zaterdag 6 mei 2017

De zusterschepen van de Titanic.






De Olympic klasse.

In het begin van de 20ste eeuw was het passagiersvervoer tussen de Europa en de Verenigde Staten, het zgn. Trans-Atlantische vervoer, big business. Steeds grotere en luxueuze liners onderhielden de boot verbinding tussen de twee werelddelen. Naast "gewone" passagiers en de eerste toeristen waren er de vele immigranten die voor een betere toekomst de Atlantische oceaan over staken.
De White Star Line was een van die vele rederijen die tussen Europa en de V.S. vaarden.
Al de schepen die voor de White Star Line werden gebouwd kregen een naam die eindigde op -ic.
In 1907 werden een drietal schepen besteld bij de scheepswerf van Harland and Wolff: de "Olympic",
de "Titanic" en de "Gigantic" de schepen waren het antwoord op de steeds luxueuzer wordende schepen van de concurrent de Cunard Line.
De Olympic werd in 1910 te water gelaten en was toen met 269 meter het langste schip ter wereld, het schip werd als onzinkbaar beschouwd (1/4 van de 16  compartimenten konden onder water staan). In september 1911 kreeg het schip bij het eiland Wight een aanvaring met een kruiser waarbij 2 compartimenten vol liepen, het schip zonk niet maar had aanzienlijke schade. In 1915 werd het omgebouwd tot troepen transportschip (het was het enige koopvaardijschip dat een Duitse onderzeeër tot zinken bracht).
Na de Eerste Wereldoorlog deed het schip weer dienst als passagiersschip, verschillende aanpassingen konden niet voorkomen dat de Olympic de concurrentie met het passagiersvliegtuig verloor, op 7 april 1935 kwam het schip voor het laatst in Southampton aan. (in mei 1934 had het nog een aanvaring met een lichtschip gehad, waarbij 7 van de 11 bemanningsleden van het lichtschip het leven verloren).
De Titanic kwam op 10 april 1912 in dienst en vertrok vanuit Southampton richting New-York waar het nooit aan zou komen, een aanvaring met een ijsberg zorgde ervoor dat het schip snel zonk, van de 2.200 opvarenden kwamen er 1.522 om.
De "Gigantic" was nog in het beginstadia en werd n.a.v. het zinken van de Titanic op de scheepswerf
aangepast en haar naam werd aangepast de Gigantic werd nu Britannic.
Nu zouden 6 compartimenten kunnen vollopen voordat het schip kon zinken, de noodwegen zouden voor de laagste klassen worden verbeterd.
De Britannic kwam in 1914 in dienst en werd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog door de Royal Navy gevorderd en ingezet als hospitaalschip. Tijdens de zesde tocht naar de Dardanellen/
Griekenland om er gewonden op te halen, liep het schip op een zeemijn. Op 21 november 1916 zonk het schip in de Egeïsche Zee waarbij 30 opvarenden om het leven kwamen.
Het wrak werd in 1975 door Jacques Coustaeu ontdekt op 121 meter diepte, waarbij tevens restanten van een mijn werden gevonden en waaruit tevens bleek dat de waterdichte deuren openstonden!
Violet Jessop van beroep scheepsverpleegster was in 1911 aan boord van de Olympic toen het schip bijna zonk en overleefde zowel de Titanic als de Britannic toen deze beiden zonken.

vrijdag 28 april 2017

Ida Veldhuyzen van Zanten de enigste vrouwelijke draagster van het Vliegerkruis.

Afbeelding
Ida Laura Veldhuyzen van Zanten vlieger bij het A.T.A.

