vrijdag 18 november 2016

Gevlogen boven Nederland: McDonnell Douglas F-4E Phantom II.

F-4E Phantom's stijgen op vanaf Soesterberg


De F-4 E Phantom II is een tweepersoons tweemotorig supersonische onderscheppingsjager.
Het toestel werd oorspronkelijk ontwikkeld voor de US Navy, die behoefte had aan een supersonisch gevechtsvliegtuig dat vanaf vliegkampschepen kon opereren.
Op 25 juli 1955 bestelde de US Navy twee XH 4H-1 test toestellen. De Phantom maakte zijn eerste vlucht op 27 met 1958. In 1962 bestelde de USAF 2 versies van de Phantom: de F-110A jager en de RF-110A fotoverkenner. Het zou dus een nieuw "century" gevechtsvliegtuig moeten worden, maar omdat de US Navy en de US Air Force overeengekomen waren om gezamenlijk gebruikte vliegtuigen dezelfde aanduiding te geven, bleef en werd het dus de F-4 voor de Phantom. De luchtmacht versie kon in de lucht worden bijgetankt. De F-4E beschikte over meer krachtige motoren, een 20mm kanon met roterende lopen onder de neus en een verbeterde radar. De Amerikaanse stuntteams de "Thunderbirds" van de US Air Force en de "Blue Angels" van de US Navy hebben vier seizoenen met de Phantom gevlogen.
In 1969 ontving het 32nd Tactical Fighter Squadron op de vliegbasis Soesterberg als eerste USAFE eenheid in Europa, 18 F-4E Phantoms, ter vervanging van de F-102A Delta Dagger, op dat moment de modernste jager. De eerste twee toestellen arriveerden op 6 augustus en waren rechtstreeks vanaf Florida naar Nederland gevlogen; vliegtijd 10 uur en 10 minuten. Bij aankomst was brigade-generaal Charles E. "Chuck" Yeager aanwezig (de eerste man die de geluidsbarrière doorbrak). In het voorjaar van van 1976 ontving het squadron nieuwe Phantoms die waren voorzien van een televisiecamera met een zoomlens, die een doel op grote afstand kon identificeren en een Pave tack richtsysteem dat een raket onder alle weersomstandigheden naar zijn doel kan begeleiden. Op 29 augustus 1977 crashte een Phantom waarbij Mikey Johnston en Pat Podron nabij Terschelling in de Noordzee omkwamen, het toestel bleek bewapend te zijn geweest met scherpe raketten en munitie, volgens de officiële versie van het rapport had het toestel met zijn vliegtuigtips de golven geraakt!? Een andere versie heeft het over een onderschepping (vandaar de bewapening) waarbij men naar een schotelvormig object op zoek was.  In 1970 verscheen de CR staartcode op de Phantom: het Wolfshond embleem werd op de linker luchtinlaat aangebracht en het embleem van de 17e luchtmacht op de rechter luchtinlaat. De bovenkant van het verticale staartvlak werd voorzien van een groen met oranje band.
In 1978 werden de Phantoms vervangen door de F-15A Eagle.



vrijdag 11 november 2016

De strijd van de Shell tanker Ondina in de Indische oceaan.

Strijd van de Shell tanker Ondina met de twee Japanse hulpkruisers.

In de hal van het oude Shell kantoor aan de Carel van Bylandtlaan in den Haag werden na de Tweede Wereldoorlog een aantal marmeren platen opgehangen met daarop vermeld de namen van de medewerkers van de Nederlandse Shell groepsbedrijven die in de oorlog het leven hadden verloren,
503 namen, van Shell mensen in het verzet, die in Duitse of Japanse kampen omkwamen en zij die in actieve dienst sneuvelden.

