed nieuwe voorstellen aan de V.O.C. In 1624 werd Coen een tweede gouverneurschap aangeboden, ziekte vertraagde zijn vertrek.
In 1625 trouwde hij met Eva Ment een huwelijk waaruit twee dochters werden geboren waarvan er een spoedig stierf,in 1627 reisde hij met vrouw en dochtertje vergezeld van zijn schoonmoeder, zwager en schoonzuster richting Indië, zwager, schoonmoeder en dochtertje overlijden al snel in Batavia.
Coen zette alles op alles om zowel de Spanjaarden als de Engelsen buiten de archipel te houden en was er een groot voorstander van dat Hollanders zich massaal in Indië zouden gaan vestigen.
Naast dat hij de belangen van de V.O.C. behartigde, bestreed hij de corruptie en probeerde investeerders te interesseren in Indië.
Hij had vanaf het begin aangedrongen op het zenden van veel schepen en omvangrijke fondsen om overzee een omvangrijk handelsnet te kunnen stichten. Er wordt verschillend over hem gedacht, van 
meedogenloos tot iemand met militaire bekwaamheden, organisatietalent en doorzettingsvermogen.
Hij overleed op 21 september 1629 waarschijnlijk aan cholera, hij wordt gezien als de stichter van het koloniale rijk Nederlands Indië.
In Hoorn staat een standbeeld van Jan Pietersz. Coen. In het Wayang museum in Jakarta bevindt zich een herdenkingssteen vermoedelijk afkomstig van zijn graf. 
De nieuwe tunnel onder het Noordzeekanaal de Coentunnel in Amsterdam is naar hem vernoemd.



vrijdag 6 september 2019

Iwan Smirnoff, een Russische Vliegende Hollander.

Afbeeldingsresultaat voor iwan smirnoff
Iwan Wasiliwitsj Smirnoff 1895-1956.

De legendarische KLM vlucht met de Pelikaan waarbij in recordtijd van Amsterdam naar Nederlands Indië werd gevlogen, zal voor altijd met Iwan Smirnoff verbonden blijven.
Iwan Smirnoff werd ten tijde van Tsaar Nicolaas II op 12 februari 1895 geboren. In het begin van de Eerste Wereldoorlog nam hij dienst in het Tsaristische leger, raakte gewond en ging zich toen op de luchtvaart richten. In 1915 behaalde hij zijn militair brevet. Als jachtvlieger wist hij 12 overwinningen op zijn naam te zetten. Toen de Russische revolutie uitbrak vluchtte Smirnoff met nog twee man via Vladivostok naar Londen. Tot het einde van de oorlog diende hij bij de RAF. Daarna keerde hij terug naar Rusland om het "Witte" vrijwilligersleger te helpen. Door de opmars van het "Rode"leger moest hij noodgedwongen opnieuw vluchten. In Londen behartigde hij noch enige tijd de belangen van het "Witte" leger waarna hij vliegtuigmonteur bij Handley Page werd. In 1921 kwam hij in dienst bij SNETA in België en verhuisde hij al snel naar Nederland waar hij in dienst trad van de KLM. Op 4 juni 1923 was hij de eerste vlieger op de nieuw te openen lijn naar Parijs. In 1925 trouwde hij met de Deense actrice Margot Linnet  en werd in 1928 tot Nederlander genaturaliseerd. In 1928 moesten er door de KLM vliegtuigen naar Nederlands Indië worden overgevlogen voor de daar net opgerichte KNILM, gezagvoerder Smirnoff werd aangewezen om het eerste vliegtuig naar Nederlands Indië te vliegen. In Nederland werd hij beroemd als gezagvoerder van de Kerstvlucht met de "Pelikaan" naar Nederlands Indië, het toestel vertrok op 18 december 1933 en landde op 22 december in Batavia, op 26 december ving de retourvlucht aan waarna op 30 december op Schiphol werd geland, bij de aankomst waren meer dan 20.000 toeschouwers aanwezig.
Op 7 april 1940 landde Smirnoff voor de 50ste maal op Batavia hij zou voorlopig niet meer op Schiphol terugkeren, Napels zou voorlopig het einde van de KLM lijn vanuit Batavia worden. Smirnoff bleef op allerlei KLM en KNILM luchtlijnen als vlieger actief. Na Pearl Harbour werd hij in Nederlands Indië gemobiliseerd als kapitein bij de Militaire Luchtvaart van het KNIL, na allerlei vluchten in Nederlands Indië werd hij geëvacueerd naar het Noorden van Australië vanwaar hij nog talloze vluchten terug naar Ned. Indië maakte om zo veel mogelijk evacuees naar Australië te brengen. Vliegend in een DC-3 werd hij door Japanse Zero's beschoten en moest hij gewond een noodlanding maken, vier passagiers overleden de rest werd dankzij Smirnoff gered. Voor de V.S. bracht hij gedurende 9 maanden goederen van Brisbane naar Port Moresby op Papua Nieuw Guinea waarbij op de terugweg zieken en gewonden werden meegenomen.Na terugkeer in de V.S. in 1944 werd hij door de KLM belast met het verzamelen van inlichtingen omtrent nieuw aan te schaffen passagierstoestellen, inclusief het vliegen op prototypes zoals de Lockheed Constellation. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog begon hij weer zijn normale werkzaamheden als gezagvoerder voor de KLM op de Amsterdam - Java route te hervatten. Mede door de ziekte en het overlijden van zijn vrouw stopte hij met zijn vlieger loopbaan. In 1949 nam hij ontslag en ging op Mallorca  wonen waar hij zich inzette voor een KLM verbinding met het eiland. Iwan Smirnoff overleed op 28 oktober 1956. Eind 1959 werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar Nederland waar het in Heemstede werd bijgezet.

vrijdag 12 juli 2019

50 jaar Apollo, opnieuw naar de maan met Artemis.