Aan bijna 730 personen werd het Vliegerkruis toegekend onder hen slechts een vrouw Ida Laura Veldhuyzen van Zanten. Ida werd op 22 juni 1911 in Hillegom geboren als dochter van een bollenkweker. Zij was avontuurlijk ingesteld en maakte verschillende reizen, in 1935 solliciteerde zij vergeefs bij de K.L.M. als stewardess, zij had nl. geen gymnasium diploma. Na een wereldreis vertrok zij naar Engeland om daar vlieglessen te nemen, in 1938 behaalde zij haar sportbrevet A, een van de velen, in 3 maanden behaalde zij haar motorvliegbewijs A en de zweefvliegbrevetten A,B,C. Opnieuw deed zij een poging bij de K.L.M. en bleef daar tot september 1939 in dienst waarna zij korte tijd hostess op een pakketboot werd. Terug in Nederland was zij actief bij het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers voor de hulp aan de slachtoffers van het Duitse bombardement op Rotterdam. Ida ondernam daarna verschillende vluchtpogingen naar Engeland bij een derde poging lukte het haar via Nancy over de besneeuwde Jura naar Zwitserland te vluchten waar zij op 8 januari 1942 aan kwam, vandaar reisde zij via Madrid naar Lissabon en vandaar naar Londen waar zij in augustus 1942 aankwam als Engelandvaarder. (voor haar ontsnapping werd haar het Kruis van Verdienste uitgereikt). Een baan als vlieger zat er niet in, het werd een kantoorbaan bij de inlichtingen dienst. Uiteindelijk kwam zij via een toelatingstest bij het Air Transport Auxiliary terecht. Het A.T.A. was een civiele organisatie die in 1940 werd opgericht met het doel de vliegtuigen vanuit de fabrieken naar de militaire bases te vliegen dit om militaire vliegers vrij te maken voor oorlogstaken. Het A.T.A. bestond uit 1.316 vliegers waarvan 166 vrouw waren, het vliegen bij het A.T.A. was niet ongevaarlijk, ongelukken maar ook beschietingen door vijandelijke vliegtuigen kwamen veelvuldig voor. (de toestellen waren onbewapend). In de periode dat Ida Veldhuyzen in dienst was bij het A.T.A. van 18 mei 1943 tot 30 september 1945 vloog zij 583 solovluchten op verschillende vliegtuig typen, hiervoor werd haar het Vliegerkruis toegekend.
Na de oorlog bleef Ida vliegen, in 1946 vloog zij met zes passagiers (zonder radio) van Londen naar Kaapstad, waar zij vervolgens korte tijd bij een vliegend circus ging vliegen.
Terug in Nederland werd zij maatschappelijk werkster maar bleef tevens actief in de sportvliegerij en zweefvliegerij, later behoorde zij tot de exclusieve club van vliegers die hun vliegbrevet 50 jaar in bezit hadden. Ida Laura Veldhuyzen van Zanten stierf op 19 oktober 2000.


vrijdag 21 april 2017

Wubbo Ockels natuurkundige, ruimtevaarder, piloot en hoogleraar.



Wubbo Ockels aan boord van het Spacelab

Misschien is het leven van Wubbo Ockels het best samen te vatten aan de hand van zijn zeven levens, zoals zijn dochter Gean dat ooit beschreef.
Een aantal keren keek Wubbo Ockels de dood in de ogen of ontliep  deze ternauwernood.
Later bezocht hij met zijn dochter de plekken waar het allemaal gebeurde.
Een ernstige bacteriële infectie ziekte is hem in 1981 bijna fataal als hij in Huntsville verblijft tijdens zijn opleiding en selectie tot astronaut. Op 30 oktober 1985 wordt hij met de Challenger gelanceerd, de Challenger gaat na terugkomst in groot onderhoud en wordt op 28 januari 1986 opnieuw gelanceerd, op 14,6 km explodeerde de Challenger, een vlucht later en Wubbo Ockels was omgekomen.
Op 5 december 1989 verplaatst Wubbo zich met zijn vliegtuigje op de taxibaan in dichte mist naar de startbaan en word van achteren door een landende Airbus geschept en overleeft de crash.
Als hij in Delft hoogleraar is wordt hij op 23 augustus 2005 getroffen door een hartaanval door snel ingrijpen van een een toevallig aanwezige collega overleeft hij het.
In mei 2008 wordt tijdens een routine controle n.a.v. de hartaanval een tumor in zijn nier geconstateerd en Wubbo wordt op tijd in België geopereerd.