Bijzonder is de inzet van de bemanning van het motortankschip Ondina van 6.341 ton afkomstig van de scheepvaartmaatschappij  van de Shell, La Corona.
Het M.S. Ondina voer op 11 november 1942 op de Indische Oceaan op weg van Fremantle naar Abadan, waarbij het werd begeleid door de "Bengal" een mijnenveger/korvet van de Brits-Indische marine dat slechts licht bewapend was, toen het werd aangevallen door twee Japanse hulpkruisers.
De Ondina was bewapend met 1 kanon van 10,5 cm, de Japanners de Hokoku Maru en de Aikoku Maru waren bewapend met 6 kanonnen van 5,5 inch elk, tevens hadden zij beide vliegtuigen bij zich en hadden torpedo bewapening. De schepen waren respectievelijk 10.000 en 7.000 ton.
De Bengal zette koers richting Japanse schepen om de Ondina de kans te geven weg te komen, de Bengal viel als eerste aan maar ook de Ondina bood de strijd aan met de Japanners.
Het grootste Japanse schip de Hokoku Maru kreeg een voltreffer afkomstig van de Ondina, de kruitkamer werd geraakt waarna het schip ontplofte hierbij kwamen 76 Japanners om.
Na een strijd van een half uur had de Ondina geen munitie meer en moest de strijd staken, de kapitein W. Horsman was op de brug gedood, de bemanning ging in de sloepen en werd daarna door de Japanners beschoten waarbij vier van de bemanningsleden van de Ondina om het leven kwamen.
De Japanners probeerden toen de Ondina te torpederen wat niet lukte het schip bleef drijven.
Na het vertrek van de de Japanse hulpkruiser Aikoku Maru keerden de bemanningsleden terug naar de zwaar gehavende Ondina, de schade werd zo goed als dat kon hersteld, en men wist veilig de Australische haven Fremantle binnen te lopen.
De Bengal had intussen koers gezet naar Colombo waar men op 23 november arriveerde, in de veronderstelling dat de Ondina was gezonken.
De bemanning van de Ondina ontving de "Koninklijke Vermelding bij Dagorder" een collectieve onderscheiding voor de gehele bemanning, gezagvoerder W. Horstman kreeg postuum de Militaire Willemsorde als mede de 2e officier Bartele Broer Bakker, Rehwinkel ontving de Bronzen Leeuw terwijl enkele andere bemanningsleden het Bronzen Kruis ontvingen.
Een schilderij van het treffen op de Indische oceaan heeft jaren in directie kamer van het Shell kantoor gehangen, in het hoofdkantoor van Shell tankers in Rotterdam hing de scheepsbel van de Ondina met een bronzen plaat waarop de Koninklijke vermelding bij Dagorder staat.

De Ondina werd gerepareerd en deed de rest van de Tweede Wereldoorlog dienst, en was in december 1944 de eerste tanker die met olieproducten de haven van Antwerpen aandeed. De Ondina was tevens de eerste tanker die na de oorlog op 16 juni 1945 de haven van Rotterdam binnen liep.


zaterdag 5 november 2016

Makkumer aardewerk: Koninklijke Tichelaar.

It sil heve Elfstedenbrug bij Gytsjerk Tichelaar tegels uit Makkum












Koninklijke Tichelaar uit Makkum wordt wel het oudste bedrijf in Nederland genoemd en dateert uit 1572. Een kaart uit de atlas van Caspar Robles laat op de plek waar tot voor kort de fabriek stond een steenfabriek zien en is het oudste bewijs van een lange bedrijfsgeschiedenis.
In 1640 wordt het een familiebedrijf wanneer Freek Jans het koopt en zich Tichelaar (tegelaar) gaat noemen, vanaf dat moment ontstaat de familie Tichelaar die verbonden zal blijven met het bedrijf.
Jan Pieter Tichelaar 1997-2014 was de laatste directeur, werden er in het begin alleen bakstenen en tegels geproduceerd vanaf 1890 word er een begin gemaakt met ambachtelijk  sieraardewerk, in 1960 verkreeg het bedrijf het predicaat Koninklijk.
In de 18e en 19e eeuw werden er in de gleibakkerij naast tegels ook schotels voor dagelijks gebruik geproduceerd. Toen de vraag naar schotels verminderde brachten Jelmer en Jan Tichelaar een vernieuwingsproces op gang waardoor het bedrijf in staat zou zijn sieraardewerk te produceren, de Majolica techniek werd toegepast, gipsvormen doen hun intrede waarmee het assortiment aanzienlijk kon worden vergroot. De klei wordt na het drogen gebakken tot biscuit ook wel rauwgoed genoemd. Er worden twee soorten glazuur toegepast die in het bedrijf zelf worden vervaardigd transparant loodglazuur en dekkend tin glazuur. Kunstschilders brengen in het atelier hun decoraties aan waarna het aardewerk een tweede maal wordt gebakken. Tichelaar gebruikt 5 kleuren verf: blauw, paars, groen, geel en oranje wat het Makkumer aardewerk heel herkenbaar maakt.
In 1975 ging men deels over tot de vervaardiging van vloertegels wat geen succes bleek te zijn, waarna men overschakelde op de fabricage van nokvorsten voor rieten daken, tegels voor tegelkachels en gevelbekledingssystemen.
Het traditioneel sieraardewerk en tegels wordt nu op 1 maal per kwartaal op aanvraag geproduceerd. Het bezoekerscentrum en bijbehorende winkel, de rondleidingen door het bedrijf het bezoek aan het atelier, destijds een toeristische attractie, het is allemaal niet meer.
Men levert nu meer maatwerk o.a. voor kunstenaars en architecten, naast een groeiende collectie bouw keramische producten op het gebied gevelbekleding en interieur toepassingen.
De klei wordt nog steeds voor een groot deel uit de lokale bodem gewonnen.
Veelzijdige toepassingen zoals in de North Delegates lounge van de V.N. in New York en de wandbekleding van de brug bij Giekerk zorgen ervoor dat Kon. Tichelaar zijn vooraanstaande positie in de wereld weet te behouden.































































































































zondag 30 oktober 2016

de Slag op de Zuiderzee 11 oktober 1573.

