zaterdag 28 november 2015

Albert Plesman oprichter en bouwer van de KLM (slot).

Albert Plesman
Albert Plesman werd de drijvende kracht achter de uitbreidende KLM, hij was "de baas". Het is aan de visie en gedrevenheid van Plesman te danken dat de KLM voor de Tweede Wereldoorlog een van de grootste en tevens betrouwbaarste luchtvaart maatschappijen werd.
Met de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker kon Plesman goed opschieten, Fokker bouwde op het juiste moment de juiste vliegtuigen, toen de metalen vliegtuigen op de markt kwamen verliet Plesman de Nederlandse markt en daarmee Fokker en kocht in de Verenigde Staten de DC-2 en DC-3.
Plesman ondernam voor het begin van de Tweede Wereldoorlog bemiddelingspogingen op het politieke vlak en reisde naar Berlijn en Rome en sprak daar met Goring en Mussolini.
Na het begin van oorlog was het met het KLM imperium gedaan
Op 9 mei 1941 werd hij in de Scheveningse gevangenis opgesloten, op 11 april 1942 werd hij vrijgelaten, hij ging in Drienen (nabij Enschede)wonen en had daar een vorm van huisarrest, hier werkte hij in het geheim aan de wederopbouw van de KLM.
Een van zijn zoons Jan kwam op 1 september 1944 boven Frankrijk (St, Omer) om het leven als Spitfire piloot bij het Nederlandse 322 squadron.
Na de bevrijding trok Plesman meteen richting de Verenigde Staten om er vliegtuigen te verkrijgen, hij bezocht iedereen die hem daarbij zou kunnen helpen inclusief president Truman.
Op 27 september 1945 werd de lijn op Batavia heropend en op 25 februari 1946 opende de KLM als eerste Europese luchtvaartmaatschappij een luchtverbinding op New York.
Privé werd hem niets bespaart, zijn tweede zoon Hans verongelukte samen met 32 anderen op 23 juni 1949 bij Bari met de KLM Lockheed L-749 (PH-TER "Roermond").
Het weerhield Plesman er niet van "zijn" KLM imperium in sneltreinvaart verder uit te bouwen Plesman liep vooraan bij de aanschaf van groter en sneller materieel.
Skymasters de DC-6 en DC-7, Constellations en Super Constellations en niet te vergeten de Convairs, hij maakte het nog allemaal mee.
Plesman kreeg last van een slopende vaatziekte en stierf op 31 december 1953, een luchtvaartmaatschappij van aanzien achterlatend.



vrijdag 27 november 2015

Vuurtorens in Nederland (14) Breskens.

Vuurtoren Breskens.


Er zou in de middeleeuwen een dorp Breskens of Breskin hebben bestaan, in 1510 was de bedijking van het Breskenssandt voltooid waarna nog enkele bedijkingen in de omgeving volgden.
In 1517 werd het huidige dorp Breskens gesticht.
In 1585 echter werd in de strijd tegen Spanje de polder onder water gezet, Breskens heeft heel lang bestaan uit slechts een dorpsstraat en wat zijstraten met omliggende hoeven.
Op het eind van de Tweede Wereldoorlog werd Breskens net als Westkapelle grotendeels verwoest.
Na de oorlog werd het dorp opgebouwd en kwam door de visserij en toerisme tot bloei.

In 1839 werd er tussen Nederland en België afspraken gemaakt over de verlichting en bebakening van de Westerschelde.
Nederland zou de bebakening en  verlichting op Nederlands grondgebied beheren België zou de kosten dragen (België had vanwege de Antwerpse haven hier een groot belang bij).
Rond 1860 lagen er vier lichtschepen in de Westerschelde deze verdwenen daarna echter snel t.g.v. vaste lichten aan de wal.
In 1866/1867 werd enkele kilometers ten westen van Breskens in het buurtschap Nieuwe Sluis een achthoekige gietijzeren vuurtoren gebouwd van 28,4 meter hoog ontworpen door Quirinus Herder die ook de torens van Renesse en Ouddorp had ontworpen (beide zijn afgebroken). Op 18 januari 1868 werd het licht voor het eerst ontstoken.
In 1906 kreeg de toren van vijf verdiepingen een nieuw rond lichthuis en een koperen koepel.
De vuurtoren is nog al eens van kleur veranderd: eerst was hij geel van kleur, in 1930 werden het rood witte banden, in 1940-1945 camouflage kleuren en in 1960 zwart witte banden.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het licht gedoofd en werd pas weer in 1951 ontstoken.
De vuurtoren stond op de zeedijk maar toen deze in de jaren 1970 op Deltahoogte werd gebracht kwam hij aan de zeezijde halverwege de dijk.
De toren werd in 1982 Rijksmonument, op 3 oktober 2011 werd het licht gedoofd.
Op 29 mei 2015 werd de vuurtoren in een kleine ceremonie door de Belgische overheid aan de Stichting Vuurtoren Breskens overgedragen, de Vlaamse overheid betaalde de renovatie van het buitenkant en participeerde in de renovatie van de binnenkant.
Na enige tijd overbodig te zijn geweest brand het licht weer en is de toren weer opgenomen in de zeekaarten, de toren is nu tevens te bezoeken op vrijdag, zaterdag en zondagmiddag.
Breskens is nu de oudste gietijzeren vuurtoren in Nederland.