Wubbo Ockels werd op 28 maart 1946 in Almelo geboren, groeide op in Brielle en ging op de middelbare school in Groningen er studeert er wis- en natuurkunde aan de Universiteit, hierna deed hij experimenteel onderzoek aan het Kern Fysisch Versneller Instituut en promoveert in 1978.
In 1977 solliciteerde hij bij ESA voor astronaut waarbij hij geselecteerd werd om mee te werken aan het Spacelab programma (samenwerking ESA-NASA), de selectie tot astronaut duurde 1 jaar, in 1980/1981 volgt zijn opleiding aan het Lyndon B. Johnson Space Center in Texas.
Tijdens de eerste Spacelab vlucht (STS-9) in 1983 onderhield hij vanuit het vluchtleidingscentrum contact met de wetenschappers aan boord van de Shuttle.
In 1985 maakte hij van 31 oktober t/m 6 november als payload-specialist zijn ruimtevlucht met de Spaceshuttle Challenger STS-61-A. Vanaf 1986 was Wubbo Ockels werkzaam bij ESA-ESTEC in Noordwijk waar hij een aantal projecten opzette en begeleide zoals TEAMSAT en EUROMOON.
In 1992 is hij deeltijd hoogleraar en vanaf 2003 tot aan zijn dood hoogleraar duurzame technologie aan de T.U. in Delft. ook is hij buitengewoon hoogleraar aan de Universiteit van Groningen.
Een aantal onderzoeksprojecten waar Wubbo Ockels zich mee bezig hield waren de laddermolen, de superbus, Ecolution en de zonne-auto Nuna die in 2001, 2003, 2005, 2007 en 2013 de World Solar Challenge gewonnen heeft, stuk voor stuk duurzame en milieu bewuste projecten.
Toen in 2013 niercel kanker werd geconstateerd bleek deze agressief en uitgezaaid naar zijn longvlies van de specialisten kreeg hij te horen dat hij nog twee jaar te leven had. Televisie kijkend Nederland werd getuige van de niet aflatende strijd die Wubbo Ockels voerde tegen de kanker, naast zijn reguliere behandeling in Texas probeerde hij zijn afweer systeem te beïnvloeden en werd daar in begeleid door de "Iceman".
Een dag voor zijn overlijden waarschuwt Ockels met een emotionele oproep via de media de mensheid voor de ondergang van de Aarde.
Hij overleed op 18 mei 2014 in Amsterdam en werd op Zorgvliet begraven.












donderdag 13 april 2017

Albert Schweitzer, organist, filosoof, theoloog, arts, Nobelprijs winnaar.