Slag op de Zuiderzee 11 oktober 1573.

Dat erop de voormalige Zuiderzee nu het IJsselmeer op 11 oktober 1573 een heuse zeeslag plaats vond, zal menigeen verbazen.
Gedurende de Tachtigjarige oorlog waren de krijgskansen zich aan het keren, de (water) geuzen hadden al verschillende plaatsen veroverd op de Spanjaarden zoals den Briel en Vlissingen.
De vloot van de Watergeuzen hield zich in de wateren van West-Friesland schuil.
Alva liet in 1572 op Amsterdamse werven 18 schepen bouwen om zijn vloot te versterken en om daar de bolwerken van de Watergeuzen in vnl. West-Friesland vanuit zee en land aan te vallen.
De Geuzenvloot zorgde al geruime tijd voor problemen door de haven van Amsterdam te blokkeren.
Alva besloot in september 1573 tot een aanval op de Watergeuzen die zich bij Schellingwoude schuil hielden echter toen Alva de aanval opende was de Geuzenvloot vertrokken.
Toen besloot Alva de Watergeuzenvloot uit de gehele Zuiderzee te verdrijven, op 13 oktober vond er een treffen plaats bij Marken waarop op 5 oktober de eerste beschietingen plaatsvonden. De Watergeuzen hadden de beschikking over 25 schepen onder leiding van de burgemeester van Monnickendam Cornelis Dirksz, bijgenaamd Poppedamme, er vonden echter weinig beschietingen plaats, de Geuzen enterden liever omdat men over niet te veel munitie beschikte.  
Op 11 oktober toen de wind in het voordeel van de Watergeuzen was gedraaid zette de vloot koers naar de Spanjaarden waarna er zwaar werd gevochten, men slaagde er in de admiraalsvlag buit te maken en later de mast van het vlaggenschip om te hakken. Toen de Spanjaarden dit zagen, de helft van hun vloot was inmiddels tot zinken gebracht, vluchtten zij naar Amsterdam.
De Spaanse bevelhebber van Bossu gaf zich over, de zege was beslissend voor de Hollandse vrijheidsstrijd, vanaf toen waren en bleven de Watergeuzen heer en meester in de Zuiderzee.
De poging van Alfa om Noord Holland te veroveren was hiermee mislukt, zelf vluchtte hij naar Spanje. De Bossu werd na zijn gevangenneming in vele pamfletten en gedichten bespot.

In 1663 werd door de raad van de zeven belangrijkste steden van West-Friesland opdracht gegeven tot het vervaardigen van een schilderij dat de slag op de Zuiderzee moest uitbeelden. Het schilderij is in het Statenlogement van Hoorn te bewonderen.
De nakomelingen van Cornelis J. Dirkszn. namen als patroniem de naam Admiraal aan.

vrijdag 21 oktober 2016

Pander van meubelfabriek tot vliegtuigbouwer.

Panderjager


Een van de deelnemers aan de London-Melbourne Race in 1934 was de Panderjager met wedstrijd nummer 6, bemand door de vliegers Asjes, Geijssendorfer  en boordwerktuigkundige Pronk.
Bij de landing op het vliegveld Bamrauli van Alahabad in India klapt het linker wiel langzaam in waarbij de propellers van de linker en midden motor ontwricht raken, de Panderjager staat op dat moment op nummer 3 in het klassement achter de Comet en de Uiver, als de reparaties voltooid zijn gaat het op 26 oktober nogmaals en dit keer voorgoed mis, bij de nachtelijke start wordt Geijsendorfer verblind door koplampen, met 160 km per uur slaat de rechtervleugel tegen een karretje en breekt af , weg lopende benzine zorgt ervoor dat de Panderjager vlam vat, de bemanning overleeft met brandwonden de crash.
Het toestel was in 1933 gebouwd door de Firma H. Pander & Zn. in den Haag als Postjager, naar een idee van Asjes. De bedoeling was een speciaal 3 motorig vliegtuig te bouwen dat in staat zou zijn in minder dan 50 uur naar Indië te vliegen met post.
Op 9 december 1933 startte de Postjager voor de snelpostvlucht naar Batavia en strandde in Z-Italië met een kapotte motor, een nieuwe motor werd geplaatst en de Postjager vervolgde zijn vlucht naar Batavia. De Postjager/Panderjager had de beschikking over drie Whirlwind motoren van 420 pk elk de maximum snelheid was 360 km per uur, kruissnelheid 300 km per uur het vliegbereik 2.430 km.