donderdag 26 november 2015

Gevlogen boven Nederland: Republic F-84E/G Thunderjet

Republic F-84E/G Thunderjet



De Thunderjet werd ontworpen door de hoofdontwerper van Republic Aviation, Alexander Kartveli, het moest de opvolger van de P-47 Thunderbolt worden.
De Thunderjet vloog voor het eerst in februari  1946 en had vanaf het begin allerlei problemen.
De F-84E maakte zijn eerste vlucht in mei 1949 de G versie kwam in 1951 in de lucht.
Nederland kreeg in het kader van het MDAP programma in 1951 de beschikking over 21 F-84E's en vanaf 1952 nog eens 166 F-84G Thunderjets.
De eerste Thunderjets werden op de vliegbasis Ypenburg officieel overgedragen aan de Koninklijke Luchtmacht, onder het toeziend oog van Generaal Eisenhouwer.
De F-84E Thunderjets kwamen in kratten in Rotterdam aan en moesten in elkaar worden gezet alvorens zij bij de squadrons 311 en 312 op de vliegbasis Volkel werden ingedeeld.
Vanaf 1952 werd de E versie omgeruild voor de G versie en werd ook het 313 squadron op Volkel en de squadrons 314, 315, 316 op de vliegbasis Eindhoven er mee uitgerust, het 306 squadron bleef met beide versies vliegen.
Vooral in het begin was er een gebrek aan alles: personeel, onderdelen, accu's en crash tenders.
Tijdens de periode dat de Thunderjet in dienst was van de Koninklijke Luchtmacht, gebeurden er tal van ernstige ongevallen, vaak met dodelijke afloop.
Op 5 juni 1952 vond tijdens een oefening op de Noordzee, een aanval van Thunderjets op een aantal schepen plaats waaronder Britse mijnenleggers, bij de derde schijnaanval boorde de DU-3 zich in een mijnenlegger waarbij de vlieger en alle 15 bemanningsleden van de mijnenlegger het leven lieten.
De Thunderjet had een kruissnelheid van 770 km per uur, de maximum snelheid was 960 km per uur,
het maximum vliegbereik was 3.200 km.
De toestellen vlogen in metallic met squadron kleur en een squadron code op de neus:
306 sqdrn rood TP, 311 sqdrn rood PP, 312 sqdrn blauw DU, 313 sqdrn TA/TR, 314 sqdrn rood 8T,
315 sqdrn blauw TB, en 316 sqdrn oranje TC.
Vanaf 1955 werden de Thunderjets ingeruild voor de Thunderstreak en wat betreft 306 squadron de Thunderflash.
Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg heeft een Thunderjet in haar collectie.

dinsdag 24 november 2015

Albert Plesman oprichter en bouwer van de K.L.M.



A.Plesman Lt.vlieger

Zonder de drijvende kracht van Albert Plesman was de K.L.M. nooit geworden wat het in de periode 1930- 1953 werd, een van de grootste en betrouwbaarste luchtvaartmaatschappijen ter wereld.