Albert Schweitzer


Albert Schweitzer werd in 1875 in Kaysersberg in de voormalige Duitse Elzas geboren, zijn vader was predikant. als kind was hij vaak ziek en was laat met lezen en schrijven, op muzikaal gebied was hij zeer begaafd op zijn 7e componeerde hij en op zijn 8ste bespeelde hij het kerkorgel.
Hij volgde het gymnasium en behaalde in 1893 het eindexamen in Mulhausen, dat zelfde jaar kreeg hij orgelles van Widor en begon in oktober van dat jaar een studie filosofie en theologie aan de universiteit van Straatsburg. In 1898 verhuisde hij naar Parijs waar hij ook verder orgelles van Widor kreeg, in 1899 studeerde hij in Berlijn filosofie op het einde van dat jaar promoveerde hij aan de Universiteit van Straatsburg. Hij vestigde zich in Straatsburg werd er predikant en gaf les op de zondagsschool, in 1900 promoveerde hij in de theologie.
In 1905 begon hij met een studie medicijnen en chirurgie, hij wou als zendingsarts naar Afrika.
Drukke jaren braken aan: naast zijn medicijnen studie speelde hij orgel in Parijs en Barcelona en was predikant en docent theologie in Straatsburg. In 1911 slaagde hij voor het medische staatsexamen, in 1912 vertrok hij naar Parijs om daar tropische ziekten te bestuderen.
Het grootste deel van zijn verdere leven zal Albert Schweitzer in Afrika doorbrengen, hij vertrekt naar  Gabon een Franse kolonie en wel naar Lambaréné waar hij een ziekenhuis gaat bouwen.
Albert Schweitzer die de Eerste Wereldoorlog als een teken van verval van de beschaving zag, werd als Duitser voor enige maanden krijgsgevangen genomen en kreeg huisarrest, maar omdat hij de enige arts in de regio was mocht hij zijn werk in het ziekenhuis hervatten. In 1917 keert hij gedwongen terug in Frankrijk en wordt geïnterneerd, na de oorlog is hij assistent in het burgerziekenhuis van Straatsburg
en is hij daarnaast hulpprediker. In 1923 voltooid hij zijn boek "cultuur en ethiek" n.a.v. zijn boek houdt hij overal in Europa spreekbeurten al dan niet gecombineerd met orgelconcerten, de opbrengsten gaan naar Lambaréné in Gabon. In 1924 keert hij daar terug en er wordt een nieuw ziekenhuis gebouwd, hij krijgt hulp van andere artsen en kan zo nu en dan naar Europa terugkeren.
Vanaf 1948 kan hij weer reizen en geeft hij in Europa en zelfs de V.S. orgelconcerten en lezingen gecombineerd met zijn werk in Lambaréné hij blijft dit doen tot aan zijn dood.
In 1952 ontvangt Albert Schweitzer de Nobelprijs voor de Vrede, met de geldprijs die daar bij hoort kan Albert Schweitzer zijn lepradorp afbouwen. Hij sterft in  Lambaréné op 4 september 1965 in de leeftijd van 90 jaar.
Kernpunt van Schweitzers filosofie is de term:"eerbied voor het leven". Albert Schweitzer schreef 16 werken veelal op het gebied van filosofie en theologie.

In Deventer staat op de Brink een bronzen standbeeld voor Albert Schweitzer, in Dordrecht is een ziekenhuis naar hem vernoemd.

Albert Schweitzer in Lambaréné Gabon.








vrijdag 31 maart 2017

Arendsoog

het eerste deel van Arendsoog

Op de lagere school was er in de jaren 60 een medescholier,uit een gezin met veel jongens, waar iedereen een beetje jaloers op was.Wat was namelijk het geval, het gezin had thuis alle boeken van Arendsoog iets wat in die tijd wel heel bijzonder was.

Jan Nowee werd in 1901 in Arnhem geboren als zoon van Jacobus Nowee een winkelier en Carolina Borsten. Jan werd later onderwijzer in den Haag en klom later op tot hoofdonderwijzer, hij had al enkele educatieve en kinderboeken geschreven alvorens hij met Arendsoog begon.
Tijdens zijn vrije tijd deed Jan vrijwilligers werk in de plaatselijke bibliotheek en was er achter gekomen dat er veel vraag was naar western verhalen naast de verhalen van Karl May was er op dat gebied bar weinig te lezen. Jan Nowee begreep al gauw dat er voor de wat jongere lezers behoefte was aan avontuurlijke boeken die in het wilde westen zouden afspelen. Zo zag Arendsoog en ook Witte Veder het levenslicht. Tussen het begin in 1935 en zijn overlijden in 1958 verschenen er 19 boeken over de avonturen van Arendsoog, het eerste deel heette toepasselijk "Arendsoog" het laatste deel van zijn hand "De jacht op de grijze hengst".
De KRO besloot in 1950 een hoorspel gebaseerd op Arendsoog uit te zenden (Nowee had toen drie boeken geschreven) dat zorgde ervoor dat de boeken over Arendsoog populair werden.
Arendsoog is de bijnaam van Bob Stanhope een Amerikaanse veehouder werkzaam op de S-Ranch uit Mining Valley in Arizona die vanwege zijn scherpe ogen deze bijnaam van de indianen kreeg.
Witte Veder zijn indiaanse vriend heeft een zeer goed gehoor. Beiden zijn uitmuntende schutters, de verhalen zijn in feite detective verhalen die spelen in het wilde westen, verhalen die spelen in de tweede helft van de 19e eeuw.
In de loop van de jaren illustreerden een aantal tekenaars de boeken: Gerrit Stapel, Hans G. Kresse, Herry Behrens, Jan Huizinga, Jan Sonneborn, Piet Broos en Wouter Tulp.
Paul Nowee een zoon van Jan Nowee, journalist, besluit het 20ste deel "Arendsoog en de goudkoorts" begonnen door zijn vader verder af te maken, hij krijgt de smaak te pakken en besluit zijn journalistieke loopbaan vaarwel te zeggen, het 21ste deel dat geheel door hem is geschreven heet "Het geheim van de zonderling" er volgen hierna nog 43 boeken met als laatste deel "Arendsoog premiejager?" In 1973 kreeg Paul Nowee een gouden boek uitgereikt n.a.v. het 3 miljoenste Arendsoog boek, de boeken werden naast het Nederlands vertaald in het Duits, Fins, Zweeds en Italiaans. Ook schreef Paul Nowee enkele stripversies van Arendsoog o.a. voor het striptijdschrift Pep. Paul Nowee stierf in 1993 op 57 jarige leeftijd in den Haag in zijn testament stond dat niemand nog een vervolg op Arendsoog mocht schrijven.
Zowel vader Jan als zoon Paul Nowee waren nooit in de Verenigde Staten geweest!