De geschiedenis van de Fa. Pander begint met Klaas Pander (1819-1897) in Blokzijl die een handel had in biezen matten, later werd een winkel in Amsterdam begonnen waar meubels en decoratie werden verkocht. In 1887 werd door de zoon van Klaas, Hendrik in den Haag een meubelfabriek gestart waar ook matrassen werden vervaardigd. Na de Eerste Wereldoorlog werd een vestiging in Rotterdam geopend en kreeg Pander naam voor wat betreft  binnenhuisarchitectuur, er kwamen meer vestigingen en belangrijke opdrachten volgden zoals de inrichting van het Vredespaleis, ook werden schepen ingericht. In 1924 begon Pander met de vliegtuigbouw, niet verwonderlijk voor vliegtuigen werden de zelfde houtbewerkingstechnieken toegepast als voor meubels, de inboedel van het inmiddels failliete Vliegtuig Industrie Holland werd overgenomen incl. constructeurs, zo werd de Nederlandse Fabriek van Vliegtuigen H. Pander & Zn. opgericht.
Gebouwd werden onder meer: de Pander D trainer 7 stuks, Pander E 17 stuks, Pander PI Gipsy 2 stuks, Pander Multipro 3 stuks en de bekende S.4 Postjager/Panderjager.
Pander bouwde in 1930 een van de eerste zweefvliegtuigen in Nederland de Pander P-1.
Pander kende ook zwarte bladzijden in haar geschiedenis, in de Tweede Wereldoorlog bouwde de fabriek 555 zweefvliegtuigen voor de Duitse paramilitaire NSFK, na de oorlog werd H. Pander, de toenmalige eigenaar opgepakt en veroordeeld.
Na vele fusies ontstond in 1955 de NV Verenigde Meubileringsbedrijven waar Pander deel van uit maakte, in 1985 hield Pander op te bestaan.
  

vrijdag 14 oktober 2016

Eise Eysinga en de sterrenkunde




Eise Eysinga werd op 21 februari 1744 in Dronrijp geboren, ging naar de lagere school en moest vervolgens bij zijn vader die wolkammer was gaan werken, hij had diens interesse in wiskunde en sterrenkunde overgenomen.
Hij was zo leergierig dat hij wekelijks in zijn vrije tijd naar Franeker liep om daar de wiskunde boeken te bestuderen bij Willem Wytses.
Hij trouwde toen hij 24 jaar was met Pietje Jacobs van Hilaard bij wie hij twee zonen kreeg, zij gingen tegenover het stadhuis van Franeker wonen in het huis "de Ooyevaar".
Gedurende de 17e en 18e eeuw werd er in Friesland aan leken universitair wiskundig onderwijs gegeven een soort beroepsonderwijs.
De Franeker universiteit benoemde in 1598 een eerste hoogleraar wiskunde
Adriaan Metius, studenten bij hem zouden werk vinden als vestingbouwkundige, zeevaartkundige en astronoom, er ontstond een groep die naast de universiteit zelfstudie volgden bij leraren de zgn. leken in het vak, die zich interesseerden voor wiskunde en wiskundige problemen, deze niet universitair geschoolde wiskundigen werden "boeren professoren"genoemd, Eise Eysinga was een van hen en leefde in de tijd van de "verlichting".