Na de openbare lagere school ging Albert Plesman naar de H.B.S., met zijn diploma op zak kwam hij in de zomer van 1909 als cadet bij het K.M.A. terecht.
In augustus 1911 werd Plesman als tweede luitenant beëdigd en bij het regiment infanterie in Amersfoort ingedeeld. Hoewel hij enthousiast was voor de luchtvaart diende hij bij het Korps Wielrijders. Tijdens een bezoek aan de Soesterbergse vliegheide lukte het hem een vlucht te maken
met een Farman F.20 (Lt. vlieger Versteegh was de piloot).
Het lukte hem bij de waarnemers cursus van de Lucht Vaart Afdeling op Soesterberg te worden geplaatst. In april 1917 werd hij als leerling vlieger naar Soesterberg overgeplaatst. Onder leiding van Versteegh leerde Plesman het vliegen en behaalde hij zijn militaire vliegbrevet. Plesman stond bekend als een ondernemende, onstuimig maar ook hard figuur.
Plesman zat niet stil en was bezig met plannen over mogelijkheden  voor de burger luchtvaart na de eerste wereldoorlog. Ook had Plesman plannen voor een grote nationale luchtvaart tentoonstelling en manifestatie en legde e.e.a. voor aan zijn commandant Walaardt Sacrè. Door indringend optreden wist hij de minister van oorlog en vooraanstaande mensen uit de bank en scheepvaartwereld voor zijn plannen te winnen. Plesman slaagde er in 1919 in de Eerste Luchtverkeer Tentoonstelling Amsterdam van de grond te krijgen en werd door veel prominenten gesteund. De ELTA werd met 800.000 bezoekers een groot succes. Met dit  succes lanceerde hij het idee voor een Nederlandse Luchtvaartmaatschappij, op 7 oktober 1919 werd de koninklijke Luchtvaart Maatschappij voor Nederland en de koloniën opgericht, Plesman werd door de Raad van Bestuur als administrateur aangesteld.
(wordt vervolgd)




maandag 23 november 2015

De pinas.

de Duyfken (pinas replica)


De snel zeilende pinas werd zowel voor oorlog als handels doeleinden gebruikt en is eigenlijk een kleine variant van het spiegelretourschip.
De pinas had een platte spiegel, een vrij hoge boeg en twee dekken, het onderste (de overloop) liep ononderbroken over de gehele lengte van het schip, het bovenste dek (verdek) was verdeeld in een iets verlaagde bak met een verhoogd bakdek.
Ongeacht hun grote ( 116 en 128 voet) hadden de schepen drie masten: de fokkemast, de grote mast en de bazaan mast. De hoge verschansing van het open dek verbergt alle scheepscontouren zodat het een zeer evenwichtig scheepje is.


De bewapening betond uit 19 gotelingen (klein scheepskanon van gegoten metaal) en 12 steenstukken (klein geschut dat stenen kogels afschoot), daarnaast beschikte de bemanning over musketten.
De meest bekende pinas is de Duyfken, de Duyfken werd in 1595 gebouwd en vertrok in december 1603 vanaf het eiland Texel onder admiraal Steven van Hagen en kwam een jaar later op Bantam aan.
In november 1605 vertrok de Duyfken aan een onderzoekstocht onder Willem Jansz waarbij de zuidkust van Nieuw-Guinea, de Golf van Carpentaria  en de noordkust van Australië werden verkend. In juni 1606 bereikte men de thuishaven Bantam, daarmee was de Duyfken het eerste Europese schip dat Australië bezocht. Op 18 juni 1617 verging het schip.
Een replica van de Duyfken werd in Australië gebouwd en op 24 januari 1999 gedoopt in Fremantle.


Deze Duyfken voer naar Nederland en weer terug en maakte deel uit van de viering in 2006 van 400 jaar betrekkingen Australië - Nederland.


zaterdag 21 november 2015

Herinneringen uit de Tweede Wereldoorlog aan de Koninklijke Luchtmacht in het Verenigd Koninkrijk.


St Clement Danes Londen


In Londen zijn herinneringen uit de Tweede Wereldoorlog aan de Koninklijke Luchtmacht te vinden in de kerk van St.Clement Danes gelegen aan de Strand in Londen.
De oorspronkelijke kerk werd in de 9e eeuw gesticht door de Denen en werd tijdens de grote brand van 1618 verwoest.
De huidige kerk werd ontworpen door de beroemde Engelse bouwmeester Sir Christopher Wren.
Op 10 mei 1941 viel de kerk opnieuw ten prooi aan de vlammen nu ten gevolge van een bom tijdens de zgn. Blitz, alleen de muren waren overeind blijven staan van het interieur was weinig over.Na de tweede wereldoorlog kwam de Engelse luchtmacht met het idee dat een kerk vernietigd door een vijandelijke (Duitse) luchtmacht door de overwinnaar zou moeten worden opgebouwd.
De RAF begon met een fondsenwerving, de luchtmachten van het Gemenebest en de Geallieerde
luchtmachten deden ook mee waaronder die van Nederland.
Met de opbouw van de kerk werd in 1955 begonnen, de Nederlandse ambassade schonk het stenen
altaar in de crypte, de Koninklijke Luchtmacht een doopvont, de kerk werd in 1958 weer in gebruik genomen als parochiekerk maar toch voornamelijk als kerk voor de Royal Air Force.