vrijdag 24 maart 2017

Gevlogen in Nederland: Fokker S-11 Instructor.

Fokker S-11 Instructor "Fokker Four"

De Fokker S-11 Instructor is het tweede ontwerp van Fokker na de Tweede Wereldoorlog.
Het prototype van dit eenmotorig lesvliegtuig werd op 18 december 1947 door Fokker testpiloot Gerben Sonderman ingevlogen.
Kenmerkend voor deze laagdekker is de grote cockpit, waarin de instructeur en leerling naast elkaar zitten, als mede de geknikte poten van het landingsgestel.
Achter bovengenoemde zitplaatsen is ruimte voor een derde stoel, bagage of een extra brandstoftank.
De S-11 werd aan de luchtmachten van Nederland, Israël, Brazilië, Paraguay en Bolivia verkocht.
In Italie werden er 180 toestellen in licentie gebouwd als Macchi M.416 en in Brazilië 100 toestellen als T.21. De Fokker fabrieken produceerden er 100 stuks.

In Nederland werd de Fokker S-11 Instructor aangeschaft als opvolger van de Tiger Moth en wel voor de Elementaire Vlieg Opleiding van de Koninklijke Luchtmacht op de vliegbasis Woensdrecht  en
later op Gilze-Rijen.
In 1950 werden de eerste toestellen van de in totaal 39 stuks afgenomen.
De toestellen waren voorzien van de registraties E-1 t/m E-39 en waren in gele kleur met oranje day glow gespoten. De Marine Luchtvaart Dienst leende in eerste instantie negen S-11's.
Later werden deze toestellen definitief overgenomen  en voorzien van een M.L.D. nummering 174 t/m 179 en 197 t/m 199 de toestellen werden gestationeerd bij het VSQ 9 op het marine vliegkamp de Kooy. Op 3 september 1973 werden de laatste twaalf Luchtmacht toestellen uit dienst gesteld.
Sinds 1982 bestaat er in Nederland de Stichting "Fokker Four" dat met vier S-11 Instructors is uitgerust en demonstraties verzorgt in binnen en buitenland.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft  2 S-11's in haar collectie nl. de E-22 en E-24.



vrijdag 17 maart 2017

De schepper van de Kronkels: Simon Carmiggelt.