Eise Eysinga begon in 1774 aan zijn planetarium omdat hij wilde bewijzen dat de wereld niet zou vergaan, zoals toen beweerd werd nl. door de samenstand van de planeten zouden deze botsen.
Hij besloot in de woonkamer aan het plafon een planetarium te maken om te laten zien dat de planeten volgens vaste wetten in steeds wijdere banen om de zon liepen en dus niet konden botsen.
Hij deed hier 7 jaar over en oefende hiervoor verschillen beroepen uit, hij was: calculator, werktuigkundige, timmerman, uurwerkmaker, draaier en schilder te gelijk.
Eysinga had nog nooit eerder een planetarium gezien of wist van de betekenis daarvan, in 2016 loopt het nog steeds en kloppen de standen van de planeten exact, zelfs de standen van de maan.
Het planetarium wordt aangedreven door slechts een enkel slingeruurwerk!
Eysinga steunde de patriotten en raakte in conflict met de prinsgezinden, in 1792 werd hij voor 5 jaar uit Friesland verbannen en mocht bij het overlijden van zijn echtgenote niet aanwezig bij de begrafenis zijn.
Hij keerde terug met Trijntje Sickema terug naar Franeker, uit dit tweede huwelijk werden twee dochters geboren. In 1795 werd hij lid van het provinciaal bestuur en adviseerde in een aantal commissies , hij werd buitengewoon hoogleraar aan de Franeker Academie en werd benoemd tot Broeder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.
Hij stierf op 27 augustus 1828 en werd in Dronrijp begraven, in zijn testament beschreef hij de werking van zijn planetarium.
Het planetarium was in 1825 door Koning Willem I gekocht, de tweede zoon van Eise, Jacobus die ook kennis had van wiskunde en werktuigbouw beheerde het planetarium van s'Rijkswege, in 1859 werd het planetarium aan de stad Franeker teruggegeven. Nu wordt het het door een Stichting beheerd.

Niet alleen Eise en zijn vader hadden kennis van wiskunde en astronomie ook zijn tweede zoon Jacobus en de broer van Eise, Stephanus en diens zoon.
Toen Eise 15 jaar was publiceerde hij een wiskunde boek van 650 pagina's, later een boek met tekeningen van zo'n 150 zonnewijzers.

Het planetarium verkreeg in mei 2006 het predicaat Koninklijk, op 10 november 2015 werd de 2 miljoenste bezoeker verwelkomd. Het planetarium staat genomineerd voor de Werelderfgoedlijst.



Eise Eysinga.





vrijdag 7 oktober 2016

Gevlogen boven Nederland: Fokker F-27 Friendship/Troopship



Fokker F-27 Troopship 334 squadron.





De Fokker F-27 werd in 1954 door de hoofdinstructeur van Fokker, Cees van Meerten ontworpen als een mogelijke opvolger van de Douglas DC-3.
Na veel afwegingen werd gekozen voor een hoogdekker met twee Rolls Royce Dart motoren.
Het eerste prototype maakte op 24 november 1955 zijn eerste vlucht, in 1956 verleende Fokker Fairchild een licentie voor de bouw van de F-27 in de V.S.
In totaal werden er 793 exemplaren gebouwd waarvan 206 stuks door Fairchild. In de loop van 1959 bleven opdrachten uit en kreeg de fabriek met annuleringen te maken, de Nederlandse regering hielp Fokker uit de nood door in totaal 12 exemplaren voor de Koninklijke Luchtmacht aan te kopen, als vervangingen voor de verouderde Dakota's bij het 334 squadron op de toenmalige basis Ypenburg.
Er werden drie Friendships aangekocht: de C-1 t/m C-3, waarvan de C-1 in VIP uitvoering was en 9 Troopships: C-4 t/m C-12.
De Troopships hadden een grote vrachtdeur, voor het vervoer van troepen en materieel, achterin bevonden zich twee schuifdeuren t.b.v. het droppen van parachutisten.
De C-5 t/m C-7 zijn enige tijd omgebouwd geweest tot navigatie trainer, de C-8 ook wel "Flipper" werd enige tijd aangepast met een Starfighter neus voor de radar opleiding van Starfighter vliegers.
De C-9 en C-11 zijn van 1966 t/m 1972 uitgeleend geweest aan de N.L.M.
Tussen 1968 en 1996 waren de F-27 's gestationeerd op de vliegbasis Soesterberg.
Vermeldenswaardig zijn de zgn "konijnenvluchten", Professor Oosterveld kreeg de mogelijkheid om experimenten uit te voeren in een F-27, om meer te weten te komen over de werking van het evenwichtsorgaan. Aan boord gingen naast de assistenten van de professor varkens, goudvissen, duiven, proefpersonen en natuurlijk konijnen mee. Na 15 jaar werden de experimenten gestaakt.
Behalve binnen  het NAVO territorium, vonden vluchten plaats naar Ethiopië, Iran, Soedan, Israël en Senegal voor de V.N., voor het koninklijk huis en verschillende landen in Afrika met Prins Bernhard ten behoeve van het Wereld Natuur Fonds.
De F-27 demo is in de jaren tachtig een grote publiekstrekker geweest op vliegshows in binnen- en buitenland. Met gezagvoerders als Soons, Reffelrath en Schneider konden vele 1e prijzen in ontvangst worden genomen.
De laatste Fokker F-27 werd in 1996 uit dienst gesteld.Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een F-27 mk.300 Troopship, (de C-10) in haar collectie.