Apollo 17 Eugene Cernan working at the Rover.
50 jaar Apollo, opnieuw naar de maan.


Het is deze maand 50 jaar geleden dat de mens voor de eerste maal in de geschiedenis voet op de maan zette, wellicht een van de belangrijkste gebeurtenissen van de vorige eeuw.
Beïnvloed door de bewapeningswedloop en voortkomend uit de Koude Oorlog werd het een strijd wie als eerste de maan zou bereiken: de US of de USSR. De charismatische president Kennedy zorgde ervoor dat een mens op de maan zou gaan landen, het US ruimtevaart werd gestart en in grote snelheid volgden de Mercury en Gemini programma's elkaar op, het daarop Apollo programma zorgde voor de daadwerkelijke landing op de maan.
Op 20 juli 1969 daalde Neil Armstrong de trappen af van de maanlander "Eagle" en liep als eerste mens op de maan korte tijd later gevolgd door Buzz Aldrin.
Met Apollo 17 werd het programma beëindigd, Schmitt en Cernan waren op 11 december 1972 de laatste astronauten die op de maan arriveerden.
Nu in 2019 zijn er plannen de mens opnieuw richting maan te sturen maar nu voor langer. De plannen hiervoor dateren al vanaf president Bush die in 2004 veel geld vrijmaakte voor de NASA met de bedoeling in 2020 op de maan te landen.
Onder de regering Bush werden al de draagraket "Space Launch System" of SLS en de capsule "Orion" ontwikkeld. maar hierop werd door president Obama drastisch bezuinigd.
Inmiddels zijn het SLS en de Orion al aan de nodige tests onderworpen.
Het nieuwe ruimtevaartprogramma heeft inmiddels een naam gekregen:"Artemis". 
In 2020 zullen SLS en Orion voor de eerste keer samen worden gelanceerd, in 2022 gaat de Orion met astronauten rond de maan vliegen, in 2023 zullen de maanlander en maanwagentjes uitvoerig worden getest. Het plan is om in 2024 op de zuidpool van de maan te landen waar in de loop van de tijd, men denkt binnen 4 jaar, een permanente maanbasis zal worden gevestigd.
Eerst zal er een ruimtestation voor rond de maan worden gelanceerd een zgn.: "Lunar gateway", een klein ruimtestation dat permanent in een baan om de maan zal draaien met daarin woonvertrekken voor astronauten, een wetenschappelijk laboratorium en luchtsluizen voor bezoekende ruimtevaart toestellen tevens het station vanwaar men afdaald naar het ruimtestation op de maan, een soort mini ISS. Onderdelen van het ruimtestation zullen door de US worden gebouwd andere onderdelen zullen in samenwerking met onder meer ESA, Roscosmos worden gebouwd. De komende jaren zullen wat de ruimtevaart richting maan interessant worden!




Maanlanding
20 juli 1969

vrijdag 21 juni 2019

Hollandse invloeden op Ceylon.

Galle, V.O.C. fort.



Toen de Portugezen Ceylon het huidige Sri Lanka koloniseerden bestond het uit 7 koninkrijken waarvan Kandy, Kotte en Jaffna het grootst en belangrijkst waren. In het historische stadsdeel van Columbo dat "Fort" wordt genoemd is de plek waar de Portugezen in de 16e eeuw een handelspost bouwden. De V.O.C. die op zoek was naar specerijen en met name kaneel, peper en koffie, veroverde dit gedeelte in 1656 tot het in 1796 door de Engelsen in bezit werd genomen.
In 1602 landde Joris van Spilbergen in de baai van Batticaloa om met de vorst van Kandy handelsafspraken te maken. De 140 jaar van Hollandse aanwezigheid drukte een  blijvende stempel op het eiland en zijn oorspronkelijke bewoners. In Galle een havenstad in de zuidelijkste provincie zijn nog veel sporen van de V.O.C. tijd terug te vinden o.a. een fort dat op de UNESCO Werelderfgoedlijst is geplaatst. In Jaffna staat ook een V.O.C. fort met echte Hollandse huizen en een kerk uit 1706, ook in Unawatuna, Kalutatra en Negombo zijn nog Hollandse sporen te vinden.
Men vindt er forten en vestingen met Nederlandse namen zoals: Utrecht, Leiden en Delft, de gebouwen zijn bedekt met typisch Nederlandse dakpannen.
Toen de Hollanders de Portugezen van Ceylon verdreven  werd er Portugees vermengt met inlandse talen gesproken. Het Nederlands wat er later werd gesproken kwam onder invloed van het Portugees en Engels, wat is overgebleven zijn de Nederlandse invloeden in de Singalese en Tamil taal. Een deel van de bevolking is van Nederlandse afkomst en heeft Nederlandse achternamen, deze mensen met tevens Portugese en Engelse roots worden "Burghers"genoemd. Burghers kleedden zich Europees en waren lid van de Nederlandse Hervormde kerk, in de Engelse tijd werd de groep als aparte bevolkingsgroep erkend. In het Tamil en Singalees zijn verschillende Nederlandse woorden te vinden zoals: aardappel, pistool, kakhuis, handschoen, drukker en vlek.
De rechtspraak is gebaseerd op het Hollands Romeins recht.
In 1956 werd bij de onafhankelijkheid bepaald dat Singalees de enige officiële taal werd, veel Burghers verloren hun baan, er leven nog zo'n 40.000 Burghers in Sri Lanka waarvan de meeste in Colombo, ook zijn er een aantal Burgher organisaties waarvan men lid kan worden als men kan aantonen dat men van Hollanders afstamt waar men heel trots op is.