Simon Carmiggelt

Wie kent niet de "Kronkels" in het Parool, het voorlezen uit eigen werk voor de radio en later de televisie, droog met lichte humor en milde ironie. Simon Carmiggelt wiens werk op menige buitenlandse universiteit waar Nederlands wordt gedoceerd, gebruikt wordt.
Simon Carmiggelt werd op 7 november 1913 in den Haag geboren, op de lagere school viel hij al op door de opstellen die hij maakte, in 1926 werd hij naar de Handelsschool gestuurd in de 2e klas werd hij redacteur van het twee wekelijkse schoolblad, door dit schoolblad kwam hij niet aan zijn huiswerk toe, hij bleef zitten en werd van school gehaald, Simon wil vanaf dat moment journalist worden iets wat hij zijn verdere leven in bemerkte mate altijd een beetje is gebleven.
Hij begint als onbezoldigd medewerker bij "het vaderland", van daar naar assistent redacteur van de Verenigde Persbureaux, eind 1931 solliciteert hij bij de Haagse editie van het Volk,  de "Vooruit" en wordt aangenomen. Tussen 1935 en 1939 werkt hij als anti-Duits journalist op 9 maart 1936 verschijnt de eerste voorloper van de Kronkel het cursiefje "Kleinigheden". Tussen 1937 en 1938 onderneemt Simon Carmiggelt enkele reizen naar onder meer Belgrado, München en Praag en ondervind onderweg het Nationaal Socialisme.
Vlak voor de oorlog worden zijn "Kleinigheden" gebundeld en verschijnt zijn eerste boek:"50 Dwaasheden". In 1942 verschijnt een detective roman van zijn hand "Johan Justus Jacob" eind 1942 raakt hij betrokken bij het Parool een illegaal blad, in 1943 verhuist de familie Carmiggelt naar Amsterdam. Na de oorlog krijgt Simon Carmiggelt de leiding over de kunst rubriek, zijn eerste "Kronkel" verschijnt op 24 oktober 1946 er zullen er ruim 10.000 volgen!
De wat langere verhalen verschijnen in Vrij Nederland "Nutteloze notities" genaamd.
Tussen 1948 en 1956 verschijnen er drie verzenbundels onder de naam: "Karel Brallepoot".
De kroegenverhalen van Carmiggelt worden hem bijna noodlottig als hij in 1972 een drank probleem heeft.
Samen met Annie M.G. Schmidt verzorgt Carmiggelt jarenlang lezingen door Nederland, ook schrijft hij teksten voor documentaires van Bert Haanstra en teksten voor de cabaretiers Kan en Zonneveld.
Simon Carmiggelt leest wekelijks voor uit eigen werk voor de VARA radio en doet dit maandelijks voor de VARA televisie, de herkenningsmelodie "in a sentimental mood" blijft voor altijd met Carmiggelt verbonden.
Typering van mensen, dagelijkse werkelijkheid en zijn vermogen om met een enkele zin de atmosfeer van de omgeving te schetsen, beeldend woord gebruik (echt een journalist). met het voorlezen uit eigen werk komt de milde ironie en de mate van droogheid meer nog tot zijn recht.
Een aantal schrijvers zijn van invloed op de schrijfstijl van Carmiggelt geweest: Elsschot en Heijermans, Carmiggelt zag de gebeurtenissen van alledag met het oog van een journalist.
Als een Kronkel klaar was deponeerde hij het in een speciaal aangebracht busje onder de deurbel , waar de koerier van het Parool het kon ophalen.
Carmiggelt leed aan ouderdomsdiabetes en toen zijn vrouw alle aandacht vroeg vanwege haar toenemende blindheid verwaarloosde hij zijn diabetes wat hem noodlottig werd, hij stierf in Amsterdam op 30 november 1987.

Simon Carmiggelt ontving tal van literaire prijzen tijdens zijn leven: in 1953 een prijs van de Jan Campert Stichting, in 1961 de Constantijn Huygens prijs, in 1967 de 5 jaarlijkse prijs van de Amsterdamse Boekverkoper Vereniging en in 1974 de P.C. Hooft prijs gevolgd in 1975 door de Edo Bergsma ANWB prijs en de J.P. van Praag prijs.

In de Steeg staat een prachtig monument ter ere van deze schrijver Simon en zijn vrouw Tiny zittend op een bankje. In het Wetering plantsoen is een borstbeeld van de schrijver te vinden.