 
De vloer van de kerk bevat meer dan 800 squadron emblemen van alle RAF squadrons die ooit hebben bestaan inclusief die door buitenlanders werden bemand, na enig zoeken kun je dan ook de squadron emblemen van 320,321 en 322 Dutch squadrons vinden in de vloer.
Zo blijft de Nederlandse Luchtmacht alom aanwezig in het hart van Londen.
Maar ook op de voormalige RAF basis Bigging Hill zijn met name in de herdenkingskapel sporen
van Nederlandse aanwezigheid te vinden, het Nederlandse 322 squadron was hier tussen 1 november 1944 en 3 januari 1945 gestationeerd.
Dan zijn er nog de oorlogsgraven van Nederlandse vliegers in het Verenigd Koninkrijk zoals dat van L.D.Wolters in Hawkinge.






vrijdag 20 november 2015

Vuurtorens in Nederland (13) Westkapelle.

Vuurtoren Westkapelle

Al in 1370 geeft hertog Albrecht I van Beieren opdracht een vuurbaak bij Westkapelle op te richten.
In 1398 bezweek de vuurbaak onder het stormgeweld, langzaam verdween ook Westkapelle in de golven.
Rond 1450 werd  Westkapelle een eind landinwaarts opnieuw opgebouwd, tussen 1458 en 1470 werd de St. Willibrordus kerk herbouwd. De kerk werd in de Tachtigjarige oorlog verwoest, de toren bleef overeind. Na 1700 werd de toren gerestaureerd, in de Franse tijd werd er een semafoor op de toren geplaatst daarvoor moest de spits worden verwijderd.
In 1817 werd de toren door het ministerie van Marine overgenomen om er een vuurtoren van te maken, er werd een lantaarn op het torenplat geplaatst.
Op 20 maart 1818 werd het licht in gebruik genomen (15 Engelse lampen sterkte), in 1852 werd het licht vervangen  door een petroleum lamp.
Begin 1900 werd er op de toren een acht meter hoge opbouw geplaatst met een nieuw lichthuis, de toren werd uitgerust met een elektrisch draailicht.
Op  15 april 1907 werd het nieuwe licht voor het eerst ontstoken, in 1921 deed de Brandarislamp zijn intrede, in 1934 werd de generator vervangen door een aansluiting op het elektriciteitsnetwerk.
In oktober 1944 vernielden de Duitsers op hun terugtocht het licht, kort daarna plaatste de Royal Air Force een draagbare radar "Nelly" op de toren. Maandenlang verbleef de R.A.F. met de radareenheid op de toren. Na het vertrek werd een noodverlichting aangebracht op 19 juni 1951 werd een nieuw licht ontstoken. Het "hoge licht" is 49,6 meter hoog, de toren is sinds 1966 Rijksmonument.
Omdat op de westpunt van Walcheren de duinen ontbreken werd daar een dijk (Westkapelse Zeedijk)
aangelegd. Halverwege deze dijk bij het Noorderhoofd werd in 1875 begonnen met de bouw van een gietijzeren vuurtoren het "lage licht." Het lage licht was de eerste ronde gietijzeren toren die in Nederland werd gebouwd.
Vanaf 10 juli 1876 brand hier een licht, het vormt een lichtlijn met het licht op de kerktoren.
Schepen die vanaf het noorden de Westerschelde op willen gaan kunnen langs deze lichtlijn het begin van het Oostgat vinden.
Het Noorderhoofd is 20 meter hoog en staat buiten de Westkapelse Zeedijk, het is sinds 1982 Rijksmonument.
De kustwacht heeft vanaf 1900 tot 1995 een uitkijkpost naast het lage licht gehad, in 1995 werd de uitkijkpost gesloopt.


vuurtoren Noorderhoofd